Jaarwisseling in het licht van de Grote Dag
1998/1999
Het jaar 2000 houdt de gemoederen bezig. Het computerprobleem zorgt voor veel hoofdbrekens. Wat zo'n verspringend jaartal niet kan betekenen in onze maatschappij, waarin de computer en alles wat daarbij behoort niet meer weg te denken zijn. In de rijke, hoog ontwikkelde landen zijn er de (financiële) mogelijkheden en de middelen om het probleem op te lossen. De vraag wordt gesteld hoe het toe zal gaan in de minder ontwikkelde en minder bedeelde landen, waar de moderne middelen wel zijn geïntroduceerd maar waar niet alle kennis aanwezig is om het probleem op te lossen.
Nu we het eind van het tweede millennium naderen verschijnen er ook tal van publicaties, die op het nieuwe millennium zijn gericht. 'Hoe zullen we straks de nieuwe eeuw ingaan?', is een telkens terugkerende vraag, op het terrein van kerk, politiek en maatschappij. Er ontstaat een soort oudejaarsavondgevoel. In de tijdsbeleving van mensen is het toch wel bizonder om de eeuwwisseling te mogen meemaken.
Gelijktijdig?
Vanwege de wisseling van de millennia is er ook sprake van een oplevende eindtijdverwachting. Zal dat het moment van de Wederkomst zijn? Sommigen speculeren ook op gelijktijdigheid van de door christenen beleden wederkomst des Heeren en de vervulling van de joodse verwachting aangaande de komst van de Messias: samen over de drempel van het millennium.
De joodse jaartelling schrijft momenteel het jaar 5759, vanaf de schepping. Een Amerikaans wetenschapper, die ik dit jaar in Jeruzalem ontmoette, was van overtuiging, dat de joden zich (bewust zelfs!) hebben vergist. Hij becijferde 5999. Dan kunnen we samen over de drempel van de eeuw.
Waakzaam
Treden we een nieuw tijdperk binnen? Maar dat kan toch niet met het verspringen van een jaartal gegeven zijn? We laten hier dan maar rusten de vraag of het jaar 1999, dat we nu zijn binnengetreden, het laatste of het vóór-laatste jaar van de bijna voorbije eeuw is. (Men zie hiervoor de rubriek Globaal bekeken)
Laat ons nuchter èn waakzaam zijn. Van die dag en die ure weet niemand. Is echter de verwachting aangaande de Wederkomst van Christus in de gemeente wel levend? Bij alle speculaties, die zich voordoen, mogen we ons de vraag stellen of we het zouden willen, liever nog of we ernaar verlangen, dat Christus spoedig wederkomt; dat de volstrekt nieuwe eeuw aanbreekt, waarin er geen ziekte, dood en lijden meer zal zijn, maar gerechtigheid de bodem van de zee zal bedekken en alle dingen nieuw zullen zijn op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemel. Elk nieuw jaar brengt er ons toch dichter bij? Zo tellen we de jaren: tussen de eerste en de tweede komst van Christus. Zo telden we ook het jaar 1998.
Zo tellen we het jaar 1999 en het jaar 2000, dat in het verschiet ligt. Maar in een jaartal op zich ligt toch geen bizonderheid? Johannes was in zijn tijd al 'in de geest op de de Dag des Heeren' (Openb. 1 : 10): in uitzien en verwachten. Die dag zàl komen in hèt Jaar onzes Heeren!
Voorlopig
Ook het jaar 1998 was in dit licht bezien voor-lopig; ik bedoel het in het licht van wat komen gaat.
Er waren ongekende rampen. De orkaan Mitch beëindigde of ontwrichtte het leven in Midden-Amerika van miljoenen mensen. De ontelbare naamlozen betreuren daar hun doden.
Maar ook het oorlogsleed was er, zoals de eeuwen door. In Kosovo, niet zo ver van onze deuren, ging de terreur door. Het Midden-Oosten was op het eind van het jaar opnieuw toneel van 'vuurwerk'. In Indonesië streed het volk met zijn machthebbers. Het Afrikaanse continent bleef een schouwspel van nood en ellende.
Israël vierde het vijftigjarig bestaan van de staat maar was ook de plaats niet van rust, vrede en gerechtigheid, ten spijt dat daar zo vaak het woord 'sjaloom' (vrede) wordt gebezigd.
