De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De ’organisatie’ van de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ’organisatie’ van de gemeente

De gemeente

9 minuten leestijd

Graag wil ik in enige artikelen een antwoord trachten te vinden op de volgende vragen:

a. Hoe organiseren we het gemeenteleven in verenigingsverband e.d.?

b. Hoe eigentijds (moet) mag de gemeente daarin zijn?

c. Welke problemen liggen hier ten aanzien van het feit, dat de gemeente meer en meer mobiel is geworden en hoe wordt dit opgevangen (weekend-recreatie, vakantieopvang).

Het zal u misschien opgevallen zijn, dat in de titel van deze artikelen het woord organisatie' tussen aanhalingstekens is geplaatst. Klinkt het niet wat vreemd om in een gemeente van 'organisatie' te spreken?

Aan de vraag: Hoe organiseren we het gemeenteleven, zouden we een andere vraag vooraf kunnen laten gaan. Deze nl.: óf we hier wel organiserend op moeten treden. Willen we een onderneming goed runnen, dan zal de efficiency, de doelmatigheid, een goede organisatie vragen. Een organisatie, die het bedrijf doet beantwoorden aan het doel: winst behalen door behoeftebevrediging. Om dit te bereiken kunnen we de hulp inroepen van een speciaal bureau, dat een bedrijf 'doorlicht' en dan zal, als dit goed gebeurt en de deskundige adviezen worden opgevolgd, de organisatie verder zo economisch en doelmatig mogelijk zijn. Voor een juiste bedrijfsvoering is dit een eerste vereiste.

Moeten we deze normen óók aanleggen voor een gemeente? Gaan we de kerk runnen als een bedrijf?

Uit de voorafgaande artikelen hebt u reeds begrepen, wat het eigensoortig karakter van de gemeente is. En dat 'efficiency' niet het alles beheersend principe is voor de gemeente in haar uiterlijke openbaring. Dat wil niet zeggen, dat het een verboden woord is. En dat we niet doelgericht zouden mogen werken. Maar dit doel wordt uiteindelijk niet bereikt door onze gestroomlijnde methodieken, niet door kracht of geweld, maar door Gods Geest. Het doel nl., dat Paulus aangeeft in Efeze 4 : 12 'Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening. tot opbouwing van het lichaam van Christus'. Dus: om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon. Om dat doel te bereiken gaf Christus als de Koning van Zijn kerk aan de gemeente 'gaven' van verzoening, verlossing en vrede. Door middel van de gave der ambten laat Hij dit in de gemeente verkondigen. Allereerst zullen we dus de nadruk moeten leggen op de vorming en toerusting door dit ambtelijk werk in de prediking, de pastorale zorg en de catechese. Mede daardoor zal de gemeente zich bewust moeten worden van haar taak: zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewillig en met vreugde aan te wenden'.

Ook de gemeente dus zal met deze vorming bezig moeten zijn en het als haar taak zien om dienstverlenend op te treden, daar waar nood is, niet alleen materiële, maar ook geestelijke nood.

In Ord. 15-1-1 en 15-1-2 van de kerkorde der Ned. Herv. Kerk wordt gesproken over de diakonale taak van de gemeente onder leiding van de diakenen. Het is van belang om op deze vorm van de toerustingsarbeid de nadruk te leggen. De gemeente heeft een taak, maar volbrengt deze onder leiding van het ambt. En wanneer dit te bezwaarlijk is, dan in elk geval onder toezicht van ambtsdragers. Vorming en toerusting is arbeid in de gemeente en mag geen zelfstandig leven gaan leiden naast en zeker niet tegenover de door Christus gegeven ambten.

