Boekbespreking
Wissenschaft, Glaube und die Zukunft des Menschen, herausgegeben vom Oekumenischen Rat der Kirchen, 100 S. DM 14, 80, Kreuz-Verlag, Stuttgart, 1971.
Van 28 juni tot 4 juli 1970 werd in Geneve een conferentie gehouden, uitgaande van de Oecumenische Raad van Kerken over de toekomst van de mens en de maatschappij in een wetenschappelijktechnische wereld. Een internationaal gezelschap — er waren ook deelnemers uit Azië, Afrika en Latijns-America — van technologen, biologen, physici, onder wie bedrijfsleiders van grote concerns, kwam hier samen; ook theologen ontbraken niet, maar zij zaten niet op de voorste rij.
Het boek hierboven genoemd geeft nu een documentatie-bericht van deze conferentie, waar de grote problemen die de ontwikkeling van de techniek overal met zich brengt ter sprake zijn gekomen, soms in scherpe discussie. Het behoeft ons niet te verwonderen dat hier meer vragen en problemen ter tafel kwamen dan dat verlossende antwoorden werden gegeven. Het kwam ook uit, dat van de theologen wat verwacht wordt in deze. Ik denk aan een opmerking van een computer-deskundige uit de Ver. Staten tot de theologen: U bent voor de waarden verantwoordelijk, wij voor de techniek.
Op de conferentie heeft men zich afgevraagd welk beeld de beoefenaren van de natuurwetenschappen e.a. hebben over de toekomst van de mens. En als men de technische mogelijkheden en de ontwikkeling van de maatschappij beziet waarop kan de mens dan hopen of waarvoor moet hij vrezen? De vraag is altijd weer: Wie gebruikt de technische mogelijkheden? En hoe worden zij benut? Het is niet voldoende dat maatregelen worden genomen om wat schadelijke 'bijwerkingen' van de techniek te verkleinen of geheel te elemineren. Techniek betekent macht. En daarin zit altijd een gevaar. Tussen mens en techniek is de vraag, wie heer is en wie knecht. Men denke maar aan ons spraakgebruik: wij bedienen de machine!
Milieuproblemen zijn niet alleen moeilijkheden voor de zgn. rijke landen. En over rijke landen gesproken, men was niet blind voor de gevaren van rijkdom. Er wordt al te gemakkelijk gedacht: als er, maar meer geproduceerd wordt. Maar daarmee zijn wij er niet. Ik denk aan de man, die zeide: De mens moet zijn blik weer richten naar de gewone, onmisbare dingen van het leven: Een dak boven het hoofd, voedsel, kleding, opvoeding, ontspanning. Een stuk moed m.i. om dit tegenwoordig te zeggen.
Er staan aangrijpende dingen in dit boek, naakte feiten, waar wij niet aan voorbij kunnen. Over de computer wordt geschreven onder het hoofd: Nieuwe slaven, nieuwe heren? — Over verstedelijking werd gesproken, over bevolkingsproblemen.
In Een geloot voor een nieuwe wereld komen de theologen aan het woord, het is een veelvoud van antwoorden, waaruit wel blijkt, hoe men oog heeft voor een demonisch potentiaal, dat in de techniek zit.
Een betrekkelijk klein werk, dat grote vragen aan de orde' stelt zonder te doen, wat men aan de moderne massamedia verwijt: paniek zaaien, en dat daarom recht heeft op kennisname en bestudering, al zullen wij over de vragen, waarover wij kunnen oordelen — en dan nog bescheiden — meer dan eens een antwoord in andere richting zoeken.
De synode van Emden oktober 1571, 148 blz., ƒ 14, 90, Uitg. Mij J. H. Kok, Kampen 1971.
Ter gelegenheid van de vierhonderdjarige herdenking van de Synode die in Emden van 4 tot 13 oktober 1571 werd gehouden verscheen deze bundel opstellen onder redactie van dr. D. Nauta, Dr. J. P. van Dooren en dr. O. J. de Jong.
