Van Niftrik en Gunning
Na het overlijden van professor Van Niftrik zijn in allerlei bladen herdenkingsartikelen geschreven. Opvallend was daarbij hoe allerwege gepoogd werd de laatste periode van Van Niftrik, met name zijn aandeel in het Getuigenis, te verklaren of dood te zwijgen. Vrijwel nergens trof men een artikel van de hand van één dergenen met wie hij zich de laatste periode van zijn leven zozeer verbonden voelde. Drs. W. Balke uit Bodegraven zond ons hierover een artikel, dat we hiernaast laten volgen. De redactie
25 oktober jl. werden wij allen getroffen door het bericht van het plotseling overlijden van prof. Van Niftrik. Hij werd weggeroepen midden uit zijn academische arbeid èn uit zijn bewogen activiteit in het kerkelijk leven, waarbij wij in de laatste tijd vooral denken aan zijn inzet voor het Getuigenis. Alleen insiders weten wat voor een golf van smaad hij daarvoor zijn laatste levensjaar over zich heen kreeg. Wie de 'in memoriams' leest, wordt erdoor getroffen hoeveel moeite men heeft om Van Niftrik in het Getuigenis te volgen en te begrijpen. Het lust mij niet om te citeren uit het jongste boek van dr. Buskes, 'Het Humanisme van God', waarin deze prof. Van Niftrik en zichzelf onrecht aandoet.
Veel sympathieker is de toon van. prof. Van Leeuwen uit Brussel in 'Woord en Dienst'. Deze schrijft over Van Niftriks voorliefde om wat tegen de draad in te zijn: 'De bijval en de afwijzing kwamen in de tijd van 'Hardegarijp, een teken!' wel uit een heel andere hoek dan in de tijd van het Getuigenis. Telkens weer waren er velen, die zijn keuze en standpuntbepaling niet mee konden maken en besluit zijn 'in memoriam': 'Het heengaan van Van Niftrik is voor de kerk en theologie een reusachtig verlies. Er zijn niet veel theologen, die het volhouden zó levend, reagerend en getuigend, studerend en zich steeds herziende, bezig te blijven. Heel hartelijk hoop ik, dat ook die leerlingen en vrienden van Van Niftrik die in de laatste periode hem niet meer konden volgen — tot hun eigen verdriet en veel meer tot Van Niftriks verdriet — daardoor de dankbare kijk op het geheel van zijn rijke bijdrage en zijn vruchtbaar leven niet verloren hebben'. Aldus prof. Van Leeuwen, een oud-leerling.
Prof. Smelik schreef een 'Gedenkenis' in 'In de Waagschaal', en ook daaruit blijkt hoezeer men geneigd is zich te distantiëren van de vreemde draai van Van Niftrik met het Getuigenis. Prof. Smelik merkt op over zijn collega: 'Naarmate hij ouder werd ontwikkelden zich in hem steeds sterker neigingen, die, niet in het minst door degenen, die om 'In de Waagschaal' geschaard zijn, als 'conservatief' werden bestempeld. Dat dit zo was, kan ik moeilijk ontkennen. Maar ik ben ervan overtuigd, dat hij zo dacht, sprak en schreef vanuit een diepe bewogenheid'. (...) 'zijn grootste zorg was, dat de kerk en haar leden en hijzelf in haar de boodschap van het heil in Christus zouden blijven horen. Daaruit is het door hem geinspireerde Getuigenis te verklaren. Het is vooral om de gevolgtrekkingen, die erin gemaakt werden, bestreden. Het heeft, naar mijn persoonlijk inzicht, veel moeilijkheden veroorzaakt, die mij gevaarlijk toeschijnen en onnodig, maar ik twijfel er niet aan, dat hij van binnen uit ertoe gedreven werd'. Aldus professor Smelik.
Wat is het toch moeilijk om positief te schrijven over Van Niftrik en het Getuigenis! Naar het mij voorkomt moet men de oorzaak van deze neiging om zich van het laatste levensjaar van Van Niftrik te distantiëren niet in het Getuigenis zelf zoeken. Wie eerlijk overeenkomstig art. 10 van de kerkorde hervormd is, kan daar toch onmogelijk zoveel bezwaar tegen hebben. De oorzaak ligt in het feit dat men Van Niftrik niet wil volgen wanneer hij er niet voor terugschrikt om samen met de broeders ter rechterzijde in de kerk op te komen voor de belijdenis. Zoiets doet men niet als men hervormd is. Dan zet men de rechtse broeders in de conservatieve hoek. Alleen wie mee wil gaan in de stroom van het hervormde leven, mag zo af en toe wat bijsturen, maar wie zich daar dwars tegenin opstelt wordt beleefd of onbeleefd aangehoord; er wordt een discussie aan gewijd, en de stroom gaat weer verder. Maar goed: de golf van smaad, die Van Niftrik over zich heen kreeg, was ergernis over het 'monsterverbond' van de Confessionelen met de Gereformeerde Bond.
