God blijft doorgaan
Verbond staat centraal tijdens studieweek theologiestudenten
Tijdens de jaarlijkse studieweek van de Gereformeerde Bond voor theologiestudenten stond het thema ‘verbond’ centraal. Een impressie.
Traditiegetrouw stond de laatste week van augustus in het teken van de studieweek voor theologiestudenten van de Gereformeerde Bond. Een week waarin we met 51 studenten nadachten over theologische thema’s. Naast de nodige theologische bagage die we meekregen van verschillende lectoren, ontmoetten we elkaar tussen de lezingen door. Dit jaar dachten we na over het verbond als theologisch kernbegrip: niet alleen voor de kerk, maar ook voor ons als studenten.
Lege boekentafel
De maandagochtend begon met een mooie groep. De boekentafel werd in gereedheid gebracht (en ook direct voor een deel weer leeggehaald door de studenten), en verbondspsalmen klonken door de gangen van conferentieoord Mennorode in Elspeet. De opening werd verzorgd door ds. J.A.W. Verhoeven vanuit Genesis 17:1-14 (zie kadertekst). Een start die duidelijk maakte dat het verbond door God aan ons wordt opgelegd, juist vanuit Zijn liefde en trouw. Na de opening nam algemeen secretaris P.J. Vergunst ons mee in de geschiedenis van het verbond in de Gereformeerde Bond, met name het verschil in visie tussen ds. I. Kievit en dr. J.G. Woelderink. Daarbij kwam naar voren dat er een gevaar schuilt in zowel het onderschatten als het overschatten van het verbond.
Verbond in de Schrift
In de avondlezing werden we door prof. dr. A. Versluis meegenomen naar het Oude Testament. Hij schetste de verschillende beschrijvingen van het verbond – en de verschillende verbonden – in dat deel van de Schrift. Daaruit bleek dat het verbond functioneert als een overeenkomst die een relatie reguleert, maar waarin ook sprake is van een zekere wederkerigheid. Het doet ertoe hoe een verbondspartner reageert. Een belangrijke notie was Psalm 78 over Gods volhardende trouw. Wij mensen kunnen ons niet aan het verbond houden, terwijl God desondanks blijft doorgaan.
Op dinsdag gaf ds. J.C. Breugem uit Ede een lezing over het verbond in het Nieuwe Testament – een plaats waar een nieuw, genaderijk verbond zichtbaar wordt. Niet zomaar, maar omdat Christus het nieuwe verbond door Zijn bloed tot een eeuwig verbond heeft gemaakt.
Prof. dr. W.H.Th. Moehn besprak op dinsdagavond hoe de verbondstheologie sinds de Reformatie heeft gefunctioneerd binnen de kerkelijke traditie. Daaruit kwam naar voren dat er een zekere continuïteit bestaat tussen het verbond van het Nieuwe Testament en het verbond met Abraham. Zo mogen we ook een eenheid zien van de Bijbel, waarin het verbond als rode lijn door de Schrift heenloopt.
Verbond en prediking
Op de derde dag stonden we stil bij het verbond vanuit de systematische theologie, aan de hand van een bijdrage van prof. dr. H. van den Belt.
Daarnaast volgde een homiletische bezinning op het verbond in de prediking, verzorgd door dr. P. Veerman. Prof. Van den Belt besprak verschillende visies op het verbond, waarbij we ook nadachten over de betekenis van de doop en het heilig avondmaal. Door het verbond is er verlossing te ontvangen, een verbond waarbij wij als kinderen betrokken mogen worden door de doop. Het is een belofte die aan ons gegeven is, en die in het geloof bekrachtigd mag worden.
De belofte die we in de voorgaande dagen hoorden vanuit verschillende aspecten van de theologie, werd tijdens de lezing van dr. Veerman bekeken vanuit de prediking van een aantal predikanten. De belangrijkste boodschap van de lezing was: verkondig de belofte van Christus, want dat is de enige grond van onze zaligheid.
Praktische invulling
De laatste dag – waarbij ook de partners van de studenten aanhaakten – stond in het teken van de praktische theologie. Laurens Snoek, docent kerkelijk onderwijs aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, besprak de doop en doopcatechese. Leef de belofte voor, niet alleen in de catechese, maar ook in de opvoeding, was zijn boodschap.
Het voorleven van de belofte maakt meer indruk dan woorden. De laatste lezing werd verzorgd door dr. A.A.A. Prosman en dr. D. Wolters. Zij stonden stil bij de missie van de kerk vanuit het verbond. Verschillende praktische voorbeelden lieten zien hoe een kerk functioneert vanuit het verbond. Juist als kerk horen we te dienen in de samenleving, en zo het verbond door te geven aan de wereld.
In de afsluitende bemoediging voor het nieuwe studiejaar liet P.J. Vergunst vanuit Nehemia 2 iets zien van de God die bij ons zal zijn. Juist doordat we in gebed tot Hem mogen gaan.