Als grondpatroon voor alle vormingswerk in verenigingen, kringen, clubs, enz. kunnen we dus dit stellen: Het gemeentelid treedt hierin actief en vaak organiserend naar voren, maar stelt zich daarbij onder leiding of toezicht van de kerkeraad. Dit laatste betekent niet, dat de leiding van een vereniging e.d. altijd bij een ambtsdrager moet berusten. Ouderlingen en diakenen hebben vaker tijd te kort dan tijd over. Wel is het noodzakelijk, dat zij stimuleren, de noodzakelijke hulp verlenen en toezicht op dit werk uitoefenen. Een taakverdeling onder ambtsdragers is een niet te verwaarlozen voorwaarde. Ieder heeft zijn eigen gaven en talenten en de terreinen, waarop zij deze tot nut van de gemeente zullen moeten aanwenden, zijn dus ook verschillend. Laten we nu echter de practische uitwerking nader gaan bezien.

Om te beginnen zou er voor deze vorming en toerusting voor het verenigingsleven in de gemeente een 'commissie voor het vormingswerk' kunnen zijn. Als leden van zo'n commissie komen in aanmerking: ambtsdragers, onderwijzers, leraren, (vergeet u niet de werkers bij de Vorming Bedrijf sjeugd!), medewerkers van vormingscentra, mensen uit 't bedrijfsleven (graag met een leidende functie), jeugdwerkers, huismoeders, en verder: allen, van wie u mag verwachten, dat zij op dit gebied initiatieven kunnen nemen en ontwikkelen.

Als vanzelfsprekend neem ik aan, dat slechts diegenen worden uitgenodigd, van wie verwacht mag worden, dat zij positief zullen medewerken 'tot opbouw van het lichaam van Christus'. De kerkeraad zal zijn goedkeuring moeten hechten aan hun benoeming tot leden van deze commissie. Ik leg hier nog eens de nadruk op. Geen enkele gemeente is er mee gediend, dat bepaalde commissies oppositie gaan voeren of in de kerk als een soort 'schaduwkerkeraad' gaan optreden.

Een commissie voor het vormingswerk zou een overkoepelend orgaan kunnen zijn voor al dit werk in de gemeente. De leden van deze commissie kunnen optreden als contactpersoon met andere besturen, die een bepaald onderdeel van het vormingswerk behartigen. Als onderdelen zouden we kunnen noemen: Bijbelkringen, jeugdwerk, gesprekskringen, bejaardenwerk, jonge-gezinnenwerk, gemeenteavonden, cursussen voor ambtsdragers (plaatselijk of regionaal), zondagsschool, mannen-en vrouwenverenigingen, jonge-lidmatenkring, evangelisatiewerk, zangkoor enz.

Wellicht zijn er gemeenten, waar nog ander werk gevraagd wordt, of waar men sommige werkzaamheden overbodig vindt. Dit kan van veel factoren afhangen. Een plattelandsgemeente zal andere wensen hebben, dan die in een grote stad. De commissie voor het vormingswerk zou door 'behoeftepeiling' zelf moeten bepalen in welke vormen zij dit werk moet realiseren.

Een groot probleem is: waar vinden we de mankracht? Wie heeft er tegenwoordig nog tijd? En lust? 't Is triest om te zeggen, maar vaak hebben werkzaamheden, die materieel voordeel opleveren, voorrang.

En tóch, er dient voldoende mankracht te zijn, zodat de taken verdeeld kunnen worden. Er wordt vaak te veel gevraagd van te weinig personen.

Het is jammer, dat bestuursvergaderingen vaak veel enthousiasme doven. Vaak raken allerlei besprekingen volkomen in de mist, omdat er geen strakke leiding is. Begin met een agenda, waarop de punten duidelijk zijn aangegeven, waarover gesproken zal worden. Neem duidelijk omlijnde besluiten. Laat een vergadering niet te lang duren. De animo om zich aan dit werk te geven verdwijnt als sneeuw voor de zon, als na urenlange bestuursvergadering er eigenlijk nog niets uit de bus gekomen is.

Behandel de urgente zaken het eerst, anders ontwikkelen de zaken zich buiten uw leiding om.