In de weeën van de geschiedenis horen we de voetstappen van de komende Christus. Waarom toch echter is het ene continent zoveel meer een exponent van het buitenparadijselijke leven dan het andere?
Maar waarom toch bloeit intussen het geloof in die geteisterde continenten soms méér op dan in onze oververzadigde, overconsumptie ve maatschappij?
Persoonlijk
De voorlopigheid van het bestaan beleven mensen met name, die diep persoonlijk lijden doormaken. De gehandicapten, de zwervers, de mensen wier leven getweeëndeeld werd vanwege een scheiding, de mensen die hun baan kwijt raakten, de ongeneeslijk zieken, de psychisch zieken, de leden van de christelijke gemeente, die naar uitwijzen van het Woord Gods verantwoord willen leven, terwijl de wereld om hen heen anders suggereert, de mensen, die opeens alleen verder moesten, de mensen, die het voor de wind lijkt te gaan maar nochtans lijden aan de stress van deze tijd (haalt mijn zaak het wel, wat betekent mijn zwoegen onder de zon?). Het leven is voorlopig!
Bij elke jaarwisseling gedenken we onze doden. Duizenden naamlozen gedenken de doden, die hun het meest nabij waren. De één is niet meer dan de ander. Titels en on derscheidingen gelden niet in de gemeente des Heeren. Aan het eind van het jaar of aan de vooravond van de adventstijd worden in de gemeenten de namen in herinnering gebracht van hen, die heengingen. Altijd weer ontroerend wanneer hun namen worden genoemd.
Ieder voelt zijn of haar eigen leed. Als we hier nochtans slechts de namen noemen van overleden predikanten, doen we dat vanwege het bijbels vermaan, dat we onze voorgangers in gedachtenis zullen houden, aanschouwende de uitkomst van hun werken. Daarom in memoriam:
ds. Laurens Blok (90 jaar)
ds. Antonie Breure (79 jaar)
ds. Johan Tjakko Cazander (71 jaar)
ds. Jan van Dijk (83 jaar)
ds. Jacob Jongerden (70 jaar)
ds. Justus Vermaas (78 jaar)
ds. Johannes van 't Ende (69 jaar).
Getrouwe dienstknechten, die het geloof hebben behouden, verkrijgen de kroon, zoals de ouderlingen, die hun kroon werpen voor de troon van het Lam (Openb. 4 : 9).
Wereldpolitiek
Uit het wereldgebeuren noemen we nog wat in politieke zin het meest de aandacht trok: de affaire, waarin de Amerikaanse president Clinton verzeild raakte. Zijn wereldwijd besproken gedrag stond haaks op zijn hoge verantwoordelijkheid. Zou het ook helemáál uit de lucht gegrepen zijn, dat tenslotte de raketaanval op Irak de aandacht moest afleiden van de problemen, waarin Amerika's eerste burger was terecht gekomen? Arglistig is het hart, ook van wereldleiders. Dat Clinton zijn problematische situatie omgaf met religiositeit maakte het er niet beter op. Publieke schuldbelijdenis werd afgewisseld met publieke leugen. Politiek en geloof hebben zo toch een verre afstand gekregen. De Amerikaanse religiositeit blijkt nog geen garantie te zijn voor christelijk getuigenis in de wereldwijde politiek.
Wanneer we louter zien op wat voor ogen is, kon de duivel ook in 1998 in het vuistje lachen. Een president, die de eed aflegde met de hand op de Bijbel, bleek geen daarmee strokend voorbeeld te leveren aan de wereld.
Eigen samenleving
Intussen blijkt hoe in de politiek zich de strijd voltrekt tussen de machten der duisternis en Hem, die Heere en Kurios is, wiens macht is over alle machten.
Letten we op eigen samenleving, dan zien we ontbindende machten zich driester manifesteren. Bedoel ik het aantreden van Paars II? Zulke directe conclusies vallen niet te trekken. Er zijn hier glijdende schalen. Een volk krijgt de regering, die het verdient. In de uitingen van 'Paars' komt echter wel steeds duidelijker naar voren, dat ons volk steeds meer ontzinkt aan de ooit haar gegeven waarden en normen, die door het Woord van God gestempeld zijn. Grenzeloze vrijheid blijkt te leiden tot grenzeloze bandeloosheid. Het leven van mensen op straat is niet meer veilig. Grote en kleine criminaliteit zijn aan de orde van de dag. Zedeloosheid wordt publiekelijk in steeds driester vormen naar buiten gebracht. De Gay-games, met stuitende uitingen van immoreel gedrag, waren er het meest sprekende voorbeeld van. Ging het hier om sport of om publieke provocatie van (alleen al) het fatsoen?
