Meer dan mijn schuldgevoel
Persoonlijke levensgeschiedenis stempelt verbondenheid met Israël
Israël roept heel verschillende gevoelens op. De één is er in alles mee bezig, de ander heeft er niet veel mee op. Wanneer je verder doorvraagt, blijkt dat het persoonlijke levensverhaal een grote rol kan spelen.
Zelf heb ik liefde voor het Joodse volk vanuit mijn biografie meegekregen. Mijn eigen betrokkenheid op Israël begon op de zondagsschool. Twee zondagsschoolmeesters waren er elke zondag, al waren ze op leeftijd. De broers Teun en Willem Bogaard gaven in hun vele bijbelverhalen liefde voor het Joodse volk mee.
Zij spraken met respect over Farizeeërs, schriftgeleerden en overpriesters en waarschuwden dat wij hen niet over één kam mochten scheren. Het waren echt niet allemaal huichelaars. Zij vertelden dat het woord ‘bloed’ in de tekst ‘Laat Zijn bloed maar komen over ons en over onze kinderen!’ (Matt.27:25) moest worden gelezen als ‘verzoenend bloed’. Zo benoemden zij tal van stereotyperingen en ontkrachtten die.
Boerderij
Pas later begreep ik hun achtergrond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog geeft hun vader, Johannes Bogaard, samen met zijn kinderen, onder anderen Teun en Willem, Joden namelijk een schuilplaats op hun kleine boerderijtje in Nieuw-Vennep.
Het begint klein. Vader Hannes kent slechts één Joods gezin. Voor het eerst in zijn leven trekt hij daarom naar Amsterdam. Met vooruitziende blik nodigt hij daar al in mei 1940 Joden uit bij hem te schuilen. Gevraagd naar zijn motieven, zegt hij steevast: ‘De Joden zijn het uitverkoren volk van God.’ Dit is bepaald geen algemeen gedachtegoed.
Uiteindelijk zijn er naar schatting zo’n 150 Joden verborgen geweest. Soms zelfs zeventig tegelijk. Bovendien fungeert hun boerderij als tussenstation voor zo’n 3000 Joden die zij elders onderbrengen. Zijn kinderen zijn volop betrokken bij het regelen van voedsel, kleding en de contacten met het netwerk.
Deze aantallen kunnen niet onopgemerkt blijven. De omgeving begint het de ‘Jodenboerderij’ te noemen.
Invallen
In en om de boerderij zijn overal kleine schuilplaatsen. Tijdens een van de invallen doet Teun de deur open. Nee, van Joden in huis weet hij niets. Bovendien zijn ze nog aan het eten. De politie laat hij buiten wachten. Aan tafel leest Teun eerst uit de Bijbel. Door zijn harde stem is het buiten goed te horen. Net zo luid bidt hij hardop of de Heere mensen wil bekeren, zodat zij niet langer op kinderen met een ander geloof zullen jagen. Ondertussen vindt iedereen veilig een schuilplaats.
Sommige Joden worden ontdekt en gedood, of verdwijnen in concentratiekampen. Anderen, vooral veel Joodse kinderen, vinden een veilig heenkomen.
Tijdens een andere inval verbergt Willem een groot aantal kinderen in een sloot, met een kleed over hen heen. ‘Een engel van God was bij ons,’ vertelt hij later. Bij de laatste overval weigert vader Hannes ontdekte Joden te laten meegaan. ‘Dan nemen we u ook mee!’ wordt gedreigd. ‘Dat moet dan maar,’ is zijn reactie. Hannes wordt, samen met een zoon, meegenomen en op transport gezet. In februari 1944 brengt men hem naar de gaskamer in het concentratiekamp Sachsenhausen. Getuigen die het overleefden, vertellen later dat ‘hij met opgeheven hoofd en met de belijdenis van de Heere op zijn lippen ging’.
Zijn zoons Teun en Willem overleven, al zijn zij voortaan getekend door angst en leed. Met hun vader staan zij als ‘rechtvaardigen’ opgeschreven in Yad Vashem, het centrum in Jeruzalem waar de Joodse slachtoffers van de Holocaust en de redders van Joden worden herdacht. Met overtuiging vertellen zij vele kinderen jarenlang het Evangelie van de God van Israël. Ik heb het als zegen ervaren dit in mijn jeugd te hebben meegekregen.
