Globaal bekeken
In 'een reeks NBG hoofdstukken' verscheen een tweede druk van 'China en de Bijbel'. Uit deze lezenswaardige brochure de volgende passage.
'Volgens een legende bezochten enkele Apostelen China en verkondigden daar het evangelie. Aangenomen wordt dat in leder geval de apostel Thomas, die ook beschouwd wordt als de stichter van de Mar Thoma-kerk in Zuid-lndië, daar is geweest Maar een bewijs ervoor is nooit gevonden.
Wel is zeker dat omstreeks 640 nestoriaanse zendingswerkers, onder leiding van de priester Alopen, het land bezochten en keizer Tsai Tsung een Chinese vertaling van de evangeliën aanboden. Waarschijnlijk kreeg het een plaats in de keizerlijke bibliotheek en is het verder van weinig praktisch nut geweest. Dit handschrift is nooit teruggevonden.
In de dertiende eeuw bezocht Marco Polo China. Hij slaagde erin door te dringen tot het keizerlijke hof, maar was meer uit op het aanknopen dan handelsbetrekkingen dan op de verkondiging van het evangelie.
Maar hij was in die tijd niet de enige westerse ontdekkingsreiziger in dat enorme land. Ook de geestelijken Giovanni de Piano Carpini, Giovanni da Monte Corvino en William of Rubruck vestigden zich in China. Ze bouwden er kerken en vertaalden delen van de bijbel in het Chinees. Hoewel Chinezen in het begin van de tweede eeuw al papier konden maken en Pi Sheng in 1034 de losse letter van vuurvaste klei uitvond, waardoor in China het drukken van boeken mogelijk werd, schijnen deze vertalingen nooit in druk verschenen te zijn. Slechts uit reisverslagen en brieven weten we dat ze bestaan hebben.
In de zestiende eeuw mochten Jezuïeten zich in China vestigen en een kerk stichten. Uit de archieven van het Vaticaan weten we dat ze in 1615 de toestemming van de paus kregen om de bijbel in klassiek Chinees te vertalen ten behoeve van de ongeveer 300.000 Chinese gelovigen die ze voor het evangelie hadden gewonnen. Deze uitgaven schijnen inderdaad verspreid te zijn geweest, maar tot op heden is er nimmer een exemplaar van teruggevonden. In 1773 werd de Jezuïetenorde verboden, de kerk in China raakte haar leiders kwijt en ging aan twisten ten onder.
De oudste nog bestaande Chinese vertaling van twee bijbelboeken stamt uit het begin van de achttiende eeuw en is van de hand van de Fransman Jean Bassett van de Missions Evangéliques de Paris. Hij vertaalde het Evangelie van Matteüs en de brief aan Filemon. Bassett stiert in 1707. Zijn vertaling belandde in de bibliotheek van het Brits en Buitenlands Bijbelgenootschap in Londen en bevindt zich nu in de universiteitsbibliotheek van Cambridge. (…)
De moderne zendingsperiode begon pas in de eerste helft van de negentiende eeuw. Een van de bekendste zendingspioniers was Hudson Taylor, de apostel van China, die in 1866 de China Inland Mission stichtte, nu de Overzeese Zendingsgemeenschap genaamd. Vrijwel tegelijkertijd vestigden zich begin 1800 in China twee zendingswerkers, de Amerikaan Joshua Marsman en de Brit Robert Morisson. Ze mochten nauwelijks contacten onderhouden met de bevoking. Daarom besloten ze, los van elkaar, zich eerst in te zetten voor de vertaling van de bijbel, zonder zekerheid dat hun werk ooit zou kunnen worden uitgegeven.
