De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Woord en orgel
Om het reformatorisch karakter van zijn ouderlijk huis te typeren, zei iemand eens: acht kinderen en een orgel. Het orgel nam ooit een prominente plaats in in veel huiskamers. Lang geleden zongen we bijna elke zondagavond thuis bij het orgel. Ik vermoed dat dit gebruik grotendeels verleden tijd is geworden. In het Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800 (december 1998 nr. 49) staat een prachtig artikel te lezen van de hand van ds. J. D. Th. Wassenaar met als opschrift Het orgel 'een hemelse heiligheid'? met als ondertitel 'Dr. O. Noordmans (1871-1956) en de kerkmuziek'. Ds. Wassenaar begint zijn artikel als volgt:

'Op het orgel in mijn ouderlijk huis stonden drie lange en wijde eikenhouten pijpen. Zij waren eigenlijk een toegift van de orgelbouwer. Want zij hoorden thuis op een 16-voets register, waarvoor overigens in dit instrument geen plaats was. Alleen deze drie konden er nog net staan: de a, de bes en de b. Zij gaven grond aan het hele spel. Wanneer ik op stille avonden, op het uur waarop de avondpsalm gezongen werd, van elders thuis kwam, drongen deze drie stemmen reeds op een halve mijl af stands tot mijn oor door. Dan werd ik van verre reeds opgenomen in deze kathedraal van geluid. Ik ging er binnen, lang voordat ik de deur der woning had bereikt. Rondom het huis, naar alle zijden en naar boven, stond de hele atmosfeer hoorbaar in trilling en het hart beefde mee vanwege de heiligheid van deze tempel, waarin ik minutenlang kon gaan, voor ik de zangers en de speellieden bereikte. Geen domorgel heeft mij ooit een zo sterk gevoel van wijding kunnen geven als deze drie, wanneer zij rondom die woning een tempel deden rijzen. En geen kerk bracht mij ooit een zo grote zekerheid bij van thuis te komen bij God.'

Dit citaat is terug te vinden in een meditatie over 1 Korinthiërs 13 : 13a (Verz. Werken dl. 8, p. 387). Ds. Wassenaar vermeldt dat dr. Noordmans als jongen al orgel speelde. Dat hij méér dan een gebrekkig amateur was, blijkt uit het volgende citaat:

'Noordmans' vriend ds. R. Dijkstra deed in 1956 als volgt verslag van een bezoek aan Noordmans in 1936: "Toen ik tegen de avond naar Holten vertrekken wilde, hield hij me nog even vast. Nu moetje nog even Bach horen op mijn oud pijporgeltje en met volle overgave speelde hij een paar cantates. (…) Onderweg moest ik nog vaak denken aan dat orgel, waarvan hij mij de geschiedenis verteld had en zag ik hem nog voor het orgel zitten, zijn opgeheven gelaat beschenen door een lampje, terwijl hij speelde, sprak alles in zijn gezicht van jubel, overgave en geestdrift. Zo straalden zijn ogen onder zijn borstelige wenkbrauwen, zo danste zijn puntbaardje heen en weer". Vervolgens schreef Dijkstra over de geschiedenis van Noordmans' orgel, "een vaderlijk erfdeel"; waarbij hij op de meditatie over 1 Korinthiërs 13 : 13a wees. Tenslotte vertelde hij: "Bij dit orgel hebben wij samen veel gezongen, vooral toen hij te Lunteren kwam wonen en ik hem dus gemakkelijk vanuit Putten kon bereiken, als slot bijna altijd psalm 21, de koningspsalm:

O, Heer de Koning is verheugd
Om uw geducht vermogen.
Uw heil zweeft hem voor d'ogen
En met wat blijde zielevreugd
Zal Hij door al uw daan
Verrukt ten reie gaan.

Dan liet hij zijn pijporgeltje jubelen, met de drie lange en wijde eikenhouten pijpen". Tenslotte de predikant en latere hoogleraar dr. K. H. Miskotte schreef op 19 september 1929 in zijn dagboek: "Als ik me zulke mensen – 'Noordmans (…) en vele Friezen', J. D. Th. W. – voorstel in de buurt van een huisorgel, word ik met dit arme instrument bijna verzoend – en vermoed, de innerlijkheid, de zelfinkeer, die oorspronkelijk bij dit meubel als voor een burgerlijk huisaltaar, gevierd werd."

