DE PROFETIE SINDS „PINKSTEREN”
Profetie in het Nieuwe Testament (4)
In de voorafgaande hoofdstukken hebben we gezien de profetie in Lucas 1 en 2, bij Johannes de doper en bij Jezus. We willen nu aandacht schenken aan de gave der profetie na Pinksteren (Handelingen 2) en dan vooral de profetie, zoals we die in de eerste brief aan de Corinthiërs uitvoerig beschreven vinden. Wanneer we de verschillende schriftgegevens nagaan, komen we tot de volgende kenmerken.
1. Profetie is verkondiging van goddelijke openbaring aangaande het heilsplan Gods tot aan de wederkomst van Christus. Hier denken we vooral aan de Openbaring van Johannes; deze wordt genoemd „de woorden dezer profetie" (Openb. 1 : 3). En in Openb. 22 : 6 blijkt het één van de kenmerken van de profeten te zijn dat God Zijn engel zond „om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet”.
2. Profetie is verkondiging van goddelijke openbaring aangaande de verborgenheid (grieks: usterion) van de roeping der heidenen (Ef. 3:5).
3. Profetie kan ook iets van de nabije toekomst openbaren. We denken aan Agabus die (Hand. 11 : 28) profeteerde de grote hongersnood, die over de gehele wereld komen zou; en die aan Paulus zei dat hem in Jeruzalem gevangenschap wachtte (Hand. 21).
4. Profetie verkondigt Gods wil in een bepaalde situatie; we denken hierbij aan Hand. 13 : 1 vv.: er waren in Antiochië enige profeten en leraars; toen zij den Heere dienden en vastten, zeide de Heilige Geest: zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. In dezelfde lijn ligt de mededeling aangaande Timotheus, dat er over hem van tevoren profetieën zijn uitgesproken, n.l. over de arbeid en de strijd die hem te wachten stonden, maar ook over de gave die hem door de Heilige Geest geschonken was (1 Tim. 1 : 18 en 4 : 14).
5. De profetie sticht de gemeente, bouwt haar op (1 Cor. 14 : 4) door vermaning of vertroosting of onderwijzing (1 Cor. 14:3 en 19).
6. De profetie maakt het verborgene openbaar van het hart (1 Cor 14 : 24 v.v.): maar in dien zij allen profeteerden, en een ongelovige of ongeleerde kwam binnen, die wordt door allen overtuigd en hij wordt door allen geoordeeld; en alzo worden de verborgen dingen zijns harten openbaar. Dit is de „ontdekkende" kracht van de profetie.
We menen dat het goed is om de schriftgegevens aangaande de profetie, die we zojuist gevonden hebben, te zien in het licht van Hand. 2: de uitstorting van de Heilige Geest. En dan vinden we daar dat allen die in Christus geloofden en daar bijeen waren met de Heilige Geest vervuld werden.
1. Door de Heilige Geest vervuld spraken ze in andere talen.
2. De inhoud van hun spreken was: de grote werken Gods.
3. Dit spreken van de grote werken Gods in vreemde talen was de vervulling van Joel 2 : 28.
4. Deze belofte door Joel hield in: alle leden der nieuw-testamentische gemeente zullen zo met de Heilige Geest vervuld worden, dat ze profeteren (dezelfde betekenis in „dromen dromen" en „gezichten zien”).
5. Dit blijkt in vervulling te gaan als op de Pinksterdag de gelovigen in vreemde talen spreken „de grote werken Gods".
Hieruit mogen we concluderen: profeten in de nieuwe bedeling is ten diepste „door de Heilige Geest de grote werken Gods spreken”.