Als studenten mochten we veel ontvangen vanuit verschillende invalshoeken binnen de theologie. We hebben veel geleerd van de lezingen, én van elkaar. Door sommige studenten werd tot diep in de nacht doorgepraat over theologie en andere zaken. In de vele momenten met elkaar hebben we van hart tot hart kunnen praten rondom een geopende Bijbel, zingend uit de psalmen. Met dankbaarheid kijken we terug op een bijzondere studieweek. Een moment zo vlak voor de start van het nieuwe studiejaar waarbij we gevoed mochten worden, ook op geestelijk vlak. Gesterkt mogen we verdergaan op weg naar het ambt of welke andere taak de HEERE voor ons heeft weggelegd in Zijn Koninkrijk.
We mogen het werk dat in de achterliggende periode is verricht door ds. S.A. Doolaard en zijn vrouw ter voorbereiding op de studieweek niet vergeten. De persoonlijke betrokkenheid van hen bij ons als studenten doet goed. Tot slot spreken we onze dank uit aan P.J. Vergunst, voor wie dit – na 26 jaar – de laatste studieweek was. Zijn kennis en betrokkenheid bij ons als studenten zullen we missen. We wensen hem een zegenrijk pensioen toe.
Verbond schept verband
In zijn openingswoord tijdens de studieweek sprak ds. J.A.W. Verhoeven, voorzitter van de Gereformeerde Bond, over het verbond als teken van Gods trouw.
‘Er is een principieel verschil tussen een gedoopt christenkind en een ongedoopt heidenkind. Allen die gedoopt zijn, hebben het getuigenis dat God in eeuwigheid hun genadige Vader zal zijn (NGB, art. 34). Wij verspelen onze naam van gereformeerde christenen als wij onze kinderen en jonge mensen niet zien als christenjongeren. In naam zijn we dan wel gereformeerd of reformatorisch, maar in feite zijn we dopers. Immers, ook de wederdopers negeerden het genadeverbond of beperkten het alleen tot de volwassenen, de bekeerden, de gelovigen, dus de uitverkorenen.
Wij mogen onze kinderen wijzen op wat zij in Christus hebben. Maar – zo wordt tegengeworpen – moeten de kinderen dan niet bekeerd worden? En is dat niet een eenzijdig Godswerk? Zeker! Ook wij belijden dat de mens niets kan bijdragen aan zijn zaligheid. De vraag is echter wel of er op grond van de Schrift niet méér te zeggen valt. Niet om het eerste ongedaan te maken, maar om het op de juiste plaats te zetten. In Gods beloften hebben onze kinderen alles al. Maar het dient ook hun persoonlijk bezit te worden. Het genadeverbond, zegt Calvijn, “moet in hen tot volkomenheid worden”.
Er is niet alleen het genadeverbond, er is ook de verkiezing. Er zijn dus tweeërlei kinderen des verbonds. Met het genadeverbond moeten wij beginnen – met de verkiezing mogen wij eindigen. Alleen zo blijft de kerk katholiek, en vervalt zij niet tot een sekte: tot een gemeenschap van gelijkgezinden, van mensen die hetzelfde hebben ervaren.’
Bovenstaande zinnen kwam ik tegen in een ongepubliceerde lezing van drs. K. Exalto (1919-2003). Hij keerde zich tegen de ‘ervaringstheologie’, ‘subjectivistische bepaaldheid’ en ‘antropocentrisme’. Daarmee bedoelde hij: het ‘ik’ van de mens is in het middelpunt komen te staan. Dan verschuift in de prediking het accent van verkondiging van de verlossende daden van God naar bespiegelingen over gevoelens van mensen. Exalto had daarbij het oog op predikers die te eenzijdig de beleving van vrome mensen in het licht zetten (de ‘ordo salutis’). Die groep is inmiddels verwaarloosbaar klein geworden. Maar de sfeer en geest zijn springlevend, nu in de vorm van evangelische geloofsbeleving. Wel met dit verschil: nu staat niet Gods verkiezing voorop, maar de keuze van de mens. Het heeft in onze kringen een enorme aantrekkingskracht. Linksom of rechtsom: het genadeverbond functioneert niet, en de gemeenten verbrokkelen.
Ds. G.H. Kersten zei: ‘Het kind is gedoopt, maar het is niet wederom geboren – totdat het tegendeel blijkt.’ Dr. A. Kuyper zei: ‘Het kind is gedoopt, en dus wederom geboren – totdat het tegendeel blijkt.’ Kersten en Kuyper zijn varianten van hetzelfde denken: ze spreken zich uit over het kind. Maar het doopformulier spreekt zich uit over de Gód van het kind. Dat levert een andere spiritualiteit op en ook een andersoortige prediking: namelijk vanuit God. Dat geeft prediking ontdekkende en bevrijdende kracht. En ook samenbindende kracht. Verbond schept verband. In onze ego-cultuur is het onze roeping om te zoeken naar de gezonde leer. Daarbij is het reformatorisch zicht op Gods verbond met Abraham enorm behulpzaam.
Ds. J.A.W. Verhoeven
is predikant van de hervormde gemeente (w.b.a.) te Krimpen aan den IJssel en voorzitter van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's