De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ouderlingen op hun best

Bekijk het origineel

Ouderlingen op hun best

De gemeente leiden op de weg van het Koninkrijk (1, opzicht)

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Opzicht... is dat er nog en willen we nog dat het er is? Het is waarschijnlijk niet het eerste wat gemeenteleden van hun ouderlingen verlangen. Wij laten ons niet zeggen hoe we ergens over moeten denken. Toch hoort opzicht bij het gemeenteleven.

Bij de bevestigingsdienst van ouderlingen wordt vaak het klassieke formulier gelezen voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen. Dat formulier heeft een didactisch karakter. Het leert zowel de te bevestigen ouderlingen als iedere andere aanwezige in de kerk om de roeping en het werk van de ouderlingen voor de geest te krijgen. Het is de bedoeling van het formulier dat de ouderlingen kort samengevat horen wat er van hen verwacht wordt. Maar ook dat de gemeenteleden duidelijk hebben wat de ouderlingen bij hen en voor hen zullen verrichten, zodat – wanneer zij de ouderlingen thuis ontvangen bij het huisbezoek – ze zich vrijwillig en zelfs dankbaar aan hun opzicht overgeven.

Privéleven

Opzicht is waarschijnlijk al langere tijd, maar zeker in de laatste decennia, niet het eerste waar gemeenteleden op zitten te wachten. Opzicht klinkt streng en lijkt autoritair. Het klinkt ook te hiërarchisch in de oren van de moderne mens. We willen niet dat iemand zich met ons privéleven bemoeit.

Jongeren willen tegenwoordig niet dat de ouderen zeggen waar de grenzen liggen, als het bijvoorbeeld gaat over geldgebruik, uitgaansgedrag en seksualiteit. Ze willen slechts hulp van ouderen bij het nadenken over hun eigen grenzen. Ik denk dat niet alleen jongeren zo denken, maar dat ook oudere gemeenteleden niet willen dat ouderlingen hun voorschrijven wat de grenzen en de verplichtingen zijn van het christelijke gedrag.

Iets van vroeger

Van de ouderlingen wordt verwacht dat ze tijdens het huisbezoek meedenken met het vinden van de eigen persoonlijke manier van christen zijn. Opzicht lijkt daarom iets van vroeger, iets dat alleen nog maar tijdens de bevestiging van ouderlingen wordt genoemd, omdat het in het bevestigingsformulier voorkomt. De liturgie in de kerk loopt immers altijd achter bij de ontwikkelingen van de cultuur. We lezen het nog wel, maar we doen er niet veel meer mee.

We willen er misschien ook helemaal niets meer mee doen. Als ons formulier inderdaad een didactisch formulier is – en dat is het –, dan lijkt het toch de bedoeling te zijn van de opstellers dat de gemeenten en de kerkenraden begrijpen dat opzicht belangrijk is.

Opzicht over predikanten

Het woord ‘opzicht’ is eigenlijk direct in beeld wanneer in het formulier de taak van de ouderling wordt omschreven. Er klinken dan woorden als: belijdenis, levenswandel, behoorlijk gedrag, onstichtelijke gedragingen en heiligheid van de sacramenten. Bovendien is de opdracht tot opzicht van de ouderlingen tweeledig: het betreft niet alleen de gemeente, maar ook uitdrukkelijk de predikant(en). Het opzicht over de laatsten is zelfs een aparte, derde opdracht bij de beschrijving van de drievoudige taak die ouderlingen moeten verrichten.

Het opzicht over de predikant(en) neemt dus een even belangrijke plaats in als het opzicht over de hele gemeente. Daar is ook reden voor, want bij deze derde taak gaat het minder over de levenswandel. Meer centraal staan de leer, de opbouw van de kerk en het gevaar van valse leer. Het opzicht is qua karakter niet wezenlijk anders, maar het heeft een wat andere spits. Die spits heeft natuurlijk te maken met de bijzondere roeping van de predikant. Vindt hij ruimte om de roeping uit te voeren? En voert hij die daadwerkelijk goed uit?

Niet: je met elkaar bemoeien

Het opzicht wordt door de ouderlingen, samen met de predikant, uitgeoefend. Ze zijn daarin een soort team. De predikant is daarbij de eerste, in die zin dat hij nogal veel werkzaamheden uitvoert die direct met het opzicht te maken hebben, namelijk: prediking, catechese en leerhuis en bediening van de sacramenten. Opzicht wil namelijk niet direct ‘in de gaten houden’ zeggen, maar het is meer ‘leiden tot de zaligheid’. Of om het iets meer bij de directe betekenis van het woord te houden: opbouw van het Koninkrijk van God. Opzicht is niet ‘je met elkaar bemoeien’. Je bemoeien met elkaar is geen positieve zaak. Je moet niet boos zijn als je tegenwerking krijgt, omdat je je met de zaak van iemand anders bemoeit, schrijft Petrus. Opzicht is leiden in de weg van God en brengen tot het burgerschap der hemelen. Daar is uiteraard vooral de prediking voor bedoeld. De ouderlingen moeten dus toezien op het feit dat de prediking inderdaad de gemeente leidt op weg naar God en op weg naar de wederkomst des Heeren. Dus ziende op het Koninkrijk dat in heerlijkheid aanbreekt, en op zijn manieren van doen.