Ze moesten enorme problemen overwinnen. Het Chinese hof wees iedere buitenlandse beïnvloeding af. Het verbood Chinezen buitenlanders hun taal te leren. Wie dat toch deed kon ter dood veroordeeld worden. De Chinese leraar van Robert Morisson droeg daarom altijd een flesje vergif bij zich om zelfmoord te kunnen plegen, mocht hij gesnapt worden. De vertaling van Marsman werd in 1822 gedrukt op de persen van de door William Carey gestichte drukkerij in Serampore in Zuid-lndia. Die van Morisson werd een jaar later uitgegeven door het toen nog jonge Brits en Buitenlands Bijbelgenootschap in Londen. Voor dat drukken werden de karaktertekens met de hand stuk voor stuk uit hout gesneden. Dat was niet alleen moeizaam, maar ook gevaarlijk werk. De houtsnijders werden van stad verjaagd en soms gegrepen en geëxecuteerd.
Gold de doodstraf eerst alleen voor Chinezen, al spoedig werd deze ook ingevoerd voor blanken die zich schuldig maakten aan het publiceren en verspreiden van christelijke lectuur Chinezen die zulke lectuur aannamen werden verbannen naar het noordelijke Mantsjoerije, het Siberië van het toenmalige China. De Morisson-vertaling kreeg grotere bekendheid dan de Marsman-bijbel. Toch bereikte ook de eerste maar een betrekkelijk klein publiek. Morisson vertaalde in het klassieke en moeilijke Wenli-schrift dat in wezen alleen gebruikt werd door hoogontwikkelden. Waarom hij niet vertaalde in de veel eenvoudiger vorm van deze geschreven taal zoals gebruikt door de regering is onbekend. (…)
China sprak tot de verbeelding van veel blanke christenen. Hoewel Britse en Amerikaanse zendingswerkers zich als eersten in dat land vestigden, trokken al spoedig ook zendingswerkers van andere nationaliteiten naar China. Zij namen allemaal hun eigen theologieën, catechismussen en kerkvormen mee. Ze stichtten scholen, universiteiten, kinderhuizen en bejaardenoorden.
Zo ontstond in China een veelheid aan kerkelijke gemeenschappen. Er waren presbyteriaanse, anglicaanse en lutherse kerken, baptisten, methodistische en evangelische gemeenten en welke al niet meer In 1949 werkten in China niet minder dan 110 verschillende zendingsorganisaties, die daarheen 6000 zendingswerkers hadden uitgezonden. Toch telde iedere plaatselijke gemeente gemiddeld niet meer dan 92 belijdende leden.
Juist door hun versnippering vertoonden de kerken weinig groei en bleven ze sterk op het westen aangewezen. Terwijl elders zendingsorganen bezittingen overdroegen aan jonge kerken, waren in China in 1949 nog vrijwel alle kerkgebouwen en christelijke instituten eigendom van westerse zendingen of kerken.'
'Waarom God D. L. Moody gebruikte' is de titel van een klein boekje, dat mij werd toegezonden, geschreven door dr. R. A. Torrey en uitgegeven door De Stem. Het bevat de tekst van de toespraak, die dr. Torrey in 1923 over 'deze buitengewone man' hield. Ook al delen we niet alle opvattingen van irreguliere opwekkingspredikers als Dwight D. Moody (in 1837 te Massachussets geboren) dan nog zijn er elementen genoeg in hun activiteiten, die vanwege de bewogenheid om mensen tot Christus te brengen, respect afdwingen. Hier volgt een passage uit genoemde toespraak.
