Stilgezet
'Immers is mijn ziel stil tot God: van Hem is mijn heil'. (Psalm 62 vers 2, 3)
Vreemd eigenlijk dat deze psalm zo'n grote plaats heeft gekregen in onze harten. Het lijkt wel alsof we heel zorgvuldig met de stilte omspringen; in plaats van deze te verkwisten. Wij hebben de stilte weggejaagd omdat we het verleerd hebben om stil te zijn. Radio en televisie moeten aan, zelfs mee op vakantie. Het onderscheid tussen ouderen en jongeren is in hoofdzaak, dat ze van ander lawaai houden.
Als we iets verloren hebben kunnen we soms de weg teruglopen, kijken waar het ligt. Met de stilte kunnen we dit niet, want de geschiedenis is onomkeerbaar. We moeten ons maar niet beklagen over het gebrek aan stilte: zelf hebben we de stilte weg-gemaakt. We hebben gezegd dat je mondig moet zijn, van je af moet praten, en je moet laten horen.
Stilte is een groot goed maar geen doel in zichzelf: het hangt er maar vanaf wat je er méé, erin, doét. Lege stilte is een ramp. Die man die zich niet voorbereidde op zijn gepensioneerde tijd is een ramp voor zijn vrouw, zoals de stilte een benauwenis kan zijn voor een zieke bij wie haast niemand meer komt...
Spontaan denken we: de goede stilte zal wel die zijn, waarin we de stem van ons geweten toegang geven. Laten we maar eens vragen: waar ben ik eigenlijk mee bezig? Waarvóór, voor wie, doe ik het? En: hóe doe ik het? Een beetje eerlijk worden tegen onszelf maakt dat we voor een ander wat minder lastig zijn, en agressief. En misschien - maar daar komen we zo op - dat de stem van God dan óók doorkomt, omdat we afstemmen op Zijn golflengte...
Echter, de stem van ons geweten is niet voldoende. Het is een stem die 'gestemd' moet worden, zoals een blokfluit op de piano, en omdat het geweten geen inhoud heeft van zichzelf heeft het weinig betrouwbaars te melden zolang het Woord Gods niet in het geweten gezonken is. De vraag is niet of we via ons geweten onszelf in de ogen kunnen zien, hoe waardevol dit ook is, maar of we het de Heere kunnen.
In psalm 62 is nergens stilte. Overal lawaai erige, spottende, vloekende mensen, een dodelijk vloeken ten koste van David, en in hem van de God van David, Die niet schijnt te helpen.
In een wereld, een leven zonder Gods nabijheid, kan de stilte een gat zijn, een leegte, zelfs wanneer de wereld rondom een bedreiging is. Opeens houdt de agressiviteit rondom je op, en je blijkt de luwte te zijn binnengevaren. Niets meer te strijden... Maar eigenlijk weet je met de stilte geen raad. Eerst was het strijd, van buiten en van binnen, en nu is het stil, maar het is niet wezenlijk anders geworden. De stilte is als een haven waarin je onverwachts kunt binnenlopen maar de piratenschepen van ongerustheid en angst en opstandigheid kunnen je er óók enteren.
'Mijn ziel is stil tot God'. Mijn ziel: dat is de hele David, met huid en haar, zoals hij ook met huid en haar in het nauw zit. En stil-zijn is voor hem: zijn God in de ogen zien, en Hem aan zich laten werken.
Ook dat gaat in de weg van het leren, zoals alles wat in het leven de moeite waard is. De Heilige Geest is hiertoe goed toegerust. En David heeft op de schoolbank gezeten. In psalm 32 lezen we hoe hij eens de stilte op eigen manier in praktijk bracht: tanden op elkaar, geen schuld belijden, een mens die zichzelf veroordeelt tot de cirkel van de onvruchtbaarheid, zoals de vlieg die nooit meer het openstaande raam terugvindt waardoor hij binnenkwam, op de adem van de wind.
Doch in deze psalm is de stilte genezend. In die stilte komt het woord van de genezing, de vergeving, tot hem, van de aanneming tot kinderen en van alles waar daarin gelegen is. Het is de stilte waarin niet de cirkel maar de wèg zich aftekent: de weg van de mens die, getrokken, gáát, en van de God Die tót ons gegaan is om ons te trekken door Zijn Geest.
Stil zijn mag en kan. Alles wat de Heere te zeggen had heeft Hij immers uitgezegd in die grote Koning, Die zweeg waar wij, mensen die voor onze rechten willen opkomen, juist gezwegen heeft, en die sprak toen wij het zwijgen verwachtten. Overal aanklagende stemmen, net als in psalm 62, en daartussen de Koning... Valse getuigen die Hem beschuldigen en een Hogepriester Die het Hem afvraagt: Bent U nu de beloofde Koning? En dan een Heiland Die spreekt, om onzentwil, en daarom naar het kruis verwezen wordt. Zo heeft Hij psalm 62 vervuld, opdat niemand zou zeggen dat hij te lang zijn geweten, nee, de stem van de Heere, overschreeuwd heeft, en heeft laten overschreeuwen.
En als ik nu niet genoeg geloof heb, of denk dat ik dat niet heb? Dan mag ik leren dat de Koning niet alleen psalm 32 vervuld heeft, maar ook het geloof van psalm 32. Hij zocht de stilte op om te bidden toen nog niemand besefte waartoe Hij in deze wereld gekomen was. Zijn geloof in de trouw van de Vader hield Hem aan het kruis, temidden van al die spottende stemmen. Hij heeft zich er doorheen geloofd, vóór ons.
Waarom anders, dan dat wij in de stilte alles zouden vinden wat niet alleen wij maar ook ons gelóóf nodig heeft? Wij wankelen, wij raken kwijt, wij laten ons aanvechten. Maar: wat kan het geloof meer zijn dan een vastgrijpen-in-hope? En móet het meer zijn, nu de Heere Jezus ons ongeloof met zijn geloof bedekt?
'Voorwaar'. Een klein woordje maar. Het is echter de openingszet die de uitkomst bepaalt. David zegt: ik moet er mijzelf aan herinneren, er moet een streep onder. In deze psalm staat het dan ook wel zes keer. Zes strepen, zes uitroeptekens. Hij klauwt zich als het ware naar de vrede toe die uit God is. Totdat hij de rots opklimt en de zuigkracht van het water ontkomt.
Is het dan toch waar dat ik niets voorstel, en dat mijn geloof dat óók niet hoeft, en dat het dan nochtans goed kan zijn? En dat een mens dan kan zeggen niet al te zeer te zullen wankelen zonder dat dit grootspraak is?
Als het waar is - en psalm 62 zegt het ons voor - dan heb je voor zoveel goedheid geen woorden meer. Alleen de stilte. Tot God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's