Gaven delen wereldwijd (1)
(Zending, Werelddiakonaat en Ontwikkelingssamenwerking)
Al enige jaren stelt het werelddiakonaat van onze hervormde kerk in samenwerking met de Raad voor de Zending en de organisaties voor zending, werelddiakonaat en ontwikkelingssamenwerking van de Gereformeerde Kerken in Nederland het educatieve thema 'Gaven delen wereldwijd' centraal. Voor het eerst dus binnen dit thema aandacht voor Zending, Werelddiakonaat en Ontwikkelingssamenwerking onder één noemer (Ook wel aangeduid als Z.W.O.). Wat ook voor het eerst is is, dat er een samenwerking is vanauit de verschillende bureau's van de hervormde en gereformeerde kerken op het terrein van zending en werelddiakonaat. Hiervoor – en dan spreken we over de periode 1983-1985 – werd nog afzonderijk gewerkt. In deze periode stond bij het werelddiakonaat het thema 'Werken om te overleven' centraal. Nu dus 'Gaven delen wereldwijd'. Graag willen wij u in deze artikelenserie laten kennismaken met de achterliggende motieven voor dit thema en naar een bijbelse motivatie zoeken. Maar voordat we hierop nader ingaan willen we eerst een uiteenzetting geven over enkele vragen, die direkt te maken hebben met Zending, Werelddiakonaat en Ontwikkelingssamenwerking, als één thema. Deze vragen zijn dan: 'Wat is Zending en wat is Werelddiakonaat?' Hierna willen we ingaan op de vraag: 'Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen zending en werelddiakonaat?' Vervolgens de vraag: 'Zending, Werelddiakonaat en Ontwikkelingssamenwerking in onze gemeenten, hoe doe je dat?', om tenslotte uit te komen bij het totale thema: 'Gaven delen wereldwijd'.
Wat is zending?
Waar begin je aan, om in enkele korte bewoordingen een antwoord te geven op deze vraag. Inderdaad is het beantwoorden van deze vraag niet eenvoudig. Alleen al niet vanwege de hoeveelheid literatuur, dat over zending aanwezig is. We proberen dan ook maar enkele lijnen te trekken en geven maar op voorhand aan, dat we verre van volledig kunnen zijn. Allereerst kunnen we opmerken, dat het zendingsgebeuren een 'bewegingsgebeuren' is. Dat wil zeggen: ensen worden geroepen om te verkondigen en gaan. Over de vraag, hoe deze verkondiging dient plaats te vinden zijn verschillende visies en meningen gegeven. Ook constateren we, dat er verschuivingen plaatsvinden. Er zit bijvoorbeeld verschil in de zending van 'toen' en in de zending van 'nu'. Van de zending 'toen', zou je kort samengevat kunnen zeggen, dat in de 19e eeuw zendingsgenootschappen zendelingen uitstuurden met als opdracht: 1. de verkondiging; 2. het onderwijs; 3. de medische hulp. Eenrichtingsverkeer dus! In de 20e eeuw gaan de zendingsgenootschappen over naar de kerken en na de tweede wereldoorlog zijn overal jonge kerken gesticht en komt er een eind aan het koloniale tijdperk. De jonge kerken worden zelfstandig. Na de jaren 50 en dan spreken we over zending 'nu' is er geen éénrichtingsverkeer meer, maar volwaardige samenwerking met de nieuwe kerken: 'zending in zes continenten', door wederzijdse assistentie, op alle terreinen van getuigenis, onderwijs, diakonaat en gemeente-opbouw.
Over zending 'nu' is natuurlijk veel meer te vertellen. In 1983 werd door de Raad voor de Zending van onze Nederlandse Hervormde Kerk aan de Generale Synode een beleidsnota voorgelegd met als titel 'Visie en werkelijkheid'. In deze nota wordt uitgegaan van de zendende God. Hij Zelf zendt de bevrijdende leiders van Israël en ten laatste Zijn eigen Zoon. Vervolgens wordt centraal gesteld de verwachting van het Rijk Gods als de volstrekte zeggenschap van Gods liefde, gerechtigheid en vrede. Bij dit alles haalt de nota een in onze tijd vaak gehoord begrip naar voren, dat heel wezenlijk is als het gaat over zending en evangelisatie. Bedoeld wordt het begrip 'contextualiteit'. Hierbij gaat het om het benadrukken van de 'context' en dat is: 'de samenhang', de omgeving of de situatie waarin de mens en de wereld, het land en de samenleving zich bevinden. Met andere woorden: je brengt het Evangelie niet zomaar naar 'een mens' of 'een volk', maar je brengt het naar een mens of volk in de samenhang van zijn situatie, in de concrete werkelijkheid van de historische toestand waarin men zich bevindt (overgenomen uit 'Schakels' van de IZB, nr. 42-juni 1985, waarin ds. A. Romein, uit Ede de visie van dit rapport bespreekt).
