Sprak de slang?
Een bijzondere reactie van ‘bonder’ Hugo Visscher
Sprak de slang in het paradijs letterlijk? Bijna honderd jaar geleden vond in Assen tijdens een gereformeerde synode de afzetting plaats van dr. J.G. Geelkerken, die deze vraag met ‘nee’ beantwoordde. Hoe reageerde de Gereformeerde Bond hierop?
Heeft de Gereformeerde Bond haar eigen accent bij het bestuderen van het Oude Testament? Hoe neemt zij deel aan het wetenschappelijk gesprek over de uitleg van de Hebreeuwse Bijbel? Wat is haar uitgangspunt en waar liggen haar grenzen?
Deze vragen kwamen aan de orde tijdens een symposium aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, ter gelegenheid van het emeritaat van prof. dr. Mart-Jan Paul eerder dit jaar. Voor het antwoord gaan we terug in de geschiedenis, naar de synode van Assen in 1926. Op deze gereformeerde synode werd dr. J.G. Geelkerken afgezet. Dr. Geelkerken had vragen geuit over de manier waarop de paradijsgeschiedenis moest worden gelezen. Hoe letterlijk moeten we ‘de slang en haar spreken’ nemen? Gebeurde dat laatste met een hoorbare stem? Vast staat – aldus Geelkerken – dat het hier gaat om een historisch feit, maar hoe zit het met de verwoording ervan? Wat voor taal spreekt de Schrift hier?
Aantasting van de Schrift
Op de achtergrond van Geelkerkens vraag ligt de kwestie van de organische inspiratie. De gereformeerde voormannen Kuyper en Bavinck hadden in de discussie met de moderne en ethische theologie benadrukt dat God bij de inspiratie van de Schrift gebruikmaakt van mensen met hun eigen biografische en culturele context. Bijbelschrijvers noteerden niet slechts mechanisch wat aan hen gedicteerd werd, ze werden met heel hun persoonlijkheid door God in dienst genomen. Daarom zijn bijvoorbeeld woordgebruik, focus en schrijfstijl van Johannes niet gelijk aan die van Paulus. Deze opvatting werd – en wordt – breed aanvaard.
De vraag die vooral rond 1920 in gereformeerde kring speelde, betrof de grenzen van deze organische inspiratie. Het feit van de val staat vast, maar zit er in de beschrijving zelf niet een cultureel bepaald accent? Geelkerkens pleidooi voor een open discussie over dit onderwerp werd verworpen, en omdat hij weigerde zich te binden aan een vast omschreven uitleg, werd hij uiteindelijk door de synode veroordeeld. Men oordeelde dat zijn opvattingen het gezag van de Schrift aantastten. De beschrijving van Genesis 3 is helder en klaar en behoeft geen verder betoog, aldus de synode.
Reactie Gereformeerde Bond
Hoe reageerde men in hervormd-gereformeerde kring op deze uitspraak? Je zou verwachten dat zij zich massaal achter de synode van Assen schaarde. Ook bij hervormd-gereformeerden stonden het gezag en de duidelijkheid van de Schrift heel hoog in het vaandel. Latere schrijvers zien in de stellingname van Assen zelfs een laatste poging om de gereformeerde opvattingen te beschermen. Uiteindelijk zouden die onder het gewicht van moderne invloeden toch bezwijken, onder andere door theologen als Kuitert en Wiersinga.
Opvallend genoeg was de waardering voor Assen bij de grote man in de Gereformeerde Bond, prof. dr. Hugo Visscher (1864-1947), helemaal niet zo groot. Visscher was in 1906 een van de oprichters van de Gereformeerde Bond en werd in 1904 aangesteld als hoogleraar in Utrecht. Hij schreef in 1927 zijn boek Het paradijsprobleem, waarin hij een eigen visie ontwikkelde op wat er in Genesis 3 gebeurde. Hij keert zich in dat boek tegen Geelkerken, maar kiest nadrukkelijk ook niet voor de visie van Assen. Zijn grote bezwaar is dat deze synode te negatief is. Ze zegt wat volgens haar niet de juiste uitleg is, maar zegt niet hoe het dan wel zit.
De Geest openbaart
Volgens Visscher moeten we bij de openbaring van God vooral letten op het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest openbaart wie God is, en doet dat mede door gebruik te maken van de cultuur waarin mensen leven. God spreekt tot mensen in een taal die ze kunnen verstaan, en in beelden die bij hen iets oproepen.
Wij moeten – aldus Visscher – beseffen dat we in een andere cultuur leven dan de Bijbel. Doordat Adam en Eva als ‘natuurmensen’ geschapen zijn, konden zij communiceren met de slang, zoals medicijnmannen dat ook zouden kunnen met dieren. Wie vraagt naar ‘een hoorbare stem’ (zoals de synode deed) mist waar het werkelijk om gaat. We moeten – zegt Visscher – vooral bedenken dat de slang voor mensen in die tijd symbool stond voor de vervloekte slangencultus, zoals die in het Oude Nabije Oosten plaatsvond. De vervloeking van de slang is in wezen de vervloeking van de anti-goddelijke Babylonische cultuur, waarin slangen en draken vereerd werden. Zij worden door God vernederd (zie bijvoorbeeld Psalm 74:13). Ook Calvijn realiseerde zich – aldus Visscher – dat in Genesis 3 niet uitdrukkelijk de slang als de satan wordt geïdentificeerd. Mozes geeft de feiten zo weer, dat de mensen van zijn tijd het begrepen. God past zich aan ons bevattingsvermogen aan (accommodatietheorie).
