Uit de Pers
Hulp bij zelfdoding?
Ethische verschuivingen worden soms zichtbaar in woordgebruik. Zelfmoord heette het voorheen als iemand eigenhandig zijn leven beëindigde. In onze tijd gebruiken we òf het verhullende 'suïcide' òf het verzachtende 'zelfdoding'. In de Kroniek van het oktobernummer 1994 van 'Kerk en Theologie' geeft dr. A. A. Spijkerboer enige aandacht aan deze materie onder het opschrift 'Hulp bij zelfdoding'.
De aangeduide verschuiving in woordgebruik interpreteert hij als een vorm van deernis met hen die zelf een eind aan hun leven hebben gemaakt, maar vooral als een acceptatie van wat ze gedaan hebben. We hebben onlangs de zaak-Chabot gehad. Chabot is een psychiater, die een patiënt hulp bood bij diens zelfdoding. Naar aanleiding van deze zaak hebben de bisschoppen in ons land gereageerd.
De Koninklijke Nederlandse Maatschappij der Geneeskunde stelt ais zorgvuldigheidseisen bij hulp aan psychiatrische patiënten bij zelfdoding: de aanwezigheid van wilsbekwaamheid, de aanwezigheid van onaanvaardbaar lijden en het ontbreken van een behandelingsperspectief. Als ik het goed zie is de kern van het betoog van de bisschoppen dat de waardigheid van de mens niet opgaat in zijn vermogen tot zelfbeschikking en dat de mens méér is dan zijn lijden: de mens heeft een objectieve waarde, ook als hij zich daar subjectief niet van bewust is.
Ik meen dat er ook een stuk van de hervormde en gereformeerde synodes op komst is, maar ik heb dat niet onder ogen gehad. Ik beperk me dan ook tot een paar opmerkingen bij het stuk van de bisschoppen. Wordt hier niet erg weinig vanuit het evangelie gesproken? Het evangelie zegt toch dat God in Jezus Christus ten goede over ons beslist heeft en dat we, wat we dan verder ook gedaan mogen hebben en wie we verder ook zijn, Gods liefde mogen kennen? We zitten wel eens te tobben over Gods almacht, maar één ding lijkt me toch heel zeker: je kunt nooit zo vast komen te zitten en je kunt nooit zo diep gezonken zijn dat de hand van de 'almachtige Vader' je niet meer zou kunnen bereiken. Het is best mogelijk dat deze dingen niet meer tot je door kunnen dringen wanneer je geestesziek bent, maar wie zegt dat dat altijd zo zal blijven?
Wanneer je zegt wat ik nu zeg, veronderstelt dat ook dat er een gemeente is waar mensen die psychisch lijden welkom zijn, een gemeente waarin je zomaar merkt dat het goed is om te leven. In 'rein-cultuur' heb ik zulke gemeenten nog niet gezien, maar sommige hebben er toch wel iets van. Er zijn ook charismata in de gemeente: ik heb iemand gekend die zag wat de meeste andere leden van de gemeente niet zagen. Ze hield al een tijdje iemand in de gaten van wie ze bang was dat hij zichzelf iets aan zou doen en toen deze man op het punt stond zich te verdrinken, was ze er en zorgde voor efficiënte hulp. Ook tehuizen, waarin mensen voor wie alles donker wordt en die geen enkele toekomst meer zien op verhaal kunnen komen, kunnen een heel goede rol spelen.
Deze paar overwegingen lijken me van belang: zelfmoord hoeft niet, en als je dat echt meent is er ook een gemeente waaraan je zien kunt dat dat niet hoeft.
Wat dr. Spijkerboer hier in het algemeen zegt over Gods beslissing ten goede over ons allen in Jezus Christus, kun je dat ook zeggen van iedere suïcidant? Er is onder hen toch ook een percentage bij wie geen sprake is van een of andere vorm van ziekte, maar een bewust en opzettelijk beëindigen van het leven?
