De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Hoe houden we  de jongeren bij de kerk?' (6)

Bekijk het origineel

'Hoe houden we de jongeren bij de kerk?' (6)

Met het oog op de jongeren

8 minuten leestijd

4. Door als ouderen positief in de kerk te staan

Er zat eens een predikant in de trein. Tijdens een 'stop' kwam een man tegenover hem zitten, die in kennelijke staat van dronkenschap was. Een halflege fles stak uit zijn rechterjaszak. Kort nadat de trein zich weer in beweging gezet had, pakte hij de fles en nam een flinke slok. Het zag ernaar uit, dat hij van plan was dit ritueel te herhalen totdat de fles leeg zou zijn. Bij de tweede slok kreeg hij zijn overbuurman in het oog.

'Wilt u soms ook een slok?', vroeg hij, terwijl hij hem de fles reikte.

'Nee, dank u, ik drink niet', antwoordde de predikant.

Dit herhaalde zich enkele keren. 'Wilt u ook een slok? '

'Nee, dank u, ik drink niet.'

En iedere keer bracht de man zelf de fles weer naar de mond...

Toen hij weer een keer een slok wilde nemen nadat hij de inmiddels gebruikelijke vraag gesteld en het gebruikelijke antwoord gehoord had, liet hij opeens zijn arm zakken. Hij keek zijn medereiziger een poosje zwijgend aan en zei toen: 'U zult van mij wel denken: wat is dat een beest!'

'Integendeel', antwoordde de predikant, 'ik zit juist te denken: wat is die man gul!'

Hierdoor ontstond een gesprek dat de Heilige Geest gebruikte om deze drinkgrage vriend een nieuw leven te schenken.

Wij gaan in ons oordeel over anderen vaak af op hun zwakste kant en distantiëren ons dan gemakkelijk van hen. Wij zijn vaak ongenuanceerd negatiefin ons oordeel, omdat wij heel subjectief en selectief tegen mensen en situaties aankijken. Dat is ook vaak in het kerkelijk leven zo... dat wij letten op de zwakke kanten van de gemeente, van een predikant... (nog afgezien van de vraag of datgene wat wij als zwak beoordelen ook zwak is)... en dat wij ons dan negatief uiten en ons negatief opstellen.

'Als wij, ouderen, ons altijd maar negatief over de kerk en over de prediking uitlaten, dan moedigen wij de jongeren niet aan om naar de kerk te gaan.'

Deze woorden kwamen uit het hart van een bewogen, bejaarde vrouw op een avond waarop het ging over 'jong en oud in één gemeente'.

Er is een relatie... dat werd in de discussie op deze avond duidelijk onderkend... tussen 'jong' en 'oud' in de gemeente. Hoe 'jong' is, kunnen we niet los zien van de vraag hoe 'oud' is. Als 'oud' negatief is, dan mogen we niet verwachten, dat 'jong' positief is. Als 'oud' er geen blijk van geeft betrokken te zijn bij het leven in de gemeente, dan moeten we het niet vreemd vinden, als 'jong' zich ook niets aan de gemeente gelegen laat liggen.

Dit gaat ook op met betrekking tot ouders en kinderen. Als er van ouders een negatieve uitstraling uitgaat voor wat betreft de eigen gemeente en als zij hun gaven en hun tijd voor zichzelf houden en alleen voor hun eigen genoegen aanwenden, dan wordt daarmee het zaad van de tegenzin in het leven van de kinderen gestrooid. Dan moet er wel een wonder gebeuren - je zou natuurlijk kunnen zeggen, dat dit altijd geldt - als de kinderen dan toch op een positieve en opbouwende wijze, en op hun eigen manier, een bijdrage leveren aan het gemeenteleven. (Gelukkig zien we, dat regelmatig ook dit soort wonderen gebéuren!)

Positief zijn.

Positief denken.

Positief in de kerk staan.

Dat is ons - om zo te zeggen - niet 'eigen'. Wij zijn van nature geneigd om alleen maar positief te zijn over onszelf, en verder... naar anderen toe, ook naar de eigen gemeente toe, hebben wij de daarmee samenhangende neiging om negatief te zijn... in ons denken... in ons doen... en vaak het meest nog in ons laten.

Wij zijn absoluut niet van nature geneigd om aan zelfkritiek te doen. Maar... als we ons eigen denken en onze eigen houding nu eens onder de loep van de Schrift nemen... ? Als we ons eigen staan in de gemeente nu eens kritisch toetsen aan het Woord...? Het Woord toepassen in ons eigen leven... dat is een ontdekkende en ontnuchterende aangelegenheid. Dan vallen we door de mand. Dat maakt ons bescheiden en voorzichtig in onze oordeelsvorming en in het leveren van kritiek.

