Globaal bekeken
In het begin van deze eeuw ontving ieder, die in Kampen belijdenis des geloofs aflegde, van de kerkeraad een geschriftje, getiteld 'Tot een aandenken aan uwe belijdenis'. Voorin stond dan de naam van degene aan wie het gegeven werd, met ondertekening van de predikant en een ouderling. Hier volgen enkele 'opwekkingen onzer liefde'.
'Blijf u bestendig oefenen in de kennis der waarheid die naar de godzaligheid is. Onderzoek dagelijks met ernstig en biddend nadenken de H. Schriften, en wees nauwgezet in het bijwonen van de openbare godsdienst, vooral ook van de Catechismus-en Belijdenispredikatiën. Verzuim nimmer de ernstige voorbereiding voor en de viering van des Heeren Avondmaal, en heilig de ganse rustdag, wekelijks, als de dag des Heeren.
Verenig u dagelijks met uw huisgenoten tot huiselijke godsdienst Vooral wanneer gij aan het hoofd van een gezin door God geplaatst zijt, is deze zorg u aanbevolen.
Zie wel toe, met wie gij omgaat, welke gezelschappen en plaatsen, welke boeken en uitspanningen gij zoekt en kiest, opdat gij geen schade lijdt aan uw ziel. Stel in uw dagelijks werk en bedrijf u de Heere gedurig voor ogen, en dien Hem met ootmoedigheid in den stand en kring, waarin Hij u plaatste. Hem zijt gij rekenschap schuldig van alles.
Laat nimmer iets gewichtigs door u besloten, gekozen of ondernomen worden, zonder het gebed tot tot God. Bovenal geleide u de christelijke bedachtzaamheid bij een huwelijkskeuze. Vergeet ook daarbij uw Hervormde belijdenis niet, en zorg niet alleen voor uw tijdelijk, maar allermeest voor uw geestelijk en eeuwig welzijn.
De ervaring waarschuwt met zo vele voorbeelden tegen de gevaren van het gemengde huwelijk, waardoor niet alleen de huiselijke rust en vrede, vroeger of later kan worden verwoest, maar ook het heil van volgende geslachten wordt bedreigd. Wij moeten u dus ernstig in bedenking geven, om nimmer zulk een verbintenis aan te gaan. Zo gij echter toch u verbindt of reeds verbonden zijt met een Roomschgezinde, verzuim dan de tijdige zorg en vaste schikking omtrent de christelijke opvoeding der kinderen niet.
Het goddelijk Evangelie, waarvoor de vaderen hun goed en bloed ten offer brachten, zij en blijve u boven alles dierbaar, terwijl gij afkerig van godsdienst-twist en godsdienst-haat, "de waarheid betracht in liefde en altijd bereid zijt tot verantwoording aan een ieder. die rekenschap vraagt van de hope, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze".
Laat nooit, in plaats van Gods heilig woord, u enig juk opleggen van menselijke inzettingen en overleveringen of tot het verlaten uwer kerk verleiden. (...)'
***
Dezer dagen zond cand. Ch. Schreur aan alle hervormd gereformeerde predikanten een boekje van ds. A. N. Martin, predikant van de Trinity Church in New Yersey, getiteld 'Wat mankeert er tegenwoordig aan de prediking?' Ds. Martin bedacht die titel niet zelf. Hem werd namelijk gevraagd over dat thema te refereren op een predikantenconferentie van de Orthodoxe Presbyterian Church in het theologisch seminarium in Westminster, in het jaar 1967. Ds. C. v. d. Berg te Leerbroek voorzag het boekje in Nederlandse vertaling van een voorwoord. Het is altijd enigszins hachelijk als een predikant zelf over mankementen in de prediking schrijft. Maar hij valt zelf immers ook onder het oordeel van de boodschap die hij brengt. In dit opzicht doet dit boekje wat denken aan de pastorale adviezen van Spurgeon, hoewel anders van geaardheid. Het is uitgegeven bij boekhandel/uitgeverij 'De Roos' in Vlaardingen.