Dr. Noordmans schreef eens een reactie op een artikel van mr. K. Vonk. Deze had geschreven dat de preek niet hoger gewaardeerd mocht worden dan het was: louter mensenwoord. De liturgie, dat was de eigenlijke eredienst en de verkondiging slechts toelichting. Noordmans schreef onder andere dit:

'In zijn reactie noemt Noordmans het orgel "een hemelse heiligheid". Hij vertelt: "In de nu zo gehavende grote kerk te Arnhem hoorde ik eens grootmeester De Wolf Bachs Preludium en Fuga in A-moll spelen. Toen de aartsengelen hun bazuinen van de mond hadden genoemen en er in de laatste maten alleen nog wat schel gepijp van hemelse kinderen overbleef, werden op het pedaal twee, door een volle maat gescheiden diepe bastonen hoorbaar. Ik heb in mijn leven niets gehoord wat mij zo de sensatie gaf van met het oor waarneembare voetstappen Gods. Toen Hij was binnengekomen ontstond een heilig zwijgen". Noordmans geeft vervolgens toe, dat onze heiligheden, het zonlicht en het orgel, het leven op aarde tot een paradijs kunnen maken. Maar wij zijn ook weer uit het paradijs "geworpen", om met de existentiefilosofen te spreken. Met het oog daarop stelt Noordmans: "De zon en het orgel zijn wel enigszins gecompromitteerd, als zij in deze diensten een plaats krijgen. Dat gaat maar niet zo regelrecht toe. Het Evangelie komt van Golgotha en daar was, zelfs op de middag, geen zonlicht. Het christendom stamt uit de catacomben en daar was evenmin zonlicht of orgel. Het doet ons wel vreemd aan, maar het is wel verklaarbaar, dat Calvijn orgelpijpen liet omsmelten tot avondmaalskruiken, om van ergere orgeldegradaties maar te zwijgen. (…) Existentie, in hedendaagse zin, wil zeggen, dat wij midden in de zonde en de dood liggen en daar schijnt geen zon of pijpt geen orgel ons uit. Een domorgel als te Keulen staat zielig tussen de ruïnes. Dan is er geen andere weg dan dat op de een of andere manier toch weer, zoals Calvijn het noemt: een of ander mannetje uit het puin verrezen in de naam van God spreekt. Dit vind ik nu op mijn beurt existentiële taal". Noordmans' betoog is dus uiteindelijk ook een pleidooi voor het vasthouden aan de dienst des Woords. Hij vindt: "Er is alleen maar de weg van het Woord, dat vlees geworden is; dat in onze zondige werkelijkheid is gekomen. Op die weg gaan de profeten en de apostelen en al die mannetjes, die uit het puin verrijzen".'

We moeten deze reactie van Noordmans plaatsen in het kader van zijn discussie met de liturgische beweging rond haar voorman prof. dr. G. van der Leeuw. Noordmans schreef in 1939 zijn bekende studie Liturgie. Ik geef twee citaten uit het artikel van ds. Wassenaar:

'In zijn in 1939 verschenen boek Liturgie schrijft Noordmans over "een vlucht in de liturgie". Die ontwaart hij bij predikanten die "uitgepreekt" zijn. Hij stelt: "ledere predikant kent het wondere probleem dat daarin ligt opgesloten, dat de prediking herhaald moet worden voor hetzelfde gehoor. Niet éénmaal of tweemaal, maar gedurende een reeks van jaren, soms levenslang. (…) Hij kan niet van stad tot stad gaan, zoals Paulus in de Handelingen. Dezelfde boodschap moet hij herhalen, steeds weer op dezelfde plaats, voor hetzelfde gehoor. Zal daarbij de dood niet in de pot komen en zal hij zichzelf en de gemeente niet doodpreken? Zullen beiden niet ondergaan aan de pastoraal?" In het kader van de vlucht in de liturgie noemt Noordmans ook de Bach-verering van zijn tijd. Hij schrijft: "Degenen die 'deelnemers' zijn in de liturgie van deze gemeente, hebben voor een groot deel geheel afgerekend met de kerkelijke pastoraal en wensen een preek in 't geheel geen plaats meer te laten in hun communicatie met de heiligen. Zij vullen de zalen, waarin de Matthäus Passion en de Hohe Messe worden gegeven, maar hun plaats in de kerk blijft op Pasen en bij de avondmaalsviering leeg. Van ambt, orde en dienst in kerkelijke zin hebben ze geen besef. 'Woord en dienst van de enkeling aannemen' wensen ze niet te doen." (…)