In welke context leven de mensen dan? Romein beschrijft dan verder: 'Wel, dan is het een duidelijk en onloochenbaar kenmerk voor talloze situaties, haast wel voor alle situaties in de gebieden, waar de zending bezig is, dat daar onrecht, armoede, conflicten en discriminatie heersen. Of je nu kijkt naar Indonesië, Zuid-Afrika, Nicaragua of Ethiopië: overal verdrukking van de minderheden, onrechtvaardige structuren, mensonterende armoede en economische ongelijkheid. De mensen sterven van honger, kreunen van onrecht, huilen van angst en missen alle perspectief.
Zending is dan volgens het beleidsstuk in onze tijd 'het doorlichten met het evangelie van met name conflict- en onrechtsituaties', om daarmee wat 'voorlopige' tekenen op te richten, vanuit de opdracht om de verzoening van allen met God door te trekken tot in onderlinge verzoening tussen mensen en groepen. De volle aandacht gaat dan naar de positie van vrouwen, gerechtigheidsvragen, mensenrechten en solidariteit met de armsten. Een nieuwe zendingstaak, volgens de beleidsnota en die ligt zo dicht bij het diakonaat, dat ineenschuiven van zending, werelddiakonaat en ontwikkelingssamenwerking wordt bepleit, met kerken overzee gesproken moet worden over de armen en de slachtoffers en er ook aandacht moet komen voor emanciperende bewegingen in ons eigen land.
Tot zover enkele door ds. Roomein getrokken hoofdlijnen van de nota. Romein gaat dan verder, door enkele kritische opmerkingen te plaatsen, waar ik graag mee wil instemmen: uitgangspunt van de nota is de missio Dei, dat wil zeggen: de zending Gods. Heel bijbels! Maar dat 'zendend' krijgt wel een zeer eenzijdige horizontalistische vulling, met sociale, economische en politieke aspecten. Nergens horen we iets over persoonlijke bekering tot God, overgave aan Jezus Christus als de Verlosser van mensen, die toch door hun zonde verloren kunnen gaan, ja, verloren zijn. Romein haalt hier prof. Runia aan, die in zijn reaktie op de nota stelt dat: 'alle nadruk valt op de horizontale relaties tussen mensen en volkeren, terwijl het heilsgebeuren in het Koninkrijk Gods allereerst de vergeving der zonde is, uit liefde tot de zondaars. Het Evangelie is voor de armen, het is niet het Evangelie van of vanuit de armen. Niet alleen rijken, ook armen moeten zich als zondaars bekeren tot de Heere God'. Vervolgens zegt Runia: 'Als in de kerk deze prediking der verzoening en bekering niet meer wordt verkondigd, dan krijgen de mensen stenen voor brood. Algemene verhalen over de verbetering van het mensenlot kun je net zo goed aanhoren in de politiek als in de kerk. Zending is toch: de mensen van God vertellen en dat is ook evangelisatie. Wie vertelt hun wat God in Zijn Zoon Jezus Christus gedaan heeft en van wat Hij door de Geest van Christus nog in ons en aan ons doet? Dat is het hart van de zaak. Dàt is DE prioriteit, aldus Runia. Maar wat dan te doen met de gerechtigheidvragen, het bestrijden van onrecht in de wereld? Ook daarin hebben wij toch een Woord voor de wereld? Zijn het juist ook niet de profeten geweest in het Oude Testament, die het onrecht aan de kaak hebben gesteld en wel in zeer krasse bewoordingen? Het is toch de taak van het diakonaat om op te komen voor de armen, de ontrechten? Het moge duidelijk zijn, dat deze vragen in het zendingswerk een grote rol spelen en men ook om deze vragen niet heen kan. In die zin kunnen we niet buiten de 'context' om. Dus wel degelijk een overeenkomst tussen zending en werelddiakonaat? We zullen het straks nog nader uitdiepen, wanneer we bij dit punt terecht zijn gekomen. Niet eenvoudig, dus, om klip en klaar een antwoord te geven op de vraag: Wat is zending'? Wat wel heel duidelijk is, is de zendingsroeping van Christus: Gaat dan heen…!' Een oproep aan ons persoonlijk, aan onze gemeente. Hoe geven wij aan deze oproep gestalte? Gaat er van ons gemeente-zijn een getuigenis uit? Wekken wij anderen op tot jaloersheid en zeggen: 'Zie eens hoe lief zij elkander hebben?' God zendt ons – en dat is een groot wonder – als zondige mensen de wereld in om te getuigen en te dienen. Gods zending gaat dus van de Heere uit. 'Onze God is een zendende God' (C. Snoei).' Vrede zij u, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik U' (Joh. 20 : 21).