Men heeft Emden wel genoemd de moederkerk der kerke Gods. Boven de Oosterpoort van de stad heeft men later een randschrift ingebeiteld rondom het scheepje van de kerk: Godts Kerck Vervolgt, Verdreven heeft Godt hier troost gegeven. Over Emden gaat het eerste artikel, Emden toevluchtsoord van ballingen, van de hand van Nauta. In dagen van zware vervolging, van de harde vrijheidsstrijd kwam men samen in wat eigenlijk de eerste nationale synode is geweest. Het was een kleine kring: 29 leden van wie 19 predikanten, 5 ouderlingen, 3 aanstaande en 2 gewezen predikanten. Een stuk vaderlandse kerkgeschiedenis, zo nauw verbonden met de geschiedenis van opstand en bevrijding van het volk gaat aan de lezer voorbij. Dat geldt ook van wat J. J. Woltjer schrijft over De politieke betekenis van de Emdense synode. Hij schetst de ontwikkeling in het nederlandse protestantisme tot 1571 en de verandering in de houding van Willem van Oranje. In de eerste jaren waren het alleen de Dopersen, die afzonderlijke eigen gemeenten hadden gevormd. Hij wijst op de spanningen tussen de protestanten van Vlaanderen en Brabant en die van Holland (preciesen en rekkelijken; deze spanningen zouden een kenmerk zijn geweest gebleven van de geschiedenis van de Republiek) en op de beslissende betekenis van de gebeurtenissen in 1566 (het jaar o.a. van het smeekschrift der edelen) voor de houding van W. van Oranje. De auteur meent, dat wat de preciesen sinds Wesel hadden nagestreefd zij in Emden zouden hebben bereikt. Oranje en de rekkelijken zouden de grote verliezers te Emden zijn geweest. Wat niet wil zeggen, dat de overwinning van de preciesen volledig is geweest, b.v. allerlei toezicht en invloed van de overheid op de kerk.
Op deze vragen gaat Van 't Spijker in in zijn stuk over Stromingen onder de reformatorisch gezinden te Emden. Had Fruin gelijk als hij wees op de tegenstelling tussen de preciese Calvinisten van het Zuiden en de rekkelijken van het noorden? Terecht wijst hij op de complexiteit van de hier liggende vragen en onderscheidt duidelijk een kerkordelijk, een confessioneel en een politiek aspect. Zonder aarzelen heeft men daar beslist, dat als getuigenis van de consensus in doctrina (de overeenstemming in de leer) tussen de Nederlandse kerken zou dienen de Confessie Belgica (d.i. de Nederlandse Geloofsbelijdenis). Van een politieke stellingname heeft Emden zich onthouden; de kerk heeft zich te concentreren op haar eigen zaken.
J. P. van Dooren schrijft over de voorbereiding van de Synode en geeft een aantal bijzonderheden uit het leven van de deelnemers.
J. Plomp gaat in op de Kerkorde van Emden. Men begint met het wat men genoemd heeft de gouden regel van het Gereformeerde kerkrecht, hier art. 1: Geen kerk zal over een andere kerk, geen dienaar des Woords, geen ouderling noch diaken zal de een over de ander heerschappij voeren, maar een iegelijk zal zich voor alle suspicion en aanlokking om te heerschappen wachten. — Dit antihiërarchische beginsel wordt ook uitgewerkt in de verschillende bepalingen. Emden is presbyteriaal-synodaal. Een kerkorde is noodzakelijk, maar veranderlijk. Een tegenstelling tussen Wesel en Emden wijst de schrijver af. In wezen is de kerkorde waaronder de kerk in de dagen van de Republiek heeft geleefd geen andere dan die van Emden.
