De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Liefde voor lezen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Liefde voor lezen

Lector De Jong-Slagman: Reik kinderen ook actuele jeugdliteratuur aan

6 minuten leestijd

Dr. Janneke de Jong-Slagman uit Bergambacht is recent geïnstalleerd als lector Geletterdheid aan Driestar hogeschool in Gouda. Onder de titel ‘En ze lazen nog lang en gelukkig’ hield zij een lectorale rede over ‘boeiende boeken en goede gesprekken’ in het christelijk onderwijs.

Lezen is goed voor een mens, zegt vakvrouw De Jong. ‘Je wordt er taalvaardiger door, je kennis van de wereld neemt toe, je krijgt meer inzicht in jezelf en de ander, het maakt je meer empathisch en het vermindert stress. Bovendien maakt lezen een mens socialer, zeker als je ook nog over de lectuur met anderen in gesprek gaat.’

Volgens De Jong is lezen niet alleen belangrijk om in de maatschappij mee te kunnen doen, maar ook in de kerk. ‘Bijbellezen staat onder druk als we niet meer lezen, wat consequenties heeft voor het geloofsleven en het doorgeven van de christelijke traditie.’

Inhalen

De Jong is sinds 2006 als docent Nederlands verbonden aan Driestar hogeschool. In 2012 promoveerde ze aan de Vrije Universiteit Amsterdam op een onderzoek naar negentiende-eeuwse hofpredikers. Al jaren doet ze onderzoek naar jeugdliteratuur. Vorig jaar rondde ze een postdoc-onderzoek af: ‘Beter en breder lezen’, over jeugdliteratuur lezen op de pabo. Ze constateert dat binnen het reformatorisch leesonderwijs vooral boeken van bekende auteurs en christelijke uitgeverijen worden gelezen. ‘Dat kan ertoe leiden dat de boodschap zo duidelijk is dat lezers niet meer hoeven na te denken. De tekst is niet moeilijk, de genrekeus beperkt. De verhalen zijn veilig en vertrouwd, maar hebben niet zo veel met het echte leven van doen. Als je gewend bent zo vlot mogelijk van de eerste naar de laatste bladzijde te lezen om dan van een wensvervullend einde te genieten, wordt het lezen van literaire werken problematisch. Dat probleem speelt overigens ook buiten het reformatorisch onderwijs.’

‘We zien aan onze studenten op de pabo en de lerarenopleiding Nederlands dat er veel in te halen valt. Het is een uitdaging om complexere boeken te gaan lezen en te bespreken. Dat vergt diep en aandachtig lezen, waarbij je let op inhoud én vorm. Dat kan ook het Bijbellezen ten goede komen.’

Goede gesprekken

In haar rede sprak De Jong over ‘goede gesprekken’ rond boeken. Daarmee bedoelt ze het ‘échte en open gesprek’, waarin het niet gaat om het juiste antwoord, maar om samen zoeken naar betekenis. Een leerkracht kan dat doen aan de hand van basisvragen als ‘Wat vind je mooi?’, ‘Wat vind je moeilijk?’, ‘Zie je verbanden of patronen binnen de tekst of met andere teksten?’

De Jong: ‘De kinderen leren van de leeservaringen van anderen en komen gezamenlijk tot het toekennen van betekenis. Afwisselend onder leiding van de leerkracht en in kleine groepjes doen kinderen actief mee. Ze koppelen hun leeservaring aan die van anderen en leren vanuit verschillende perspectieven naar een tekst kijken.’

Didactieken uit het leesonderwijs kunnen volgens De Jong ook het Bijbellezen stimuleren en versterken. Reden waarom ze deze ook toepaste tijdens workshops voor de Gereformeerde Bond over Psalmen lezen. Al zijn er voor de schoollessen tal van mogelijkheden, toch blijkt de praktijk hardleers, zegt De Jong. ‘Docenten vinden het lastig dat zo’n gesprek niet te regisseren valt. Bovendien moeten zij zichzelf openstellen. Ik maak het mee dat jonge docenten dat echt willen, maar het erg moeilijk vinden. Door professionalisering willen we met het lectoraat eraan bijdragen dat ze hun vaardigheden vergroten en meer zelfvertrouwen krijgen.’