Men behoeft kennelijk nog geen christen te zijn om te beseffen, dat onze samenleving decadente trekken krijgt. Ook wereldlijke schrijvers legden in 1998 de verloedering van de samenleving bloot. Tegen het eind van het jaar klonken zelfs stemmen uit politiek 'paars', waarin de ontoelaatbare grensoverschrijdingen van de media, met name van de televisie (vooràl maar niet alléén de commerciële omroepen) aan de kaak werden gesteld.
Het is er ook naar wat op de buis wordt vertoond. Het grofste is bij bepaalde programmamakers (en hun bazen) nog niet grof genoeg. 'Vergroving' heet nu het alom, toch nog enigszins vergoelijkend. Nee, verbieden mag niet, zeggen de kritici van de vergroving uit de hoek van 'paars'. Ons land mocht eens een intolerant land worden. We hebben nu bij andere landen in Europa immers de naam – zo stond het in de media te lezen – bovenaan te staan als het gaat om tolerantie, dat wil ook zeggen: het gedogen van al wat vunzig en immoreel is. Dat 'voorrecht' moet blijven. Maar waren het misschien toch wolkjes als eens mans hand wanneer we konden constateren, dat zelfs uit de wereld stemmen klonken, dat de publieke verloedering een halt moet worden toegeroepen?
Welk verweer zal er nog zijn tegen straatgeweld, kinderporno, verkrachting, criminaliteit en wat dies meer zij, wanneer de burger bij al deze zaken wordt 'opgevoed' via ontluisterende (televisie-)programma's?
Bewindslieden zeggen nu, dat de verantwoordelijken bij de media meer op hun verantwoordelijkheid zullen moeten worden aangesproken. Welk effect zal dat echter sorteren wanneer er geen consequenties aan zijn verbonden?
Echte misdadigers in de samenleving ontvangen nog steeds hun gerechte straf. Aanjagers van wandaden in de samenleving kunnen met een beroep op de vrijheid ongehinderd hun verloederende programma's brengen.
In het rampjaar 1672 was het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. Met een variant valt te zeggen, dat vandaag vele media(makers) zedeloos, de regering dadenloos en zo land en volk stuurloos zijn.
Hare Majesteit de Koningin sprak in haar kerstboodschap, in het kader van noodzakelijke verzoening tussen mensen, over noodzakelijke boetedoening voor God en voor de mensen. Hoe krijgt zulks nog echt stem onder ons volk? In boete en inkeer ligt uiteindelijk de enige uitweg voor een volk in verval, waarvan we de tekenen in 1998 zo duidelijk zagen.
Kerk
Wie geeft vandaag nog de echte definitie van tolerantie, die garant staat voor echte geestelijke vrijheid?
En dan het beeld van de kerk. In 1998 verlieten 46.000 personen de drie zich verenigende kerken (op een totaal aantal van 2,4 miljoen), waarvan 32.000 tot de Nederlandse Hervormde Kerk, 13.000 tot de Gereformeerde Kerken en 800 tot de Evangelisch Lutherse Kerk behoorden. Aangrijpende cijfers. Niet te camoufleren met de redenering, dat het hier om 'papieren leden' gaat. Want het papieren ledenbestand wordt telkens vanuit het actieve bestand weer aangevuld, dwars door alle geledingen van de kerk heen. De papieren behuizing blijkt doorgangshuis te zijn.
De klap op de oudejaarsvuurpijl kwam van prof. dr. H. M. Kuitert – in 1998 toch al prominent in het nieuws met zijn geruchtmakende boek over Jezus – die verklaarde, dat hijzelf, als het moet 'zonder verdriet' de kerk zal verlaten. Hij sloot in een radiointerview niet uit, dat hij aan het eind van zijn leven zou moeten erkennen, dat hij herschimmen heeft nagejaagd. Dat kon wel eens waar wezen. Hoevelen heeft hij echter daarin niet meegesleept? Hij wil nu nog wel in de kerk blijven om potentiële verlaters een handje te helpen bij het uittreden?
