Poëzie
De herfst heeft als seizoen iets van de sabbat, de dag waarop God rustte nadat Hij had vastgesteld dat Zijn werk goed was. En de dag waarop ook mensen mogen zeggen: het is mooi geweest. Het voorjaar en de zomer zijn voorbij, en alles in de wereld komt tot zijn voltooiing. De vruchten zijn geoogst, de boeren halen de laatste gewassen van het land, en dan komt er een periode van rust.
Ook Rilke zegt het in dit gedicht: de zomer was grandioos, en nu mogen we de tijd even vergeten: laat die zonnewijzers maar beschaduwd worden, geef de grillige, onvatbare wind maar ruim baan over de velden. Het seizoen van de zon is voorbij, het is nu tijd voor de wolken en de wind.
En, vraagt hij aan de Schepper: geef nog een paar warme dagen voor de laatste vruchten die er hangen, jaag de laatste zoetheid in de zware wijn. Dan, na die toegift van de zomer, kunnen we zeggen: het werk is af, de schepping is weer voor even voltooid. Dan mag het genieten beginnen, van de voldragen vruchten en van die zware, zoete wijn: de zevende dag.
Pijnlijke ervaring
Maar ach: een mens blijft een mens, hij draagt de onrust in zich mee. Waar de eerste twee strofes van dit gedicht handelen over rust en voleinding, gaat de laatste over onrust, waken, zwerven. Het is een pijnlijke ervaring, dat we soms zo gebrekkig afgestemd zijn op het grote natuurgebeuren dat ons omringt.
Alles komt tot rust, alles wordt naar de voldragenheid gestuwd, maar wij zijn chronisch onvoldaan.
Als je geen vast dak boven je hoofd hebt, en geen man of vrouw om je leven mee te delen… Dan maar even niet aan bouwen denken, maar je richten op bezinning in de eenzaamheid. Ook niet overhaast nieuwe relaties aanknopen, maar waken, lezen, lange brieven schrijven. Een nieuwe consonantie tussen de mens en de natuur openbaart zich: zoals de bladeren kriskras door de wind worden voortgedreven, zo gaat de mens rusteloos de lanen op en neer. Hij wandelt wel, maar er zit iets onbestemds in. De vertaling van Peter Verstegen laat de onrust mooi zien door de voorlaatste regel op een onlogische plek af te breken.
Belofte
En dus komt dit gedicht, dat zo opgetogen begon, toch tot een wat droefgeestig einde. Mensen missen kansen in hun leven, en de schade ís niet altijd te repareren. En als we oud worden, zal er hoe dan ook een herfst des levens komen – een tijd dat we onze geliefden moeten missen, een moment dat we ons huis moeten verlaten.
Maar: de herfst en de winter zijn ook de seizoenen waarin het leven ondergronds zijn gang gaat. Zou zo het nieuwe leven in de mens ook niet in het verborgene kunnen rijpen? In die zin houdt het einde van dit gedicht toch ook veel open: het waken en lezen, de brievenschrijverij, het dwalen door de lanen – hebben ze niet net als de herfst ook een belofte in zich?
Herfstdag
Heer, het is tijd. Het was een grootse zomer.
Leg nu uw schaduw op de zonnewijzers en laat de wind over de velden komen.
Gebied de laatste vruchten vol te zijn, verleen hun nog twee zuidelijker dagen, stuw ze naar de voldragenheid en jaag de laatste zoetheid in de zware wijn.
Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer,
wie nu alleen is, zal het lang nog blijven, zal waken, lezen, lange brieven schrijven en rusteloos de lanen op en neer gaan als de wind de blaren voort zal drijven.
Rainer Maria Rilke (1875–1926)
Vertaling: Peter Verstegen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's