De kerk: de omgekeerde wereld
WERVERS VOOR HET KONINKRIJK
In de centra van de grote steden of in toeristencentra treft men bij de ingang van restaurants op straat vaak een man in speciale outfit aan, die de passanten uitnodigt binnen te gaan voor een goede hap. Dat gebeurt overigens ook bij gelegenheden van minder allooi, waar men 'waar' van obscuur gehalte verkrijgen kan.
Wereldvermaard is de plaat van de brede en de smalle weg, daterend uit 1875. Op die plaat valt veel af te dingen als het gaat om de gebouwen of voorstellingen, die al of niet langs de twee wegen zijn aangebracht. Maar het begin is duidelijk: twee poorten, die bij het begin staan van twee wegen.
Nu staat er bij de ingang van de brede weg, waarlangs de plaatsen zijn aangebracht 'voor wereldsvermaak', zoals het theater, het speelhuis en de danszaal, niet zo'n straatwerver, als ik hem zo eens noemen mag. Boven de poort staat alleen maar met grote letters 'WELKOM'. Dat schijnt voldoende te zijn om mensen binnen te lokken.
Bij de smalle poort staat wel zo'n straatwerver. Boven de Enge Poort staat de tekst Joh. 3 : 3, waar Jezus over de noodzaak van de wedergeboorte spreekt. Een bordje bij het poortje duidt de 'weg der zaligheid' aan. En de straatwerver nodigt passanten uit om de smalle weg op te gaan met de tekst: 'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem' (Joh. 3 : 36). Wie het poortje doorgaat vindt dan ook direct aan de linkerhand een kruisbeeld. Aan de voet van het kruis stroomt water neer, met vermelding van Openb. 22 : 17, waarin dorstigen worden opgeroepen te komen en het water des levens 'om niet' te drinken. Direct rechts van de ingang van de poort staat de kerk, met eraan vast de zondagschool. Teksten verwijzen naar de verzoening in Christus (2 Kor. 5 : 15) of het avondmaal (Mt. 26 : 27).
De straatwerver lokt mensen naar de smalle weg. Wie binnengaat treft dan direct het kruis en de kerk aan. Eigenlijk staat hij op straat te nodigen om tot Christus en Zijn kerk te komen.
Open
Het beeld is actueel genoeg voor onze tijd. Het 'welkom' boven de brede weg wordt breed beantwoord. Velen zijn er die die weg vinden, zei Jezus zelf al. Eigenlijk heeft de wereld nauwelijks straatwervers nodig. En de smalle weg dan, en de kerk? Juist daarvoor is zo'n wegwijzer kennelijk nodig. Zoals Johannes de Doper voor Christus uit werd gezonden (Joh. 3 : 28), zo zijn er in alle tijden de wervers voor Christus geweest. Hoe moet dat concreet gebeuren? Christus stuurde de zijnen de heggen en de steggen, de sloppen en de stegen van de stad in om mensen te nodigen voor het bruiloftsmaal. Of ze komen is niet doorslaggevend. Ze zullen echter zeker niet komen wanneer ze niet geroepen worden. De kerk heeft straatwervers nodig, om de wereld te nodigen binnen te komen.
Dezer dagen werd in een kerkelijk blad een doorkijkje gegeven in de Amsterdamse Jeruzalemkerkgemeente, waar ds. Chr. Van Andel de voorganger is. Al jaren lang is het aantal kerkgangers stabiel. Dat werd positief gewaardeerd, want er is veel migratie. Velen trekken weg, de gemeente blijft toch aantrekken. Ds. Van Andel wilde echter meer. Hij wees op het grote evangelistencongres vorig jaar in Amsterdam. Toen zouden vele Amsterdammers tot bekering zijn gekomen. Maar de weg naar de kerk hebben ze (nog) niet gevonden. Kunnen ze die niet vinden? Is de kerk te hoogdrempelig? Of - vraag ik dan - zijn er geen wegwijzers, geen straatwervers? Zou, net als bij restaurants en andere gelegenheden, niet iemand op straat moeten staan, die voorbijgangers nodigt om binnen te gaan?
De kerk staat open, zeggen velen. Daarmee wimpelen ze de roeping om uit te gaan van de hand. Wie komen wil, kan komen? Alsof mensen vandaag nog zo maar binnen stappen. Moeten niet alle middelen te baat worden genomen om mensen te zoeken, opdat ze zelf gaan zoeken naar De Weg?
Concreet
Ik herhaal hier niet de treurzangen, die al jaren worden aangeheven over kerkelijke neergang. Toch heeft dit verhaal een concrete achtergrond. De 'grote' kerken publiceren jaarlijks de cijfers, waaruit de grote neergang blijkt. Daarin wordt niet uitgesplitst hoe het zit met kerkelijke overgangen en echte kerkverlating. Kleinere kerken doen dat wel. Bij 'groei' van kleinere kerken is er vaak sprake van natuurlijke aanwas. Het kerkelijk grensverkeer heeft vervolgens een positief of een negatief saldo. Maar ook daar vloeien leden geruisloos af naar de buitenkerkelijkheid.
In het Nederlands Dagblad gaf dezer dagen Roel Sikkema concrete cijfers voor de Gereformeerde Kerken (vrijg.). In tien jaar tijd (tussen 1990 en 2000) vertoonden deze kerken een groei van 'een dikke tien duizend leden'. Daarmee vormen deze kerken de sterkst groeiende kerkgemeenschap in ons land. 'Toch moet de vlag maar niet te snel uit', concludeert Sikkema.
