De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

7 minuten leestijd

En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen. Lucas 24 : 37.

Uit alle mededelingen rondom het zalige Paasgebeuren wordt het ons wel duidelijk, dat het wondere heilsfeit van Pasen gekend en aangenomen dient te worden door het waarachtig geloof. Christus is na Zijn opstanding nooit verschenen aan één van Zijn vijanden om hen er zó van te overtuigen dat zij het dan toch maar mis gehad hadden. Er is ook niemand ooggetuige geweest van de daad van de opstanding zelf. De Heere heeft het geloof van de Zijnen onderwezen over Zijn opstanding doordat Hij hun geloof de levende Christus deed vinden in het Woord, terwijl Hij daar dan vele gewisse kentekenen aan toevoegde. (Handelingen 1:3).

Wanneer dan ook de opstanding des Heeren door het geloof gekend mag worden, dan betekent dat nooit, dat men klaar is, dat men een punt kan zetten. Het geloof zet altijd alleen maar een komma; het is wel een rustpauze, maar dan alleen om ook terstond weer verder te gaan. Het geloof vraagt altijd om vervulling, om aanschouwen. Verstand en gevoel kunnen zo echt „klaar" zijn met het constateren en beamen van een feit; maar het geloof niet alzo. Op dit punt dienen we wel zeer nauwlettend toe te zien, als we het hebben over de zekerheid des geloofs. Want soms zit er bij de geloofszekerheid erg weinig werkelijk geloof en heel veel zekerheid van verstand en gevoel; en die twee zijn toch van een totaal verschillende orde.

Toen Maria Magdalena bij het graf haar levende Meester mocht terugvinden, toen heeft zij blijkbaar haar Heere in volle verzekerdheid aangegrepen. Nu was zij klaar, nu had zij Hem terug Die zij in onverderfelijkheid had leren liefkrijgen. Maar kennelijk dreigt Maria de hierboven aangeduide dwaalweg in te slaan; en om haar weer op het pad des geioofs te leiden, wijst Jezus haar terug met de woorden: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren.... (Joh. 20: 17).

Terstond denken we aan dezelfde dwalingen en misvattingen als we onze tekst lezen in 't verband waarin die gesteld is.

We bevinden ons op de avond van de Paasdag in de samenkomst van de discipelen te Jeruzalem. Enkele ogenblikken geleden zijn daar juist de Emmaüsgangers weer binnengekomen. Zij hadden een heerlijke boodschap, want op hun weg van Jeruzalem naar Emmaüs hebben zij de Heere ontmoet; en door Hemzelf zijn zij onderwezen en gebracht tot de zalige zekerheid van Zijn opstanding. Maar vóór dat zij nog met hun verhaal kunnen beginnen, klinkt hen al uit de mond van de elven de blijde jubel tegen: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien! (vs. 34).

Wat zullen deze mensen het druk gehad hebben met elkaar over het machtige heilsgebeuren van die gedenkwaardige dag!

Van één ding mogen we ons wel volledig overtuigd houden, en wel van het feit dat in deze kring er een volle verzekerdheid was betreffende de opstanding van de Zaligmaker. Alle twijfel en onzekerheid is hier wel uitgebannen; neen, de Heere is waarlijk opgestaan ...!

Maar als we nu gaan vragen: Is al die zekerheid hier nu ook de echte zekerheid des geloofs, dan aarzelen we toch even. En bij nader toezien moet ons antwoord zelfs „Neen" zijn. We lezen namelijk, dat Jezus aan deze mensen verschijnt. En dan overvalt Hij hen met Zijn verschijning niet als ze toevallig met iets totaal anders bezig zijn, zoals later bij de visvangst, zodat ze om die reden nog verrast en overrompeld zouden kunnen zijn; nee. Hij staat in htm midden, als zij juist van deze dingen spreken met elkander, (vs. 36).

Christus' verschijning is dus alleen maar een bevestiging van dat wat zij allemaal geloofden en waar ze juist met elkaar over aan het spreken waren. Ook worden zij daar niet, wat wij zouden noemen, „betrapt", want de Heere zegt tot hen: Vrede zij ulieden!