Bestrijding
Het paradijsprobleem wordt in korte tijd twee keer herdrukt en uitgebreid. Het roept een stroom aan reacties op, vooral van gereformeerde zijde. Men had verwacht dat Visscher zich helemaal achter Assen zou scharen. Prof. Valentijn Hepp wijdt in het gereformeerde orgaan De Reformatie dertien lange artikelen aan de bestrijding van het boek. Hij is vooral verbaasd en teleurgesteld dat Visscher – naar zijn gevoel – heel dicht bij de positie van Geelkerken is uitgekomen.
De Gereformeerde Bond heeft zich in haar officiële spreken lange tijd inhoudelijk onthouden van een oordeel over ‘Assen’. Ongetwijfeld is de discussie in hervormd-gereformeerde kring met aandacht gevolgd. Theologisch voelde men zich in de Gereformeerde Bond zeer nauw verbonden met de gereformeerden. De helderheid en betrouwbaarheid van de Schrift was ook voor hen een aangelegen punt.
Uiteindelijk keerde de bond zich echter tegen ‘Assen’. Dat was toen neocalvinisten in samenwerkingsverbanden met andere gereformeerden onderschrijving van de uitspraken van deze synode gingen vragen. Dat was voor gereformeerdebonders een stap te ver. Dr. Gijsbert van den Brink veronderstelt – mijns inziens terecht – dat deze afwijzing te maken heeft met de aarzeling binnen de Gereformeerde Bond om de puntjes op de i van de Schriftleer te zetten. De belijdenis van de Schrift had geen nadere precisering en inperking nodig.
Instemming
In De Waarheidsvriend wordt het boek van Visscher in advertenties warm aanbevolen. Ook De Saambinder betuigt zijn instemming, omdat in ‘dat werk de Schriftuurlijke opvatting van het paradijs gehandhaafd [werd] tegen de afwijkende gevoelens van dr. Geelkerken.’ Of alles in het boek werd gelezen, is echter zeer de vraag. Instemming met Visschers opzet betuigde ook Arie Noordtzij, hoogleraar Oude Testament aan de Universiteit Utrecht. Hij citeert Visscher in zijn standaardwerk Gods woord en der eeuwen getuigenis diverse keren met instemming.
Egyptische Mozes
De bijdrage van Visscher is origineel, maar tegelijk ook discutabel. Methodisch gaat hij er zonder verder onderzoek van uit dat de Egyptische Mozes tot in detail kennis had van de Babylonische cultuur. Hij gaat niet in op de mogelijkheid dat Mozes geput heeft uit de Egyptische cultuur, waarin hij zelf was onderwezen. Hier wreekt zich het feit dat Visscher geen oudtestamentisch vakgeleerde was. Zijn kennis van de cultuur was in hoofdzaak secundair. Zijn biograaf, dr. B.J. Wiegeraad, geeft eerlijk toe dat hij de visie van Visscher eigenlijk niet kan plaatsen.
Geen ballast
Waarom is het dan toch zinvol om hierbij stil te staan? Ten eerste is dit – zeker in de vooroorlogse jaren – een van de weinige momenten waarop binnen de Gereformeerde Bond zo inhoudelijk wordt ingegaan op belangrijke vragen rond het Oude Testament. En er wordt bewust en origineel stelling genomen. De wetenschappelijke studie van het Oude Testament stond lange tijd op een laag pitje.
De tweede, en voor mijzelf belangrijkste, reden is dat Visscher uitdrukkelijk aandacht vraagt voor de culturele achtergrond van de Bijbel. Je kunt de Bijbel niet goed lezen zonder zijn historisch-culturele context te kennen. De Heilige Geest, die ons de Bijbel geeft, maakt gebruik van deze achtergrond om ons de boodschap ervan te laten verstaan. Deze culturele inbedding is geen ballast, maar getuigt ervan dat God Zijn Woord spreekt in een bepaalde cultuur. John Walton zegt hierover treffend: ‘De Bijbel is wel vóór ons geschreven, maar niet áán ons.’ Wij zijn niet de eerste hoorders. Visscher had een principiële openheid om de Bijbel in zijn eigen literaire context te lezen. De grens voor hem lag bij de historiciteit van zondeval en verlossing. Het loslaten van Adam zet immers de verlossing door Christus op losse schroeven.
Levensvernieuwend
Visscher zet bakens: hij wil het volle pond geven aan de historiciteit én aan de culturele inbedding van het Oude Nabije Oosten. Dat degradeert echter de Bijbel niet tot oosterse literatuur. Juist daardoor is en blijft het helemaal Gods Woord. Prof. C. Graafland zegt hierover: ‘De Bijbel spreekt de taal van haar context, maar heeft tegelijk een boodschap die daar ver bovenuit gaat en de cultuur en mensenlevens vernieuwt.’ Deze plaatsbepaling grenst haar af van het fundamentalisme en biblicisme. Dit grenst haar ook af van het modernisme. Het lezen van oude teksten uit een vreemde context en cultuur moet gepaard gaan met het besef dat God hierdoor ook nu tot ons gezaghebbend en levensvernieuwend spreekt.
In mijn optiek doet de traditie van de Gereformeerde Bond hiermee een waardevolle handreiking aan huidige en toekomstige Bijbelonderzoekers – al is de concrete uitwerking ervan geen eenvoudige opdracht. Visscher benadrukte de verbinding tussen Geest en Woord. De Geest gaf Gods spreken door in verschillende tijden en culturen. Hij deed en doet ons het Woord ook verstaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's