Depressiviteit en suïcide
Dat schrijft prof. dr. K. Runia boven een artikel in het Centraal Weekblad van 4 november 1994. Suïcidaal gedrag komt veelal niet zomaar uit de lucht vallen, zo citeert hij uit de intussen verschenen brochure over 'Pastoraat en suïcide', geschreven door het Samenwerkingsorgaan van de drie Samen op Weg-kerken. Aan suïcide gaat meestal een lange periode vooraf waarin iemand met deze vorm van levensbeëindiging bezig is. Er zit vaak een tijdenlang glijdend proces achter van een vage gedachte tot een poging of tot de geslaagde daad. Er wordt nogal eens, aldus prof. Runia, een verbinding gelegd tussen depressiviteit en suïcide. Wel moeten we oppassen niet al te makkelijk een verbinding te leggen tussen elke vorm van depressiviteit en suïcide en tegelijk ook niet denken dat ieder in onze omgeving die depressief is dáárom neiging tot zelfdoding zou hebben.
Vroeger stond men gauw klaar met het oordeel: suïcide is zonde. Men had weinig of helemaal geen begrip voor degene die suïcide pleegde. Zo iemand was in zijn laatste zonde gestorven en daarom (hoogstwaarschijnlijk) voor eeuwig verloren. Sinds de psychiatrie een erkende wetenschap is geworden, slaat men vaak in het andere uiterste door: suïcide is simpelweg een kwestie van ziekte. Dat is het wel vaak, maar mogen we hier zo maar generaliseren? Nemen we de mens die suïcide pleegt (vaak de suïcidant genoemd) wel serieus? Zeggen we dan in feite niet: iedere suïcidant is ontoerekeningsvatbaar? Maar dat laatste is zeker niet juist. Sommigen (zeker vandaag) doen het zeer bewust en ze weten dàt ze het doen en wáárom ze het doen. Men noemt dit vaak een "balanssuïcide'. Een mens maakt de balans van zijn leven op en komt tot de conclusie dat het nu genoeg is en beëindigt daarop zelf zijn leven.
Hoe groot het percentage is van hen die toch min of meer ziek zijn en van hen die het 'in koelen bloede' doen, is moeilijk te bepalen. Sommige psychiaters schatten dat er in 95% van de gevallen sprake is van een of andere vorm van ziekte en in ca. 5% van bewust en opzettelijk een einde aan het leven maken.
Prof. Runia schrijft in zijn artikel dat de Wereldgezondheidsorganisatie eens heeft geschat dat zo'n 1500 mensen per dag door eigen hand sterven. In ons eigen land liggen de cijfers voor een 'geslaagde' zelfdoding de laatste jaren tussen de 1500 en de 2000. Het aantal suïcide-pogingen ligt uiteraard veel en veel hoger, ook al zijn niet alle pogingen bekend. Veel pogingen blijven immers begrijpelijk binnen de muren.
Bekend zijn alleen de pogingen die tot medisch handelen hebben geleid: ruim 21.000 per jaar. Bij geslaagde pogingen scoren mannen hoger, bij mislukte pogingen vrouwen. Terecht merkt prof. Runia op, aan wiens artikel we deze cijfers en gegevens ontlenen, dat veel pogingen eigenlijk meer een schreeuw om hulp bevatten dan dat men werkelijk het leven wil verlaten. Suïcide vindt meestal plaats in een crisissituatie of in een overgangsfase in het leven. Het is bijna altijd een 'verlies-situatie'. Runia somt een aantal achtergronden op in zijn artikel.
Wat ligt er achter? Dat kan bijna letterlijk alles zijn. Het hangt meestal van de persoonlijkheid en de omstandigheden af. De volgende zaken worden nogal eens genoemd.
1. De druk van ouders die willen dat hun kind hoog scoort. De druk van het werk, want men verwacht altijd maar weer dat je meer presteren zult dan je eigenlijk kunt.