Liefde tot God en elkaar

Het komende Koninkrijk is natuurlijk de vreugde die Gods kinderen in aanwezigheid van Christus mogen ontvangen in heerlijkheid. Een vreugde waar alle vuilheid, bedrog en godsgemis voorbij is. Zuiverheid en liefde tot God en elkaar vervullen daar de werkelijkheid. Tijdens het avondmaal wordt dat reeds gevierd en genoten. De zuiverheid en de godsvrucht horen daar dan ook normale aspecten bij te zijn. Verontreiniging van het heilig avondmaal is wezensvreemd aan de viering.

Het onderwijs dat de predikant onder jongeren en ouderen geeft, is gericht op de groei tot kind van het Koninkrijk. Het is daarom erg belangrijk dat hij zijn werk goed doet, zowel inhoudelijk correct als oprecht. Hij doet dat natuurlijk met het verlangen dat zondaren Christus leren kennen en God liefkrijgen. Het is zijn roeping dat zo te doen. De ouderlingen ondersteunen hem daarbij en zien erop toe. Dat is immers het hart van het gemeenteleven.

Op heil gericht

Het opzicht is dus niet iets negatiefs: kijken of je alles wel keurig doet. Het is juist iets positiefs: aanwijzingen geven hoe je Christus (beter) kunt leren kennen en volgen. Die aanwijzingen bestaan uit het vertellen over God en Zijn heiligheid, het wijzen op de zonde, vertellen hoe Christus de zonde heeft overwonnen en zicht geven op het werk van de Heilige Geest. Zo kunnen gemeenteleden zich door de Geest van God tot Christus laten brengen.

Deze aanwijzingen kunnen streng zijn wanneer gemeenteleden – en wellicht de hele gemeente – de woorden van God niet geloven en in de wind slaan; of als mensen afdwalen, doordat ze niet willen horen wat God in Zijn Woord leert. Ook dan zijn die strenge woorden op hun heil gericht. Het opzicht van prediking en catechese is gericht op de eer van God en de redding van mensen.

Het opzicht heeft de enkeling en heel de gemeente op het oog. Dat komen we mooi tegen in Paulus’ tweede brief aan Korinthe, waarmee hij steeds het heil van de gehele gemeente op het oog heeft en hen bepaald niet spaart. Met teerheid beschrijft hij echter ook het opzicht over de enkeling in de hoofdstukken 2 en 5 tot en met 11.

Taak van ouderlingen

Uit Handelingen 20:28 blijkt dat in het Nieuwe Testament de roeping tot het opzicht geen zaak is van alleen de apostelen of hun directe opvolgers, maar ook van de gemeentelijke ouderlingen. Paulus draagt daar als het ware het opzicht over de gemeente van Efeze over aan de ouderlingen. Het blijkt ook uit Filippenzen 1:1, waar hij voor de naam ‘ouderlingen’ zelfs het woord ‘opzieners’ gebruikt.

Het opzicht dat de predikanten dragen en waarbij de ouderlingen om hen heen staan, wordt door de ouderlingen thuis in de huizen versterkt. Zij bezoeken een gezin of een persoon om het werk van de Heilige Geest bij hen te zien. Is er liefde voor God? Inzet in het navolgen van Christus? Zijn er pogingen om het christelijk geloof in het dagelijks leven inhoud te geven? Verlangen ze om Christus bij hen die buiten zijn, bekend te maken?

Het zal helder zijn dat ze het werk van de Heilige Geest weleens missen. Om verschillende redenen kan dat gebeuren. Het kan zijn dat de kerkgang schraal is, dat de prediking niet begrepen wordt, of dat de drukte van de wereld meer energie gegund wordt dan het luisteren naar Gods stem. Misschien is er zelfs sprake van ongeïnteresseerdheid in God en Zijn Woord. Wellicht trekt een bepaalde zonde zo sterk dat daardoor de deur naar God geheel gesloten geraakt is.

Concreet maken

Een goede ouderling zal tweeërlei opzicht uitvoeren: zowel het rijke werk van Gods genade in laten zien als waarschuwen tegen zonde en het afdwalen van Christus. In deze moderne tijd zal ook de afwezigheid van God in alle eerlijkheid, en met begrip daarvoor, aan de orde gesteld worden. Zo wordt het opzicht over het geestelijk leven concreet gemaakt in deze bijzondere pastorale situatie.

De ouderlingen zijn daar – als God het hun geeft – op hun best. Daar zullen ze tot rijke zegen zijn. Hun opzicht is niet heersen over elkaar, maar het heil dienen, waarin Christus Zelf aanwezig is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ouderlingen op hun best

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's