Schuld en schaamte
Jaren later werd ik evangelist-gemeentestichter op Antwerpen-Linkeroever. Daar kwam ik in contact met leden van de orthodoxe synagogen in het centrum van de stad. Ik herinner mij een ontmoeting van een groep, onder wie een voorganger, met hen. Na afloop bedankte de voorganger de orthodoxe rabbijn en zei vervolgens: ‘Eenmaal zult u tot bekering komen en in Jezus geloven.’ De rabbijn wendde verstoord zijn hoofd af. De collega zei het zonder schaamte, maar ik schaamde mij plaatsvervangend. In het gesprek met Joden mogen we de naam van Jezus niet vermijden. De wijze waarop we Hem noemen, is echter wel van groot belang. Zijn wij in staat zó over Jezus te spreken dat wij Joden ‘tot jaloersheid verwekken’? (Rom.11:11,14)
Zo kwam in mijn aanvankelijke betrokkenheid een gevoel van schuld en schaamte mee voor wat het Joodse volk is aangedaan. Dat betreft niet alleen de gebeurtenissen tijdens de Shoah, maar ook wat eeuwen daarvoor al werd aangericht door de vervangings-theologie. Het christelijk antisemitisme kon hierin wortelen. Tegelijk groeide er liefde voor het volk door God verkozen.
Vanuit het Oude Testament
Tijdens mijn Antwerpse jaren studeerde ik theologie in Brussel. Hier kreeg ik de gelegenheid een studiereis naar Israël te maken. Dit heeft mij geholpen de plaats van Israël binnen de theologie te zien. De studies vanuit het bezinningscomité ‘Zicht op Israël’ in de jaren tachtig droegen hier eveneens aan bij. Mijn professor Nieuwe Testament, dr. J.T. Nielsen, daagde mij uit ‘de structuur en exegese van Galaten 4:21-5:1 uit te werken’. Dit resulteerde in mijn doctoraalscriptie ‘Abraham had twee zonen’.
Wat mij in het bijzonder raakte, was de ontdekking dat Jezus, Petrus en Paulus vanuit het Oude Testament lieten zien hoe alles op Christus uitloopt. ‘Hoe deden zij dit nu precies?’ was mijn vraag.
Sindsdien laat het mij niet meer los in mijn werk als predikant. In Nunspeet groeide dit besef. Er is geen preekvoorbereiding zonder te kijken naar Joodse uitleggers. Altijd zijn er bijbellezingen uit zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Lijnen over en weer probeer ik te trekken. Steeds ben ik op zoek naar Joodse achtergronden die meespelen bij wat er in een tekst aan de hand is.
In Kenia verweefde ik dit in mijn lessen voor de theologiestudenten. Wel merkte ik dat Israël wat ver van hun beleving ligt. Na een tijd begonnen studenten tijdens de morgenwijding voor Israël te bidden. ‘Ah, het komt toch over,’ dacht ik.
Terug in Nederland, in Vlaardingen, maakte ik een nieuwe studiereis naar Israël. Nu in Hoogeveen gaat mijn dienst verder. In januari volgend jaar hoop ik een nieuwe studiereis te maken.
Protestantse Raad
Twee jaar geleden werd ik gevraagd voor de Protestantse Raad voor Kerk en Israël van de Protestantse Kerk. Dit werk in het dagelijks bestuur helpt mij veel bijbelse theologie verder te doordenken. Want Israël is meer dan mijn schuldgevoel, meer dan mijn voorliefde en meer dan voorwerp van een interessante studie. Israël is voor mij Gods trouw in levenden lijve. Alleen al hierom blijft het belangrijk aan onze onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël vast te houden.
Als Raad zijn we begonnen materialen te ontwikkelen voor een ‘kerkbreed’ gesprek. Ons verlangen is dat we uit de heftigheid komen als het om Israël gaat en leren naar elkaar te luisteren. Mogelijk blijken onze persoonlijke levenservaringen een grotere rol te spelen dan wij aanvankelijk dachten.
De foto’s zijn met vriendelijke toestemming overgenomen uit het boek ‘Wacht binnen de dijken. Verzet in en om de Haarlemmermeer’ van Cor van Stam; uitg. De Toorts, Haarlem; 244 blz.; € 32,50.
Ds. J. Snaterse is predikant van de hervormde wijkgemeente Centrum te Hoogeveen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's