In een slotartikel gaat F. J. R. Knetsch in op Het getuigenis van Emden in de situatie van heden. 'Wat zegt Emden nu? Als geheel is dit m.i. een weinig bevredigend stuk. Emden zou een ander beeld van 'calvinisten' geven dan men heden vaak heeft. De auteur laat de betekenis zien van enige momenten waarop in Emden een sterk accent is gelegd, o.a. de tucht. Hij denkt voor het heden aan de Raad van kerken als een actiecentrum. — Hij waarschuwt ten slotte bij de herdenking van Emden voor het bezoek aan een museum, hoogst interessant, wellicht zelfs roerend, maar voltooid verleden tijd... Ja, daarin heeft de schrijver gelijk, er is reeds teveel levend bezit naar een museum gebracht!
Ik hoop, dat velen zich dit werk, dat tot stand kwam met steun van het Prins Bernhardfonds zullen aanschaffen.
D. B. Bt.
Dr. G. P. van Itterzon, Belijnd belijden? 224 blz. ƒ 16, 90. Kok, Kampen 1971.
Ter gelegenheid van het feit dat prof. dr. G. P. van Itterzon wegens het bereiken van de 70-jarige leeftijd zijn hoogleraarschap aan de Utrechtse universiteit moest neerleggen, hebben de heren Arendshorst en Broeyer uit de door Van Itterzon geschreven artikelen een bloemlezing samengesteld, als een blijk van waardering en huldiging van de bekende utrechtse kerkhistoricus.
Het is niet zo eenvoudig een feestbundel te recenseren. Zeker als het een bundel betreft, met artikelen van de betrokkene. Critiek op een feestbundel is een ongepaste zaak.
Anderzijds maakt de inhoud van deze bundel het me ook weer makkelijk er het een en ander over te schrijven. Het is nl. in een woord een prachtig boek geworden, dat niet alleen aan de schrijver van de artikelen zelf vreugde bereid zal hebben, maar tevens met vreugde ontvangen wordt door de brede schare lezers die in de loop der jaren met belangstelling de vele pennevruchten van de auteur gevolgd hebben. Dat de samenstellers voor een moeilijke keus stonden, is duidelijk. Wat moet je wel en wat niet opnemen? Maar ze zijn er m.i. uitstekend in geslaagd een duidelijk portret van de scheidende hoogleraar te tekenen.
Allereerst leren we er Van Itterzon kennen als de bekwame kerkhistoricus, die met name thuis was in de kerkgeschiedenis van de Reformatie. Ik denk aan artikelen over het jaar 1559, over de nederlandse belijdenisgeschriften, over de actuele betekenis van Gomarus. Ik denk met name aan het prachtige opstel 'Klassiek-gereformeerde vroomheid' waarmee de bundel begint. Gereformeerde vroomheid wordt gekarakteriseerd door het ernst maken met Gods macht, Gods wet, Gods Rijk en Gods eer. Duidelijk wordt ook aangegeven het trinitarisch karalcter van deze vroomheid.
Voorts komen we in deze bundel de dogmenhistoricus Van Itterzon tegen, die vanuit een brede kennis van de dogmengeschiedenis de problematiek van de eigen tijd benadert en daarin belijnd belijden wil. Ik wijs met name op een voor de GTSV 'Voetius' gehouden lezing over de Heiliging, een prachtig overzicht voor ieder die in kort bestek geïnformeerd wil worden. En dan ook het afscheidscollege over de Verzoening, waarin Van Itterzon vanuit de dogmengeschiedenis een critische behandeling geeft van de veelbesproken dissertatie van dr. Wiersinga. De schrijver wijst op de samenhang tussen Abaelardus en Wiersinga.
In de derde plaats komen we in deze bundel de specialist kerkrecht tegen. Talloze gemeenten, predikanten en andere ambtsdragers hebben in de loop der jaren deskundige adviezen gekregen. De liefde voor de orde der kerk en de pijn om de verwoesting van het kerkrecht zijn af te lezen uit enkele artikelen over de practijk van het kerkrecht en de grenzen van de kerk.
