De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen last, maar een lust

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen last, maar een lust

Gods roeping en mijn gehoorzaamheid (slot)

7 minuten leestijd

Beschikbaar zijn, gehoorzaam zijn, volgen, kruis dragen, volharden. Hoe doe je dat als je geroepen bent tot het ambt? En hoe verhoudt Gods roeping van een predikant naar een gemeente zich tot de roeping naar echtgenote en kinderen? Het slot van een tweeluik.

Roeping komt bij God vandaan. Het enige juiste antwoord op die roeping is een houding van beschikbaarheid zijn: ‘Zie, hier ben ik!’ (Jes. 6:8). Beschikbaarheid betekent dat je je eigen wil ondergeschikt maakt aan de wil en de weg van je Zender. Als het daarover gaat, vinden we woorden van onze Heiland in bijvoorbeeld Markus 8. Wanneer de Heere Jezus spreekt over Zijn eigen lijden, verbindt Hij dat onmiddellijk aan de kruisweg die Zijn discipelen hebben te gaan.

Gods tegenstander in de kaart spelen

Petrus wil dat woord over het kruis van Christus niet horen. Jezus echter bestraft hem en zegt: ‘Ga weg achter Mij, satan; want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen.’ Wie Jezus wil afhouden van Zijn kruisweg, speelt de duivel in de kaart. Als dat geldt voor Jezus’ lijdensweg, dan is dat evenzeer van toepassing op de kruisweg van Zijn volgelingen. Wie als dienaar van het Woord zichzelf, zijn vrouw of zijn kinderen wil afhouden van de kruisweg die God met hen wil gaan, speelt ook Gods tegenstander in de kaart. Juist in het kruisdragen wil de Heere Zijn kinderen vormen en gebruiken – en in het bijzonder Zijn dienaren.

Mag het wat kosten?

Wat klinkt er uit Jezus’ mond? ‘Laat wie achter Mij aan wil komen, zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.’ Achter Jezus komen, dat is wel het eerste. Niet voorop, maar achter Hem aan. ‘Leer mij daar te gaan, waarheen Gij Uw treden wendt.’ Achter Hem komen; Hij is er al. Dan kan ik niet achterblijven. Ik heb geen keus. Als Hij er al is, dan moet ik ook.

Dat betekent: jezelf verloochenen, je kruis opnemen en volgen. En besef dat ‘je kruis opnemen’ niet zozeer slaat op de moeilijke weg die je gaat. Het is veel meer kruisdragen door je eigen ik. In Jezus’ dagen was het kruis immers een executiemiddel – niets meer en niets minder. ‘Je kruis opnemen’ betekende je eigen dood tegemoet gaan. Zoals Jezus Zijn kruis droeg, alsook die twee misdadigers met Hem. Dus je eigen dood tegemoet, en dan bedoel ik: de dood aan je eigen ik. Niet meer ‘ik’, maar ‘Hij’. Wat het ook kost. Mág het wat kosten? Mag het mijn vrouw wat kosten? En onze kinderen? Zou de Heere, als Hij roept, mijzelf, mijn vrouw en ook onze kinderen niet door dat kruis heen Zijn weg willen leren? Zoals de schrijver van Hebreeën zegt: ‘…opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid’ (12:10)?

Vertrouwend zien op Hem

In de Schriften heeft roeping alles te maken met gehoorzaamheid. We lezen van Samuël, die als jongeman door God wordt geroepen, waarbij uiteindelijk maar één reactie overblijft: ‘Spreek, want Uw dienaar luistert!’ (1Sam. 3:10), oftewel: Uw dienaar ‘geeft gehoor…’!

In de Hebreeënbrief komen Oude en Nieuwe Testament op dit punt nadrukkelijk samen. In Hebreeën 11 klinkt het getuigenis over Abraham: ‘Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen (!) werd, gehoorzaam geweest. (…) Hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou…’

‘Door het geloof’, zo klinkt het daar steeds opnieuw. Leven door het geloof is: leven door vertrouwend te zien op wie de Heere is. Het gaat om die Heere, over Wie het in 2 Korinthe 5 klinkt – nog vóór er sprake is van de bediening van de verzoening: ‘Die ons met Zichzelf verzoend heeft’. Vertrouwend op die God is Abraham gegaan, ‘toen hij geroepen werd’. Geroepen van de andere kant. Geroepen van Gods kant. ‘Door de gemeente en mitsdien van Godswege’, zo belijden we.