2. Het gevoel van pure eenzaamheid. Een paar dagen voor haar suïcide schreef de schrijfster Carry van Bruggen: 'Als ik de tering had kon je me troosten, helpen, genezen; maar nu kun je niets voor mij doen. Dat is de ellende. Dit is de hel van de onbereikbare eenzaamheid, van de volkomen verlatenheid.'
3. Het verlies van een geliefde. Nu heeft het leven geen zin meer. Dat geldt vooral als men eigenlijk altijd op die ander gesteund heeft. Nu is er het diepe gevoel van stuurloosheid en hulpeloosheid.
4. Er is geen toekomstperspectief. Je bent al een paar jaar werkeloos. Je solliciteert wel, maar je maakt nooit een schijn van kans.
5. De fragmentarisering van de samenleving. Iemand schreef: 'Ik heb het gevoel nergens bij te horen. Ik sta overal alleen voor. Waarom zou ik nog blijven leven?'
6. Een mens maakt de balans van het leven op en denkt dat het zo eigenlijk genoeg is. Het leven was in doorsnee goed, maar er is eigenlijk niets meer te verwachten. Waarom zou ik dan doorgaan met leven?
7. De pure depressie. Het zwarte gat. Iemand schreef: 'Het leven is voor mij grauwen somber geworden. Ik wil niet meer verder zo. Ik ben mezelf en anderen tot last. Ik doe hun verdriet door me steeds dood-ongelukkig te voelen.' En zo veranderde de levensdrift in een doodsdrift.
Wie ermee te maken kreeg in het leven, zal nooit meer hard en ongevoelig oordelen of veroordelen. Wat dr. Spijkerboer aan het eind van zijn commentaar schrijft, zij ons binnen de christelijke gemeente op het hart gebonden: heb oog voor elkaar, vooral voor de ontredderden, de gehavenden en gekwetsten onder ons. Maar zelfs dan nog kan het gebeuren: geen weg meer dan door de dood. Hoe aangrijpend als het je man, je vrouw, je vader of moeder, je kind, je vriend of vriendin is!
Jomanda
Er is blijkbaar een groot gat in de markt voor mensen die zoekende zijn. Functieverlies van de kerken, verzakelijking van de samenleving laten kennelijk nogal wat mensen in een vacuüm vallen. Geen God meer brengt tot aanbidding van een 'godin'? In 'Woord en Dienst' van 11 november schrijft ds. Annemieke Parmentier een commentaar bij het verschijnsel van 'Jomanda' uit Tiel. We nemen dat in z'n geheel hier over.
Dagblad Trouw wijdde drie hele pagina's in de zaterdagbijlage aan haar. Elke week is ze een uur lang te beluisteren op radio Noordzee. Diverse televisieprogramma's besteedden aandacht aan haar. Ze kwam in het journaal omdat de NS speciale attractiekaartjes ging verkopen voor haar bijeenkomsten. Wekelijks gaan meer mensen naar Tiel om haar te zien en te horen dan dat er mensen in Amsterdam naar de kerk gaan.
Jomanda blijkt een gat in de markt te zijn. Of moeten we spreken van een zwart gat? Waarom zijn mensen bereid om soms lange afstanden af te leggen om naar Jomanda toe te gaan? Wat zoeken ze er? Vinden ze ook wat ze er zoeken? Gaan de meeste mensen om genezen te worden van ziekten en aandoeningen waar de gezondheidszorg (voorlopig) de grenzen van haar kunnen heeft bereikt? Of gaat men erheen uit nieuwsgierigheid, uit sensatie, om zich te verbazen over de dingen die gebeuren die niet rationeel te verklaren zijn, zoals mensen naar een optreden van de illusionist David Copperfield gaan? Of gaat men erheen om een kick te krijgen, door uit je dak te gaan of eens mee te maken hoe het voelt om 'onder narcose' te gaan? Deze en andere motieven of een combinatie ervan zullen mensen bewegen om naar de in het blauw geklede 'schakel tussen hemel en aarde' in haar blauw gedecoreerde zaal te gaan.
