Poëzie
‘Hier heb je een tros kersen, kind!’ De priester Guido Gezelle was leraar aan een seminarie, raakte bevriend met een van zijn leerlingen en bood hem een ‘bonke’ kersen aan.
Gezelle schreef er een gedicht bij. En wat voor gedicht! Zoals te zien is: het springt alle kanten op, het barst haast uit zijn voegen. Ook de kersen barsten bijna open, strakgespannen als ze staan, barstensvol sap.
Je moet het gedicht vooral hardop lezen. Dan hoor je de muziek erin: extatische muziek die laat horen wat de woorden niet zeggen kunnen.
Want het is eigenlijk maar stamelen wat Gezelle doet: ‘’t is zoo zoet, ’t is zoo zoet / eene vrucht te genieten die / rijpe is.’ Hij is overweldigd door de kersen en wat ze met zijn zintuigen doen. Het gevoel dat ze geven in de mond. De smaak: vol zoet, vol zuur. De aanblik: zoals ze blinken in het gouden zomerlicht.
Genieten van simpele dingen
De Prediker in het Oude Testament hamert erop: er gaat niets boven het genieten van de simpele dingen des levens. Jezus zelf verandert water in wijn. Franciscus van Assisi zingt op poëtische wijze de lof van het geschapene, zoals Thomas van Aquino dat op filosofische wijze doet – en volgens de ascetische Calvijn hoort genieten wezenlijk bij het menszijn. Hoe zou het ook anders kunnen, als al het geschapene uit de hand van de Schepper zelf is voortgekomen. Gezelle voelt dat heel diep. Mét de vreugde over de kersen rijst meteen de dank in zijn hart op. En dan kent het geen grenzen meer. Dan gaat het niet alleen meer om kersen, maar om het leven, om het licht, om de lucht, het zien en het horen – ‘en al’ laat de dichter er in een apart regeltje veelzeggend op volgen.
Adres voor onze dank
In het weggelaten deel van het gedicht vertelt Gezelle hoe hij de kersen plukte, en vertelt hij, ze woegen (wogen) zo zwaar. Hoe dat kwam? De zegen des Heeren woeg op hen. Dat is het dus. Al die zomerse vruchten die we om ons heen zo zwaar en vol zien neerhangen: het is de zegen des Heeren die op hen rust.
De schrijfster Vonne van der Meer laat een van haar personages zeggen: ‘Je kunt je dankbaarheid niet in een gat gooien. Je kunt het niets niet bedanken.’ Inderdaad, waar moet iemand die niet gelooft met zijn vreugde en zijn dankbaarheid naartoe?
Er is een adres voor onze dank. Gezelle zegt het aan het eind van zijn gedicht nog één keer: ‘Een tros kersen, kind, een gloeiende tros… bedank Hem!’
Een Bonke Keerzen Kind
Aan Eugene Van Oye
Een bonke keerzen kind!
een bonke keerzen kind,
gegroeid in den glans
en ‘t goudene licht
des zomers!
Vol spannende zap,
vol zoet,
vol zuur,
vol zijpelende zap,
vol zoetheid! (…)
o Geniet, ‘t is zoo zoet, ‘t is zoo zoet
eene vrucht te genieten die
rijpe is
en vreugd en dank
te voelen rijzen in het herte!
Leert de tale die spreekt uit monden
duizende, en altijd
roept: ‘Den Heere zij
dank:
dank om het leven,
dank om het licht,
dank om het licht en het leven,
dank om de lucht en het licht
en het zien en het hooren
en al!
Dank zij den Heere!’
Een bonke keerzen kind,
een gloeiende bonke...
bedankt Hem!
Guido Gezelle (1830-1899)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's