'Maar het gaat Noordmans uiteindelijk om wat Luther "het dorre Woord" noemde, dat recht op de man afgaat en hem geen ruimte laat dan alleen vóór bekering. Maar: "In de Bach-gemeente heeft zulk een Woord eigenlijk geen plaats". Noordmans stelt: "Er is geen ander middel om ons te doen geloven dan het gehoor. En met gehoor is hier niet bedoeld het luisteren naar de fluisterende stemmen van heiligen en engelen in de liturgie, maar het acht nemen op hetgeen gesproken wordt van Christuswege, persoonlijk, ambtelijk, ordelijk en in vaste dienst. Ofschoon God vrij is de weg naar het hart te kiezen die Hij wil, blijft dit het geordende middel, waarvan Hij zich bedient".
Overigens: bij de inwijding van het nieuwe orgel in de kerk van Idsegahuizen in 1908 moet Noordmans zich in dezelfde trant uitgelaten hebben. Ex-catechisant Willem B. Visser schrijft: "Wij herinneren ons (…) nog de inwijding van het herstelde pijporgel. Ik meen nog te weten, dat u toen zei dat orgelbegeleiding van het zingen niet oorspronkelijk, "niet bijbels was". Visser vervolgt: "Mocht u dat niet gezegd hebben, wij houden deze gedachte evenwel voor waar te zijn. Als het koor of de muziek of het ritme de tekst overstemt of verdonkeremaant dan is die kunst mij een ergernis. De wereld is niet geschapen door muziek maar door het Woord Gods. De hedendaagse liturgie wil in contact komen met de triomferende kerk maar zij zien daar boven altijd God en het Lam met aanschouwing, maar wij moeten het uit de tekst hebben, in aanvechting en strijd, vergeving der zonden, plaatsbekleding, toerekening, in somma door en in 't geloof te wandelen en de Here aan te hangen."

Ds. Wassenaar sluit zijn interessante artikel dan af met een klein fragment over hoe een kerkdienst er bij Noordmans zelf uitzag:

'Wie zich inmiddels afvraagt, hoe een kerkdienst er bij Noordmans uitzag, kan terecht bij de al genoemde Dijkstra. Hij vertelt: "Ik heb hem eenmaal horen preken op Hemelvaartsdag 1941. Er zaten maar een dertigtal mensen in de kerk, want Hemelvaartsdag is voor de Achterhoek een uitgaansdag. Het was alles hoogst eenvoudig, geen toga, geen bijzondere liturgie, alleen het klare, eenvoudige Woord…"

De plaats in de Achterhoek was Laren (Gld.) waar Noordmans van 1923-1943 predikant was. De eenvoud van het Woord werkt ontwapenend. Daar mogen we het weer een heel jaar van verwachten. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, schreef een vriend aan hem: 'Wij zijn allen een eeuw ouder geworden en alleen de Bijbel is nu onverwoestbaar jong'.

Woorden van een moeder
In De Hoeksteen, tijdschrift voor Vaderlandse Kerkgeschiedenis (27e jrg. december 1998) staat een bijdrage te lezen van John Exalto onder de titel Het geestelijk testament van Geertrui Vermaat-Hubers (1844-1884). Geertrui Vermaat was onder andere de moeder van de later zo bekend geraakte schrijfster Wilma (1873-1967). Exalto schrijft dat moeder Vermaat met haar man en kinderen (acht in totaal van wie er één na vijf maanden overleed) in Zetten kerkte in de plaatselijke hervormde gemeente bij ds. E P. L. C. van Lingen. Vader Vermaat was er leraar aan het eerste christelijke gymnasium. In 1877 verhuisde het gezin Vermaat naar de directe nabijheid van de Vluchtheuvelkerk, een gemeente verbonden aan de Heldring-gestichten. 'Januari 1883 werd Geertrui Vermaat ziek, ze leed onder meer aan bloedspuwing en longontsteking. In juli volgde herstel; samen met haar man vierde ze weer het Heilig Avondmaal. Een herstel dat tijdelijk bleek, de ziekte keerde terug en op 9 mei 1884 overleed ze op veertigjarige leeftijd. De 13e werd ze begraven bij de Vluchtheuvelkerk.' Exalto meldt dat hij deze gegevens ontleent aan de biografie die Niek van der Heide schreef over dochter Wilma Vermaat onder de titel 'Mijn voeten hebben Zijn spoor gevolgd' (1992). Moeder Vermaat liet voor haar kinderen een geestelijk testament achter toen ze voelde dat haar einde naderde. Exalto schrijft ervan: 'Het testament toont kerkhistorici een levensechte reflectie van een persoonlijk geloof uit de atmosfeer van de Vluchtheuvelkerk…'
We citeren er enkele aansprekende en ontroerende fragmenten uit: er staat boven Laatste woorden van onze lieve Moeder:

'Voor Da en Wim
Nu op mijn ziekbed heb ik iets van het eeuwig leven in den hemel gezien. Wij kunnen er onmogelijk veel van zien, want onze ziel zou bezwijken. Wij zouden vleugelen nemen om daar henen te vliegen, twijfel er niet aan want ik heb het gezien. Alles moet worden in uw werk Christus en Hem alleen, dan zult ge bewaard worden voor de zonde van eigenliefde. In de grootste drukte één oogenblik met Hem alleen geeft volkomen rust en vrede. Vergeet toch nooit dat uwe moeder eene dergenen is, die uit den vuurbrand gerukt zijn. O hoe heerlijk, Zijne gerechtigheid; wij worden om niet gerechtvaardigd.
Toen moeder benauwd werd zeide Juf: "Als wij de doodsvallei betreen, laat ons elk aardsche vriend alleen; maar Hij, de beste vriend in nood, verzelt ons over graf en dood". Maar moeder zeide: o, dit is zo flauw uitgedrukt wat het zeggen wil. Als het op sterven aankomt, doet een woord van den Heer meer dan tien anderen.
Christus is dicht bij mij, ik zie Hem, de vijand is weg, heelemaal weg. Voor God ben ik in mij zelven niets beter dan het slechtste meisje van Steenbeek.
Na eene benauwdheid zeide moeder: dit zijn ruime stapjes naar Boven, naar het Vaderhuis. God is voldaan. Volle vrede door Christus Jezus. Gerechtvaardigd door Hem, door U, door U die lieve Heiland.
Ik moet al mijn vuile kleeren hier laten want in 't nieuwe Jeruzalem zouden ze toch niets meer zijn. Zorg dat gij er binnenkomt als de vrouw van Christus, als ik er dan maar kruipende kom.
Heer, o indien mijn sterven tot een zegen wordt, bewaar mij dan toch voor geestelijke hoogmoed, want ons hart is zoo arglistig. Wanneer Gij zeggen zult: Juich!, dan zal ik met de zaalgen meejuichen; wat zal dat heerlijk zijn.'

En nadat ze in enkele woorden een toeziend voogd voor haar kinderen aanwijst, besluit ze haar geestelijk testament met deze woorden:

'Voor mijn kinderen
Christus is alles: Moeder, Broeder. Bedenk dit als later in den zwaren levensstrijd uw hart wordt zamengeperst en gij aan uw moeders borst zoudt willen uitweenen. Doe het bij Christus. Waag den levensstrijd niet zonder Hem; gij zoudt gewis bezwijken; maar met Hem zult gij in alles overwinnen en kalm kunnen blijven bij de grootste stormen.
Er komt een tijd waarin wij gevoelen dat er een gedeelte van ons leven voorbij is; een tijdperk dat wordt toegesloten, de jeugd met wat ze ons gaf; dan begint een geheel nieuw leven vol stille wenschen, fantasieën en verwachtingen. Dan vooral is het woord toepasselijk: Bewaar uw hart boven al wat te bewaren is want daaruit zijn de uitgangen des levens. Bewaar uw hart, houdt de deur toe voor iedere onzuivere gedachte die men er in zou willen werpen, en zorg dat gij die geen enkel oogenblik koestert, opdat het u niet aansteke, evenals de kanker en lichaam en ziel bezoedeld, wees verzekerd dat een reine van hart spoedig zou zien en voelen dat gij onrein zijt. Zalig zijn de reinen van hart want zij zullen God zien. Matth. 18 : 10. Voor mijn kindertjes.'

Als hier de naam Steenbeek valt, bedoelt Geertrui Vermaat één van de Heldring-gestichten in Zetten waar voormalige prostituees werden opgevangen. Een aangrijpend getuigenis van een nog betrekkelijk jonge moeder die haar zeven kinderen moet loslaten en vanuit een vast geloof aan haar God mag kwijtraken.

J. Maasland

Informatie: Het Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800 is een uitgave van: Distributiecentrum Intermedium, Postbus 130, 8260 AC Kampen, tel. 038-3392555.
De Hoeksteen is een uitgave van W. van der Louw, Gerberasingel 94, 2651 XZ Berkel en Rodenrijs, tel. 010-5113003.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's