Dit zouden we willen noemen „profetie in ruimere zin". Deze profetie in ruimere zin kan zich dan op allerlei manieren openbaren, nl. in „profetie in engere zin", d.i. het ontvangen van bijzonder opvallende en betekenisvolle openbaringen o.a. aangaande de toekomst; maar ook in de z.g. glossolalie, d.i. het spreken in een onverstaanbare taal, die aparte uitlegging vereist. Deze beide vormen van profetie, nl. profetie „in engere zin" en glossolalie, worden dan vooral in 1 Cor. 12-14 naast elkaar behandeld, terwijl de apostel de meeste waarde hecht aan de profetie, omdat deze altijd geschiedt in duidelijke, voor het verstand verstaanbare woorden, in tegenstelling met de glossolalie, die zonder uitleg onverstaanbaar is.
We kunnen bovendien de grenzen tussen deze beide gaven niet strak trekken. Dat behoeft ook niet als we bedenken dat het een en dezelfde Geest is, die deze gaven ontvangt van de ene Here Christus. Hij is het die te spreken geeft en dan komt er profetie.
De wijze, waarop deze profetie zich uit, is veelzijdig: dit kan „profetie in engere zin" zijn nl. als bijzondere openbaringen over verborgen dingen. Dit was vooral nodig bij de stichting en de uitbreiding van de kerk. Dit kan ook glossolalie zijn, eveneens sterk verbonden met de uitbreiding van de kerk. Maar het voornaamste in deze verschillende Geestesuitingen is dit: Christus geeft te spreken de grote werken Gods in heden, verleden en toekomst. En daarin openbaart Hij zich als de hoogste Profeet en Leraar, die Zijn volk ook maakt tot profeten. En dan spreken ze met volmacht, zich geroepen wetend, overtuigend, ontdekkend, vermanend, vertroostend, lofprijzend, biddend.
We merken hierbij nog op dat wij wel proberen te onderscheiden tussen profetie „in ruimere zin" en „in engere zin", en bovendien tussen profetie „in engere zin" en glossolalie, maar deze onderscheiding is zeer gebrekkig. Dit wordt ons duidelijk als we bedenken in welk een overstelpende volheid de Geest werd „uitgestort". De Geest was als een bruisende stroom, zo overstelpend rijk.
Wij kunnen proberen de verschillende gaven van deze Geestesstroom in vakjes onder te brengen, en de Schrift zelf onderscheidt ook de verschillende gaven. Maar het moet ons niet bevreemden als de grenzen tussen de verschillende Geestesgaven vloeiend blijken. De Geest loopt over de begrenzing heen.
In de gave van de profetie ging in vervulling de belofte van Christus in Joh. 16 : 12v.v.: nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen; maar wanneer die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen en zal het u verkondigen.
Deze belofte werd gesproken tot de apostelen. Zij kwamen met Pinksteren op een hoger niveau te staan. De Heilige Geest roept bij de apostelen alles in herinnering, wat Christus heeft gezegd. Daardoor konden ze de evangeliën schrijven. Maar de Heilige Geest zal door voortgaande openbaring daar nieuwe zaken aan toevoegen, hetgeen we in de Brieven vinden en in de Openbaring van Johannes. Hier zijn we op het terrein van de „inspiratie" door de Heilige Geest. Dit behoort ook tot de profetie. Maar dit werk van de inspiratie door de Heilige Geest is met de apostelen afgesloten. We hebben geen nieuwe openbaringen te wachten. We hebben een gesloten canon. Wel zet Christus door de Heilige Geest Zijn profetisch onderwijs voort, maar Hij doet dit door middel van de eens gegeven en nu in de Schrift vastgelegde openbaring. En hiermee zijn we op het terrein van de „illuminatie": de verlichting. Deze gaat voort in de „gemeente" tot het einde toe. Door de „verlichting" van de Heilige Geest ontvangen we dieper inzicht in wat God openbaart in de Schrift. Maar door deze zelfde verlichting door de Heilige Geest wordt ons in bepaalde concrete situaties gegeven, wat we spreken zullen; dit echter steeds in gebondenheid aan de in de Schrift gegeven openbaring.
J. den Besten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's