'De theologen gingen voorop', schreef de onlangs overleden ds. A. M. Lindeboom. Zoals zo vaak!
Imago
Verder was het voor de kerk, wat haar imago naar buiten toe betreft, een 'rampjaar', zeiden enkele communicatiedeskundigen. De breedste aandacht kreeg in de media, van welke aard en identiteit ook, uiteraard de kerkelijke huwelijksinzegening van prins Maurits en Marilène van de Broek. De wereld begreep er niets meer van: zoveel drukte om een slokje wijn en een stukje brood. Intussen moest de mening van het (geseculariseerde) volk nochtans een duit in de kerkelijke zak doen. Het leek alsof de wereld de kerk de dienst zou mogen gaan voorschrijven.
In ieder geval kwam de top van een ijsberg bloot in de verhouding Rome/Reformatie. Die kwam met name daarin bloot, dat pastoor Oostvogel bij de inzegening van het huwelijk enkele stapjes vóór zijn oecumenisch-protestantse confrater ds. N(ico) A. M. ter Linden moest staan, toen op het kardinale moment het (mis)belletje klingelde. Was het zo ook niet tijdens het pausbezoek aan Nederland enkele jaren geleden? De paus één meter voor de vertegenwoordigers van protestantse kerken op het podium.
Romebezoek
Die verhouding kwam, van Rome uit bezien, ook tot uitdrukking in de 42-seconden-durende ontmoeting van de kerkelijke delegatie van de zich verenigende kerken met de paus, tijdens een Rome-bezoek, dat nog een uitvloeisel was van het rumoer rondom het prinselijk huwelijk. De echtgenoten van twee der gedelegeerden lieten zich welgevallen in zwarte kledij (waarom deze kleur?) en 'met gedekten hoofde' voor de paus te verschijnen. Ds. B. J. van Vreeswijk, hervormd synodepreses en ook in functie protestant in hart en nieren, bleef wijselijk thuis.
De hervormde secretaris generaal kwam in zijn dagboek op te merken, dat hij tijdens het Romebezoek steeds protestantser was geworden. Reden waarom ds. J. Harteman hem niet ongeestig ter synode voorstelde nog eens een keer te gaan. Hij had er ook langer kunnen blijven.
Intussen bleef de zaak, waarom het allemaal ging, in de kerkelijke bezinning grosso modo liggen: hoe verhouden zich het heilig avondmaal en de pauselijke mis? De spraakmakende priester Antoine Bodar heeft al een voorschotje gegeven: wie echt de eucharistie wil vieren, trede toe tot de Rooms Katholieke Kerk. Het hervormd moderamen volstond met een verklaring na de commotie rondom het huwelijk. Na het Romebezoek werd de zaak per 'informatienota' afgedaan. Zo mogen we echter toch niet van de zaak zelve afkomen?!
Belofte
Waar bleef intussen het kerkelijk getuigenis naar buiten op andere punten? We willen wat het imago van de kerk naar buiten betreft niet in het negatieve blijven steken. Kerken namen het voortouw in het verzet tegen de 24-uurseconomie. Achthonderdduizend handtekeningen werden aangeboden aan een (overigens dove) minister Weijers van Sociale Zaken. De gevoerde actie resonneerde breed in de samenleving en kreeg een staartje in een breed opgezet congres ter gelegenheid van het jubileum van het Baan-concern.
Maar waar bleef het herderlijk schrijven of de kerkelijke boodschap, die al geruime tijd geleden door het hervormd moderamen werd toegezegd op verzoek van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond? Een schrijven is gevraagd, waarin wordt ingegaan op de geestelijke noden van de samenleving. Zou de tijd, nu besteed aan het Romebezoek, niet beter besteed zijn geweest wanneer zou zijn gewerkt aan een dergelijke boodschap, waarin – God geve het – naar buiten een profetisch getuigenis wordt gegeven en waarin naar binnen een helder geluid wordt afgegeven over de betekenis van de reformatorische traditie ook voor het heden? Het laatste zou ook heilzaam kunnen zijn voor de binnenkerkelijk verhoudingen, nu het proces van de vereniging van de kerken zich voltrekt in organisatorische, om niet te zeggen bureaucratische kaders. Smoort de kerk zo niet haar eigen stem?