Wat voor vragen kunnen of moeten we bij dit verschijnsel stellen? De vraag of er wel echt iets gebeurt lijkt me overbodig. Daarvoor zijn er teveel verhalen van mensen die bijzondere ervaringen hadden. Het is algemeen bekend dat suggestie invloed kan hebben op iemands genezing, denk maar aan het zogenaamde placebo-effect. Bovendien heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat bij twee groepen mensen die allen dezelfde verwonding aan hun arm toegebracht kregen, de mensen die, zonder dat zij het wisten, door magnetiseurs behandeld werden, sneller genazen dan de anderen die deze behandeling niet ondergingen. Er is kennelijk meer tussen hemel en aarde dan wij met ons nuchtere verstand proberen te beredeneren.
Zinniger dan de vraag of er wat gebeurt, is dan ook de vraag of wat er gebeurt ook goed is. Jomanda zelf zegt positieve bedoelingen te hebben. Of zou het haar toch om het geld gaan en had Paul de Leeuw gelijk toen hij in een meesterlijke persiflage Annie de Rooy (met helm, want Jomanda heeft haar gave, naar eigen zeggen, omdat ze met de helm is geboren) liet optreden als Jomanni, wat hij uitsprak als 'your money'.
Jomanda is begaan met mensen, zegt ze, en wil alleen liefde en vrede overbrengen. Daarvoor stelt ze zich als medium beschikbaar. Maar wie garandeert mij dat wanneer zij 'instraalt' er geen negatieve bijwerkingen zijn? Hoe weet je of door haar alleen, zoals zij zegt, 'engelen en hemelse krachten' werken en niet ook duistere krachten? Zelf heeft ze die onderscheiding der geesten kennelijk niet, ze is niet kritisch, 'ik laat het eenvoudig gebeuren'.
Intussen verbaast het me dat er in de media zoveel aandacht voor Jomanda is en dat ik er in de kerk zo weinig over hoor. Welke boodschap hebben wij voor al die mensen die kennelijk zoekende zijn en waarom hebben zij geen boodschap aan onze goede boodschap? Een simpele boodschap zoals Jomanda die brengt, is veel te eenzijdig. Maar moeten we ons niet afvragen wat wij doen met de opdracht van Jezus om zieken te genezen in Zijn Naam? Beperken we ons tot de voorbede op zondag, waarbij we meestal niet eens namen noemen? Zijn wij een helende gemeenschap waar mensen gekend worden? Of willen mensen dat niet en zoeken ze juist de anonimiteit van de naamloze massa, waar ze kunnen consumeren zonder dat er een beroep op hen wordt gedaan?
Moeten we ons als kerk niet bezinnen op de vraag hoe we deze onbetaalde rekening kunnen vereffenen?
Ik weet al de vragen die hier door ds. Parmentier worden gesteld niet te beantwoorden. Wel zou ik in aansluiting ook op het bovenstaande opnieuw willen onderstrepen de functie van de gemeente in een tijd waarin kennelijk ontzettend veel mensen toch met problemen zitten zonder er eigenlijk mee uit de voeten te kunnen. Dat welvaart nog altijd niet gelijk staat aan welzijn, constateren soms ook christenen uit Derde Wereldlanden die bv. vanuit de zending Nederland bezoeken. Veel rijkdom, maar weinig werkelijk geluk. Zou het niet komen omdat we het echte geluk niet meer kennen dat in het psalmwoord besloten ligt dat zegt: Wel-geluk-zalig is hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft en wiens verwachting op de Heere zijn God is. Ik bedoel dit niet als een stichtelijke uitsmijter van deze rubriek, maar als een onderstreping van de levenswijsheid die Israël ons wil leren daar het haar/zijn God kende.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's