Als wij kritisch gestemd zijn en de neiging voelen opkomen om dit op een of andere manier te laten blijken, laten we ons dan eerst een paar dingen afvragen:

1. Wat zijn de positieve dingen die er zijn? Waar mag ik dankbaar voor zijn en hoe ga ik met die dankbaarheid om? Ik moet hierbij denken aan Paulus, die in verschillende van zijn brieven kritische geluiden laat horen en ook onverbloemd de zwakke kanten van een gemeente of in het leven van gemeenteleden aanwijst, maar begint met God te danken voor het goede dat er is en dat van Hem komt... voor de zegen die er óók is. Als wij daar in onze situatie de ogen voor sluiten, dan doen we Hem oneer aan. Dan bedroeven we de Heilige Geest.

2. Hoe is mijn eigen betrokkenheid bij en wat is mijn eigen bijdrage aan het leven in de gemeente? Wat heeft de gemeente aan mij? Wat hebben andere gemeenteleden aan mij? Draag ik mijn eigen gemeente op het hart en gedenk ik haar in mijn gebeden? Schenk ik haar de gaven die mij geschonken zijn?

Bijbels gezien is kritiek leveren een kwestie van verbondenheid. Dat kan een kritische verbondenheid zijn, maar dan wel verbondenheid. Het woord 'kritiek' komt in de Bijbel overigens niet voor. Wel het woord 'vermanen'. Vermanen is altijd ingebed in de gemeenschap. We houden elkaar vast in de vermaning. In de kritiek laten we elkaar los, tenminste als het om negatieve kritiek gaat. Die is altijd afbrekend. Daarom is kritiek leveren en tegelijkertijd afstand bewaren of afhaken uiterst on-bijbels, omdat er zo geen betrokkenheid, geen verbondenheid getoond wordt of is. Wie op het terrein van het jeugdwerk werkzaam is, heeft ook vaak met dit soort afstandelijke kritiek te maken... kritiek dus als uiting van een gebrek aan betrokkenheid bij het jeugdwerk en verbondenheid met de jongeren van de gemeente. De invalshoek van waaruit naar jongeren gekeken wordt, is vaak een negatieve invalshoek. Jongeren vóélen dit en ze ervaren dit als vervreemdend van de gemeente.

'Vermanen' is altijd opbouwend bedoeld. Een bijbelse vermaning komt voort vanuit een liefdevol hart, vanuit een broederlijke verbondenheid en een positieve inzet. Zij is een vorm van positieve kritiek, die bovendien persoonlijk geadresseerd is, hetgeen bij negatieve kritiek veelal niet het geval is, waardoor vaak zoveel schade wordt aangericht.

3. Als ik kritiek wil leveren, is mijn kritiek dan terecht? Of ligt het soms aan mezelf en aan mijn eigen vooroordelen? Heb ik wel goed geluisterd of gelezen? En als ik aanmerkingen op de gemeente heb: is de gemeente misschien niet zoals zij is, omdat ik ben zoals ik ben? En wat beoog ik met mijn kritiek? Wil ik alleen maar mijn gemoed luchten en komt wat ik naar voren meen te moeten brengen uit de vuile bron van mijn hart, of ben ik bewust positief-kritisch en beoog ik anderen/de gemeente langs deze weg te bouwen en baseer ik me daarbij op het Woord? Heb ik er werkelijk het heil van anderen en de eer van God mee op het oog? Sta ik zelf ook open voor positieve, opbouwende kritiek?

Wij leren ons positief te uiten, op te stellen en in te zetten, - en de ander uitnemender te achten dan onszelf - als wij bij een open Bijbel leven en de Geest ons hart aanraakt en ons leven vernieuwt, en wij ons in Zijn kracht bekeren... in ons denken (ja, de oproep tot bekering geldt ook ons denken!), in al onze levensuitingen, en ook ten aanzien van ons staan in de gemeente waartoe wij behoren.

Opnieuw komen wij hierbij uit bij de verantwoordelijkheid van predikant en kerkeraad om de gemeente aan het Woord te binden en vanuit het Woord te leiden en zo ook de ruimte en de mogelijkheden te creëren voor die inzet waartoe allen die tot de gemeente behoren - 'jong' en 'oud' - geroepen zijn. Positief in de kerk staan...

Jongeren mogen van ons, ouderen, verwachten dat wij hun hierin tot voorbeeld zijn. Onze kinderen mogen dit van ons als ouders verwachten. Juist dan ook, als we met het een of ander misschien weleens moeitee hebben. Want bij een positieve opstelling wordt duidelijk, dat we niet vanuit onszelf, maar vanuit het Woord denken. Het Woord beslist. En nu of straks zullen wij ervaren, dat het een vreugde is om het Woord gehoorzaam te zijn. Zal daar ook geen zegenrijke uitstraling van uitgaan naar onze jongeren toe?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Hoe houden we  de jongeren bij de kerk?' (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's