Dr. Bartels, alweer in 'In de Waagschaal', wil dit monsterverbond zo spoedig mogelijk ongedaan maken en roept uit 'Confessionelen, waarheen'? Dr. Bartels denkt 'planetarisch' om een woord van Noordmans te gebruiken. De gezichtshoek van waaruit hij schrijft is een bepaalde kerkpolitieke visie. Men kan ook zeggen: dr. Bartels bedrijft kerkelijke sociologie, stelt bepaalde ideaaltypen op en gaat daarmee aan het werk. Wanneer de juridische confessionelen samengaan met de bevindelijke bonders worden de confessionelen in de boot genomen. Volgens dr. Bartels is dit samengaan volstrekt onvruchtbaar. De juridische confessionelen moeten niet met bevindelijke bonders samengaan maar de andere kant op kijken, namelijk naar de 'ethischen'. Dan pas gebeurt er wat. Wij willen dr. Bartels aanraden zich wat beter in Gunning en Hoedemaker te verdiepen. Dan zal hij ontdekken dat hij hun samengaan misbruikt en voor zijn kerksociologische kar spant.
Mijns inziens moet men zeggen: De geschiedenis herhaalt zich. Wat werd Gunning in de vorige eeuw verguisd door de jongere ethischen om zijn zogenaamde' 'confessionele wending'! Gunning bleef ethisch en Hoedemaker gereformeerd maar beiden vonden elkaar omdat de gesel van het modernisme, die ook in hun tijd over de kerk ging, hen beiden in het hart raakte. Gunning was daarin ethisch dat hij het waarheidsmoment der vrijzinnigen uit de omklemming van het modernisme wilde bevrijden, en dat hij zich in de harde veroordelingen der orthodoxen maar slecht thuis kon voelen. Maar het ging Gunning om de Christus der Schriften. Om de boodschap der verzoening die hij zo schoon vertolkte in zijn 'Het Kruis des Verlossers'. Daarin vonden Hoedemaker en Gunning elkaar, in de nood der kerk naar elkaar toegedreven, in hun zorg om het Getuigenis van Jezus Christus over te dragen aan de volgende generatie.
Wij schreven: Van Niftrik en Gunning. Inderdaad. In 1971 zou Gunning evenals Van Niftrik voorop gegaan zijn in het Getuigenis. Misschien zal een volgende generatie op wat meer afstand Van Niftriks testament beter recht doen dan thans veelal geschiedt, en zal in de vaderlandse kerkgeschiedenis van de tweede helft der twintigste eeuw iets dergelijks geschreven worden als Berkhof schreef in zijn kerkgeschiedenis: 'Tot de verheffendste gebeurtenissen van deze tijd behoort het feit dat omstreeks 1900 de edele Gunning, een der vaderen van de ethische theologie, zich bij Hoedemaker aansloot'.
Het is inderdaad verheffend, een verheven daad van de H. Geest, wanneer broeders, door soms hopeloos vastgeroeste fronten, elkaar herkennen in de zorg over het Getuigenis van Jezus Christus. Deze daden van de Heilige Geest gebeuren niet daar waar men 'planimetrisch' in de kerk te werk gaat, maar waar zondige verdeelde mensen zich samen 'verticaal' oprichten tot Hem, Die het Hoofd der Kerk is en Die het waard is aangebeden en verheerlijkt te worden. Dan kijken we niet links en rechts of de broeder ons wel aanstaat, maar wij verheugen ons met ieder die met ons gaat, en daar ontstaat werkelijke kerkelijke ruimte waar het Getuigenis van Jezus Christus hooggehouden wordt.
Wordt de verbrokenheid der kerk en de ontrouw aan de waarheid niet het pijnlijkst daar ervaren, waar de vreugde opbloeit over de ontmoeting en de herkenning om de rijkdom van de Boodschap die de Kerk mag uitdragen en geroepen is uit te dragen? Beiden, Gunning en Van Niftrik hebben aan het eind van hun leven geleden aan vervreemding en verwijdering. Beiden hebben in hun laatste levensdagen op een bewogen wijze gepleit voor de opbouw der kerk op haar grondslag nl. het Getuigenis aangaande Jezus Christus. Inderdaad de geschiedenis herhaalt zich en in kerkhistorisch perspectief reiken zij elkaar de hand: Van Niftrik en Gunning.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's