In de vierde plaats heeft Van Itterzon een grote plaats ingenomen op het terrein van het christelijk onderwijs. In een referaat 'Christelijke school zonder God? ' laat de schrijver de ernstige consequenties zien van de modernistische horizontalistische theologie voor het onderwijs, anders gezegd voor het christelijk karakter van de school. Een christelijke school kan in de sfeer van de moderne theologie niet ademen. De bijbelse bodem is immers geheel verlaten. M.i. zaken, waar met name het christelijk onderwijs ernstig mee heeft te rekenen. Wij zijn dankbaar dat de schrijver op deze wijze de crisis die ook de school met de Bijbel bedreigt signaleert.
In de vijfde plaats bespeuren we in deze bundel het voluit confessionele geluid. Ik noem een evenwichtig artikel over leer en leven, en voorts artikelen over de Dooppractijk en het Avondmaal. De artikelen over de dooppractijk dateren uit 1940/41, Hoewel we wellicht vandaag de accenten wat anders zouden leggen, zijn ze toch van belang vanwege de sterk verbondsmatige inslag. Ook een artikel over wezen en opdracht van de kerk uit 1943/44 is na bijna 30 jaar nog boeiende en actuele lectuur.
In de zesde plaats blijkt uit deze bundel hoe prof. Van Itterzon in zijn publicaties zich steeds dienaar des Woords wist, geroepen om met het Woord Gods de gemeenten te dienen. Het blijkt onder meer uit het feit dat deze bundel wars is van alle overtollig geleerdheidsvertoon. Ieder die wat thuis is in de Bijbel en de belijdenisgeschriften zal met vrucht deze bundel lezen.
Het is de niet geringe verdienste van Calvijn geweest dat zijn werk leesbaar was voor het gewone gemeentelid. Van Itterzon is daarin een waardig leerling van de grote Hervormer.
Als ik daarom toch nog op een gemis mag wijzen, dan zou ik willen zeggen: jammer, dat de samenstellers niet in de gelegenheid waren aandacht te geven aan de preken van prof. Van Itterzon. Het is bekend hoe hij nog zondag aan zondag de gemeente dient in de dienst des Woords.
Het beeld wat deze bundel ons geeft zou er bepaald bij gewonnen hebben als ook enkele preken waren opgenomen. Maar misschien is er nog de mogelijkheid van een tweede bundel, een vervolg op dit zo geslaagde initiatief.
Rest mij nog te zeggen dat dr. L. D. Terlaak Poot een sympathieke biografische schets gaf. Kok gaf het werk keurig uit. Al zeg ik wel: jammer dat dit jubileum cadeau geen gebonden uitgave kon krijgen, maar aangeboden is in een — overigens fleurige — paperback. Het is geen afgezaagde terrn als ik deze aankondiging beëindig met de wens uit te spreken dat deze bundel ook onder de lezers van 'De Waarheidsvriend' zijn weg zal vinden. U doet er u zelf een genoegen mee.
A. N. Ede
P. V. Glob: Mummies uit het Veen; Uitgave A. J. G. Stiengholt, Amsterdam, 200 pagina's; ƒ20.
In dit prachtige, fraai uitgevoerde boek worden allerlei vondsten van menselijke lichamen beschreven, die gedurende 1000-2000 jaren bewaard zijn gebleven in veengronden. Hoofdzakelijk worden vondsten uit de Deense moerasgronden beschreven, maar daarnaast ook — zij het minder uitgebreid — bepaalde vondsten in andere landen. De moeraszuren, die in het bodemwater aanwezig zijn, zijn er de oorzaak van dat huid en haren van de gestorvenen werden gelooid zodat de lichamen voor bederf werden gevrijwaard. Foto's van de verschillende vondsten verluchten het boek.
In het laatste gedeelte van het boek beschrijft de auteur aan de hand van andere archeologische vondsten de leefwijze van de mensen uit de tijd rondom het begin van onze jaartelling in de Deense veengebieden.
Al met al een bijzonder interessant boek. Hier en daar plaatsten we een vraagteken ten aanzien van uitspraken van de schrijver die levensbeschouwelijk gericht zijn.
v. d. Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's