De commissie voor het vormingswerk heeft een organisatorische functie: zij houdt zich bezig met beleidskwesties en bepaalt de grote lijnen van het te voeren beleid. Zij moet er wel voor oppassen, dat zij zo min mogelijk dwingend gaat voorschrijven. Zij organiseert, stimuleert en adviseert. De detailpunten en de practische uitvoering kunnen door de besturen van de verschillende verenigingen en kringen geregeld worden.

Een belangrijk stuk vormingswerk is het vormen van leiders. Deze zullen zelf kennis moeten hebben van de stof, die behandeld wordt. Zij moeten zich telkens afvragen: zeg ik het wel duidelijk, begrijpen ze mij, zie ik duidelijk wat de kern van het onderwerp is. Naast veel zelfstudie moet er ook veel overleg zijn met andere leiders. Een korte opleidingscursus in gesprekstechniek en verwerkingsmogelijkheden is geen overbodige luxe. Zijn er een aantal leiders beschikbaar dan zal getracht moeten worden verschillende groepen, kringen of verenigingen op te richten. Begin echter niet te veel tegelijk!

Ik meen hiermee de hoofdlijnen voor een organisatie van de gemeente in verenigingsverband te hebben aangegeven.

Als afsluiting van dit artikel zou ik graag nog de volgende opmerkingen willen maken.

In veel gemeenten ontbreekt een commissie voor het vormingswerk. De taak van deze commissie wordt vaak, zij het gedeeltelijk, overgenomen door een jeugdraad. De samenstelling van deze raad voor het jeugdwerk is meestal als boven geschetst. De naam zegt echter reeds, dat deze raad zich moet toeleggen op de organisatie van het jeugdwerk. Het organiseren van bijbel-en gesprekskringen behoort eigenlijk niet tot haar taak. Toch moet, bij het ontbreken van een breder overkoepelend orgaan, dankbaar geconstateerd worden dat een jeugdraad veel goeds op het gebied van het vormingswerk tot stand kan brengen.

De tweede opmerking, die ik zou willen maken is deze: Er bestaat een Centrale voor het Vormingswerk in de Ned. Herv. Kerk, gevestigd in Driebergen. De gemeenten van Ger. Bondssignatuur zullen vaak niet kunnen instemmen met de wijze, waarop vanuit deze Centrale voorlichting gegeven wordt.

Toch zou een centraal landelijk lichaam van veel nut zijn. Ik dacht, dat deze kwestie belangrijk genoeg is om er aandacht aan te besteden.

In verband hiermee wil ik gaarne wijzen op het belangrijke werk, dat de Herv. Ger. Jeugdbonden (de HGJB) verrichten. Het materiaal dat zij verstrekken is zeer instructief, niet alleen voor jeugdverenigingen. Leiders van gespreks-en Bijbelkringen kunnen in het maandblad 'Leiding', uitgegeven door het Bondscentrum in Bilthoven, veel goede gespreksstof vinden.

Zeer belangrijk zijn ook de pliblicaties van de IZB. Ik noem slechts de Informatieserie. Zeer instructief en goedkoop!

Misschien dat genoemde bonden eens een oplossing aan de hand doen, die ons een centraal orgaan voor het vormingswerk zou kunnen leveren?

Tenslotte: Wanneer het belang van vormingswerk bepleit 'wordt, beschuldig dan niet direkt van 'aktivisme'. Vorming en toerusting zijn geen doel, maar middel. Een middel, waardoor onder Gods zegen de gemeente gebouwd wordt. Een gemeente die aktief is (niet aktivistisch) zowel in de vorming van de jeugd, als in die van de volwassenen, wapent haar leden tegen allerlei bewegingen, die vaak tot resultaat hebben, dat de band met de kerk losser wordt.

Laat elke gemeente er zorg voor dragen, dat zij door vorming en toerusting van haar leden de onderlinge band én de band aan de kerk en haar belijdenis versterkt.

Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust. Tot opbouw van het lichaam van Christus.

Rijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De ’organisatie’ van de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's