Dubbelzinnige vraag
Israël en de tekenen van de tijden
Oorlogen, rampen en spanningen in en rondom Israël worden door velen gezien als ‘tekenen van de tijden’. Als aanwijzingen dat de laatste fase van de geschiedenis is aangebroken, dat Israël zich bekeert en Jezus spoedig wederkomt. Maar kun je de Bijbel wel uitleggen met de krant in de hand?
In de Bijbel wordt de uitdrukking ‘tekenen van de tijden’ slecht één keer genoemd. In Mattheüs 16:1-4 noemt Jezus dit in een vermaning aan enkele Joodse leiders. Zij vragen Hem met een teken uit de hemel aan te tonen Wie Hij is. Eerder werd Jezus al om een teken gevraagd (Matth. 12:38).
Waren het dezelfde, of zijn het nu andere vraagstellers?
In ieder geval schrijft Mattheüs tussen deze twee vragen in ook twee keer over een vermenigvuldiging van brood. Dit teken heeft hen kennelijk niet overtuigd.
Het teken van het brood wijst onder andere terug naar Elia, in 1 Koningen 17:7-24: ‘Het meel in de pot zal niet opraken’. Kort na dit gedeelte overlijdt de zoon van de weduwe uit Zarfath. Op het gebed van Elia wordt de jongen tot leven gewekt, een opstanding uit de dood. Er is een Joodse traditie die in deze zoon de profeet Jona ziet. Ook de Heere Jezus verwijst bij de tekenen van het brood naar het ‘teken van Jona’. Deze verwijzing kan daarom voor Zijn hoorders voor de hand liggen.
Dubbelzinnig
De vraag naar een teken heeft iets dubbelzinnigs. Aan de ene kant is het rijke genade dat Jezus tekenen doet die het geloof wekken of versterken. Aan de andere kant leeft de vraag waarom dit teken nodig is. Zijn Jezus’ woorden en daden niet voldoende? Dit dubbele komt hier naar voren. Zojuist heeft Jezus een teken gegeven. Zoals de Heere ooit aan Israël in de woestijn het manna uit de hemel gaf, zo vermenigvuldigt Jezus het brood als teken dat Hij Zelf het Brood uit de hemel is.
Het verlangen naar een nog duidelijker teken laat zien dat het maar de vraag is of zij werkelijk overtuigd willen worden. Vanwege het dubbele in hun vraag verwijt Jezus hen hypocrisie. Zij zullen genoegen moeten nemen met het teken van Jona, die op de derde dag uit de buik van de grote vis werd bevrijd. Hiermee verwijst Jezus naar Zijn opstanding uit de doden. Het teken van de tijd bij uitstek is Zijn opstanding. Dit teken uit de hemel moet hen tot geloof in Israëls Messias brengen.
Jezus’ wedervraag is waarom zij, terwijl zij wel de verschillende kleuren van de lucht onderscheiden, niet de tijd van de gekomen Messias (h)erkennen. Pijnlijk schrijft Mattheüs over hoe Jezus hen verliet en wegging (Matth. 16:4). Wanneer Jezus als de Messias voor Israël en de volken niet op tijd wordt (h)erkend, trekt Hij – als een indringende waarschuwing – verder.
Tekenen van heil
Ondertussen verschuift de Heere Jezus onze aandacht. Er moet niet zozeer worden gelet op allerlei gebeurtenissen met Israël, hoe ernstig die ook zijn. Eerder moet worden gelet op Zijn heilswerk. Zijn komst in deze wereld, Zijn menswording, Zijn lijden en sterven, Zijn opstanding en verheerlijking vormen de tekenen van de tijden die wij moeten herkennen. Met de uitstorting van de Heilige Geest is de laatste tijd begonnen. Dit wil zeggen dat er geen nieuwe heilsfeiten meer komen dan het allerlaatste: de wederkomst van Christus.
Mattheüs 24:3 geeft een vraag van de discipelen weer: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ Hoewel nu niet wordt gevraagd om een teken, vragen zij wel naar gebeurtenissen waaruit Zijn naderende komst is af te lezen. Jezus noemt dan vreselijke gebeurtenissen die over Israël en de volken zullen komen. Oorlogen en geruchten van oorlogen, volken die tegen elkaar opstaan, hongersnoden en epidemieën, aardbevingen en geloofsvervolging, wetteloosheid en valse profeten.
Wat opvalt, is dat Hij deze gebeurtenissen niet aanduidt als ‘tekenen van de tijden’. Het zijn gebeurtenissen die ons van slag kunnen brengen en ons kunnen doen denken dat er van Christus’ wederkomst geen sprake meer is. Dwars door al deze ellende laat Jezus echter weten dat wij ons niet moeten laten verleiden, omdat dit het einde niet inluidt. Hierin zit de gedachte dat de wereld niet ten onder gaat door rampen en geweld. Rampen en geweld zijn van alle tijden, maar dwars door dit alles heen gaat de prediking van het Koninkrijk tot de uiteinden van de wereld. Pas dan zal het einde komen.
Geen schema
In Handelingen 1:6 vragen de discipelen of met Zijn opstanding de tijd van het Koninkrijk voor Israël zal aanbreken. Zijn eerdere onderwijs hierover (Matth. 12:40 en 16:4) hebben zij dus begrepen. Zijn opstanding is het teken bij uitstek. Daarom neemt Jezus hun deze vraag niet kwalijk. Wel wijst Hij opnieuw op de verkondiging van het Evangelie. Vanuit Israël moeten de volken worden bereikt, zodat eenmaal de volken zullen optrekken naar Jeruzalem in erkenning van Israëls Messias (Zach. 8:23).
