De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

Postgiro 138421.
Ons leven is vol afwisseling. Nu eens is 't een beker der vreugde, maar dan aanstonds daarop soms ook weer een beker der smart, waaruit God ons te drinken geeft.
Dat heb ik ook de vorige week ondervonden. Eerst had ik met blijdschap mogen herdenken dat de Heere mij weer verlenging des levens schonk, en had ik met blijdschap kunnen gewagen van de vele gaven die ik in die week voor onze Fondsen ontving. Maar daarop volgde de droeve tijding van het overlijden van mijn vriend Beekenkamp, aan wien ik ongeveer 30 jaren met een band van innige en trouwe vriendschap verbonden was. Zijn heengaan heeft ons diep getroffen. Zeker, we wisten en vreesden het wel dat dit het bittere einde zou zijn van zijn lijdensweg, maar toch .... zoolang er leven is, is er immers hoop. En zoo hoopten we nog dat er onder den zegen des Heeren een gunstige wending in zijn toestand mocht komen. Op mijn verjaardag kreeg ik nog een brief van hem waarin hij het uitsprak dat het wellicht wel zijn laatste felicitatie zou zijn, maar — schreef hij — „gelukkig dat we naar een zeker land reizen en onze Gids getrouw is. Hij zal ons niet begeven. In die wetenschap hoop ik mijn tijd uit te dienen, totdat ik van mijn post afgelost ben". Nu, die aflossing is reeds eer dan wij vermoedden, gekomen. Juist een week nadat hij dit schreef, werd het huis van zijn aardschen tabernakel gebroken en ging hij in in de ruste die daar overblijft voor het volk van God.
Met een hart vol weemoed reisden we Vrijdag naar Leiden om er mede getuige van te zijn hoe zijn stoffelijk omhulsel zou wegzinken in de groeve. In het sterfhuis zagen we hem in zijn studeerkamer, waar we samen zoo menigmaal over allerlei geestelijke en natuurlijke dingen gesproken hadden, nu liggen in zijn kist. Daarna mochten we enkele woorden van troost richten tot ijn geliefde en bedroefde weduwe en kinderen, die zooveel in hem verloren hebben. We deden dit aan de hand van het laatste gedeelte van Romeinen 8, waar de apostel zegt dat „het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid die aan ons zal geopenbaard worlen" en waar hij er op wijst dat ook „de dood ons niet scheiden kan van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus onzen Heere". We hopen zoo van harte dat die wetenschap zijne betrekkingen meer en neer tot rijke vertroosting zal mogen zijn. En toen kwam het oogenblik, dat hij werd uitgedragen, dat hij ons voorging op een veg, waarop we hem, in dubbelen zin des woords, allen volgden. De ontzaglijke menschenmassa, die niet slechts vanuit Leiden, naar ook van elders op het kerkhof was saamgekomen, was zeker wel een bewijs van de breede plaats die hij tijdens zijn leven had ingenomen en van de groote achting die men hem toedroeg. Diep onder den indruk waren allen, toen de kist werd neergelaten en toen daarop door den oudsten van Leidens predikanten een uitnemend woord gesproken werd. In de oogen van menigeen blonken tranen, toen gewaagd werd van het rijke bezit, maar ook van het droeve gemis van dezen broeder in Christus, die op zoo menig terrein des levens de eere van zijn Heiland had gezocht en vertolkt.
Nadat hierop de meisjes van „Voordorp" een lied hadden gezongen, de zoon van den overledene had bedankt voor de laatste eer, zijn geliefden vader bewezen, en door mij, op verzoek der familie, een kort gebed was uitgesproken, werd door de saamgepakte menigte gezongen het laatste vers van Ps. 27, dat onzen vriend op zijn sterfbed nog tot troost was geweest. Plechtig klon'k het toen over de graven van „Rhijnhof"; ,, Zoo ik niet had geloofd dat in dit leven" en: „Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer". Ja, in zulke oogenblikken wordt het gevoeld hoe arm de wereld is en hoe klein en nietig allerlei kwesties zijn, die de menschen en ook Gods kinderen soms van elkaar scheiden kunnen. In zulke ogenblikken wordt er iets gesmaakt van de gemeenschap der heiligen, ook met allen die het niet altoos precies met ons eens zijn. In zulke oogenblikken wordt het ervaren: „Niets, o Jezus, dan Uw bloed, geeft voldoening aan' 't gemoed". Het was dan ook in het geloof in dat bloed dat onze vriend en broeder den doodssnik gegeven had. De laatste woorden die hij schreef, waren „het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden", en op dien grond konden dan ook zijn laatste woorden zijn, die hij stervende nog tot zijn gemeente gesproken heeft: „Zeg aan de Leidenaars, dat 't meevalt, 't sterven is zacht". Daarom is ook 't sterven en is ook de begrafenis van dezen dienaar van Christus, hoe droef ook op zichzelf, velen zeker tot bemoediging en tot vertroosting geweest. Het zou ons dan ook niet verwonderen als velen, van dit kerkhof huiswaarts keerend, gesterkt waren in het geloof dat als het leven Christus is, het sterven gewin moet zijn.