Vereniging
Over het proces van vereniging ben ik uiterst kort. Het sleepte zich voort. De impasse culmineerde in besluiteloosheid aangaande de naam voor de verenigde kerk. De bureaucratische sturing – mede vanuit een al volop functionerende 'arbeidsorganisatie'! – en het ontbreken van een breed draagvlak voor de vereniging werden in alle toonaarden aan de orde gesteld en gelaakt.
De impasse van de kerk zelve sloeg met name over naar de hervormd gereformeerde kring, en leidde daar tot interne spanning. Het synodebesluit inzake de motie Van Heijst/De Visser leidde tot een driedeling in hervormd gereformeerde kring. Voor het eerst in de geschiedenis van de negentigjarige Gereformeerde Bond werd een buitengewone ledenvergadering belegd. Een verslag daarvan staat bijgaand te lezen.
In de worsteling om de kerk bleven we tot heden, Gode zij dank, bij elkaar. Maar juist de gereformeerde gezindte in de kerk kwam op hoge spanning.
Moge in de voortgaande worsteling om de kerk de heelheid van de gemeente bewaard blijven. Bij verschillen in inzicht, zal dat toch een gemeenschappelijk verlangen zijn?
Onvergetelijk is geweest de (toe)gezongen zegenbede uit Psalm 134 aan het eind van de bijeenkomst. Het bepaalde uiteindelijk mede de geestelijke toonzetting van de dag.
Er was in hervormd gereformeerde kring gelukkig ook meer dan Samen op Weg. Met dankbaarheid mogen we terugzien op de predikantenconferentie in Dalfsen, waar breed de zorgen, hoewel ook de vreugden over de (overdracht in) de prediking werden gedeeld. Meer dan nodig overigens. Wanneer het proces van Samen op Weg als geestloos wordt aangeduid, zou het wel eens kunnen zijn dat een en ander de prediking niet onberoerd laat, omdat ook wij ons verliezen in geestdodend organisatorisch bezig zijn. Er bleek in hervormd gereformeerde kring sprake van gemeenschappelijk gevoelde nood.
Andere kerken
Andere kerken hebben niet te maken met een zo ingrijpend proces van eenwording, waarin allerlei diepe emoties, die soms zelfs in hartstochten worden doorvertaald, een rol spelen. We hebben echter ook geen 'gereformeerd' alternatief voor een andere gezamenlijk begaanbare kerkelijke weg mogen bespeuren bij andere kerken van gereformeerde confessie.
De synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken met name consolideerde de eigen positie van deze kerken en haalde bruggen op naar andere kerken en bewegingen, waaronder ook de hervormd gereformeerden. In kerkelijke besprekingen werd 'geen perspectief' meer gezien. Hoe dan toch (kerkelijke) samenwerking om gezamenlijk 'het gereformeerde gedachtegoed' naar buiten uit te dragen? Dat kan dan toch ook worden overgelaten aan het particulier initiatief? Het gesprek hierover moet doorgaan.
Ik wil hiermee zeggen, dat 'kleine oecumene' of hoe dat ook heten mag, ook in 1998 nog niet maar een beginsel van hoop in zich heeft geborgen.
Teken
Was het jaar 1998 een rampjaar? Alleen een jaar van conflicten binnen de kerk en negatieve beeldvorming? Het was een jaar onzes Heeren. Het was een 'teken-jaar' stelde een pastor loci, die ik dezer dagen beluisterde. Wereldwijd en dichtbij waren er de tekenen van het Koninkrijk Gods dat doorbreken zal, zowel in de gerichten die over de aarde gingen als in de getuigenissen van hoop, geloof en liefde, die opklonken.
Nog leeft de kerk. Nog komen mensen tot geloof en bekering. Nog is er de schare, die in de trouw van Gods verbond wordt vastgehouden. Dat doet hopen. Dat sluit het uitzien naar de Grote Dag des Heeren niet uit maar in. Dan zal het onrecht verdwenen zijn, dan zullen ook twist en wrok verdwenen zijn. 't Zal alles door de Vrede bloeien. Aan alle broedertwisten komt een einde.
Voor-lopig vaart het schip der kerk verder, niet bestuurd door 'christen-strijders', maar onder de Kruisvlag, met 's Vaders Zoon aan boord.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's