De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verachtering in de genade 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verachtering in de genade 2

Pastorale overwegingen

9 minuten leestijd

We wezen er de vorige keer op hoe verachtering in de genade kan optreden door het ontvangen en nuttigen van eenzijdig samengesteld voedsel. Als hoofdbron voor de voeding van het geestelijk leven letten we op de prediking. Eenzijdige prediking kan verachtering tot gevolg hebben. Dat de prediking van 't grootste belang is, vinden we ook in de Dordtse Leerregels. In hoofdstuk 5 par. 14 vinden we: Gelijk het God nu beliefd heeft dit zijn werk der genade door de prediking des Evangelies in ons te beginnen, alzo bewaart, achtervolgt en volbrengt Hij het door het horen, lezen en overleggen daarvan, mitsgaders door vermaningen, bedreigingen, beloften en het gebruik der Heilige Sacramenten.' De Canones wijzen er dus op dat God door Woord en sacrament Zijn werk der genade onderhoudt. Door een verkeerd gebruik van deze middelen treedt verachtering op. Want dat moeten we er na de vorige keer wel bijzeggen. De prediking kan verantwoord zijn. De Woord bediening naar de maat van de Schrift. Maar dat er toch verachtering is omdat het middel onjuist gebruikt wordt. Door traagheid in het horen. Door een toesluiten van het hart. Door een kritische opstelling ten opzichte van de prediker. Door een onjuiste verheerlijking van de prediker waardoor de boodschap schuil gaat achter de man die de boodschap brengt. We hebben dan ook toe te zien hoe we horen. Als iemand onder het heerlijkste eten en de kostelijkste spijzen geen trek heeft en steeds magerder wordt, dan mankeert er iets aan hem of haar. Dan moeten we het euvel niet in het voedsel zoeken of in de man die het voedsel bereidt, maar in onszelf. Verachtering in de genade heeft dan zijn oorzaak in ons innerlijke leven. We hebben ons dan wel te onderzoeken in het licht van Gods Woord. De Canones noemen in bovenstaande paragraaf ook de sacramenten. Door het gebruik van de sacramenten bewaart, achtervolgt en volbrengt God 't werk der genade in ons. Door het niet gebruiken kan verachtering optreden. We denken hier met name aan het sacrament van het Heilig Avondmaal. Naast het horen van het Woord Gods is het Heilig Avondmaal toch ook een voorname voedingsbron voor het geestelijk leven. Brood en wijn voeden en laven tot het eeuwige leven. Wie van de gelovigen zich hieraan onttrekt, om welke reden dan ook, kan gaan lijden aan verachtering in de genade. Geen wonder, we stellen ons dan buiten de door God verordende weg om het zwakke te versterken en het krachteloze op te heffen. Ook in deze zal de orde en de regelmaat, door God zelf gewild, bepalend moeten zijn. Orde en regel zijn in het gewone leven ook bepalend voor een goede gezondheid. Zeker geldt dat in het geestelijk leven. Ik denk hier aan wat de Ned. Gel. Bel. in art. 33 zegt: Wij geloven dat onze goede God, acht hebbend op onze grovigheid en zwakheid, ons heeft verordend de sacramenten, om aan ons zijn beloften te verzegelen en om panden te zijn van de goedwilligheid en genade Gods te onswaarts en ook om ons geloof te voeden en te onderhouden'. Wij hebben ook in deze niet wijzer te zijn dan God. De Heere zegt tot Zijn kerk: Zit hier neer en eet en drink, de weg zou anders voor u te veel zijn. Doen we dat niet, dan blijkt inderdaad de weg te veel en de tocht te zwaar. Ik bedoel niet een lichtvaardig omspringen met het Heilig Avondmaal te bevorderen. Maar ik wil er alleen maar op wijzen dat de Heere Zijn Kerk ook de sacramenten geschonken heeft om ze aan Zijn hand verder te leiden op de weg naar het hemelse Kanaan. Ik heb er de vorige keer al op gewezen dat de uitdrukking 'verachtering in de genade' ontleend is aan Hebr. 12 : 15. Als we letten op de contekst waarin dit woord staat, dan brengt ons dat tot een heel belangrijke oorzaak van de verachtering in de genade. De schrijver roept in vers 14 op tot een najagen van de heiligmaking. Zonder die heiligmaking zal niemand de Heere zien. Slordigheid, nalatigheid in de heiligmaking heeft tot gevolg dat men verachtert. Een losse levensstijl, een onvaste gang doen ons achterop geraken. Dat is te verstaan. Ik denk aan het eerste vers van Hebreeën 12. Sprekend over het lopen in de loopbaan, vermaant de schrijver alle last af te leggen. En als voornaamste last noemt hij dan 'de zonde die ons lichtelijk omringt'. Een renner in de renbaan trekt zo min mogelijk kleding aan. Hij legt alle lasten neer bij het startpunt. Hoe minder gewicht, des te sneller kan hij lopen. Lasten die we meedagen, vertragen de wedloop. Brengen ons in het achterste gelid. En daarom geldt in de loopbaan: fleggen alle last. De strijd van het geloof om de eindpaal te bereiken is vooral een strijd tegen de zonde. Dat zal voor de een dit, voor de ander dat zijn. Elke gelovige zal telkens daarop zijn of haar leven hebben te bezien: elke last belemmert mijn loop. Wat doet me vertragen in de wedloop des geloofs. Leven in de zonde en het dienen van de zonde maakt vermoeid en traag. Het doet ons schuldig neerzitten. Het kan zelfs het doel uit het oog laten verdwijnen. Wat raakte David achterop, toen hij in zonde viel. Wat werd Petrus belemmerd in zijn loop toen hij lette op de omstandigheden. Daarom heeft de renner, door Gods genade in de loopbaan geplaatst, toe te zien dat hij niet struikelt. De sintelbaan van de geestelijke wedloop mag niet met stenen bezaaid zijn. Daar komen de grootste ongelukken van. Het lopen gaat alleen snel over een vlakke baan. Er wordt in de loopbaan ook wel eens teveel gelet op de toeschouwers. Teveel geluisterd naar woorden van hen die alleen maar toekijken. Wat kan dat uit de concentratie brengen. Ook wordt vaak gekeken naar anderen. Geluisterd naar hoe een ander het heeft. Alsof dat belangrijk zou zijn, Weer een ander loopt steeds maar achterom te kijken. Naar het beginpunt. Niet doen, hoor ik een loper in de loopbaan zeggen; éénding doe ik, vergetende hetgeen achter is en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit. Daar gaat het om in de loopbaan: om het wit, om de prijs der roeping Gods. Daarop alleen moet dan ook gelet worden. En dat alles is slechts mogelijk 'ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus'. Er zal geen verachtering zijn als gezien mag worden met de ogen van het geloof op de Leidsman Jezus. Hij liep ook Zelf de loopbaan. Hij behaalde het doel. Hij liet Zich niet afleiden. Hij liet Zich niet verleiden. Hij hield het grote doel steeds in het oog. Hij zag over het kruis heen op de kroon. Hij verdroeg de schande omdat Hij op de heerlijkheid zag die Hem was voorgesteld.