Want waar komt de groei vandaan? Er werden in die tien jaar 22.300 baby's geboren en er stierven 7300 mensen; dus een 'geboorteoverschot' van 15.000. Ook hier staan niet-gelovigen niet 'bij bosjes aan gereformeerde kerkdeuren te rammelen om naar binnen te mogen'. Elk jaar verlaten meer mensen de vrijgemaakte kerken dan er van buiten binnen komen. In dezelfde tien jaar keerden 8000 leden de kerk de rug toe, terwijl er ongeveer 4300 mensen binnenkwamen, maar dan voor het grootste deel uit andere kerken. Er was sprake van ongeveer 4200 echte kerkverlaters, terwijl er slechts ongeveer duizend echte toetreders waren.
Zet men deze cijfers af tegen die van de grote kerken, dan zijn er slechts relatieve verschillen. De Hervormde Kerk heeft ongeveer twee miljoen 'leden', twintig keer zoveel als de Gereformeerde Kerken (vrijg). Als we de getallen in hun verhoudingen doortrekken komt men op ongeveer 85.000 kerkverlaters bij de vrijgemaakten.
Voor andere kleinere kerken zal het niet veel anders zijn. En daarom zijn de cijfers van kerkverlating schrikwekkend voor alle kerken. De wereld trekt meer mensen naar buiten dan dat de kerk mensen uit de wereld naar binnen trekt.
We moeten dan ook niet (te snel) tevreden zijn met groeicijfers of (nog) volle kerken. Want achter groei gaat toch niet zelden ook neergang schuil, achter volte toenemende leegte.
Roeping
Intussen meldde het ND ook een ander verhaal. In Amsterdam bestaan twee gemeenten van vrijgemaakte signatuur, die echter ook klein en als tot niet gekomen zijn in de ogen der mensen (elke gemeente nog geen driehonderd 'leden'). De beide gemeenten willen nu een extra missionaire predikant aantrekken, die in twee stadswijken aan het werk gaat. 'In de loop van de jaren zijn ze steeds sterker missionaire gemeenten geworden'. Doelstelling is gemeentestichting in wijken, waar het kerkelijke leven verlopen is. De evangelist dus niet alleen als straatwerver, die op de open deur van bestaande kerken wijst. Maar de evangelist ook als werver voor nieuwe gemeenten, desnoods laagdrempeliger dan de bestaande.
Symposium
Het valt toe te juichen dat in een stad als Amsterdam in de kerken het besef leeft, dat het om meer gaat dan om de constatering, dat de deuren van de kerk toch open staan.
Op vrijdag 16 maart a. s. vindt op initiatief van de GZB en de IZB in de AmsterdamsE Noorderkerk een symposium plaats onder de titel Geloof in de stad. Daarbij leeft het besef, dat de roeping tot evangelisatie er is voor kerken en gemeenschappen gezamenlijk. Om mensen, die van het geloof vervreemd zijn of nooit echt met het geloof in aanraking kwamen, te wijzen op De Deur, die Christus Zelf is, de Poort, die naar de smalle weg open staat.
De titel van het symposium is treffend. Er staat gelóóf achter. De Engelse predikant S. J. Stone (1839-1900) ging zo ook in Londen vanuit een klein zendingskerkje aan de slag, in wijken waar de kerk zo goed als weg was. Hij dichtte toen het bekende lied 'De kerk van alle tijden, kent slechts één vaste grond'; ofwel 'Eén Naam is onze Hope, één grond heeft Christus' kerk.'
Stone deed zijn werk vanuit het Schriftgebonden geloof in Kruis en Opstanding, waarin de ene Weg, via de Enge Poort centraal stond. En hij geloofde in de oogst. Want: 'om haar als bruid te werven, kwam Hij ten hemel af. 't Was Hij, die door Zijn sterven aan haar het leven gaf.' Kerk- en gemeenteplanting begint bij Christus. Dat doet me denken aan het werk van een tweetal evangelisten in Noord- Afrika, waar de kerk ooit tot grote bloei kwam en nu 'weg' is. Desalniettemin is er geloof in een nieuwe, late oogst. Omdat ooit het bloed der martelaren zaad voor de kerk was.
Verwachting?
In een artikel in Kerkinformatie schreef drs. Ad Mook over 'Groeiende contacten met Chinese kerken'. Daarin zegt hij: 'Nu al maakt de fabelachtige groei van het aantal christenen en kerken het nodig te werken aan de uitbreiding en verbetering van de achttien theologische seminaries'.
Een opvallend bericht. Hier dramatische neergang, daar 'fabelachtige groei' van de kerk. Is hier die groei ook nog (weer) mogelijk? Niet onze verwachting is daarbij doorslaggevend, maar het geloof in Gods mogelijkheden.
De gemeente van Christus mag wel biddend om de evangelisten staan, die als staatwervers voor Christus hun werk doen. Soms lijkt het ploegen op rotsen. Maar we blijven in de oogst geloven. Zoals ook in de vrucht op de gewone doorgang van de evangelieverkondiging in en voor de gemeente, die 's zondags, in welken getale dan ook, bijeenkomt.
De kerk zelfis tenslotte omgekeerde wereld.
V. d. G.
P.S. Wil de internetgebruiker meer weten? De folder voor het symposium Geloof in de Stad meldt: www.pelgrimvaderskerk.nl/symposium/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's