Sommige christenen verwerken de tekenen van de eindtijd in een schema. Wat opvalt, is dat in zulke schema’s gebeurtenissen uit onze aardse actualiteit en de te verwachten gebeurtenissen worden gekoppeld aan Bijbelteksten. Er zijn profetieën die ons een glimp geven van wat nog komt en er zijn beloften voor Israël die nog uitstaan. Maar al snel lezen we dit door de bril van onze tijd en onze verwachtingen. Daardoor spreken deze schema’s eerder over ‘de tekenen uit de aarde’, omdat ze al te menselijk zijn. Enerzijds omdat gebeurtenissen op aarde telkens anders verlopen dan gedacht en schema’s moeten worden bijgesteld. Anderzijds omdat zo onbedoeld de ‘tijden en gelegenheden’ alsnog worden ingevuld. Het gevolg kan zijn dat de aandacht meer uitgaat naar gebeurtenissen en naar wat nog komen moet, dan naar de komst van Christus Zelf.
Niet herkend
In Jezus’ dagen leefden verschillende verwachtingen rond de Messias. Zo was er de verwachting dat de Messias direct de vrede van de vernieuwde hemel en aarde zou brengen. Omdat dit niet gebeurde, zagen velen in Jezus niet de beloofde Messias. Dit mag ons aanscherpen. Als onze focus is gericht op door mensen samengestelde schema’s over aardse gebeurtenissen met Israël als ‘de tekenen van de tijden’, kan het zomaar zijn dat Christus niet wordt herkend als Hij op een andere manier wederkomt dan de schema’s voorspellen.
Verkondiging
Wij worden gewaarschuwd dat Jezus kan komen ‘als een dief in de nacht’ (1 Thess. 5:2). Maar, schrijft Paulus erbij, voor wie in het licht van Christus wandelt, komt Hij niet als een dief. De door de Geest geheiligde levenswandel maakt dat Christus elk moment mag komen. Dan zal Zijn komst ons niet overvallen. Joden en niet-Joden die in Jezus de Messias erkennen, worden onderwezen dat het nog een poos kan duren én dat Hij er onverwachts zal zijn (2 Petr. 3:9-10). Opnieuw is het motief de verkondiging van het Evangelie. De Heere wil dat ‘allen tot bekering komen’.
In dit verband mogen we Romeinen 11:26 lezen, waar Paulus uitspreekt dat ‘heel Israël zalig wordt’. Paulus schrijft niet ‘dan’, maar ‘zo’. Zijn gedachte is niet dat eerst de volheid van de heidenen binnen moet zijn en dat pas daarna – in de eindtijd – Israël zalig zal worden. De apostel geeft aan dat zowel heidenen als Israël zalig worden door het geloof in Jezus Christus. De verharding die over een deel van Israël is gekomen, komt heidenen ten goede. Dit is een geheimenis. Gods weg met Israël is ondoorgrondelijk. Wat wel duidelijk wordt, is dat in de zinsneden ‘dat allen tot bekering komen’ en ‘heel Israël zalig zal worden’ wordt gesproken over allen die naar de verkiezing van Zijn genade het Koninkrijk binnengaan. Nergens spreekt de Bijbel over een bekering in de toekomst. Altijd gaat het om ‘Heden, indien u Zijn stem hoort’ (Ps. 95:7; Hebr. 3:7).
Barensweeën
Zowel Jezus (Matth. 24:8), Paulus (1 Thess. 5:3) als Johannes (Openb. 9:12) noemt de verschrikkingen en verdrukkingen barensweeën. Hoe pijnlijk, benauwd en zwaar deze ook zijn, het zijn tekenen dat de verlossing nadert en het kind wordt geboren. De aanstaande moeder is gericht op de geboorte van haar kind, niet op een nauwkeurige beschrijving van de weeën. Met dit beeld wordt gewezen op de naderende verlossing door de wederkomst van Jezus Christus. Eerder wees ik op de opstanding van Christus uit de doden als het teken bij uitstek. In deze lijn verkondigt Petrus op de pinksterdag: ‘God heeft Hem echter doen opstaan door de weeën van de dood te ontbinden, omdat het niet mogelijk was dat Hij daardoor vastgehouden zou worden.’ (Hand. 2:24). Onze gerichtheid mag zijn op de heilstekenen uit de hemel.
Christus regeert
De gebeurtenissen rondom Israël zijn in allerlei tijden weer anders. De media vormen geen tweede openbaringsbron naast de Schriften. Wij horen de naderende voetstappen van Christus in het zorgvuldig luisteren naar de Schriften, niet in het duiden van het dagelijkse nieuws. Wat ook nu weer in en rondom Israël gebeurt, is vreselijk, maar niet te duiden als noodzakelijk voorspel van de wederkomst van de Messias. Wel moeten we bij alle wendingen alert blijven, want Hij komt er al aan! Elk moment kan het zover zijn. Dit is het getuigenis van de Schriften.
Tot Zijn dag mogen we genieten van dit leven dat Hij ons geeft en houden wij de vreugde vast die voor ons ligt. Onze opdracht is te waken en te bidden, te oefenen in een door de Geest geheiligde levenswandel en het delen van het Evangelie van het Koninkrijk. Ons oog richten wij op onze Leidsman en Voleinder van het geloof (Hebr. 12:2). Vanuit het vaste vertrouwen dat Christus, ondanks alles, regeert. In de overtuiging dat alle tijden en gelegenheden bij de Vader bekend zijn. Zullen wij tot die dag volharden? Laat het met Petrus maar ons gebed zijn, dat wij ‘door de kracht van God worden bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd’ (1 Petr. 1:5). Wetend dat Hij Zijn werk voor ons – en vooral voor Israël – zal voleindigen. Hoe en wanneer? Dat ligt in Gods handen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's