Van dit lezenswaardige geschrift geven we een hoofdstukje door, getiteld 'Zuiverheid van motivatie'.
'Dan is er kwestie van de zuiverheid van onze motivatie. Hoe dikwijls kwamen de predikanten (zich zeer verontschuldigend omdat ze, denk ik, beseften dat hun lafhartigheid openbaar kwam, terwijl ze het zeiden) wanneer ik in hun kerk zou preken en zeiden: "Welnu broeder, ik ben zo blij, dat u deze week hier bent. Ik hoop, dat de Heere u vrijmoedigheid geeft om enkele toestanden, die hier heersen, in uw prediking aan te roeren. We hebben enige jonge mensen, die zich op de achterste rij vervelend gedragen en ik heb nooit iets tot hen gezegd. Misschien kunt u het doen. Dan is er nog...", enz. enz., zaken uitdrukkend waarvan ze weten, dat die behandeld moeten worden, maar waarvoor ze te bevreesd waren om ze aan te roeren. O, broeders, hoe hebben we zuiverheid van motivatie nodig, als we kracht op de preekstoel willen ervaren!
Laat mij drie terreinen voorstellen, die een juiste motivatie met zich brengen.
Eerst en vooral, de vreze Gods. De beste definitie, die ik ken van de vreze Gods, is te vinden In John Brown's "Verklaring van 1 Petrus", waar hij achttien bladzijden gebruikt om de kleine uitdrukking "vreze Gods'' te verklaren. Het wezenlijke van zijn verklaringen over dat gedeelte is, dat de vreze Gods een houding en gezindheid is, waarin men de glimlach van God als zijn grootste vreugde beschouwt, en vandaar zijn eerste doel; en de frons van Gods Aangezicht als iets om het meest voor beducht te zijn en om die het meest te vermijden. Iemand, die in de vreze Gods onder de mensen wandelt, als een dienaar Gods voor hen, maar met een open oog voor de glimlach of de frons van God, is de man wiens beweegreden zodanig is, dat zijn tong zal losgemaakt worden om Gods mening te zeggen. God zei tot Jeremia: "Wees niet verslagen voor hun aangezicht; opdat Ik u voor hun aangezicht niet versla. Zij zullen tegen u strijden, maar tegen u niet vermogen; want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u uit te helpen". Jeremia had tevoren tot de Heere gezegd: "Ik kan niet spreken, want ik ben jong". God zei tot Jeremia: "Zeg niet: ik ben jong; want overal waarhenen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken.". In wezen zei God, dat zijn roeping tot het profetisch ambt niet een zaak van zijn ervaring of leeftijd was, maar dat God een vat zocht, dat zou gaan waarheen Hij het zenden zou, en zou spreken wat Hij het gebieden zou. In 1 Thess. 2:4 verklaart de apostel Paulus: "Maar gelijk wij van God beproefd zijn geweest, dat ons het Evangelie zou toebetrouwd worden, alzo spreken wij, niet als mensen behagende, maar Gode, Die onze harten beproeft".
Eén van de beginselen van krachtdadige prediking is te prediken als iemand, die bevrijd is. Bevrijd van wat? Van de gevolgen van mensenvrees, waarin hij verstrikt was. U bent nooit vrij, om een middel tot zegen te zijn voor uw mensen, tenzij u vrij bent van de gevolgen van hun glimlachen en fronsen. De mensen weten, wanneer u gekocht kunt worden door hun glimlach en geslagen door hun fronsen. Ze zullen het spoedig bespeuren, of u wel of niet een man bent, die beïnvloed wordt door hun glimlachen of fronsen. Zo 'n man is een vrij man in Christus. Het Woord Gods verklaart: "De siddering des mensen legt een strik". Een dergelijke siddering zal uw tong verstrikken, zodat wanneer die stralen van geestelijk licht tot u op de kansel komen, en er zijn toepassingen waarvan ik weet, dat die het een of ander keurig lid van de kerk pijnlijk zullen treffen en verwonden, zult u (als u op de mensen ziet) niet in staat zijn uitdrukking te geven aan hetgeen, waarvan u weet dat u het behoorde te doen. Maar wanneer u vrij bent van de glimlachen en fronsen van uw mensen, bent u bevrijd om een middel tot zegen voor hen te zijn. Ik wil in alle bescheidenheid opmerken dat, wil er meer kracht van de prediking uitgaan, er een terugkeer moet zijn tot de zuiverheid van motivatie, behelzende de vreze Gods.
