De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontschuldigen en vergeven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontschuldigen en vergeven

Psychische hulpverlening en pastoraat (2, slot, systeembenaderingen)

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

Kennis van de psychologie en van psychische stoornissen verrijken het pastoraat. Systeembenaderingen bijvoorbeeld kunnen pastoranten helpen om te gaan met crises, zoals verstoorde verhoudingen in families of vastgelopen situaties in het leven.

Op verschillende manieren en op verschillende momenten kan de pastor zijn kennis van psychologie inbrengen in pastorale gesprekken. Ik denk hierbij onder andere aan systeembenaderingen (zoals van Friedman en Nagy), die gebruikt worden binnen contextueel pastoraat. Om te begrijpen hoe dergelijke benaderingen pastoranten helpen, is enige uitleg over wat contextueel pastoraat precies inhoudt, nodig (zie hiervoor het kader Contextueel pastoraat). Als bijvoorbeeld een volwassen kind hierdoor gaat inzien hoe een ouder geworden is zoals hij of zij is, kan er begrip ontstaan. Dan kan er exoneratie plaatsvinden. Je ontschuldigt hen.

Afzien van beschuldigen

Ontschuldigen is iets anders dan verontschuldigen. Bij exoneratie gaat het niet om het wegnemen van schuld. Die is er nu eenmaal en die blijft bestaan. Maar het gaat om het zoeken naar hoe het gedrag van degene die tekortgeschoten is, begrijpelijk te maken is vanuit diens eigen familiegeschiedenis. Vaak, maar niet altijd, betreft het een ouder. Hoe de tekorten uit de jeugd van de ouder, hem of haar hebben gemaakt tot wie hij of zij is, met daarbij horende vermogens en onvermogens.

Wanneer dat door het volwassen geworden kind wordt verkend en verwerkt, kan het kind ervan afzien om te beschuldigen, hoewel de schuld zelf blijft bestaan. Het kind kan zo vrijer worden in het contact en de communicatie met de ouder, waardoor misschien ook bij die ouder iets zal verschuiven in de balans. Er is niet langer het blijven hangen in wrok. Deze ‘vrijheidswinst’ zal doorwerken in de relatie van het kind naar bijvoorbeeld de eigen partner, kinderen en toekomstige generaties. Dit alles zorgt voor een verrijking van de relaties.

Vergeving

Een van de vragen die mij tijdens mijn kennismaking met het contextuele denken bezighield, was:

‘Wat is nu de relatie tussen het contextuele begrip ‘ontschuldigen’ en het bijbelse begrip ‘vergeven’? In welke verhouding staan beide begrippen tot elkaar en hoe onderscheid je ze zonder ze van elkaar te scheiden?’

Ik richt me hier op vergeving in de zin van het vergeven van de schuld van de ene mens door de andere mens. Natuurlijk is deze interpersoonlijke vergeving gebaseerd op de vergeving door God als basis en bron. Vergeving komt in de eerste plaats van God. Maar op grond daarvan is ook vergeving tussen mensen mogelijk en zelfs verplicht. Ik denk aan de vijfde bede van het Onze Vader: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij onze schuldenaren vergeven hébben.’ (Zo moeten we vertalen vanuit het Grieks). Als mens ben je verschuldigd de ander te vergeven op grond van het door God geschonken leven en de door God geschonken genade.

In dit licht moeten we de woorden van de Heere Jezus over de plicht om te vergeven begrijpen in Mattheüs 18: ‘tot zeventig maal zevenmaal’. Het gaat hier over het vergeven van mensen die hun schuld onder ogen zien en erkennen. Dat wil dus zeggen dat we op grond van dit woord van Jezus een slachtoffer niet kunnen verplichten om te vergeven als de dader zijn schuld niet erkend heeft en niet bereid is die te erkennen. Zonder ‘bekering’ geen vergeving zou je kunnen zeggen.

Exoneratie

Nagy omschrijft ontschuldiging als een ‘proces waarin de last van schuld bij iemand die wij tot dan toe de schuld hebben gegeven, van de schouders wordt genomen… Ontschuldiging vervangt een raamwerk van schuld door een volwassen beoordeling van keuzen, inspanningen en grenzen van iemand (of een situatie) in het verleden.’

