Stichtelijke overdenking.
Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Psalm 2:12a.
Wat redden kan.
De diepte van sympathie voor Gods waarheid en Zgne eere in den engeren kring van 's Heeren volk, staat in nauw verband met de verbreeding van den krachtstroom in 't volksleven. Neemt de oppervlakkigheid toe, wijkt de vreeze des Heeren, wordt het leven onteeder, de invloed op de omgeving neemt vaak zichtbaar af naar 's Heeren bestel.
In hoeverre in de schrikkelijke openbaring der ongerechtigheid een oordeel uitgaat over de verachtering van 't geloofsleven bij 's Heeren kinderen, ga ik niet bepalen, hoewel ik weet, dat, als Gideon mag op waken en in geestesloekheid uitgaat, het altaar van Baal mver te werpen, de Heere zorgt, dat de macht des vijands wordt verbrokon. 't Gaat ver in deze geslachten met verachting van 's Heeren Woord en miskenning van Zijne wgsheid. De fondamenten worden omgestooten.
De goddeloozen spannen den boog, en schikken hunne pijlen op de pees" om de eerste beginselen van eerbaarheid en godzaligheid te treffen en verwoestende oppervlakkigheid drigft velen om met den tqdgeest mee te gaan.
Een geapprobeerde vrede, die opkomt uit de vreeze Gods is nog verre en huizen en landen" verblijden zich nog niet in gewenschte ruste onder de natiën. Nog drijven donkere wolken over onze hoofden en de bange vraag: wat wil het nog worden? dringt zich bij ons op.
Als Gods woorden wierden veracht, dan kwam de Heere dikwijls met slagen zoo er geen vernederende vrucht was van Zijne slagen, dan zond Hij menigaal meerdere ellende. In het leven van menig kind Gods was dit duidelijk, totdat ze den Heere in 't recht erkenden en zij door Zijne verootmoediging werden teruggeleid en uitgeholpen. Ook met volkeren handelt Hij in diepe wegen, opdat zij Zijne gerechtigheid bekennen en prijzen zouden.
Eens vroeg, 't is lang geleden, een fransch generaal spottend aan een engelsche, toen hy terug moest trekken Frankrqk verlaten: Wanneer komt u terug? De Engelsche generaal gaf tot antwoord: Als uwe zonden meerder geworden zijn dan de onze. Zekerlijk; oorlogstegenslag staat met 's volks zonden in nauw verband, zoodat alle volk altitjd 't eerst mag letten op de vreeze Gods.
Vraagt ge dan ook in dezen tijd: wat redden kan? dan is het Gods antwoord gegeven in den 2den psalm.
Heel die psalm is van groote beteekenis, diepe leering bg de beschouwing van dingen, welke onder onze oogen geschieden. Wij doen wel dit lied bg de gedurige worsteling der geesten en beoordeeling der beginselen niet buiten rekening te laten, waar het in allerlei z.g. kleinigheden reeds uitkomt, wat booze achtergrond de woelingen hebben. 't Gaat om 't gezag Gods en het door Hem gestelde gezag onder menschen,
Hoe wordt door de geschiedenis van dit tqdperk die psalm bevestigd! Gij kunt dezen psalm niet lezen, zonder te denken aan wat wq doorleven.
Men zinge het lied der zorgeloosheid'; men vlqe zich met goedkoopen troost; wie weet hoe spoedig wq worden opgeschrikt en de nood wordt aangedrongen, en wq ons den ernst der tijden niet meer kunnen wegdenken.
Daar zijn waarlijk verontrustende verschijnsefen, omdat de volkeren't zoeken - -buiten den Heere en meenen het te redden zonder Hem.
En dat gaat niet!
Al acht de geest des ongeloofs, dat het gaan zal met God er buiten; al haalt die geest de schouders op over de ernst, waarmee sommigen aandringen op terugkeeren tot der vaderen God en vindt zelfs al die dingen van den godsdienst onnoodig, ja schadelijk en oordeelt dien heelen godsdienst eigenlijk indringerig, 't blijkt steeds duidelgker dat het niet gaat en de ellende hoe langer zoo meer toeneemt.
Alles richt zich op 't zicht-en tastbare en 't woord des Heeren: Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijne gerechtigheid, " wordt miskend.
Nu komt daar, in anderen vorm, reeds eenzelfde vermaan in het ernstig, dreigend woord: Kust den Zoon, opdat Hg niet toorne!
Heel de narede op 't eind van den psalm is zoo liefdevol. Gij hoort een lieflijken klank in dit woord; 't is alsof een teeder oog op u gevestigd staat — en dat oog reikt nog verder dan de stem! — als gij in de eenzaamheid herleest, dat vermaan tot koningen en rechters der aarde! Vooral dio Goddelijke raad om Christus — toch gezalfd! — te erkennen, de innige gemeenschap met Hem te zoeken, in genadige hoogachting en eerbiedige onderdanigheid, vooral die raad is zoo heerlqk, als welgemeend.