Mochten op deze wijze uit het verlies van ds. Beekenkamp velen nog winste verkregen hebben. En schenke God voorts ons allen het voorrecht, als eenmaal ook onze laatste ure geslagen zal zijn, dat we dan eveneens den doodssnik zullen mogen geven met het gebroken oog gericht op Gods genade in Christus. Dan zal ook onze uitgang uit dit leven een ingang wezen in de stad die fundamenten heeft, waar eenmaal allen elkaar zullen ontmoeten, wier namen geschreven staan in het boek des levens des Lams.
Maar ook om onze geliefde dooden staat het leven niet stil. En zoo moeten we dan ook op den weg van ons Bondsleven, waarop ds. B. ons zooveel jaren verzelde en steunde, weer voort. We beginnen dus weer met u inzage te geven van de gaven die we in deze droeve dagen ontvingen. Te dien opzichte blijkt er ook ditmaal weer geen reden tot klagen, maar wel stof tot blijdschap te zijn. Zoo ontving ik uit
H a r d e r w ij k, van ds. L. van Mastrigt van N.N, uit dankbaarheid een gift van ƒ 1.
D o k k u m, van M. Pekelsma een gift van ƒ 5.—. 
A m s t e r d a m, van ds. Remme van den heer B. ƒ 25.—, van mevr. U. ƒ 5.—, van mej. v.d. P. ƒ 1.—, van mej. A. ƒ 1.—; tezamen een bedrag vanƒ 32.— .
Z e l h e m, van een Bondslid ƒ 10.—
H i l v e r s u m, van den heer M. Bobbink een gift van ƒ 5.— met bijschrift: Van Martinus van Vuure, kleinzoon, ƒ 2.50, en van Martinus Bobbink, grootvader, ook ƒ 2.50. Ik vermoed dat we dezen grootvader dus kunnen feliciteeren met de geboorte van zijn naamgenoot, dien hij maar aanstonds liefde tot onze Fondsen heeft willen inprenten. 'n Voorbeeld voor andere grootvaders en ..... grootmoeders.
L o p i k, van diaken A. Versluis ƒ 13.06, zijnde een collecte bij een spreekbeurt door ds. Gunning, van Schoonhoven.
V i n k e v e e n, van een lezeres van „De Waarheidsvriend", mej. J.K., een gift van ƒ 20.—, te verdeelen over Leerstoel- en Studiefonds.
M a a s s l u i s, van den Heer A.T. Langeveld ƒ 38.—, zijnde een collecte bij een spreekbeurt door ds. Van Grieken.
V e e n e n d a a l, gecollecteerd op Zondag 25 November in de Julianakerk een gift van ƒ 10.—.
S o e s t, van C. M. T. een gift van ƒ 10.— voor beide Fondsem.
............. Ja, ik geloof dat het poststempel  D i r k s l a n d  was, maar er zaten twee bonnen in van een rijksdaalder, dus een gift van ƒ 5.— van N.N. „uit liefde tot de Waarheid", voor beide Fondsen.
D i n t e l o o r d, van ds. Van Rappard een bedrag van
HONDERD VIJF GULDEN DRIE EN VIJFTIG CENT (ƒ 105.53),
zijnde een collecte bij een spreekbeurt door ds. Van Montfrans, van Barneveld. Kijk, dat vind ik nu aardig als je je oud-collega nog eens gaat bezoeken en zoo'n bezoek werpt dan een voordeeltje af waar de vette letters voor noodig zijn. Ds. v. M. mag nog eens naar het zoele Zuiden, als hij althans nu maar niet al te ver naar 't barre Noorden trekt. Barnevelders, past op; anders is de eerste verdwenen vóór de tweede verschenen is.