Welk boek gebruikt u zelf in het onderwijs vaak om het gesprek op gang te brengen?

‘Mijn favoriete jeugdboek is Een eiland in zee van Annika Thor. Dat gaat over joodse meisjes uit Wenen, die in 1939 naar Zweden gaan om veilig te zijn. Ze arriveren daar als vreemdeling, spreken de taal niet, worden christen zoals hun pleegouders. Het verhaal reikt zoveel interessante en helaas onverminderd actuele kwesties aan, dat een gesprek erover vanzelf komt. Het mooiste voor ons publiek vind ik de geloofskwestie; de meningen daarover lopen sterk uiteen. Dat stemt tot nadenken.’

Waarom vindt u het belangrijk dat kinderen zowel klassieke als actuele literatuur lezen?

‘Klassiekers hebben hun waarde al bewezen. Vaak kennen ouders en grootouders de verhalen ook. Denk aan Alleen op de wereld, De hut van oom Tom, Afke’s tiental, Robinson Crusoe, de bekendste sprookjes. Ze maken deel uit van onze cultuur, die geef je door via de verhalen. We kennen ook christelijke klassiekers, zoals De christenreis, Jessica’s eerste gebed, De kronieken van Narnia of de Nerflandersserie. De meeste van deze titels worden steeds opnieuw en in diverse uitvoeringen uitgegeven; een klassieker is dus niet hetzelfde als een oud boek.

Kinderen van nu moeten ook actuele literatuur lezen om twee redenen. De eerste reden is uiteraard de inhoud. Verhalen van 2025 gaan over het klimaat, de wolf, andere culturen, sociale media, AI en robots. Bovendien is de taal van nu anders dan die van enkele decennia geleden: vlotter, minder langdradig, humoristischer. Dat geldt ook voor literaire non-fictie. Tegenwoordig worden veel boeken prachtig uitgegeven, wat aantrekkelijk is voor jonge lezers.’

Hoe kunnen leerkrachten minder gemotiveerde leerlingen aan het lezen krijgen?

‘Een heel belangrijke pijler van leesonderwijs is repertoirekennis. Ik heb daar in mijn rede veel aandacht aan besteed. Uit eigen ervaring weet ik dat er zoveel moois op de markt is, en zoveel diversiteit, dat er voor iedere leerling wel een boek te vinden is dat aanspreekt. Maar leerlingen vinden daarin zelf de weg niet. Als docenten enthousiast zijn over nieuwe boeken en hun leerlingen helpen kiezen uit een zorgvuldig geselecteerd aantal boeken, die aansluiten bij de belangstelling van de kinderen, zijn zij de beste stimulans om leesmijders te helpen. Zeker als ze over het boek in gesprek gaan. In leesclubjes en groepsgesprekken speelt de sociale component mee; ook dat kan een goede drijfveer zijn. Als lezen echt problematisch is, kunnen luisterboeken uitkomst bieden.’

Wat hoopt u dat leraren en scholen vooral uit uw onderzoek meenemen?

‘Dat ze leren genieten van jeugdliteratuur. Laten zij deze letterlijk een belangrijke plaats in het schoolgebouw geven, maar lezen ook voortdurend als gespreksthema agenderen en bij alle vakken betrekken. En stop met het traditionele begrijpend lezen, dat nog nooit iemand heeft kunnen bekoren. Kies ervoor om in plaats daarvan samen met de leerlingen interessante, pittige boeken te lezen en daarover in gesprek te gaan. Een ontdekkingstocht aangaan in de verhaalwereld verbindt en verrijkt de leerlingen én de leerkrachten. Niets is mooier dan dat.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 augustus 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Liefde voor lezen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 augustus 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's