De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus weent.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus weent.

6 minuten leestijd

En als hij naderbij kwam en de stad zag, weende hij over haar.

De jongens waren begonnen met het meisje wat te plagen. Enkele ouderen hadden dit wel gezien, maar er verder geen aandacht aan geschonken. Het zou niet zo'n vaart lopen! Maar ineens zet het kind het op een huilen. Zij snikt of haar hartje zal breken. Meteen grijpt nu een van de mannen een jongen in de kraag en hij vraagt hem, wat hij heeft gedaan. De knaap verweert zich en zegt: Ik heb echt niets gedaan. Maar de ander snoert hem de mond: Jij hebt wel iets gedaan, want anders was zij niet gaan huilen. Je huilt zomaar niet.

Neen wij huilen zomaar niet. Er moet iets vreselijks gebeuren als — niet een kind maar — een man zijn tranen niet meer bedwingen kan.

Hoe groot is dan het leed van Jezus, als hij weent. U leest in de evangeliën slechts tweemaal dat de Heere weent. Jezus heeft geweend bij het graf van Lazarus. Dan bezigt de Bijbel een woord, dat u zou kunnen weergeven met een zacht snikken.

Maar nu wordt er een woord gebruikt, dat we moeten weergeven met luid weeklagen. De jubelroep van de geestdriftige schare, die de Zoon van David het hosanna toejuichen, wordt doorbroken door de klagende stem van Jezus, die luid weent. En eerbiedig vragen wij, wat Hem zo doet wenen?

Waarom weent Jezus over Jeruzalem?

Het stellen van deze vraag, draagt het antwoord in zich. Jezus weent, omdat het gaat om Jeruzalem. Jeruzalem is de stad, waar de koning van Salem, Melchizedek, Abraham groet. Jeruzalem is de stad, die David kiest tot hoofdstad van het gezegende rijk. Jeruzalem is de stad van de grote Koning.

Als de bergen van Bazan in bittere jaloersheid opspringen om het heerlijk lot van Jeruzalem, jubelt de zang: God Zelf heeft deze berg begeerd ter woning, om aldaar geëerd Zijn heerlijkheid te tonen.

God heeft daar zijn heerlijkheid getoond in een ver verleden. De Heere heeft hier zijn heerlijikheid getoond, zijn krachtige daden, waarvan het volk juicht. Hij heeft aan deze stad de dagen van zijn bezoeking gewijd. Hij heeft hen in zorg en goedheid willen bijeen vergaderen als een hen haar kuikens. Hij wilde haar tonen, wat tot de vrede dient. Jeruzalem zou weer Salem zijn - stad van vrede. Maar zij erkennen niet, wat tot vrede dient. Zij willen niet en hebben niet gewild. Waarom niet? kunnen wij vragen.

Wijlen ds. Koolhaas heeft eens geschreven over het verschil tussen een pauw en een kuiken. Een pauw wil pronken. Een kuiken rept zich op rasse pootjes, als een sperwer hoog in de lucht staat, naar de veilige vleugels van de moeder.

Jeruzalem wil pronken met de wijd uitwaaierende veren van eigen vroomheid, wil niet schuilen in de barmhartigheid Gods in Christus. Nu is het heil voor hen verborgen.

De stad, waar de Schriftgeleerden schrijden langs de straten, ziet niet het heil des Heeren. De stad waar dag en nacht in de wet wordt gelezen, kent niet zijn schuld. Het is verborgen in hun ogen. Begint zich hier al af te tekenen de verharding van Israël, waarvan Paulus spreekt?

De stad, die een vreugde van de ganse aarde zou zijn, doet Jezus wenen. Komende gerichten, die niet uitblijven, doen hem wenen luide en lang.

Tranen over het vredeoord. Waarom is hij zo diepbedroefd? Omdat zijn stad wordt omgeploegd, geen steen op steen gelaten wordt . . . Jeruzalem, o moederstad, hoezeer heb ik u liefgehad, maar gij hebt niet geluisterd! O, stad, die de profeten doodt, aanvaard wie u zijn liefde bood, opdat uw licht niet wordt verduisterd.