Dat betekent niet dat daarmee ook de schuld zelf wordt weggenomen. Wel kunnen we anders tegen die schuld gaan aankijken, namelijk als een schuld die niet uitsluitend toe te rekenen is aan de dader of ouder. De gedragingen van de ouder komen in een ander licht te staan. Hierdoor kan de schuld van de ouder kleiner blijken te zijn.

Nieuwe manier van kijken

Exoneratie is mogelijk in het geval dat de dader of ouder niet (meer) mee kan werken aan het proces van herzien van wat goed en verkeerd is gegaan in de relatie. Wanneer een ouder niet in staat is om de schuld waar het om gaat in een open gesprek te erkennen, of zelfs wanneer hij of zij overleden is, is het toch mogelijk dat het kind zich van de last van de wrok en van de doorwerking van onrechtvaardige omstandigheden die hebben bijgedragen aan het gedrag van de ouder, bevrijdt. Exoneratie is te omschrijven als een nieuwe manier van kijken naar de feiten uit het verleden. Als pastor kun je toewerken naar exoneratie, dat wil zeggen: je kunt de pastorant vragen stellen die kunnen leiden tot exoneratie. Een ander belangrijk resultaat van het proces van ontschuldiging is dat iemand ook een positiever beeld van zichzelf gaat vormen. Het is niet zijn schuld dat hij bijvoorbeeld verwaarloosd of mishandeld is. De ouders waren soms door hun voorgeschiedenis onvoldoende in staat om aan hun verantwoordelijkheid als ouders te voldoen.

Tweezijdig proces

Met vergeving ligt het ingewikkelder. Vergeving heeft betrekking op een grote variëteit van relaties; bij ontschuldiging gaat het vooral om de relatie tussen een inmiddels volwassen kind en zijn of haar ouder. Ontschuldiging zegt niets over de schuld van de ouder, maar het zegt iets over de persoon die ontschuldigt. Het is een eenzijdig proces dat zich voltrekt binnen degene die ontschuldigt.

Vergeving wordt daarentegen vaak omschreven als een tweezijdig proces. De persoon die vergeeft, moet zich immers tot vergeving in staat voelen en degene die vergeven wordt, moet er zich voor open kunnen stellen en vergeven willen worden. Het ontschuldigingsproces kan ertoe leiden dat iemand de ander, door het ontschuldigen, ook kan vergeven, maar dat hoeft niet. Exoneratie kan deel uitmaken van het proces van vergeving.

Tegelijk beseffen we dat vergeving iets is wat je gegeven wordt van Hogerhand, van God. Het is een genadegeschenk. Denk aan het voorbeeld van Corrie ten Boom. De kampbewaarder van Ravensbrück steekt zijn hand naar Corrie uit, maar ze wil de hand niet pakken. ‘Ik bid zachtjes tot Jezus. Ik wil dit niet! U moet me helpen. Dan realiseer ik mij: “Vergeving is geen emotie. Het is een handeling van de wil.” Het gevoel is er niet maar ik kan wel mijn hand bewegen. Bijna mechanisch leg ik mijn hand in de zijne. En dan gebeurt er iets bijzonders.’

‘Ik voel ineens een warme golf door mijn lijf. Vanuit mijn schouder, door mijn arm, naar onze handen. Ik moet huilen: “Ik vergeef je broeder, met heel mijn hart.” Daar stonden we dan. De kampbewaarder en de gevangene. Lang hebben we elkaars hand vastgehouden. En nog nooit heb ik de liefde van God zo diep ervaren. En zo werd ik zelf ook vrijgezet.’

Een pastor kan een pastorant niet sturen of dwingen tot exoneratie of vergeving. Wel kan hij de pastorant helpen en nabij zijn als deze zelf stappen wil zetten richting exoneratie of vergeving.


