De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Door Gód beproefd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Door Gód beproefd

Niet de gaven, maar het karakter doet ertoe

8 minuten leestijd

Binnenkort starten in veel gemeenten de ambtsdragersverkiezingen weer. Hoeveel ‘rondes’ zullen er deze keer nodig zijn? Krijgen we überhaupt de kerkenraad voltallig? Wat wanneer broeders op voorhand aangeven slechts voor één periode beschikbaar te zijn?

In het licht van deze, naar ik aanneem, herkenbare vragen lijkt het bijna misplaatst om een aantal opmerkingen te maken bij de komende verkiezingen. Laten we dankbaar zijn dat er (nog) mannenbroeders beschikbaar willen zijn. Dat ze het ambt willen bekleden en tijd en energie willen geven aan de gemeente. Dat spreekt immers niet vanzelf. En wie zelf ambtsdrager is of is geweest, weet ook van de lastige vergaderingen die aan het stellen van dubbeltallen voorafgaan. In hoeverre zijn we bevoegd om uit te maken of iemand wel of niet geschikt zou zijn? Wat laten we hierin wel of juist niet meewegen? Hoeveel gewicht geven we aan de aanbevelingen vanuit de gemeente? Moeten we hier trouwens verantwoording over afleggen?

Taken en verantwoordelijkheden

Gewoonlijk wijken we met deze vragen uit naar passages uit Paulus’ brieven die ons bepaalde kenmerken van de ambtsdrager laten zien (bijvoorbeeld 1 Tim. 3). Dat valt goed te begrijpen.

Het bevestigingsformulier voor ouderlingen en diakenen focust met name op de taken en verantwoordelijkheden die de ambtsdragers hebben te vervullen. Onbewust en onbedoeld worden we op deze manier voorgesorteerd om vooral naar de gaven (en/of talenten) van gemeenteleden te kijken en op basis daarvan te bepalen dat iemand mogelijk ‘op de lijst’ gezet kan worden.

Wat in mijn optiek minder aandacht krijgt, is de niet onbelangrijke opmerking die Paulus in dit verband maakt over het (eerst) ‘beproefd worden door God’ (1 Tim. 3:10 en 1 Thess. 2:4). Wat bedoelt de apostel hiermee en wat betekent dit voor de komende kandidaatstellingen?

Als zilver gelouterd

De apostel gebruikt een woord dat de Herziene Statenvertaling vaak (maar lang niet altijd) vertaalt met ‘beproefd worden’ of ‘beproeven’. Het Griekse woordje dokimazo kan inderdaad zo worden vertaald. De exacte betekenis van dit woord is echter lastig te achterhalen, omdat het vaak voorkomt in Griekse teksten, inscripties en opschriften. Per geval moet bekeken worden welke betekenis het meest passend is. De beste opties ten aanzien van het Griekse werkwoord lijken inderdaad te zijn: op de proef stellen, onderscheiden, examineren of verifiëren. De Septuaginta (de Griekse vertaling van het Oude Testament) spreekt over het testen van goud en zilver (Spr. 8:10), maar ook over het mensenhart dat als zilver wordt gelouterd (Ps. 66:10). In de (voor ons) apocriefe boeken komt de betekenis ‘verifiëren’ meer op de voorgrond te staan, terwijl de filosoof Philo van Alexandrië (een tijdgenoot van de Heere Jezus en Paulus) voornamelijk het evalueren benadrukt. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (eerste eeuw na Christus) is waarschijnlijk de eerste die het woord dokimos (en afleidingen ervan) een morele betekenis toekent. Zo schrijft hij in de Oude Geschiedenis van de Joden dat God Abrahams houding en karakter test. En hij gebruikt het als hij schrijft over jonge novieten in de gemeenschap van de Essenen, die twee jaar worden beproefd voordat ze kunnen intreden.

Door mensen aangeprezen

Wanneer we het woord dokimazo onderzoeken bij Paulus, valt op dat dit woord in de Grieks-Romeinse wereld veelvuldig gebruikt wordt in de context van het openbare leven waarin mensen een bepaalde taak of functie ambieerden. In zulke gevallen was het gebruikelijk iemands antecedenten en karakter zorgvuldig na te gaan. Daarin had het gewone volk een belangrijke stem; de zogenaamde demos, het volk, oordeelde of iemand al dan niet geschikt was voor een openbare taak. Daarbij maakten ze geen onderscheid tussen iemands privé- en publieke leven. Mankeerde er thuis iets, dan zou het buitenshuis ook niet goed komen – zo redeneerde men. We zien hier een duidelijke overeenkomst met de manier waarop Paulus over deze dingen schrijft. In 1 Timotheüs 3:4-5 wijst de apostel erop dat een (toekomstige) ambtsdrager goed leiding moet kunnen geven aan zijn eigen gezin. Hoe kan hij anders zorg dragen voor de christelijke gemeente?

