De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

9 minuten leestijd

Marc. 10 : 46—52.

Wat moet die daar?

Een teekening van een biddend kindje, liefst van een armelijk gekleed kind, trekt aan. 't Is alsof, , men bij intuïtie gevoelt, „dat de arme smeekingen spreekt" en dat iets van kinderlijken geest in ons moet zijn om tot het heerlijk voorrecht te komen, om den" Heere te mogen aanspreken bij Zijn eigen Naam, in vrijmoedigheid des geestes.

Daar zijn toch arme kinderen in onge geslachten, die de zaligheid kennen om, door den nood gedreven, het harte te mogen verheffen tot Hem, die boven troont en woont bij dien, die eens verbrokenen en verslagenen geestes is.

Er zijn breede kringen, waarin men het zonder God en zonder gebed meent te kunnen doen. Want immers, 't gaat die bidden eii die't niet doen al even goed; daar is in aller leven wisseling tusschen droef en blij; ja, 't gaat vaak een biddend volk slecht; want 't succes hangt aan de tweede oorzaken.

Bovendien; 't gaat alles naar een vast beloop, en daaraan valt niets te veranderen.

Dat de Heere in Zijn Raad het gebed heeft ingevlochten, als een gulden draad en door dit middel Zijne eere verhoogt en Zijns volks zaligheid uitwerkt; dat Hij van den huize Jacobs wil gezocht worden, opdat Hij hun alzoo doe, wordt door zoovelen niet erkend, en daardoor wordt het zoo stil daarbinnen en 't leven zoo arm en van alle glans beroofd.

De dood is het leven gaan beheerschen, en 't schijnt dit te meer te doen, naarmate er meer in bloed en vuurvlammen, of ook in diepe golven, ondergaat.

Een gevoel van troosteloosheid doortrekt eene menigte, die in ijdelheid of inbeelding zich dit zoekt te ontveinzen.

Wat een voorrecht ervaring te bezitten, dat het roepen in oprechtheid tot den Heere, niet onopgemerkt, niet onverhoord wegsterft!

Heel het boek draagt getuigenis, en menig levensboek, dat de Heere „'t gebed hoort en tot Hem alle vleesch komen zal."

't Geval in den tekst hierboven aangewezen is bekend, als lieflijk. — Ook de laatste verzen van Mare. 10 zijn om> guld. — 't Kan u soms ^ zijn, alsof gq er bij tegenwoordig waart; misschien toen gij nog heel jong waart.

De Heere Jezus kwam in de Palmstad, Hij kwam er voor 't laatst, om als Rachab weleer, thans Bartimeus bizonder te zegenen. — Omringd door een groote menigte komt Hij dicht bg de poort en dé, é, r wordt .„, ., .-. X aller aandacht getrokken door een' man, die aan den weg — aan den heirbaan, waarlangs de Koning komen moest — zat

en bedelde. 't Staat onder ons wel vast, dat die man daar moest zitten, toen Jezus langs

dien weg wilde komen Wat moest die man daar toch doen? Daar zou toch onder Israël geen bedelaar zijn. Moet hij daar de schande van des Heeren Kerk uitroepen? Of de onbarmhartigheid van zijne familieleden, die zich verbergen voor dezen ongelukkigen man ? Of heeft hij geene bloedverwanten meer ? Een arm, ongelukkig mensch, heeft kleine

Is er ook iemand onder onze lezers, die een blinde onder zijne bloedverwanten heeft ? Dan loekt ge toch wel door warmte, levenswarmte, hem het gemis van 't licht

Misschien moet die zoon van Timeus daar ook wel zijn, opdat die menigte bepaald worde bij de weldaad, dat zij

Voor jaren wandelde iemand op 't schoone buitengoed van den Duitschen Keizer in de nabijheid van Cassel, eens gevangenis van Napoleon. Op den fraaien stijgenden weg naar den Hercules ontmoet hem een ongelukkige man en verzoekt een gave. Op eens drong op den eenzamen wandelaar de vraag aan: waarom ben ik niet zoo ongelukkig en waarom moet ik niet bedelen? En die vraag bracht hem Gods groote goedheid onder 't oog en verteederde zijn hart.

01 zeker, die menigte bij Jericho had reden om bij anderer ramp op verzondigde weldaad te achten.

Doch hooger doel, \n schooner lessen zouden blijken.

Vooral over don h& melweg zou onde wijzing uitgaan in dit geval en eene treffender recommandatie ons toekomen van dien Heere, die, als in deee historie mede wilde afspiegelen, dat Hij blinden

't licht geeft. 't Viel. ook u wel op, dat het woord des Heeren: „Uw geloof heeft u behouden", heenwijst naar diepere beginselen, naar een geestelijk zien, zooveel meer dan de genezing zijner oogen.

En dan mogen we al aanstonds opmerken, dat de herdelweg een bidweg is, of wilt ge, de geloofsweg een weg, waarop angst doet roepen met tranen tot den Heiland, te sterker, naarmate de Heere nabij is.

De blinde had die genade ontvangen, welke de H. Geest in de harten der uitverkorenen ontsteekt, zoodat hij in aijn nacht, 't oog kreeg op Messias, en hij Hem mocht omhelzen in de beloften „van ouds den Vaderen toegezeid."

Aan dat geloof wordt zijn*behoud, ook zijne genezing toegeschreven, gelijk de Heere gewoon is, de eere te leggen op die genade, welke al de eere tot Hem doet keeren. Die ook den H. Geest geeft, om het geloof dadelijk te doen oefenen.

