De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

8 minuten leestijd

En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, Hand. 1:9.

Hemelvaart.

De hemelvaart van Jezus Christus neemt onder de heilsfeiten een gewichtige plaats in. Het is de Kroning geweest van Hem, die in de gestaltenis Gods zijnde, den menschen gelijk geworden is. Ja, juist omdat de Heere Jezus zich zoo diep heeft vernederd, is Hij ook uitermate verhoogd, opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.

Van dat doorluchtig feit mogen wij heden weer gedachtenis vieren.

De veertig dagen, waarin Jezus zich met vele'gewisse kenteekenen aan Zijn discipelen vertoond heeft, zijn voorbij.

De Heiland is met Zijne jongeren naar den Olijfberg gegaan. Onderweg heeft Hij nog met hen gesproken. Van Jeruzalem — zoo had Hij ze bevolen — zouden ze niet scheiden, vóór zij de belofte des Vaders hadden ontvangen, die ze van Hem hadden gehoord.

Jezus verklaart dit den Zijnen nog nader door te zeggen: „Niet lang na deze dagen zult gij met den Heiligen Geest worden gedoopt."

De discipelen brengen onmiddellijk verband tusschen dien doop des Geestes en de oprichting van het koninkrijk aan Israel.

Maar zij vatten dit op in aardschen zin. Wel een bewijs, hoe verkleefd ook dio jongeren des Heeren nog waren aan het stof.

Hun ideaal was altijd geweest, dat de vervallen hut van David nog eens zou worden opgericht in glorie. En wel had Jezus in Zijn prediking telkens en telkens dien droom verstoord, maar zij konden 't maar niet loslaten.Ook nu nog niet. O wat een bewijs voor de waarheid, dat we uit de aarde aardsch zijn en dat ook zoo veelszins nog blijven na ontvangen genade. Nu had Jezus 't hun zoo dikwijls gezegd, dat Zijn Koninkrijk niet was van deze wereld. Hij had die waarheid met Zijn dood bezegeld en toch waren ze er nog niet van los. Ook nu nog vervuld van aardschgezinde verwachting, 't Moet Jezus wel diep hebben gesmart, deze taal van Zijn jongeren te hooren. Daarom bestraft Hij ze zachtkens en zegt: „het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht heeft gesteld.; Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, die over u komen zal en gij zult Mijne getuigen zijn zoo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria tot aan het uiterste der aarde."

En als Hij dat gezegd had, werd Hij opgenomen. Al hooger en hooger vaart Hij op, totdat een wolk Hem bedekt. Door die wolk onttrekt de Vader aan het oog der jongeren, wat alleen de gezaligden zien mogen: Jezus in Zijn heerlijkheid!

Toch weten zij waar Jezus heengaat, ook al heeft hun oog niet Zijn zegetocht tot aan het eind doorschouwd. Als Jezus opvaart, dalen engelen neer, die zeggen: Gij Galileesche mannen! wat staat gij en ziet op naar den hemel ? Deze Jezus, die van u opgenomen is in den hemel, zal alzoo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heen varen.

Naar den hemel is Jezus gegaan. Nu ja, zoo denkt iemand wellicht, dat was Jezus, maar wat hebben wij daaraan. Ja juist, omdat het Jezus was, daarom is die hemelvaart van zoo groote waarde.

En waarom? Omdat Jezus als mensch ten hemel voer. Naar Zijn Godheid kan Hq niet ten hemel varen, immers als God vervult Hij den hemel en de aarde.

Naar Zijne Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij van ons nimmermeer. Maar Hij is ook als mensch naar den hemel gegaan. Dat is het groote feit, waarover Gods Kerk juicht van vreugd.

Zeker, een Henoch en Elia zijn ook ten hemel gevaren. Maar dat was toch geheel iets anders. Zij gingen voor zichzelf, maar dat bleef voor ons zonder invloed. Het bracht ons geen winst. Bij Jezus' hemelvaart is het heel anders. Als Hij opvaart neemt Hij ons vleesch mee tot pand in den hemel. Hij is immers onzer één geworden. Hij nam ons vleesch en bloed aan, Hij werd met ons lot gemeen. En wat was dan ons lot? Dit, dat de hemel voor ons gesloten was. Door de zonde werden de poorten des hemels voor ons gegrendeld. God sloot het Paradijs voor ons af. Maar in onbegrepen liefde heeft Jezus de zonde Zijns volks op zich willen laten aanloopen. Daarom sloot de hemel zich voor Hem en werd Hij van Zijn God verlaten en troffen Hem de angsten der hel.

