De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en secte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en secte

8 minuten leestijd

Wat is eigenlijk een secte ? Het begrip is niet zoo heel gemakkelijk te bepalen en misschien het meest duidelijk in zijn tegenstelling met kerk, hoewel het gewoonlijk toch met godsdienst en kerk te maken heeft. Gewoonlijk, want dit is ook alweer geen vast kenmerk, zooals de uitdrukking godsdienstige secte zegt. Als godsdienstige secten worden onderscheiden, wijst dit ook op andersoortige. Toch is de afstand niet zoo bijster groot, want het andersoortige staat ook in meer of minder verwijderd verband met godsdienstige beschouwingen. De religie is eenmaal een zoó centraal beginsel, dat zij haar invloed op alle terrein doet gevoelen.

Als algemeen kenmerk van een secte kan wellicht worden gewezen op een van liet in een bepaalden kring geldende gewone afwijkende levenshouding. De secte valt buiten het als normaal en gewoon gangbare in leer en leven en ziet op een gezelschap, waarin zulk een afwijking de levenshouding bepaalt.

De tegenstelling kerk en secte heeft dan ook een algemeene afgrenzing in kerk en een bijzondere in secte. De secte is verwant aan de kerk, houdt verband met het kerkelijk geloof, heeft daarmede punten van overeenkomst en gemeenschap, maar zondert zich op andere punten af. Dit kan zoo zijn, dat op een zeker leerstuk bijzondere nadruk valt, ook voor de levenshouding, of dat men op een bepaald punt van de officieele leer afwijkt en dan als een kettersche secte wordt onderscheiden.

Veelal heeft dit ten gevolge, dat de secte zich onder het officieele kerkelijke leven niet voegt en een afzonderlijke plaats inneemt. Zij veroorzaken op die wijze veelal een conflict met de officieele kerk en.zijn niet zelden oorzaak geweest, dat deze genoopt werd daarvan niet alleen kennis te nemen, maar een kerkelijke beslissing moest uitlokken, teneinde de leer der kerk te bevestigen, of tegen het als ketterij veroordeelde standpunt eener secte vast te stellen.

Reeds als zoodanig zijn de secten van grooten invloed geweest op de vaststelling van het kerkelijk dogma.

Aanvankelijk werden de Christenen voor een Joodsche secte gehouden. (Hand. 24 vs. 5). Niet alleen kende het Jodendom meerdere secten als de Ebionieten en de Essenen, maar het vond ook bovendien zijn aanleiding daarin, dat de Christelijke kerk uit het Jodendom is voortgesproten. Zij maakte den indruk van een soort Jodendom te zijn; dat van het traditioneele afweek en door de Synagoge werd verworpen. Vandaar een secte. De uitbreiding der kerk en haar orde ontnamen daaraan het sectarisch karakter, zoodra de kerk een gevestigde plaats in de wereld verkreeg. De verbinding van kerk en secte is dus uit historisch oogpunt niet vreemd en het verband gaat zelfs dieper.

De vraag is gewettigd, of de secte niet een voortdurend verschijnsel in het kerkelijk leven is, en daaraan inhaerent moet worden geacht. De religie draagt toch een persoonlijk karakter, dat ondanks haar groote beteekenis uit sociaal oogpunt, een oorzaak is van een verscheidenheid, welke met den aard van het religieuse leven samenhangt. Het zou althans niet moeilijk zijn de stelling te verdedigen, dat de kerk van alle tijden haar secten heeft. Het is zelfs niet onwaarschijnlijk, dat de profetische religie in het Oude Verbond, voor het oordeel van den tijdgenoot niet anders dan een sectarisch karakter heeft gedragen. In ieder geval stonden de profeten gewoonlijk critisch tegenover den volksgodsdienst.

Haar aanhang is zonder twijfel niet groot geweest en de valsche profeten, waarvan telkens weer gewag wordt gemaakt, hebben zeker ook hun aanhang gehad. Een en ander geeft grond voor de onderstelling, dat het sectarisme ook onder het Oude Verbond gebloeid heeft.

De geschiedschrijver stuit dan ook op een moeilijkheid, als hij zich zet tot de behandeling van wat men kerkgeschiedenis noemt. De geschiedenis van de kerk kan zich reeds moeilijk bepalen tot de historie van een bepaalde kerkformatie. Zij grijpt daar uit den aard der zaak overheen. Maar ook, als zij zich tot de kerk in het instituut wil bepalen, komt zij in aanraking met de sectarische verschijnselen en bewegingen in die kerk. Zij kan zoo min de secten voorbijgaan als de splitsingen en scheuringen, die daarmede weer verband houden. Op de beslissingen in de leer werd reeds gewezen. Voorts is er nog zoo menig verschijnsel, dat saamhangt met het feit, dat de kerk er is, met haar geestelijke invloeden en werkzaamheid, hetwelk toch weer niet zuiver kerkelijk is. Moet men dat nu alles onder de kerkgeschiedenis nemen ! Wanneer men op de kerk als organisme ziet, zonder twijfel, en zoo men alleen op het formeel kerkelijke het oog heeft, valt het er buiten, hoewel het verband niet kan worden genegeerd. Daarom spreekt men van de geschiedenis van het Christendom om het uitgebreide veld te omvatten. Doch dit tusschen haakjes. Het gaat nu over de secten.