Ik zei: en slordige levenswandel, nalatigheid in de heiligmaking leidt tot verachtering in de genade. Het koesteren van zonde, het de hand houden aan verkeerde levensgewoonten kan de groei van de genade zo tegenstaan. De Heere belooft alleen zegen waar gewandeld wordt op 't pad van Zijn geboden en beloften. De Heere heeft daar zelfs Zijn zegen aan gebonden. In dit verband moet ik ook denken aan het bedroeven van de Heilige Geest. In Efeze 4 : 30 spreekt Paulus hier over als hij zegt: En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing'. Ook deze tekst staat in het kader van de oproep tot de heiliging van het leven. Paulus geeft een hele reeks van vermaningen om de leugen en andere verkeerdheden af te leggen en te staan naar de beoefening van de deugden van liefde en barmhartigheid. Calvijn tekent bij deze tekst aan: Omdat de Heilige Geest in ons woont, zo moeten alle delen, beide van onze ziel en lichaam. Hem geheiligd zijn'. De Kerk Gods kent immers de inwoning van de Heiige Geest. Maar waar de zonde wordt binnengelaten, gaat de Heilige Geest er uit.

'Zo wij onszelf overgeven tot enige besmetting, zo werpen wij Hem uit, als uit Zijn woning' (Calvijn). En waar de Heilige Geest uit ons hart weggaat, daar komt onherroepelijk verachtering in de genade. Hier luistert alles zo nauw. Het ligt alles zo teer. Want waar de Heilige Geest weggaat, daar kan ook het Woord Gods ons geen zegen meer bereiden. Het een zit aan het ander vast. En omdat de Heilige Geest verzegelt van het heil in Christus, raken We ook hier aan het wankelen en twijfelen. Leven we in donkere dagen in geestelijk opzicht, dan mogen we op dit punt onszelf wel onderzoeken. Juist in onze welvaartstijd is het gevaar van wereldgelijkvormigheid, ook onder hen die God vrezen, zo'n groot gevaar. We voegen ons zo gemakkelijk in in het schema van deze wereld. Maar de Heere kan er niet wonen. We bedroeven de Heilige Geest. We doen Hem smarten aan. Verachtering in de genade kan ook het gevolg zijn van storingen in het gebedsleven. Het gebedsleven, is wel eens genoemd de graadmeter van het gees­ telijk leven. Voelt iemand zich onwel, dan nemen we de lichaamstemperatuur op. Klaagt iemand over achteruitgang in het geestelijk leven, dan mag ik vragen: hoe is uw gebedsleven? Daar ligt zo'n belangrijke graadmeter. In het gebed wordt immers de tere verhouding met de Heere beoefend. Ligt er iets niet goed tussen de Heere en ons, dan zal dat het eerste te bemerken zijn aan het gebedsleven. En is 'de ademhaling van de ziel' ongeregeld, dan zal ook het geestelijk leven verkwijnen en verdorren.

We hebben een aantal oorzaken genoemd die verachtering in de genade kunnen veroorzaken. Ik ben me er van bewust niet volledig te zijn. We hopen een volgende en laatste keer nog iets te schrijven over wat we plegen te noemen: geestelijke verlatingen. Voor dit keer moge genoeg zijn dat we gezien hebben hoe het achteropgeraken in de loopbaan van het geloof veroorzaakt wordt door onze laksheid en traagheid. Wat zijn we vaak traag in het horen, nalatig in de heiliging van het leven, ongeregeld in onze levenswandel, loom in het gebed. Dat stelt ons schuldig. Schuldig voor die God die werkt tot nu toe. Die werkt aan de zaligheid van Zijn Kerk. Daarop ziende, hebben we ons het vermaan van Paulus ter harte te nemen: Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven, want het is God die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verachtering in de genade 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's