Belijdende kerk en volkskerk
Predikantenconferentie
Op de laatstgehouden predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond sprak dr. H. Klink over het thema 'Volkskerk in het licht van de belijdenis'
Hij vertelde over een vriend van hem, die een halfjaar geleden is overleden, kort nadat hij was gepromoveerd over de provincie Zeeland. 'Hij wist voor wat betreft de stad Middelburg de bewijsstukken op te diepen, waaruit zondermeer bleek dat in de eerste helft van de zeventiende eeuw nota bene van de 15.000 volwassenen 10.000 mensen deel namen aan het Heilig Avondmaal. Dat wil zeggen 66% van de volwassen bevolking. Over de volkskerk gesproken! De kerk was een belijdende kerk… en ze was een volkskerk.'
De kerk, aldus dr. Klink, is niet alleen een grootheid, die stoelt op haar belijdenis, waarbinnen dan de prediking plaatsvindt en de bediening van de sacramenten. Er is een woord in de bijbel, dat zich het beste leent om uit te drukken wat een kerk is. Een kerk is een planting van God. In het lied van de wijngaard in Jesaja 5 wordt het volk Israël getypeerd als een planting. En Jezus typeert het volk Israël in Zijn gelijkenissen meer dan eens als een wijngaard; als een boom ook waaraan Hij steeds naar vruchten speurt.
Nederlandse Hervormde Kerk
In de historische verworteling van de kerk in ons land zag dr. Klink een parallellie met Israël, en daarin met Jeruzalem. De tempel in Jeruzalem was het symbool van de volkskerk. Zo gaan de wortels van de Nederlandse Hervormde Kerk terug op Willibrord. In die tijd is de kerk geplant, ze heeft wortel geschoten, de plantis opgekomen. In het midden van de zestiende eeuw is die kerk vervolgens opnieuw gesnoeid en bemest.
De historische kerk heeft het volksleven gestempeld, omdat ze diep in het volksleven verworteld was. 'Vanwege die verworteling in het volksleven heeft de kerk het tijdens en na de tijd van de revolutie en het liberalisme, ondanks grote veranderingen en moeilijkheden vol weten te houden tot in onze tijd. Het christelijke leven kende in de vorige eeuw zelfs een reveil…'
Ondanks dit alles heeft dat reveil niet zijn vruchten kunnen afwerpen zoals mannen als Groen van Prinsterer, Wormser en later Hoedemaker dat hadden gewild. De oorzaak daarvan was allereerst, dat leidinggevende mannen 'in de voor de kerk zo fnuikende situatie van de vorige eeuw', er tevreden mee waren wanneer zij met vrucht het Woord van God konden bedienen. 'Het is stichtelijk om naar hen te luisteren – aldus Groen – maar dat neemt niet weg, dat zij als belijders op die punten, waarop het aankomt, het zo vaak af laten weten'. Het tweede mankement hing daarmee samen, dat men christelijke organisaties oprichtte, die niet kerkelijk van aard waren en die daarmee het vuur, om de kerk zelf tot bloei te brengen en daaraan zijn krachten te geven, uitblusten.
Kuyper bewerkte zelfs een moedwillige breuk met de Hervormde Kerk, 'om de belijdenis veilig te stellen en de kerk te reformeren'. Maar…, aldus dr. Klink, 'één aspect van de belijdenis: het verbond, en daarmee de kerk als planting, en daarmee de betrokkenheid van kerk en staat, negeerde Kuyper'. Kuyper, de man die het zo opnam voor de belijdenis, veranderde de kerk als eerste.
Gevolgen
Het denken van de Doleantie heeft diepe gevolgen gehad voor de Hervormde Kerk. Letterlijk zei dr. Klink: 'Met name ook, laten we er eerlijk over zijn, binnen de Gereformeerde Bond. Veelal dacht men Kuyperiaans en bleef men binnen de wateren van Dordt, zonder zich te wagen aan de stormen van de volle zee, waarin de kerk meer en meer kwam. Het verwijt van Groen, dat men wel stichtelijk preekte, en de wacht betrok bij de waarheid, maar niet daar stond waar de vijand de aanval had ingezet – het moet gezegd broeders – speelde velen nogal eens parten. En het paradoxale was dat men op die manier nogal eens onkerkelijk opereerde, en dat men ertoe kwam om al gauw mensen om shibbolets te wantrouwen'. Daaruit trok dr. Klink de scherpe conclusie, dat men daarom 'in theologisch en ecclesiologisch opzicht zo onvoorbereid was toen Samen op Weg meer en meer beslag kreeg'.
De Doleantiehouding heeft voor gelatenheid gezorgd bij delen van de kerk en bij delen van het volk. 'De weerzin van Kuyper tegen de volkskerk heeft veel kwaad gedaan.'
Anderzijds noemde dr. Klink ook de kwade invloed van Karl Barth, waardoor het kerkelijk besef werd uitgehold, het besef ook van de kerk als historische planting van God. Karl Barth had een anti-historisch standpunt. De openbaring van God vond uitsluitend en alleen in Christus plaats, 'en dat tegenover elke vorm van andere openbaring, ook in de historie'. Zijn theologie ondermijnde de gedachte van het corpus christianum. 'Als direct gevolg daarvan heeft hij op den duur het gebruik van de kinderdoop bestreden.'