Secten, wat er eenigszins op lijkt en wat verder zooal sectarisch genoemd wordt, zijn verschijnselen, die op het terrein der kerk niet tot de zeldzaamheden behooren.

Integendeel geeft het persoonlijke karakter der religie aanleiding tot verschil van opvatting en wanneer zulk een opvatting binnen een bepaalde groep gemeenschappelijken aanhang vindt, heeft men al zooiets als een secte. Het behoeft zelfs niet eens een van de gemeenschappelijke belijdenis verschillende opvatting te zijn. Het is vaak reeds voldoende nadruk te leggen op een zeker leerstuk, met name als dit gepaard gaat met een puriteinsche levensopvatting om in den hoek van het sectarisme te verorden gezet. Zoo wordt dit nog al eens op het Calvinisme toegepast. Men meent ook wel, dat zijn kerkbegrip daarvan het type draagt. Inderdaad wordt door Calvijn de praedestinatie het hart der kerk genoemd. Toch kan men niet zeggen, dat Calvijn zijn kerkbegrip daaraan oriënteert op een sectarische wijze. De plaats, welke hij aan het Oude Testament toekent, was alleen reeds aanleiding genoeg om hem daarvan te weerhouden. Hij ontleent daaraan reeds zijn onderscheiding van algemeene en bijzondere verkiezing. Hij erkent ook, dat de zichtbare kerk veel meerdere leden omvat dan de uitverkorenen. Hij ziet n.l. de kerk in de volle breedte harer openbaring in het licht der algemeene verkiezing, terwijl de wedergeboorte een vrucht van den Heiligen Geest is naar de bijzondere verkiezing. Deze beschouwing kan men niet sectarisch noemen. Wie bij de kerk behoort, is nog niet van de kerk, nochtans wil Calvijn, dat zij als broeders in Christus worden beschouwd.

Zeer zeker legt Calvijn nadruk op de leer en op het leven, maar ook daarom is zijn kerkbegrip nog niet sectarisch. Daarmede hangt voorts ook samen, dat hij zoo sterk opkomt voor de kerkelijke tucht.

Kerkelijke tucht en sectarisme hebben echter wel iets met elkander uit te staan.

Dat kan niet anders, want toezicht op leer en leven ontmoet afwijkingen, en indien deze aan de capitale stukken des geloofs afbreuk doen, moet zij die uit de gemeenschap der kerk verwijderen. Men kan dus het standpunt innemen, dat kerkelijke tucht secten maakt. Zij kan genoopt worden af te snijden. Indien dat een enkeling geldt, maakt zij nog geen secten, maar, zoodra dat een groep geldt, heeft men reeds een secte in de kerk gehad. Het onderscheid is dan alleen, dat deze door de tucht op zichzelf wordt aangewezen en de kerk niet langer als een voedingsbodem misbruikt. Dit laatste is zeker een belangrijk voordeel.

Maar nu de andere kant. Zeg, dat de kerk geen toezicht op leer en leven houdt. Niet zonder grond kan men de stelling verdedigen, dat zulk een nalatigheid de meest vruchtbare methode is om secten te kweewen en de kerk in sectarisme op te lossen.

Zij laat aan allerlei opvattingen en beschouwingen aangaande de leer vrij spel.

Ieder heeft zijn aanhang en op den duur wordt de kerk een complex van georganiserde en ongeorganiseerde secten, hoewel men niet van secten, maar van richtingen spreekt. Toch is het inderdaad niet anders. Zulk een toestand werkt bovendien aanstekelijk op het buitenkerkelijk sectarisme, om de eenvoudige reden, dat de onderscheiding van kerk en secte allengs verloren gaat. De sectarische geest overheerscht het kerkelijk besef, omdat het gezag der kerk zich niet laat gelden. Het is ook mogelijk, dat de eene richting (secte) de andere haar plaats in de kerk betwist en — met welk recht, laten wij even buiten bespreking, — maar men kan ook de meening hooren verkondigen, dat men de verschillende richtingen van rechts naar links bij elkander moet laten.

Men zou nog een stap verder kunnen gaan en de sectarisch verdeelde kerk normaal achten, en haar als zoodanig organiseeren. Dit zou trouwens de consequentie zijn van het laatste standpunt.

Op die wijze zou men dus tot de conclusie moeten komen, dat het kerkbegrip van de gereformeerde belijdenis, dat gezegd wordt het sectentype te vertegenwoordigen, in zijn toepassing en handhaving juist recht doet aan den aard en het wezen der kerk en zoowel het kerkelijk besef als de kerk in eere houdt. Daarentegen, dat de kerk, als zij aan haar belijdenis geen recht laat wedervaren, zichzelf oplost in een vergadering van secten. Een eigenaardige tegenstelling, welke zich aan de geschiedenis laat toetsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk en secte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's