Ach, wat is hun geloof toch nog maar klein en zwak; als de Heere niet anders doet, dan alleen maar hun geloof bevestigen, dan zijn ze allen verschrikt en zeer bevreesd en menen ze dat ze een geest zien.

Van al die zekerheid bij deze mensen blijkt het nu, dat er zo veel  zekerheid van verstand en gevoel bij zit, en zo weinig zekerheid van het waarachtig geloof. Want wat gebeurt er eigenlijk door deze verschijning van Christus? Wel, we zouden kunnen zeggen: Hier laat de Heere het geloof als het ware even een klein beetje overgaan in aanschouwen. En nu is het meteen mis; de discipelen raken er helemaal door in de war. Hun zekerheid leek wel geweldig, maar het aandeel van het geloof daarin is blijkbaar nog maar erg klein en zwak. Blijkens vers 38 worden de discipelen daarover door de Heere dan ook terecht gewezen en berispt.

Wat ligt in dit alles een dringende waarschuwing en vermaning met name voor de oprechte gelovigen! Gedreven door deze geschiedenis zouden we willen vragen: Zijn we wel eens geschrokken voor de kleinheid en zwakheid van ons geloof; zijn we wel genoegzaam onder de indruk gekomen van de dringende noodzakelijkheid om het geloof te voeden, te versterken en te oefenen?

We vrezen wel eens dat de wijze maagden met de dwaze maar al te veel in een geruste en zorgeloze slaap zijn gevallen op het zachte kussen van gevoels- en verstandszekerheid.

Ons allen staat te wachten de wederkomst van Christus, en dat zal nog in elk opzicht heel wat anders zijn dan de verschijning van Christus hier in de kring van Zijn discipelen. En hetzij we nu een groot geloof ontvingen, of een klein geloof, van beide geldt het dat we geroepen zijn om getrouw te zijn over „het weinige", dat we ontvingen, zullen we ooit als goede en getrouwe dienstknechten gezet worden over „veel" in de dag der dagen.

In dit leven zal de gelovige het dan ook erg druk hebben met dat voeden, oefenen en versterken van het geloof. Het is bij wijze van spreken niet verantwoord om ook zelfs maar voor één dag het talent van het geloof in een zweetdoek te wikkelen en in de aarde te begraven.

Na Zijn opstanding is Christus nog veertig dagen lang druk bezig geweest om het kleine en zwakke geloof van Zijn discipelen te versterken, opdat Hij ze zetten kon over het vele dat Hij als taak voor hen bestemd had.

De Heere heeft Zich daartoe bediend vooral van twee middelen: Hij heeft Zichzelf levend vertoond, met vele gewisse kentekenen, en sprak van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan. (Hand. 1 : 3).

In wezen zijn dat dus dezelfde middelen, die de Heere ook nu nog gebruikt om de Zijnen toe te bereiden en gereed te maken voor de dag van Zijn wederkomst. Immers ook nu geeft en laat de Heere ons nog de prediking des Woords en het gebruik der heilige sacramenten. En wat hebben we die dringend nodig om het geloof te oefenen, te voeden en te versterken!

Bij de discipelen is die oefening en dat onderricht niet zonder resultaat en uitwerking gebleven. Duidelijk kunnen we immers een opgaande lijn ontdekken in die veertig dagen vóór de hemelvaart. Als Jezus op de opstandingsdag zelf aan Zijn discipelen verschijnt, dan zijn ze nog totaal in de war, hoewel ze juist met elkaar druk aan het spreken zijn over het wonder van de opstanding zelf. Als de discipelen een week later weer vergaderd zijn, hebben ze nog wel de deur op slot, maar van een volkomen verwarring lezen we niet meer; de discipelen werden verblijd als zij de Heere zagen. (Joh. 20:20). En weer veel later verschijnt Jezus zelfs aan Zijn discipelen als ze volop aan het werk zijn en het erg druk hebben met het vissen. Maar ook zelfs dan herkennen zij Hem zeer spoedig en gaan ze zonder vreze Hem tegemoet. Er zit dus wel een duidelijke vooruitgang in.

Kunnen wij zo ook gewagen van een groei en wasdom van het geloof onder het horen van Gods Woord en het gebruiken van de sacramenten?

(Ede)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's