U t r e c h t, door een onzer Studenten van R. K. te Oostwold een gift van ƒ 15.—, zijnde ƒ 5.— voor het Leerstoel- en ƒ 10.— voor het Studiefonds.
E r m e l o, van ds. Timmer een bedrag van
HONDERD EN ACHT GULDEN (ƒ 108.—),
zijnde een collecte bij een spreek beurt vervuld door ds. Remme.
V o o r t h u i z e n, van ds. Mulder een bedrag van ƒ 30.—, zijnde een collecte bij een spreekbeurt vervuld door ds. Van Apeldoorn, van Bennekom. De spreekbeurten beginnen dus nu los te komen.
N ij k e r k, van ds. Van de Graaf gevonden in de collecte „voor genoten zegen" een gift van ƒ 2.50 voor het Studiefonds.
In het geheel heb ik dus deze ééne week ontvangen eem bedrag van
f 410.09
waarvoor ik mijn hartelijken dank breng aan allen die er toe meewerkten dat ik mijn eerste boekjaar op 1 December met dezen mooien post heb kunnen afsluiten. Over 't totale bedrag der inkomsten van het afgesloten boekjaar kan ik mij nu natuurlijk nog niet uitlaten. Daarover later wel eens. 'k Wil dus eindigen met 't herstellen van een kleine vergissing, die ik de vorige week gemaak heb. 'k Had toen n.l. opgegeven als ontvangen uit Vlaardingen een contributiebedrag van ƒ 31.90. Dit moest zijn een bedrag aan contributies van ƒ 15.-, plus een collecte bij een spreekbeurt van ds. J. de Bruin, van Rotterdam, van ƒ 11.90 en een bedrag voor de Bondskas van ƒ 5.-, zoodat het toch samen ƒ 31.90 wordt. Mijn vergissing was dus niet zoo heel erg, maar voor ,,de goede orde" moest zij toch even hersteld worden.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.
Nieuwe abonné's van 20 November tot 4 December: Monster 1, Valthermond 1, Den Ham 2, Maarssen 1, Zwijndrecht 7, Den Haag 1, Emmen 1, Puttershoek 6, Meppel 8, Hilversum 1, Mastenbroek 3, Woudrichem 1, Ederveen 1, Leiden 1, Woudenberg 1, Veenendaal 1, Schoonebeeke 1, Soest 1, Groenekan 1, Melissant 1, Rotterdam 2, Rijssen 1, Oud-Alblas 1, Bodegraven 1, Totaal 46.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van:
1e. Th.E.H. van Zeggelen, Vlissingen, een partij theelood;
2e. kinderen de Hoop, Polsbroek, zilverpapier, koper en postzegels;
3e. G. Brouwer, Benschop, caps., postz. en zilverpapier; 
4e. G. van Keuningen, Abcoude, en Niek Griffioen, postzegels, zilverpapier, ƒ 2.50 en eénige stuivers;
5e. Annie de Jeu, Alphen a.d. Rijn, postz., zilverpapier, oude munten en 30 h.c.;
6e. Gerrit en Jan Sprong, Zwijndrecht, capsules, postzegels en zilverpapier;
7e. de leden der Herv. Meisjesver. Dirksland, zilverpapier, caps., postzegels, ƒ 1.— en halve centen;
8e. Niesje Stronkhorst, Abcoude, postz., capsules en zilverpapier;
9e. de kleinkinderen van H. van Wel, St. Annaland, postzegels, capsules en zilverpapier;
10e, Adriana em Simon £aars, Oud-Beijerland, oude pennen, oude munten, postz.^ caps., zilverpapier en 250 halve centen.
Dit is dus de laatste verantwoording van het oude jaar. Hoe precies het eindcijfer zal zijn, kan ik echter nog niet zeggen omreden er de laatste dagen nog eenige pakjes binnen kwamen bestemd voor 't oude jaar. Ik hoop dit dus de volgende week te vermelden. Hoewel het geen onbelangrijk bedrag is dat we bereikt hebben, zullen we toch niet de ƒ 200.— halen. Misschien is er iemand die dit leest die het met 't een of ander zou willen aanvullen. Er is nog wel een paar dagen tijd voor.
Intusschen, mijn hartelijken dank aan allen die het hunne reeds bijdroegen. 
Mej. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's