Kussen is liefdewerk. Wilde men iemand in 't Oosten bewijs leveren van de genegenheid des harten, de kus was teeken van wat er leefde in 't harte, 't Was meer dan eerbiedige groet. Ben mindere kuste zijn meerdere, 't zij door de lippen te drukken op de hand, zelfs op den voet, of op voorhoofd en wang.
In Gods boek — het boek — leest ge daarvan vaak. Kloeke helden gaven elkaar getuigenis van eere en hoogachting en verklaarden zich in nedrigheid dienstknecht te zijn van hem, dien men alzoo groette.
Ook sprak de dank des harten voor genoten weldaden zich in dit teeken uit. Het gebod om elkander te kussen met een heilige kus, was in de Christelijke Kerk in de eerste eeuwen niet op zij gezet. Laat het zqn, dat onze hartelijke handdruk daarvoor in de plaats kwam; de beteekenis van de kus in 't Oostersche leven voelen wij in 't Westen niet, of slechts weinig en even, als over 't verraad van Judas wordt gepreekt en de snijdende vraag: verraadt gij den Zoon des menschen met een kus? ons wordt verklaard. In het leerzaam boek van Dr. James Neil staat, meen ik, een breed hoofdstuk over deze zaak.
De raad is dus: zoekt genade, om u te onderwerpen in zielsgenegenheid aan Messias en in geloof en bekeering in Hem en tot Hem zij uw heil.
Op Zgn hoofd zij de kroon en gij, rechters en overheden, aan Zgne voeten om in gehoorzaamheid aan Zqn Woord den zegen te zoeken en den weg tot welvaart voor de volkeren.
Daar is geen andere vreg, dan geloof en liefde. Niemand komt tot den Vader dan door Hem.
Zonder Christus is Konder God in de wereld (Efeze 2). De Vader heeft al het oordeel den Zoon gegeven. Daarom gaat ook in dien zegen, welke in Christus' Naam op de gemeente gelegd wordt, de genade van den Heere Jezus Christus voor de liefde des Vaders, omdat die liefde alleen recht gekend wordt door de genade in Christus, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
In het kussen van den Zoon ligt de zegen en de vastigheid van 't gezag zoowel als 't welvaren der volkeren en afzonderlq ke personen.
De Heere maakt een arm volk tot koningen en priesters en geeft dat volk Engelen tot knechten en legt het Zijn juk op de schouderen.
Maar zoo het blgft buiten Zijn gemeenschap, er is allerlei onheil te vreezen. Eiken dag.
't Is 't geheim der liefde des Vaders, om een, arm schuldig volk toch vrij te spreken in en om Christus' werk en hun de getuigenis des Geestes te geven van Zgne goedkeuring. Om dat getuigenis ging het de bruidkerk, als zg van den Heere begeerde: Hij kusse mij met de kussen Zgns monds. En dat doet Hij, als Hij Zijn Woord dierbaar maakt en hun toespreekt naar behoefte, zoodat hunne ziele zich verlustigen mag in Zijn heil en zij in genegenheid mogen uitgaan om zich aan Hem in liefde te onderwerpen in al Zijne bestellingen, of dat ze ïich in de verzekering en 't genot van Zijne liefde mogen verlustigen.
Gewoonlijk werd de kus der liefde gegeven door den mindere aan den meerdere. Op 't terrein der geestelijke gemeenschapsoefening, is het de meerdere, die den mindere (Luc. 15 b.v.) kust en in de armen sluit.
01 gezegende Heiland, dat Gij een schuldig en ellendig volk „kussen" wildot, opdat het U kussen zou, gaat alle begrip te boven.
Er is bij 't zoeken der gemeenschap met den Zoon haast.
Gij menschen, gij overheden en rechters, sijt op den weg, en in groot gevaar om op dien weg om te komen, als 'sHeeren toorn maar een weinig zou ontbranden. Op den weg omkomen, ver van huis, dat is altgd smartelgk. Wg lezen telkens van plotselinge sterfgevallen. Van menschen, die sterven in den trein, op den weg. Nu is dat niet erg, als gij door den Zoon gekust zgt en Hem hebt leeren kussen in oprechtheid, hoe smartelgk ook voor uwe naastbestaanden.
Maar als het nu is op den weg, plotseling, omkomen voor eeuwig, omdat gij den Zoon niet kent in intieme genegenheid door den Heiligen Geest, dan is dat zoo onuitsprekelijk rampzalig. Daarom de vermaning, de bedreiging, de uitnoodiging geacht, om den Zoon te kassen, opdat de Heere niet toorne en gij op den weg zoudt omkomen. Heerlijke getuigenissen gaf God van Zgne liefde; heerlgke getuigenissen van de zieisgenegenheden tot Hem; en in dien weg daagt de morgen. Durft ge zeggen, lezer, met de hand op 't hart en 't oog op den Heere: Ja.... ja, ook voor mij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's