En tenslotte noemde dr. Klink de invloed van de evangelische richting: 'die wellicht een lacune van de kerk opvult, omdat men daar inspringt, waar de kerk haar stem zou moeten laten horen' maar die intussen bijdroeg 'tot de uitholling van het kerkelijk verantwoordelijkheidsbesef.
Samen op Weg
Doordat in dit alles meer en meer de wortels van de kerk werden doorgesneden kon een Samen op Weg-proces ontstaan, zoals we dat nu kennen. Zo raakt de kerk als planting van God weg. Die kan ook niet worden vervangen door een federatie of 'door een zogenaamde voortzetting van enkele gemeenten'.
Ook hier trok dr. Klink de parallel met Israël. Zonder de beschutting van de stad en van de tempel ging toen de gemeente verder.
In het Marcusevangelie legt Jezus er de nadruk op, dat men Hem zal belijden voor de leiders van de synagogen en dat men in de joodse gerechtshoven zal worden gebracht. In het Mattheüsevangelie, geschreven na de verwoesting van Jeruzalem, gaat Jezus echter veel verder: de stad zal verwoest worden (Matth. 24). Dan geldt: 'Ziet Ik zend u als schapen temidden van de wolven'. Dan komt ook de grote afval. De kleine kudde blijft over. Maar dan geldt ook het andere woord van Christus: 'Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden'.
Ook toen Israël geen zelfstandig bestaan meer leidde, en het geestelijk laagconjunctuur was, ging God echter nochtans Zijn gang, namelijk in de geslachten. Zo gaat het ook nu: 'deze tijd, onze tijd is evenzeer in handen van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest als toen'. Moeten we ons nu aan het verleden vastklampen? Letterlijk zei dr. Klink: 'Als dat niet in ons voortleeft, dan zegt het niets meer. We hebben dan alleen nog maar God om ons aan vast te klampen. Goddank dat wij God hebben… Wiens toorn altijd tegelijk genade is'.
Zo worden we ook vandaag geroepen naar buiten te gaan, de wereld in, 'nee' te zeggen tegen de duivel en 'ja' tegen de Heilige Geest. En zo zou het mogelijk kunnen zijn, dat we opnieuw 'het hart van het volk raken'.
Gedachtewisseling
Na de lezing van dr. Klink was het laatste woord er nog niet over gezegd. Dr. A. Noordegraaf benadrukte dat Nieuwtestamentisch de kerk alleen in Christus is gefundeerd. Als de volkskerk weg is, is de kerk nog niet weg. Prof. dr. C. Graafland met name opponeerde tegen de volkskerkgedachte door te zeggen, dat het hart van de kerk ligt in het heil, dat in Christus is geschonken. Hij legde de nadruk op verkiezing, geloof, wedergeboorte en refereerde aan de Nederlandse Geloofs Belijdenis, waarin wordt gezegd, dat de kerk een heilige vergadering van ware Christ-gelovigen is. Dat beaamde (uiteraard) dr. Klink. Maar hij benadrukte het zendingsbevel: gaat dan heen onderwijst alle volkeren. De kerk is niet alleen een geestelijke grootheid. De kerk krijgt ook concreet gestalte in een land, onder een volk; ze krijgt concreet gestalte in de geschiedenis van een volk. Het gaat niet alleen om het individu maar ook om het volk als geheel en de verbanden onder het volk.
Ondergetekende herinnerde aan het woord van dr. Ph. J. Hoedemaker, dat mensen 'volksgewijs' tot Christus worden gebracht, in de gang van het Evangelie, dat naar de volkeren wordt gebracht.
Heeft de belijdenis zelf ook uitdrukkelijk de volkskerkgedachte in zich? Dr. Klink wees hier op artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis en wees op de doop, die gefundeerd is in het verbond, parallel aan de besnijdenis in Israël.
Verbond
In de gedachtewisseling ging het óók over het verbond. Dr. Klink had niet alleen over volkskerk en belijdenis maar ook over volkskerk en verbond gesproken. In hervormd gereformeerde kring is altijd het aspect van de 'tweeërlei kinderen des verbonds' benadrukt. Is vanwege de trouw Gods in Zijn verbond zo ook niet telkens gebleken, dat gemeenten of zelfs regio's binnen de historische (volks)kerk weer terugkeerden tot de bijbelse prediking en zich zo herstel van gemeenten openbaarde? De vraag is dan waar de grenzen van het verbond liggen, ook wanneer zich de ontwikkelingen naar een verenigde kerk voortzetten. In art. 29 van de N.G.B, wordt de kerk uitdrukkelijk onderscheiden van de secte, ten spijt dat in de kerk ook 'hypocrieten' voorkomen. Zou zo het verbond, in betrekking ook tot de historische kerk zich ook niet (kunnen) voortzetten in de toekomstige kerk? Want wat betekent het als dr. Klink pleitte voor het uitgaan naar buiten, opdat zo ook weer de ziel van het volk zou worden bereikt?
De discussie hierover had een open einde. Wel benadrukte dr. Klink tenslotte, dat wanneer gemeenten gaan scheuren, daarin tevens het verbond scheurt. Wanneer de gemeente niet wordt bewaard bij de eenheid wordt opnieuw het verbond gedeeld.
We zien terug op een uiterst nuttige en actuele gedachtewisseling. Dr. Klink legde met klem de kerkvraag voor aan een gezelschap hervormd gereformeerde predikanten, waarbinnen over deze vraag kennelijk verschil van opvatting bestaat. Gaat het (slechts) om het heil van de enkeling of gaat het om een kerk in relatie tot het hele volk?
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's