JEZUS’ VERNEDERING
Gij, Heer, schiept aller dingen zijn; Gij werdt voor ons gering en klein ; Gij legt U neer op 't dorre gras, dat voer voor os en ezel was.
Al was de wereld ééns zoo wijd met edelsteenen geplaveid, toch was het al U nog te klein, te eng om U een wieg, te zijn.
Uw hermelijnen Koningtooi is : linnen winds'len, steek'lig hooi; daar ligt Gij, Koning, stralend rijk, al was de stal Uw hemelrijk.
Kom zacht — o heilig Christuskind — te leven in elk, die U vindt.
Woon in mij, laat het harte mijn voor immer Uwe kribbe zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's