De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Levendige allegorie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Levendige allegorie

Prof. dr. A. Baars levert mooie vertaling van ‘De Christenreis’

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

John Bunyan schreef zijn beroemde The Pilgrim’s Progress in 1675 in de gevangenis. In 1682 werd het boek in het Nederlands vertaald. Na de Bijbel schijnt De Christenreis het meest vertaalde en verkochte boek ter wereld te zijn. En nu is er opnieuw een vertaling gekomen van deze klassieker.

De Christenreis van John Bunyan blijft een intrigerend boek. De voorstelling van de pelgrimage naar het hemelse Sion spreekt tot de verbeelding en de geestelijke gesprekken die Christen onderweg voert, komen op de een of andere manier dicht in de buurt van onze eigen bespiegelingen. En wie kent niet het beeld van de enge poort, waar Christen uitroept: ‘Hier staat een arme zondaar met een zware last. Ik kom uit de Stad Verderf, maar ben op weg naar de berg Sion om de toekomende toorn te ontvluchten.’ Toch raakt Christen de zware last die op zijn schouders drukt, pas kwijt aan de voet van het kruis. Bunyan schrijft:‘Toen zag ik in mijn droom dat op het moment dat Christen het kruis bereikte, de last van zijn schouders losbrak en van zijn rug viel.’

Ridderroman

We zijn prof. dr. A. Baars, emeritus-hoogleraar van de Theologische Universiteit Apeldoorn, erkentelijk dat hij De Christenreis opnieuw vertaalde en voorzag van een uitvoerige inleiding van meer dan honderd bladzijden en bovendien nog allerlei kanttekeningen bij de vertaling van de oorspronkelijke tekst. Bij het herlezen van dit boek besef je maar al te goed dat het een geschrift uit zeventiende eeuw is. Het beeld van de ketellapper die zijn gereedschap in een rugzak met zich meesjouwt, is een autobiografisch trekje. De geestelijke atmosfeer van de vrije groepen die zich kanten tegen de gevestigde Engelse staatskerk is typerend voor die tijd. Bovendien moeten we niet vergeten dat de plastische scènes die Bunyan beschrijft verwantschap vertonen met de taferelen uit een ridderroman. Het is bekend dat Bunyan in zijn jeugd graag volksverhalen las, waarin ridders de strijd aanbonden met draken en reuzen.

Het is jammer dat prof. Baars op dit punt in zijn toelichting (p.214) wat angstvallig te werk gaat. Want laten we wel wezen: De Christenreis is een allegorie, een menselijke verbeelding (Bunyan zelf typeert het als een droom) van de weg van een christen. Juist daarom moeten we niet alle fragmenten van het boek en de stadia op de levensweg willen documenteren met bijbelteksten en bijbelverhalen. Want als we niet oppassen, wordt zodoende De Christenreis bijna vereenzelvigd met de Heilige Schrift.

Diepe sporen

In bevindelijk-gereformeerde kring heeft De Christenreis diepe sporen getrokken. Is dat verwonderlijk? Niet als we de volgende facetten in ogenschouw nemen:

• In de gesprekken die de verschillende personages met elkaar voeren, ligt de nadruk op de praktijk der godzaligheid. Zodoende komt het genadewerk in het hart in de schijnwerper te staan. Dat komt bijvoorbeeld naar voren in het gesprek tussen Getrouw en Praatchristen: ‘Een werk van genade in de ziel wordt zichtbaar voor degene die het zelf bezit of voor hen die met hem omgaan,’ zo begint Getrouw. Na een beschrijving van het genadewerk gaat het dan zo verder: ‘Heb je het eerste gedeelte van wat ik beschreef, persoonlijk ondervonden en legt je leven en je wandel daarvan getuigenis af? Of bestaat je godsdienst slechts in woorden of in praten en niet in daden en in waarheid?’ (p.252) Praatchristen heeft niet zoveel op met deze geestelijke exercities en zegt: ‘Je begint nu over bevinding, het geweten en God en je beroept je op Hem om te rechtvaardigen wat wij zeggen. Zo’n soort gesprek had ik niet verwacht en ik heb er ook geen zin in om op zulke vragen antwoord te geven.’ Tussen haakjes, in de oudere vertaling van O.G. Barkey Wolf luidt deze regel als volgt: ‘Gij overvalt me met onderwerpen als ervaring, consciëntie, God…’. Is de term ‘bevinding’ wel helemaal terecht in de overigens mooie vertaling van Baars?

• De Christenreis wordt ingevuld aan de hand van een vergaande vergeestelijking van de bijbelse geschiedenis. De tocht door de woestijn speelt daarin een belangrijke rol. Uiteraard kunnen we ons daarvoor beroepen op de profeten van het Oude Testament. Jeremia greep terug op het motief van de uittocht uit Egypte en de reis naar het beloofde land. ‘Waar is de Heere, Die ons in de woestijn deed gaan, in een land van wildernis en kuilen, in een land van dorheid en schaduw van de dood?’ (Jer.2:6) Bunyan maakt gebruik van dit beeld en past dat toe op de persoonlijke geloofsworsteling en op de geestelijke strijd tegen de macht van de zonde en de duisternis. Het Dal van de Schaduw van de Dood wordt bovendien apocalyptisch aangekleed: ‘Wel, het dal zelf, pikkedonker! We zagen er ook boze geesten, duivelen en draken uit de hel. In dat dal hoorden we voortdurend huilen en gillen, alsof zich daar mensen bevonden in onuitsprekelijke ellende, die in verdrukking en ijzers gebonden zaten.’ (p.222) Bunyan aarzelt niet om de weg van een christen heel plastisch uit te beelden en veroorlooft zich daarbij de vrijheid van een romanschrijver.

• Er wordt veel aandacht besteed aan de worsteling en de strijd in het geestelijke leven van de gelovige. De weg naar het hemelse Jeruzalem is een smalle weg en er zijn tal van gevaren waardoor je in het moeras terecht kunt komen. Bovendien speelt vanuit de puriteinse traditie de wereldmijding een grote rol, waarbij Bunyan inspeelt op het bijbelse beeld dat gelovigen ‘bijwoners en vreemdelingen’ zijn, die zich hebben te onthouden van vleselijke begeerten die strijd voeren tegen de ziel (1 Petr.2:11). Hoewel de notie van de vooruitgang op de weg van de heiliging onmiskenbaar aanwezig is in de Pilgrim’s Progress, maakt Baars in zijn inleiding ook goed dui delijk dat dit geen goedkope of gemakkelijke weg omhoog is.

Kleven er geen bezwaren aan dit invloedrijke boek van Bunyan? Zeker. Ik noem er twee. De allegorische bijbeluitleg draagt eraan bij dat in de kringen waarin De Christenreis grote invloed heeft de bijbelse geschiedenis heilsordelijk wordt ingevuld en er maar weinig besef is van de heilshistorische weg die de Heilige Schrift ons uittekent. Dat leidt er, ten tweede, tegelijkertijd toe dat de aandacht voor de geloofsbeleving en voor de staten en de standen van de ziel zo overheerst dat het wezen en het werk van de Heere in de weg van verbond en verkiezing onvoldoende tot zijn recht komen.

Dat neemt overigens niet weg dat ik uitgave van harte aanbeveel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Levendige allegorie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's