Bidden om een echtgenoot
Toen zij hij: Heere, God van mijn heer Abraham, (...). Laat het zo zijn dat het meisje (...) dat zal zeggen: Drink, (...) dat zij het meisje is dat U voor Uw dienaar Izak bestemd hebt. Genesis 24:12 en 14
Abraham zond in geloof zijn dienstknecht eropuit om een geschikte vrouw voor Izak te gaan zoeken. Meer nog dan aan Eliëzer vertrouwde Abraham de zaak aan de Heere toe. Dat deed Abraham niet alleen met het oog op Izak, maar daarbij dacht hij ook aan de beloften van God.
Dat alleen al geeft ons te denken. Laten wij ons bij het aangaan van een liefdesrelatie alleen leiden door onze eigen gedachten, gevoelens en verlangens? Of is dit een aangelegenheid waarbij we de Heere betrekken? Vanuit Genesis 24 gaat de spade nog dieper de grond in... Moeten we niet bekennen dat wij zelf ook zo zijn aangetast met de geest van individualisme dat bij ons de gedachte niet eens opkomt om het zoeken van een levenspartner te plaatsen in het grote raamwerk van Gods plan, in het licht van Zijn verbond en woorden?
Een geloofszaak
We volgen dit keer Eliëzer op zijn weg. Wat is het mooi om in vers 12-14 te lezen dat de taak waarmee Abraham hem heeft belast, ook voor hem echt een geloofszaak is. Want zie: aangekomen bij de waterput van de stad Nahor gaan daar niet alleen de kamelen door de knieën (vs.11), maar ook Eliëzer (vs.12). De kamelen om te rusten, Eliëzer om te bidden. Hij bidt of de Heere Zijn goedheid wil bewijzen door er Zelf zorg voor te dragen dat het meisje dat Híj voor Izak bestemd heeft, bij de waterput met hem in contact komt.
Gods leiding
Wie kan nu bij het lezen van deze woorden volhouden dat het huwelijk niet een zaak is van de Heere? Eens te meer als je in vers 15 leest hoe de Heere de dingen leidt. Want terwijl Eliëzer nog bidt, zorgt de Heere ervoor dat Rebekka daar bij Eliëzer komt om water te putten. Niet minder als toen God Eva tot Adam leidde (Gen.2), zo leidt God hier ook Rebekka in de richting van Izak. Betrek daarbij ook nog eens vers 16 en je ziet dat de Heere met de grootst mogelijke zorg zorgdraagt. Niet alleen omdat er staat dat Rebekka erg knap was om te zien, maar ook staat er dat zij nog maagd was: ‘geen man had gemeenschap met haar gehad.’ Kennelijk was dat in die dagen ook al geen vanzelfsprekendheid.
Het gaat allemaal precies zoals Eliëzer heeft gebeden. Zelfs Eliëzer is er ondersteboven van hoe de Heere de dingen leidt. In vers 21 staat het in de grondtaal zo: ‘De man (Eliëzer) staart haar verwonderd na, zwijgend, om te onderkennen of de Heere zijn reis heeft doen slagen of niet.’ Nu, dat laatste behoeft geen twijfel. En dus gaat Eliëzer direct over tot handelen.
Gebedsverhoring
En wat treffend: nadat Eliëzer met Rebekka in contact getreden is en alle stukjes als een puzzel in elkaar vallen, lezen we dat Eliëzer in het bijzijn van Rebekka opnieuw neerknielt. Dit keer om de Heere te loven en te danken. Rebekka is getuige van dit gebed. Ze heeft Eliëzers woorden gehoord en ze heeft ze ook niet verzwegen toen zij naar haar broer Laban ging (vs.30). Dat blijkt uit diens reactie (vs.31). Laban beaamt namelijk direct dat Eliëzer ‘door de Heere gezegend is’.
Vervolgens doet Eliëzer bij Laban en vader Bethuel nauwkeurig uit de doeken hoe wonderlijk Gods weg met Abraham, Sara en Izak en nu ook met hem in deze zaak geweest is (vs.34-49). Laban en Bethuel zijn het er direct over eens: ‘Dit komt bij de Heere vandaan. Wij kunnen tegen u niets meer ten kwade of ten goede zeggen.’ Ze stemmen volledig in met de weg die de Heere gaat en ze stemmen direct ook in met een huwelijk van Rebekka met Izak: ‘Neem haar mee en ga heen: laat zij de vrouw van de zoon van uw heer worden, zoals de Heere gesproken heeft.’ Wie kan nu bij het lezen van deze gang van zaken volhouden dat vanuit deze geschiedenis zou blijken dat ‘het huwelijk’ niet een instelling van de Heere is? Moeten wij niet met Laban en Bethuel mee belijden: ‘Dit komt bij de Heere vandaan’?
Een biddende Izak
Zijn we er dan? Nee, want het laatste gedeelte, vers 61-67, volgt nog. Dat gedeelte vormt één geheel. Vers 67 moeten we dus niet los lezen, maar in verbinding met alles wat eraan voorafgegaan is. En weet je wat nu zo opmerkelijk is? Net zoals God de wegen van Eliëzer en Rebekka liet kruisen terwijl Eliëzer bad, zo gebeurt dat ook bij Izak (vs.63). ‘Izak ging tegen het vallen van de avond naar buiten om te bidden in het veld.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's