Gehoorzaamheid

Als de roep vanuit de gemeente komt en die roep weerklank vindt in je hart, als je de stem van God erin hoort en er coram Deo – voor het aangezicht van God – geen gegronde reden is om die roepstem naast je neer te leggen, dan heb je met Abraham ‘gehoorzaam te zijn’.

In ‘gehoorzamen’ zit iets van ‘gehóór geven’. Antwoord geven. Zoals Jesaja sprak: ‘Zie, hier ben ik.’ Maar niet alleen dat. Het gaat ook om het gelovig opvolgen van Gods roepstem, in gehoorzaamheid. Niet omdat ik het snap of voel of overzie, maar omdat God mij roept.

De gelovige gehoorzaamt en de gehoorzame gelooft. Op roeping is ten diepste maar één antwoord mogelijk: gehoorzaamheid. Zalig hij die durft geloven, ook wanneer het oog niet (over)ziet. Ik bedoel geen ‘blinde gehoorzaamheid’, maar wel ‘geloofsgehoorzaamheid’. Gehoorzamen terwijl je het oog gericht houdt op de Heere Jezus. ‘De Meester is daar al, en Hij roept u.’

Geroepen vrouw en kinderen

En mijn vrouw dan? En onze kinderen? Daar worstel je mee. Het snijdt bij tijden door je vaderhart. Door je domineeshart. Het is de (vaak stille) worsteling in de pastorie. En toch…

Als God mij roept, dan weet Hij dat Hij ook mijn vrouw en onze kinderen roept. Het is voor Hem geen verrassing dat er een vrouw achter mij staat, en kinderen. Hij heeft hen immers eerst aan mij gegeven? Hij weet wat Hij doet.

Als getrouwde man, als vader in het gezin, ligt mijn eerste roeping bij de vrouw met wie ik ben getrouwd. Aan haar gaf ik als eerste mijn ja-woord, voor Gods aangezicht. Daarna kwamen onze kinderen, met wie wij aan de doopvont stonden. Daarna klinkt mijn ja-woord voor de gemeente, waarin God ons plaatst. Die volgorde blijft staan – ook als ik de roep van God naar een gemeente volg.

Levenseenheid

Als getrouwde vrouw weet je je, als het goed is, geroepen om je man te dienen in datgene waarin God hem stelt. Hij wordt door God gezien als het hoofd van het gezin, en hij weet zich door God geroepen tot dienaar van het Woord. Wat ben je rijk gezegend als je die roeping samen mag dragen. Eenvoudigweg omdat je door God samengevoegd bent ‘tot één vlees’ – een levenseenheid. Niet als een lot dat je overkomt, maar als iets dat God je op de schouders legt. Niet minder dan je man ben je als christenvrouw geroepen om de stem van de HEERE in jullie leven te verstaan. Meermalen is het voor mij een krachtige, extra bevestiging geweest, hoe mijn vrouw reageerde op een roep vanuit de gemeente – juist omdat ik wist dat ze met de Heere leeft. Mijn vrouw, die mij door God gegeven is, die leeft met haar Heere en Heiland en die verlangt beschikbaar te zijn waar God ons roept. Haar stem is van groot belang om het spreken van God in ons leven te verstaan. Stá ernaar, als echtgenote, om dicht bij het hart van God te leven. Een groter geschenk dan zo’n vrouw kan een dienaar van het Woord zich niet wensen.

Niet altijd fijn

Nooit mag de roeping in de gemeente ten koste gaan van de roeping die ik heb voor mijn vrouw en kinderen. Volstrekt ongeloofwaardig is mijn positie als dienaar van het Woord als ik mijn roeping in mijn gezin ondergeschikt maak aan mijn roeping in de gemeente.

Dat betekent echter niet dat de roeping die wij als gezin ontvangen in Gods Koninkrijk altijd fijn is.

Verre van dat. Dienen in Gods Koninkrijk betekent per definitie dat er iets pijn gaat doen en dat het offers vraagt van mij, van mijn vrouw én van onze kinderen. Het is de kruisweg die hoort bij de navolging van Christus. Het is óók de geestelijke oefening om te beleven dat we pelgrims zijn, onderweg naar Gods toekomst.

Vast geloof ik – en daar pleit ik op bij de HEERE – dat door het geloof gehoorzaam zijn, ‘niet wetend waar wij komen zullen’, leiden zal tot een aankomst in het hemelse Kanaän. Juist voor onze kinderen klem ik mij vast aan de God van het verbond. Hij zal Zijn werk voor hen voleindigen. Na dezen zullen wij (en zij!) het verstaan.

Gehoorzaamheid, kruisdragen, volgen, volharden. Geen last, maar een lust. Het is goed dienen onder Koning Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geen last, maar een lust

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's