Wat is werelddiakonaat?
Werelddiakonaat is een taak van onze hervormde kerk, vanuit de diakonale opdracht om te zien naar mensen in nood. Het werelddiakonaat wordt dan ook gedragen door het diakonaat van de gemeenten. Diakonieën zijn dan ook heel direkt voor dit werk verantwoordelijk. Het werelddiakonale werk van onze kerk, staat dus nergens los van, maar is geheel ingebed in onze presbyteriale kerkstructuur. De Generale Diakonale Raad, als bijstandorgaan van onze Generale Synode, draagt zorg voor de uitvoering van het (wereld)diakonale werk. In deze Raad zijn vanuit de provincies diakenen vertegenwoordigd. Het werelddiakonale werk wordt uitgevoerd door de commissie werelddiakonaat, onder leiding van drs. G. Boer. In deze commissie hebben onder andere ook zitting een vertegenwoordiger van de GZB en op persoonlijke titel, de heer ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris van de gereformeerde bond in de Ned. Herv. Kerk.
De taak en werkwijze van deze commissie wordt jaarlijks uitvoerig beschreven in het uit te geven jaarboekje werelddiakonaat.
Maar wat is nu konkreet werelddiakonaat en waar gaat het om? In het kort zou je kunnen zeggen: het werelddiakonaat is in zichzelf een verklaring van het Evangelie in de taal der handen. Het gaat er daarbij om dat mensen en dingen weer op hun bestemde plaats terecht komen en daar de hun toegedachte rol gaan spelen, opdat er vrede en recht geschiedt. Het gaat om de dienst, de diakonia aan mensen, schepselen van God in nood, ongeacht geloof of kleur. Het gaat heel konkreet om de bijbelse opdracht om hongerigen te voeden, naakten te kleden, dorstigen te drinken te geven, vreemdelingen te herbergen, gevangenen te bezoeken (Mattheüs 25 vers 33-41). Het is voldoen aan de opdracht van Christus: 'Geef gij hen te eten…'! Dit dienstbetoon is geen menselijke eigenschap, of humanitaire daad, maar komt voort uit de prediking van het Woord van God. Is een daad van God zelf. Die het recht der armen, der verdrukten gelden doet (Psalm 146). Wij zijn het niet, die het recht zoeken en uitdragen. Beslist niet, wanneer we zien op onszelf. Wel is het zo, dat God ons als mensen gebruiken wil om Zijn recht te herstellen. Het is Zijn Geest en Zijn Liefde, die ons aanmoedigt, stimuleert, ja ons in vuur en vlam zet, voor de nood van de ander! Van daaruit gaan wij proclameren, krijgen wij 'vernieuwde' handen en voeten, ogen en oren, die vóór anderen in beweging komen en kunnen vandaaruit dan ook geen onrecht bij onszelf en bij anderen meer verdragen en wijzen naar Hem, die het onrecht zo smartelijk gedragen heeft aan het kruis! Want daar alleen en nergens anders en door niemand anders, kan voor 'onrecht' Verzoening zijn!
We stellen dan in navolging van de profeten, het onrecht aan de orde, maar tegelijkertijd wijzen wij op de kern van het onrecht! Waarom onrecht? Omdat het volk zich niet bekeert! We hebben een Machtige God, Die nog van doen wil hebben met een 'hardnekkig volk'!
A. Peters, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's