God bepaalt

Er is echter ook een fundamenteel verschil dat in het oog springt. Alhoewel de apostel stelt dat de ambtsdrager een goed getuigenis moet hebben van mensen (1 Thess. 3:7), is het oordeel of iemand al dan niet geschikt is aan de HEERE. Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 2:4 dat God Zélf hem en zijn medewerkers beproefd heeft. De apostel gebruikt hier een Griekse tijdsvorm die aangeeft dat dit beproeven zich eens en steeds weer voltrekt. Paulus stelt dit vast in de context van de verkondiging van het Evangelie. Het is dan ook vanzelfsprekend dat God Zelf bepaalt wie geschikt zijn Hem hierin te mogen dienen. De Keniaanse nieuwtestamenticus Gift Mtukwa toonde ooit aan dat het punt waar-op God iemand test, te maken heeft met diens houding en karakter. Die dienen cruciform (kruisvormig) te zijn. Dat raakt aan iemands integriteit, iemands morele kompas en diepste motieven. Precies de issues die Paulus in de Thessalonicenzenbrief aansnijdt wanneer het om ambtsdragers gaat. Dat deze gedachte geen zwerfsteen is, bewijst bijvoorbeeld het uitzonderlijk positieve getuigenis dat Paulus geeft over een zekere broeder (wellicht Lukas) in 2 Korinthe 8:22. In het Grieks wordt hier ook een vorm van dokimos gebruikt. Dat gebeurt ook in verband met Appeles, de beproefde dienaar van Christus (Rom. 16:10).

Gaven of karakter

Wanneer we deze zaken overwegen, betekent dat een andere manier van kijken naar de ambtsdragersverkiezingen. In plaats van af te gaan op iemands (uiterlijke) gaven en talenten, zouden we moeten letten op het door de Geest geheiligde karakter. Waarbij het eindoordeel uiteraard aan de Heere is. Het oordeel van mensen op grond van iemands charisma kan weleens totaal misplaatst zijn. Dat bewijzen niet alleen de schandalen rondom populaire Amerikaanse voorgangers, Paulus wist er al van (1 Kor. 2; 1 Thess. 2). De beslissende vraag is of iemand mensen wil pleasen of God wil behagen (1 Thess. 2:6). Een begaafde broeder is niet per definitie een beproefde broeder. De gemeente wordt slechts dan opgebouwd wanneer de gaven vanuit de vrucht van de Heilige Geest functioneren. Anders ‘loopt’ alles misschien wel in de gemeente, maar groeit ze niet toe naar haar Hoofd: Christus.

Willen dienen

Van belang is: wil iemand dienen, is hij bereid tot het zware werk van de liefde? Dat is een serieuze vraag. In onze cultuur wordt de libido dominandi (drang om te heersen) eerder aangemoedigd dan geremd. We moeten shinen, ons punt maken, ons authentieke zelf laten zien omdat onze mening ertoe doet. Op de een of andere manier zijn wij daar allemaal mee behept en het sijpelt zomaar de gemeente en het consistorie binnen. Maar de ware grootheid, leert de Heere Jezus, ligt in het dienen van de ander. Deze uitspraak doet Hij onderweg naar het kruis, na de vraag van twee discipelen om een ereplaats. Markus 10:43 heeft daarbij de vorm van een statement: zó – zoals het er in de wereld aan toegaat – zó is het onder jullie niet!

Het is opvallend dat in alle Evangeliegeschriften de omgang van gelovigen onderling expliciet of impliciet wordt gezien in relatie tot het voorbeeld van de dienende Christus.

Gunst of afkeuring

Je zou, iets gechargeerd, kunnen zeggen dat het Nieuwe Testament de aandacht verlegt van wat iemand doet naar wie iemand ís. Een door de Geest geheiligd karakter doet ertoe, een kruisvormig karakter zogezegd – dáár zoeken we naar. We verlangen geen broeders die trouw zijn aan zichzelf, maar aan de HEERE. Konden in de Grieks-Romeinse cultuur publieke figuren ook weer zomaar gecanceld worden wanneer zichtbare resultaten uitbleven, in de christelijke gemeente gaat het er anders aan toe. Ambtsdragers zijn niet overgeleverd aan de tirannie van de menselijke gunst of afkeuring. Wie mij oordeelt is de Heere, schrijft Paulus (1 Kor. 4:3-4). Dat is tevens een onuitsprekelijke troost.


Aandachtspunten bij ambtsdragersverkiezing

Uiteraard geldt in verband met de ambtsdragersverkiezingen dat de zaken op een gepaste wijze én in goede orde moeten geschieden (1 Kor. 14:40). In verband daarmee vijf aandachtspunten:

1. Het spreekt voor zich dat de kerkenraad in de aanloop van en tijdens het proces de gemeente helder en tijdig informeert over te volgen procedure. In sommige kerkelijke gemeenten stelt de kerkenraad een lijst vast met daarop de namen van de mannelijke belijdende leden.

2. Een open deur, maar van onschatbaar belang: laat de ambtsdragersverkiezingen in de zondagse voorbede van de gemeente voluit functioneren – en vraag de gemeente om dit ook thuis te doen.

3. Er zijn gemeenten die werken met dubbeltallen, andere gemeenten werken met (of gingen over naar) een zogenoemde enkelvoudige voordracht. In beide gevallen worden de regels van de kerkorde in acht genomen.

4. Een moeilijkheid waar de kerkenraad zich soms voor gesteld ziet, is dat een naam vaak is ingediend, maar toch niet op de lijst gezet kan worden om redenen die alleen de kerkenraad bekend zijn. Juist hier functioneren de geestelijke verantwoordelijkheid en het onderscheidingsvermogen die we onder aanroeping van de Heere mogen verwachten. Het is dan vervolgens niet zo dat de kerkenraad de gemeente uit hoeft te leggen waarom die ene bezoekbroeder niet gekandideerd is.

5. Wanneer gestemd wordt aan de hand van dubbeltallen, is geestelijke nazorg voor zowel de verkozene als voor de niet-verkozene van belang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Door Gód beproefd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's