Bij de Zoon thuis
Vooruitzicht van het zien van Jezus’ heerlijkheid wakkert het verlangen aan
‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen.’ Dit zijn bekende en geliefde woorden uit Johannes 14:2. Tijdens een rouwdienst kunnen ze klinken. Maar wat wordt hier bedoeld? Daar wil je meer van weten wanneer de Vader van de Heere Jezus ook jouw Vader is geworden.
De Zoon is niet alle eeuwen door bezig plaats te maken. Hij hééft plaatsgemaakt
De Heere Jezus zit met de discipelen aan Zijn laatste paasmaaltijd op aarde. De sfeer is geladen. De tijd van Zijn verheerlijking is gekomen. Zojuist heeft Jezus gesproken over Zijn heengaan (Joh.13:33,36). Het raakt de discipelen diep. Het zorgt voor grote emotionele spanning. Ze hebben grote vragen. Hoe moeten zij verder zonder hun Meester? Hoe verder in een omgeving waar vijandschap tegen Jezus de boventoon voert?
De weg kan zwaar zijn, de beproeving hevig. Jezus gaat Zijn discipelen bemoedigen en aansporen voordat Zijn lijden aanbreekt. Jezus spreekt hen toe: blijf geloven in God en in Mij als de Zoon, de Gezondene van de Vader, wat er ook gebeurt. Want Hij en de Vader zijn één. Zijn lijdensweg is Gods weg.
Plaats gereedmaken
Tot tweemaal toe lezen we dat Jezus heengaat om in het huis van Zijn Vader plaats gereed te maken. Hoe doet Hij dat? Gaat Hij eerst naar het huis van Zijn Vader om vervolgens plaats te maken? Nee, het begint hier op aarde. Jezus maakt plaats door Zich over te geven in de dood. De goede Herder geeft Zijn leven voor de schapen. Als het Lam van God Dat de zonde der wereld wegneemt, verlost Hij van het eeuwige verderf. Zó zal Hij Overwinnaar zijn over de macht van de zonde, de duivel en de dood, als de Opstanding en het Leven. Zó gaat Hij plaats gereedmaken in het huis van Zijn Vader.
Met hemelvaart komt Hij aan in het huis van Zijn Vader. Alle dingen worden dan in Zijn hand gegeven. Als de Zoon des huizes heeft Hij Zijn taak op aarde gehoorzaam volbracht. Daarom kan Hij voor Zijn discipelen beschikken over alle vertrekken in het royale huis van Zijn Vader. Hij zorgde op eigen kosten voor de verblijfsvergunning. De Zoon is dus niet alle eeuwen door bezig plaats te maken. Hij hééft plaatsgemaakt. Daarom zal er voor Zijn kerk plaats zijn.
Het huis van Mijn Vader
Waarom spreekt Jezus over ‘het huis van Mijn Vader’? Hij zou toch ook kunnen spreken over Gods Koninkrijk of over de hemel? Het ‘huis van Mijn Vader’ is ook nog eens een gangbare term voor iets anders, namelijk de tempel (Joh.2:16). Toch spreekt Jezus over ‘het huis van Mijn Vader’. Waarom?
In het Evangelie van Johannes wordt benadrukt dat de Zoon bij de Vader vandaan is gekomen. Hij, het Woord, was bij God en was God (Joh.1). Dit Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Nu gaat Hij terug naar Zijn Vader. Daarom is de hemelse heerlijkheid boven alles het ‘huis van Zijn Vader’. Dát is de plaats waar de Zoon thuis is. Zijn thuis is waar Zijn Vader is. Wie bij Hem hoort, zal ook daar zijn. Jezus zegt: ‘Ik zal u tot Mij nemen, opdat u ook zult zijn waar Ik ben’ (14:3). Dat doet het hart van een discipel sneller kloppen. Daar is de Vader Die de wereld zo lief heeft gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Díe Vader.
Jezus spreekt over ‘woningen’. Letterlijk gaat het over verblijfplaatsen, halteplaatsen. Het is echter geen plaats voor even. In Johannes 14 gaat het over een plaats die eeuwig vast is. Deze plaats is totaal anders dan het voorlopige en aangevochten aardse leven. Jezus spreekt over vele woningen. In Joodse geschriften wordt gesproken over een hemel met compartimenten en woonplaatsen (1 en 2 Henoch). Jezus geeft er in ieder geval de royale ruimte aan.
Laten Zijn volgelingen groots denken van Zijn Vader en Zijn royaliteit. Bemoedigend en uitnodigend is dit.
Hemel
Is hier nu de hemel bedoeld? Jezus gaat naar het hemelse huis van Zijn Vader. Daar zal ook de ziel zijn van eenieder die in de Heere sterft. Hoe waar dat ook is, de Heere Jezus verwijst hier vooral naar iets anders. In vers 3 spreekt Hij over Zijn terugkomst. Dan zal Hij mensen met lichaam en ziel in het huis van Zijn Vader brengen. Daar draait het hier om. We horen hier niet over heftige dingen die plaats zullen vinden bij de terugkomst van Christus. We lezen hier niet over de laatste bazuin die zal klinken en hoe hemel en aarde bewogen zullen worden. Het gaat hier niet om dingen die gebeuren, maar het gaat hier helemaal om Iemand: om de Zoon en Zijn Vader.
In de Openbaring aan Johannes licht dat ook op. We lezen in hoofdstuk 21 over het nieuwe Jeruzalem. Het is de hemel die op aarde neerdaalt. Dan zal de tent van God bij de mensen zijn en Hij zal bij hen wonen. Dát maakt alles anders. Dat is het hart van heil en heerlijkheid.
In Johannes 14 spreekt Jezus over deze grote toekomst. In het Nieuwe Testament wordt er vaak over gesproken. Is de gemeente van nu hier ook op gefocust? Of is het beeld sterk vervaagd? Nog een vraag: staat de hemel op de voorgrond en is Jezus’ terugkomst op de achtergrond geraakt? Dat zijn vragen ter bezinning.
Onderweg
Hoe is de weg naar het huis van Jezus’ Vader? Er is maar één weg. Jezus zei: ‘Ik ben de Weg, de Waar‑heid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.’ (vs.6) Wie de Zoon gezien heeft door het geloof, die heeft de Vader gezien. Dat is opnieuw geboren worden (Joh.3).
Dan gebeurt er iets. Jezus zegt: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.’ (vs.23) De Vader en Zoon komen in dít leven al ‘woning maken’. Dat staat er eigenlijk. Zó kunnen discipelen van Jezus de weg gaan, geroepen om met het Evangelie in deze wereld te staan, bemoedigd door het woord van Jezus zelf: Ik kom terug. In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen.
Eens breekt aan waar Jezus om gebeden heeft: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.’ (17:24) Dit vooruitzicht van het zien van Jezus’ heerlijkheid wakkert de vlam van het verlangen aan. In de tussentijd is daar de beloofde én geschonken Geest: ‘Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.’ (vs.26)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's