Al de baren en golven van Gods toorn gingen over Zijn hoofd. En ten slotte zonk Hij weg in de diepe kolken des doods. Maar van den dood kon Hij niet worden gehouden.Hij triumfeerde over hel, dood en graf. Die overgeleverd was om onze zonde, werd opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Als Hij aan het goddelijk recht voldaan heeft, staat Hij op uit het graf. Ja, wat meer is, ziet Hij vaart op naar den hemel om verheerlijkt te worden met de heerlijkheid, die Hij bij den Vader had, eer de wereld was. Nu gaat Jezus heen om het loon te ontvangen voor al den arbeid Zijner ziel. De vreugde, die Hem was voorgesteld, wordt nu Zijn deel.

Verhoogt, o poorten! nu den boog! Rijst, eeuwige deuren, rijst omhoog. Opdat de Koning in moog' rijden.

En zij rijzen omhoog, en onder den jubel der engelen aanvaardt Hij de Koningsheerschappij in glorie.

Zoo wordt de Heiland met eer en heerlijkheid gekroond. Op die heerlijkheid kan Hij een wettige aanspraak doen gelden. Want Hij heeft ze verworven door Zijn verzoenend lijden en sterven. Door Zijn bloedige offerande heeft Hij voor zich en de Zijnen het recht op den hemel verworven. Als de Voorlooper gaat Hij in. Maar dat sluit in zich, dat al de Zijnen Hem zullen volgen. Want Hij gaat heen om plaats te bereiden voor Zijn volk in het Vaderhuis met zijn vele woningen. Pleitende op Zijn volbracht Middelaars werk kan Hij nu zeggen: „Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij mij zijn, die Gij mij gegeven hebt."

Jezus is èn in Zijn vernedering èn in Zijn verhooging met de Zijnen één. Hij is het Hoofd en zij de leden. Onlosmakelijk zijn zij mét elkander verbonden. Daarom kunnen Gods kinderen zeggen, dat zij met Hem zijn gestorven, maar ook met Hem opgestaan en in den hemel zijn gezet. Wie Jezus, den Overwinnaar toebehoort, mag verzekerd zijn, dat hij burger is van het Jeruzalem dat boven is. Doch alleen door het geloof kan dit worden verstaan. Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.' Maar dat geloof laat ons niet ledig, want het doet ons smaken van de zaligheid, die in Christus is bereid.Het doet ons genieten alle geestelijke zegening waarmee de Vader ons gezegend heeft in den hemel in Christus. Die opvoer naar boven, vergeet Zijn leden op aarde niet.

De kracht van Zijn leven doet Hij ervaren in de zielen van Zijn kinderen. Als vrucht van Zijn hemelvaart zendt Hij immers ook Zijn Geest, door Wiens kracht zij zoeken, wat daar boven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods.

Waar hun schat is, daar is ook hun hart. Dat wil niet zeggen, dat Gods kinderen altijd hemelschgezind zijn. O neen, maar al te vaak worden ook zij naar omlaag getrokken door de aardsche vergankelijke dingen van den tijd. Of wie hunner is vreemd aan de klacht: „Wat kleeft mijn ziel aan het stof!"

Daar komen tijden, waarin het schijnt, alsof het geestelijk leven in hun ziel is uitgebluscht.

Tijden, waarin het goud des geloofs is verdonkerd.

Maar dat blijft zoo niet. Want Christus in den hemel vergeet de Zijnen nooit. Hij wijkt van hen nimmermeer.

Machtig is de bekoring der zinnen, geweldig de zuigkracht van de dingen dezer aarde — maar Hij, die in den hemel zit, is sterker dan dit alles. Want Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde* Daarom doet Hij de Zijnen weer wandelen op de hoogten, ver boven de dingen van het stof, vanwaar zij een blik mogen werpen in de stad, waar de Voorlooper voor hen is ingegaan. En daar roepen zij vol zalig heimwee uit:

De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren,

O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.

Dan is het met Paulus hun taal: „Ik wenschte wel ontbonden te wezen en met Christus te zijn, want dat is verre het beste."

Hebt gij daar nu kennis aan ? O als Jezus voor u niet het één en het al geworden is, dan is dit ten eenenmale onmogelijk. Zonder deel aan Jezus ook geen begeerte om met Hem te zijn in den hemel.

Het hemelleven vangt hier aan. De beginselen van eeuwige vreugd worden hier in het hart van Gods kinderen gesmaakt.

Wie in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven, maar wie den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien.

Daar zijn menschen, die droomen van zaligheid zonder dat zij Jezus bezitten tot hun deel.

Maar die droom zal bedrog blijken te zijn. Wie in het diepst van zijn ziel aan de aarde gebonden is en Christus niet kent, kan niet hopen eenmaal met Hem te deelen in Zijn heerlijkheid.

Vóór alle dingen is ons daarom noodig te weten, of wij Christus bezitten. Dat is de groote vraag, die ons ook op dezen feestdag gesteld wordt.

O, zoo gij Hem mist, dan is u geen hemelvaart bereid, maar dan is uw hellevaart, wie weet hoe dicht reeds nabij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's