In de tweede plaats zal zuiverheid van motivatie iiefde tot de waarheid meebrengen. Wij zijn geroepen de gehele raad Gods te verkondigen (zie Hand. 20:27). Paulus verklaart, dat hij alleen rein was van het bloed van allen, als hij dit deed. Hij verkondigde de ganse verscheidenheid van de Goddelijke openbaring. Er is slechts reden waarom wij prediken, dat de mensen verloren zijn, gebonden in hun zonden, en onder de verdoemenis Gods liggen; het is; omdat God verklaart, dat het zo is, en uit liefde tot Zijn waarheid verkondigen wij het. Of het een aangename, of een onaangename waarheid is, onze liefde tot de waarheid is zodanig, dat wij wensen dat de ganse wereld alles zal weten, wat God geopenbaard heeft.
Het derde terrein, dat deze zaak van zuiverheid van motivatie betreft. Is de liefde tot de mensen. Ik ben er van overtuigd, broeders, dat deze ons tot een praktische prediking drijft. Wij moeten zo'n liefde tot de mensen hebben, dat wij het niet kunnen verdragen om hen te zien slapen onder onze bediening. Wij moeten zo 'n liefde hebben, dat deze ons drijft tot een besef van verantwoordelijkheid alles te doen, wat in ons vermogen is om de waarheid Gods voor hen te doen leven. M'Cheyne heeft gezegd: "De man, die u het meest liefheeft, is de man die u de meeste waarheid over uzelf vertelt". In 2 Kor 7 stelt Paulus: "Want, hoewel ik u in de zendbrief bedroefd heb, het berouwt mij niet, hoewel het mij berouwd heeft". En vervolgens: "Ik verblijd mij, omdat gij bedroefd zijt geweest tot bekering". Op een andere plaats zegt hij: "Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende?" Hij gaat verder en zegt: "U kunt het mij kwalijk nemen of niet, maar zelfs al zou u mij niet liefhebben, dan blijf ik u in ieder geval liefhebben en ga voort u de waarheid te verkondigen" (zie 2 Kor. 12:15). Wat ons belet getrouw te zijn voor de mensen is in werkelijkheid een vorm van eigenliefde. Wij beminnen onze eigen gevoelens zo zeer, dat wij niet bereid zijn het gevaar te lopen de mensen te ergeren, zodat ze boos op ons worden. O, ze mogen voor eeuwig verloren gaan, maar alles is goed zolang ze maar voortgaan ons lief te hebben. Ik heb mensen van bepaalde predikanten horen zeggen: "Die man predikte werkelijk zonder vrees".
Wel, broeders, dat behoorde van ieder van ons gezegd te worden, omdat de liefde van ons tot de mensen zodanig moet zijn, dat wij bereid zijn de waarheid door te geven, de waarheid die ze niet prettig vinden, maar die hun ten goede is en tot hun zaligheid. Wat mankeert er tegenwoordig aan de prediking? Wel, gedeeltelijk ligt dit probleem zeker bij de PREDIKANT, zowel op het terrein van zijn persoonlijke godvruchtige gewoonten, zijn praktikale vroomheid, als zijn zuiverheid van motivatie.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's