Contextueel pastoraat

In het contextueel pastoraat baseert men zich op het belang van het familie-therapeutisch concept van I. Boszormenyi-Nagy (1986), een van oorsprong Hongaarse psychiater. Zijn naam wordt afgekort tot Nagy (uit te spreken als Notsj). Zijn methode van contextuele therapie is ook toe te passen in het pastoraat, juist als het gaat om familieverhoudingen: conflicten en gebroken (huwelijks)relaties. Als uitgangspunt stelt Nagy, geïnspireerd door de Joodse filosoof Buber, dat wij mensen in onderlinge afhankelijkheid van elkaar leven. Mensen hebben elkaar nodig om te kunnen leven, om mens te worden. Zij hebben verantwoordelijkheid voor elkaar.

Het tweede wat opvalt, is dat Nagy multidimensionaal over de mens denkt. Hij onderscheidt vier dimensies in onze relationele werkelijkheid:

1. de feiten

2. de psychologie

3. de interacties

4. de relationele ethiek

Wanneer we iemands levensverhaal willen begrijpen, is het noodzakelijk dat we eerst kijken naar de feiten die het leven van de persoon beïnvloeden: ziekte en gezondheid, sociaal-economische klasse, woon- en werksituatie, echtscheiding, de dood van een ouder enzovoorts.

Vervolgens kunnen we iemands levensverhaal bezien vanuit de tweede dimensie, vanuit de psychologie: hoe heeft iemand die feiten en gebeurtenissen uit zijn leven verwerkt? Wat voor gevolgen hebben die feiten gehad voor iemands persoonlijkheidsontwikkeling? Heeft iemand bijvoorbeeld een bepaalde afkeer ontwikkeld ten aanzien van een ouder of familielid waardoor er onterechte gedachten over die persoon zijn ontstaan?

In de derde dimensie is de interactie van belang. Hoe verlopen de communicatiepatronen in het gezin/de familie en waardoor wordt het onderlinge gedrag beïnvloed? Een probleem van één gezinslid heeft invloed op de rest van de familie. De vierde dimensie betreft de verbondenheid en afhankelijkheid die er tussen familie- en gezinsleden is. Tussen mensen is een balans van geven en ontvangen. Toen je baby was, hebben je ouders veel aan je gegeven. Wanneer zij ouder worden, geef jij op jouw beurt aan hen. Die balans is voortdurend in beweging en staat niet stil. Vaak is er geen balans of onbalans. Soms wordt later in het leven van het volwassen kind duidelijk hoe de ouder geworden is zoals hij of zij is. Hierdoor kan begrip ontstaan. Dan kan er exoneratie plaatsvinden. Je ontschuldigt hen.


Gezin van herkomst

Jan is 50 jaar, gehuwd en vader van drie kinderen. Hij heeft last van depressies die met name in het najaar de kop opsteken. Juist in die periodes komt het gevoel naar voren dat hij niet goed genoeg is. Hij worstelt met de gedachte dat God hem heeft veroordeeld, iets wat in zijn kerk van herkomst sterk benadrukt werd.

Het wordt in de gesprekken duidelijk dat Jan zich in het gezin van herkomst veroordeeld voelt. Zijn vader was dominant en liet duidelijk merken dat hij een voorkeur had voor Jans broer. Hij stelde hoge eisen aan Jan. Zijn moeder was stil en liet dit gebeuren. Het contact met haar was afstandelijk.

In de pastorale gesprekken wordt doorgevraagd naar de jeugd van vader en moeder. Het blijkt dat vader al jong zijn eigen vader heeft verloren en als oudste jongen veel verantwoordelijkheid kreeg in het gezin en in het bedrijf en een zwakke moeder had. Jans moeder komt uit een groot gezin waarin de jongens mochten doorleren en de meisjes geacht werden al jong huishoudelijk werk te doen en snel te trouwen. Moeder is jong getrouwd zonder nog helemaal volwassen te zijn geworden.

Vragen:

1. Hoe zou het overdenken van de achtergrond van Jans vader en moeder hem kunnen helpen om de relatie met zijn ouders in een ander perspectief te kunnen plaatsen?

2. Dit wetend en verwerkend: hoe zou Jan op een nieuwe manier met zijn ouders in gesprek kunnen gaan?

3. Hoe zou de pastor hierbij behulpzaam kunnen zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ontschuldigen en vergeven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's