Tranen over Jeruzalem.

Toen Luther vier eeuwen geleden preekte over deze tekst, sprak hij ervan, dat dit woord wordt voorgehouden aan Duitsland, dat verstokt was en de genadegaven verachtte. Zou er reden kunnen zijn om zo te spreken over tranen over onze steden, over onze dorpen? Tranen over ons leven? Geen stad in de wereld is met Jeruzalem te vergelijken in het heilshandelen van God.

Daar begeerde de Heere in bijzondere zin te wonen. Maar ook onder ons wil hij wonen. In onze steden, onze dorpen. In ons hart. Dat heeft hij ons bekend gemaakt. En dat doet hij nog. Er luidt een kerkklok. Ouderlingen gaan op bezoek. Gods woord wordt verkondigd.

God, de Heere, bezoekt onze gemeenten, opdat wij erkennen, wat tot vrede dient. Calvijn heeft erop gewezen, dat de mensen in Jeruzalem wel wisten, wat vrede was, maar zij wilden niet tot de vrede Gods komen langs de weg van God. De weg van hem, die zelf de Weg is. Zou dat ook onder ons zo kunnen zijn? We weten er alles van. Maar willen wij, dat de Heere op zijn wijze ons heil is? Willen wij als kleine schuwe kuikens vluchten tot hem in onze nood:

Zie mij Heer, die elk moet duchten, tot U vluchten?

Of pronken wij met eigen veren van vroomheid, van rechtzinnigheid? We weten alles allang! Zou het kunnen zijn, dat het toch juist daarom verborgen is voor onze ogen? Dan zingen wij ons hosanna de Zoon van David tegen, maar de Heere weent over ons. En bange dagen doemen op in oordeel en gericht.

Jezus weent over Jeruzalem. Waarom? Omdat deze stad verhard is ten dode. Omdat Jezus rampen voorziet van ongekend leed. Maar daarmee is niet alles gezegd. Het tekent, hoe groot de schuld van deze stad is, dat zij Jezus doen wenen. Nooit zal iemand meer kunnen zeggen, dat hij niets heeft gedaan. Hem zal de mond gesnoerd worden met het woord, dat er niet zomaar wordt geweend.

In deze lijdensweken zullen wij moeten bedenken, dat wij niet alleen zijn kroon hebben gevlochten en zijn beker gevuld. Maar dat onze onbekeerlijkheid, onze verharding hem deden schreien, klagend luid. Dat hebben wij hem aangedaan! U. Ik.

Maar die tranen zeggen nog meer. Waarom weent Jezus over Jeruzalem? Omdat hij deze stad heeft liefgehad. De stad van zijn vader David. De stad van de verkiezing van zijn hemelse Vader. De stad, die hij als een hen bijeen had willen vergaderen onder zijn machtige vleugels. Is nu die liefde voorbij? Zijn dit tranen van spijt over zoveel zorg? Tranen van nijd na zoveel goddeloosheid? Het zijn de tranen van de liefde van hem, die nog smeekt, dat wij op deze onze dag zullen bekennen, wat tot vrede dient.

Er is een groot geheimenis rondom de verkiezing en het welmenend aanbod van de genade. Sommigen verdiepen zich daarin en verdwalen daarin. Dat is niet nodig. Begin nu toch met die Heere, die wenend staat en nog nodigt. Deze tranen zijn eerlijk gemeend. Zo waarachtig als de tranen van de Heere zijn op zijn lijdensweg zo waarachtig is zijn roep tot u, tot geloof, tot vrede. Hij kan dit niet zeggen met droge ogen. Hij huilt zomaar niet! De vogel spreidt zijn vleugels uit. De Heere breidt zijn armen uit tot u. Zij tranen verraden zijn liefde tot een verloren volk.

Er staan in de Bijbel twee woorden. Jezus weende. En: Er is blijdschap in de hemel over een zondaar, die zich bekeert. Wat geldt van ons?

Hosianna, de Zoon van David.

Rotterdam  C. A. Korevaar

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Jezus weent.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's