Boekbespreking
M. Hooymeijer, Kerk met kinderen, Ambtshalve boekenreeks, uitg. Boekencentrum, Den Haag, 1985, 75 blz., ƒ 12, 95.
De Ambtshalve boekenreeks wil over allerlei onderwerpen inzake Kerk en Geloof praktische en gedegen informatie geven, aan meelevende gemeenteleden en met name ambtsdragers.
Dit boekje valt onder de groep Opvoeding. Het houdt zich bezig met de plaats van de kinderen en de jeugd in de christelijke gemeente. Hoe kan de kerk meer en meer kind-vriendelijke kerk worden, luidt de vraagstelling.
Bij de beantwoording daarvan komt ook de geschiedenis aan de orde. Het zondagsschoolwerk betekende een begin van bijzondere aandacht voor de kinderen. Het bezwaar daarvan was, dat het vaak wat al te los stond van de christelijke gemeente. De schrijver juicht de verschuiving naar de kindernevendiensten dan ook toe.
Dat de kinderen bij de gemeente horen fundeert hij terecht pricipiëel in het genadeverbond. Hij is een duidelijke voorstander van de kinderdoop. Van groot belang acht hij het, dat de ouders met hun kinderen over de eredienst spreken . Dat zou ik graag van harte bij willen vallen. Juist als dat funktioneért in onze gezinnen, zouden allerlei bijzonderheden, waarvoor ook de schrijver overigens een lans breekt, gevoegelijk achterwege kunnen blijven. En vanzelfsprekend kunnen we dan niet alle verantwoordelijkheid op de schouders van de ouders leggen. Voorgangers hebben zich er terdege rekenschap van te geven, dat er ook kinderen onder hun gehoor zijn. Waarom niet eens een stukje preek voor de kinderen? Of een vraag in hun richting? Dat kan echt allemaal zonder persé kinderachtig te moeten worden.
Voor de schrijver is het een uitgemaakte zaak, dat kinderen ook aan het Heilig Avondmaal komen. De discussie daarover lijkt me allerminst achterhaald en spitst zich toe op het vraagstuk van de tucht. En, nu we toch aan de kritische opmerkingen bezig zijn, ik zou het ook nu nog op willen nemen voor het zondagsschoolwerk. Het bereikt nog altijd kinderen, die anders niet of nauwelijks het evangelie horen.
Voor wie het boekje kritisch leest is er best het een en ander in wat de moeite waard is, al was het alleen maar dat het aandacht vraagt voor de kinderen.
E. Jac. W.
Vincent Brümmer, Wat doen wij als wij bidden? Een studie in de wijsgerige theologie. Kok Agora 1985, 190 blz., ƒ 27, 50.
Ambtsdragers, vooral pastores, gaan ontelbare malen voor in gebed. Pastorale bezoeken aan zieken en andere gemeenteleden in bijzondere omstandigheden worden meestal afgesloten met een gebed dat de bezoeker uitspreekt. Zonder dat krijg je het gevoel dat het niet goed is. Bezinning op het gebed kan zeer nodig zijn en als predikant weet ik dat ik die zeker nodig heb. Het boek van prof. Brümmer uit Utrecht heeft me daarbij goed geholpen. Er zijn veel boeken over het gebed, theologisch en pastoraal, maar dit is een studie in de wijsgerige theologie. Laat dit geen belemmering zijn. Het boek is een goede inleiding tot de vragen die rond het fenomeen van het gebed gesteld kunnen worden. Daar zijn we wel eens bang voor, maar met dit boek in de hand behoef je niet bang te zijn, integendeel. Er worden niet alleen vragen gesteld, maar ook worden antwoorden. gezocht en gevonden op grond van een brede literatuurstudie. Acht pagina's zijn nodig voor de bibliografie. Toch is het een uiterst handzaam boekje geworden en niet zo iets als Das Gebet van Heiier, er is dus goed door te komen. Het heeft een goede opbouw. Na een Inleiding volgen zeven hoofdstukken. Brümmer neemt duidelijk zijn uitgangspunt in de bijbel, dat spreek je als christen natuurlijk aan. U kunt lezen over het gebed als therapeutische meditatie, maar dat is niet de zin van het gebed. Persoonlijk ben ik het meest aangesproken door het tweede deel van het boek. Het geheel houdt je bezig, maar vooral de hoofdstukken 6 en 7 zijn zeer verhelderend op me over gekomen. Het gaat daar over bidden en een relatie met God hebben, en over bidden en een relatie met de wereld hebben. In 6 komt schuldbelijden en danken ter spraken. Het is goed eens te lezen wat nu een persoonlijke relatie inhoudt. Brümmer gaat uit van God als persoon, anders zou een persoonlijke relatie met Hem niet mogelijk zijn. Hij maakt ook een nuttig gebruik van het onderscheid tussen mystieke en profetische religie. Wat geschreven wordt over schuldbelijdenis en vergeving is meer dan inspirerend. U proeft het, ik vind het een heel mooi boek en beveel het van harte aan. Ik eindig met een citaat: 'Omdat Hij volmaakt is in liefde, is er nooit de geringste kans dat Hij hen, die werkelijk berouw hebben niet zal vergeven'.
L. G. Zwanenburg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's