Rechter en Redder
De wederkomst van Christus in de belijdenis van de kerk
We staan stil en we worden stil bij het laatste en hoogste heilsfeit dat gaat plaatsvinden. De bazuin zal klinken en de Zoon van God, onze Heere Jezus, zal met grote heerlijkheid en majesteit terugkomen op aarde, zoals Hij beloofd heeft. De belijdenisgeschriften laten ons zien wat dat betekent.
Wanneer Hij zal komen, weten we niet (Matt.25:13). Dat weet alleen God de Vader. Maar dat Hij zal komen, wordt in het Nieuwe Testament telkens weer vermeld. Voor al Gods kinderen zal de dag van Christus’ wederkomst een dag van onuitsprekelijke vreugde zijn. Eindelijk wordt het heimwee naar de ontmoeting met Hem vervuld. Dit is verbonden met het verlangen naar een wereld zonder zonde. Het verlangen dat wordt samengevat in het gebed van drie woorden: Uw Koninkrijk kome.
De ernst van het oordeel
De wederkomst van Christus zal heel anders zijn dan Zijn eerste komst. Toen werd God mens en lag Hij als een hulpeloos kind in een voederbak van dieren. Toen kwam Hij als de Redder van verloren mensen. Maar als Hij terugkomt, komt Hij als Rechter, Die zal oordelen de levenden en de doden. Met ingehouden adem van spanning belijdt de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB): En dan zullen voor deze grote Rechter alle mensen persoonlijk verschijnen, zowel mannen als vrouwen en kinderen, die van het begin tot het einde van de wereld geleefd hebben. Dan zullen de boeken (dat zijn de gewetens) geopend en de doden geoordeeld worden (Openb.20:12) naar wat zij in hun leven gedaan hebben, hetzij goed of kwaad (2 Kor.5:10).
De wederkomst is niet alleen maar een vreugdevolle gebeurtenis. Er is ook de ernst van het oordeel. Die ernst mogen we niet kwijtraken door een oppervlakkig christendom. We komen die ernst voortdurend tegen in de Bijbel. Alleen al de gelijkenis van de schapen en de bokken (Matt.25:31-46) is vol van deze ernst.
Bang
Als kind was ik bang voor de wederkomst van Christus. ’s Avonds in bed kon ik een keer niet slapen. Ik had overdag de sirene in ons dorp horen loeien en ik dacht: zó zal het dus zijn als de Zoon van God komt. Plotseling komt Hij met het geluid van een bazuin, zoals de sirene. En dan moet ik voor de hemelse Rechter verschijnen. Hoe zal het dan mij aflopen? Ik vreesde het ergste.
Maar toen leerde ik in de kerk het Evangelie van vraag en antwoord 52 van de Heidelbergse Catechismus kennen. De Zoon van God, de Rechter, Die komt, is Dezelfde als Die eerder op aarde kwam, en toen als Redder. Het is zoals er staat geschreven: Hij heeft Zich toen voor mij voor Gods gericht gesteld en heel de vloek van mij weggenomen. De Rechter is niemand anders dan deze Redder. Dat mogen we geloven als we ons in het geloof aan Hem overgeven.
Rechtvaardig gerekend
Voor mij en voor alle lezers geldt: voor Christus als Rechter verschijnen betekent het grote ‘eindexamen’. Betekent dat niet: zakken, veroordeeld worden, voor eeuwig? Ja, dat zou helemaal verdiend zijn. Maar dat gebeurt toch niet voor ieder die in Hem zijn/haar Redder vond. Hij heeft ons dat Zelf beloofd. Hij bezegelde het in onze doop.
Hoe vast en zeker staat dat in ons doopformulier: als wij gedoopt worden in de Naam van de Zoon, verzegelt Hij ons dat wij van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden. Ontroerend staat het in een Zwitserse doopliturgie uit 1525: wanneer het gedoopte kind het witte doopkleed wordt aangetrokken, spreekt de dienaar: ‘God verlichte je, dat je, zoals je nu met het witte kleed lichamelijk bekleed wordt, je op de jongste dag met een rein, onbevlekt geweten voor Hem zult verschijnen.’
Vrijspraak
Waar het op aankomt, is dat we ons in geloof aan Jezus overgeven als onze Redder, dat we oprecht onze zonden belijden en erop vertrouwen dat Hij onze schuld en zonden droeg aan het kruis en geloven dat Hij ook voor ons opstond uit de dood. Hijzelf neemt dan onze vrees voor het oordeel weg. Hij zal Zijn kinderen niet veroordelen, al hebben ze dat verdiend. Dan zou Hij Zijn eigen reddingswerk tenietdoen.
Zo wordt de komende dag van de wederkomst de dag van het wonder van onze vrijspraak. Het wordt de dag van 1 Johannes 4:18: de liefde drijft de vrees uit. Deze liefde is de liefde van Christus, als bron van onze liefde. Ten diepste triomfeert hierin Gods verkiezende liefde. De vrije gunst die eeuwig Hem bewoog.
Omkering
De dag van de wederkomst is de dag van het laatste oordeel, de dag ook dat de wereldheersers, die de macht over anderen hebben, geoordeeld worden. Dat is een aangrijpende gedachte. Dan zal aan het licht komen al het onrecht dat gedaan is. Met de woorden van A.A. van Ruler: ‘dan zal heel de vuile was van onrecht buiten gehangen worden’. ‘Dan zal ook blijken dat de beul geen eeuwige voorsprong op zijn slachtoffers heeft.’ (E.P. Meijering) Eens zal waarheid over leugen en recht over onrecht zegevieren. De NGB spreekt over die dag als de dag dat zij die om Jezus’ wil verdrukt, vervolgd, zelfs gedood werden, gekroond zullen worden met heerlijkheid en eer. De dag van de grote omkering, want allen die hen getiranniseerd hebben, zullen hun straf niet ontgaan. Zij zullen gaan in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is (Matt.25:41).
Herschepping
Ten slotte, de dag van de wederkomst van Christus, zal de dag zijn van de herschepping van de kosmos. Terwijl velen denken dat eenmaal de aarde zal vergaan, gelooft de kerk heel wat anders. De geschiedenis van God met Zijn (gevallen) schepping zal door Hem voltooid worden. De aarde zal niet vergaan, maar worden ‘gesuyverd’ (NGB). Het laatste oordeel door Christus zal al het kwaad uitbannen. De hele kosmos zal herschapen worden en nieuw worden zoals God het heeft bedoeld toen Hij hemel en aarde schiep. Hij zal dan opnieuw zeggen: het is zeer goed. Christus zal voor eeuwig Koning zijn. Zijn rijk zal geen einde hebben (geloofsbelijdenis van Nicea). En elke knie zal zich voor Hem buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader. (Filip.2:10-11) Halleluja.
Laat al de stromen vrolijk zingen,
de handen klappen naar omhoog.
’t Gebergte vol van vreugde springen
en hupp’len voor des Heeren oog!
Hij komt, Hij komt om d’aard te richten,
de wereld in gerechtigheid!
Al ’t volk, daar ’t wreed geweld moet zwichten,
wordt in rechtmatigheid geleid.
Psalm 98:4
Om te oordelen
Met de kerk van alle eeuwen belijden we in het Apostolicum: ‘Vanwaar Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden.’ De Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) neemt deze belijdenis over in het laatste artikel, artikel 37, onder het opschrift: het laatste oordeel. De Heidelbergse Catechismus (HC) doet dat in vraag en antwoord 52: ‘Welke troost biedt u de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden?’ In dit artikel luisteren we naar wat de belijdenisgeschriften leren over het jaarthema ‘Zie, Hij komt’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's