Nu verstaan we, waardoor 't kwam, dat die blinde man, zooveel meer en zooveel beter zag, dan vele zienden. Toen hij dat rumoer hoorde, vroeg hij natuurlijk wat er was. Of was reeds de dringende behoefte of stille hope hem profetie des H. Geestes geweest? Zulke „dienstmaagden" pleegt de Heere wel vooraf te zenden in de zielen Zijns volks, als Hij nabij is te komen in meerdere heerlijkheid.

Zij hebben hem gezegd, dat Jezus van Nazareth voorbij ging.

En nu hebt ge nooit gehoord, dat Hij tijdens Zijn omwandeling aan iemand geld gaf. Eens liet H| schatting betalen, hoewel de zonen vrij zijn, Geld geven, ik meen, dat de Heere dat nooit deed. Zijne discipelen hadden ook geen goud of zilver te geven. Zijns was een hoogere eere.

Koninklijker, dan de gaven van alle koningen, is wat Bij geeft, aan een behoeftig volk; en dat volk is met geld, is met natuurlijke weldaden, hoe groot ook, niet te redden.

Hij heeft. het gehoord, dat Evangelie voor hem. De sterre uit Jacob gaat op, en Hij roept niet om een aalmoes; wat hij begeert, is ontferming, ontferming van den Zone Davids. Treffend juist. En dan die betiteling van den Nazarener, als Zone Davids 1 Roept Zijn woord de vijandschap wakker ? 't Is niet anders en nooit, 't Roepen om ontferming vindt tegenstand van binnen en van buiten, meer dan in een couranten-artikel is te zeggen.

Zij bestraften hem, dat hij iwijgen zou. Als 't geloof niet de wortel ware geweest, ik acht dat hij gezwegen had; nu niet. Echte begeerte is geen morgenwolk. Zij wordt sterker; als met de palmen aan den weg, die groeien onder den druk, zoo gaat het met Gods genade-werk. De behoefte sterker, bï^géerte inijiger. Dat „maar hg riep zooveel te meer", is zoo echt. Hij roept Jezus glorie uit, en heeft goed betrouwen en levende hoop, dat hij zal worden verhoord. Al roepende wordt hij gesterkt in den geest.

Dat geloof geeft vrijmoedigheid aan en man die niets heeft bij te brengen, m den Heere te bewegen, maar om zich e werpen op Zijne ontferming.

De hemelweg is een geloofsweg en de geloofsweg is een bidweg, waarop de tranen als diamanten komen te schitteren, als 't rechte licht schjjnt.

Weet gij 't niet? Hebt ge het niet ehoord? dat er niemand in den hemel uicht, of hij is eerst hier een kerm er m ontferming geworden?

Dat hebt ge wel gehoord; of dat hebt e wel bij ervaring en daarom tevens, at het goed uitkomt met behoeftig volk n hunne nooden.

Zeker, dan hebben we geen tijd te verliezen; dan begeeren we ontferming om van onze geestelijke blindheid genezen te worden; dan wordt het gerucht van Jeius dierbaar in onze ooren en harten; dan putten we moed uit anderer behoudenis en leaen met blijdschap, dat Jezus „vele blinden het gezicht gaf."

De bestraffers zwijgen niet; doch 't helder verlicht oog op den Zone Davids maakt, dat we moeten aanhouden, al zal ook van onze stervende lippen 't laatste zijn: OntfermingI

Goede uitkomsten zijn bereid. Zijn uitgang is als de dageraad in majesteit. Er komt bemoediging. Hij, de Heere staat stil, nu Hij wordt aangeroepen dooreen behoeftige siele, door een „man in nood."

En Jezus zeido, dat men hem roepen zou. Dat is de echo op 't gebed. Menschen, die hem zoo even hebben bestraft bemoedigen hem zeggende: Heb goeden moed, sta op, Hij roept u!

Als het 's Heeren tijd is, komt Hij zoo spoedig en wil menschen door menschen vaak bemoedigen. Grijpt moed, treurigen Zions, u is een beier lot bereidt, uw heilzon is aan 't dagen!

Als de Heere Zijne boodschap verbizondert en particulier maakt, dan geeft

Hij ook vrijmoedigheid om zich op grond van vrije ontferming — dan heeft hij niets meer noodig! — tot Hem te wenden.

Alle hinder in den weg wordt afgelegd. De mantel (en er zijn van verschillende stof en kleur!) wordt afgeworpen en 't gaat, en 't geloof grijpt reeds de weldaad enz. enz.

Wat een vriendelijke Heiland is Jezus Christus! Van Zijne lippen vloeit mirrhe, die pijn stilt; door Zijn woord geschieden wonderen, aan blinde mensch en, die in nedrige vrijmoedigheid, (dat is ootmoed en stoutmoedigheid dooreen gemengd) Hem hunne behoeften voor mogen leggen, ten bewijze, dat ze van Hem veel verwachten.

Straks gaat hij gezegend en 't blijkt, dat Jezus band op Hem en hij aan den Heere mag hebben.

Genieten wij in de weldaad Gods gunste, dan moet het voor een beweldadigd volk, achter den Heere aan. En als Hij ons de oogen opent, zien wij Hem het terst en vlak voor ons.

Is niet in heel deze historie uitnemendheid van den hemelweg, doch tevens heerlijke recommandatie van den Hemelkoning ?

Hebt goeden moed! Houdt bij Bern aani Hun geeft Hij moed en krachten, die hopend op Hem wachten.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's