'Kort na zijn bekering nam Moody voor altijd het besluit geen etmaal te laten voorbijgaan zonder met minstens één mens over diens ziel te hebben gesproken. Zijn tijd was zeer bezet en soms vergat hij tot op het laatste uur van de dag het besluit dat hij genomen had. Dan gebeurde het dat hij uit bed opstond, zich aankleedde en met iemand over diens ziel sprak. Op een avond ging Moody zeer laat van zijn werk naar huis. Plotseling herinnerde hij zich dat hij die dag nog met niemand over Christus gesproken had. Hij sprak bij zichzelf, dit is een verloren dag. Vandaag heb ik met niemand gesproken en op dit late uur zal ik ook niemand meer ontmoeten. Doch terwijl hij verder ging, zag hij voor zich een man onder een straatlantaarn staan. De man was volkomen onbekend, maar wist, zoals later bleek, wie Moody was. Hij ging naar de man toe en zei: "Bent u een christen?" "Of ik een christen ben of niet, gaat u niet aan. Als u niet een prediker of zoiets was, zou ik u overhoop slaan voor uw onbeschaamdheid." Moody sprak een paar ernstige woorden en ging zijns weegs. De volgende dag sprak deze man een vriend van Moody, een bekend zakenman, en zei: "Die Moody daar in het noorden van de stad doet meer kwaad dan goed. Hij heeft ijver, maar zonder verstand. Hij kwam gisteravond naar mij toe, voor hem een onbekende, en beledigde mij. Hij vroeg mij of ik een christen was en toen heb ik hem gezegd dat hem dat niets aanging en dat als hij niet een prediker of zoiets was, hij een pak slaag had kunnen krijgen voor z'n onbeschaamdheid. Die man doet meer kwaad dan goed".
Moodys vriend liet deze komen en zei: "Moody, je sticht meer kwaad dan goed. Je bent vol ijver, maar het is ijver zonder wijsheid. Je hebt gisteravond een vriend van mij belegdigd". Moody verliet wat beschaamd het kantoor van deze man. Hij vroeg zich af of hij werkelijk meer tot schade was dan tot nut. Weken gingen voorbij. Op een nacht lag Moody in bed, toen er luid op de deur van zijn huis gebonsd werd. Hij sprong zijn bed uit en vloog naar de deur. Hij dacht dat het huis in brand stond. Hij opende de deur en zag de bewuste man voor zich staan. Hij zei: "Meneer Moody, sedert u mij laatst op een avond onder die straatlantaarn aangesproken hebt, heb ik geen nacht meer goed geslapen en nu kom ik op dit ongewone uur om u te vragen wat ik moet doen om gered te worden". Moody liet de man binnenkomen en legde hem uit hoe hij gered kon worden. Toen de burgeroorlog uitbrak, ging hij naar het front en gaf zijn leven voor zijn land.'
Hier volgen enkele politieke aardigheden die ik her en der aantrof.
'• "Jongen", sprak de Griekse staatman Themistocles (plm. 520-459 voor Christus) eens tegen zijn jonge zoon, "jij bent de machtigste persoon in heel Griekenland". "Hoe kan dat?" vroeg de knaap. "Dat zit zo", antwoordde Themistocles. "De Atheners beheersen heel Griekenland, ik heers over de Atheners, je moeder heerst over mij en jij heerst over je moeder.'"
'• Er is een land waar meer wordt gelezen dan waar ook en dat daarnaast de oudst functionerende democratie ter wereld heeft. U denkt misschien aan de Verenigde Staten, het land van de Onafhankelijkheidsverklaring (1776), aan Australië met zijn moderne kiesrecht of aan Engeland met zijn Magna Charta (1215). Ze zijn het geen van drieën. Het land met de oudste democratie en het land waar de mensen het meeste lezen, is IJsland.'
'• Edouard Herriot (1872-1957), de Franse schrijver en politicus, gaf eens de volgende omschrijving van een briljante redenaar: "Iemand die een volle zaal tot tranen weet te bewegen met een lezing over de kunst van het uiensnijden".'
'• Toen Tsoe En-Lai (1898-1976) de ministerpresident van de Chinese Volksrepubliek, indertijd een bezoek bracht aan Albanië, een land met nog geen twee miljoen inwoners, werd hij verwelkomd met de dappere leuze: "Wij en de Cinezen zijn meer dan een miljard man sterk.'"
'• Een verslaggever vroeg eens aan de tweeëntachtigjarige, Westduitse bondskanselier Konrad Adenauer (1876-1967) wanneer hij van plan waszich uit de politiek terug te trekken. "Ik heb die periode al achter de rug", antwoordde de staatsman. "Jaren lang heb ik me uit de politiek teruggetrokken, namelijk in de tijd van de nazi's.'"
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's