Boekbespreking
David H. Kranendonk Evenwicht vol levenskracht. Het streven van de hoogleraren J.J. van der Schuit, G. Wisse en L.H. van der Meiden. Uitg. De Banier, Apeldoorn; 232 blz.; € 16,95.
De auteur David H. Kranendonk, tegenwoordig hoogleraar aan het Puritan Reformed Theological Seminary in Grand Rapids, wilde in 2003 zijn masterscriptie wijden aan de prediking van de eerste predikanten van de Free Reformed Churches of North America. Tot zijn verrassing ontdekte hij dat de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) in Apeldoorn een grote invloed had op hun vorming.
Daarom besloot hij zijn scriptie te schrijven over de theologie van drie hoogleraren die destijds in Apeldoorn doceerden: J.J. van der Schuit, G. Wisse en L.H. van der Meiden (1920-1950). Deze scriptie werkte hij later uit tot een boek: Vital Balance…. In 2024 verscheen daarvan een Nederlandse vertaling.
In deel 1 schetst Kranendonk de achtergrond van het drietal. Historisch en theologisch oriënteerden zij zich op de Reformatie, de Nadere Reformatie, de Afscheiding van 1834 en de voortzetting daarvan na 1892. Na een korte biografische schets van de drie hoogleraren bespreekt Kranendonk hun theologie.
In deel 2 laat hij zien dat deze volgens hem zowel voorwerpelijke als onderwerpelijke elementen bevat. Met andere woorden: een objectieve grondslag die tot uitdrukking komt in een persoonlijke, subjectieve vroomheid.
Deze twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In zijn boek Schriftkritiek stelt Van der Meiden immers: ‘Theologen die het Goddelijk gezag en de onfeilbare maatstaf van de Schrift terzijde schuiven, verwisselen de objectieve fundering van de theologie voor een subjectieve grondslag, waardoor menselijke ervaring de norm voor het leven wordt.’
Het evenwicht in de theologie van de drie theologen komt duidelijk naar voren in wat Van der Schuit in zijn Dogmatiek schrijft. In tegenstelling tot Abraham Kuyper benadrukt hij dat de (objectieve) theologie een uniek subject kent, namelijk de wedergeborene. Van der Schuit stelt: ‘Het fulmineren tegen de leer der wedergeboorte, als het allernoodzakelijkste element bij de beoefening der heilige theologie, zal voeren naar een verkilling van het warme zielenleven, dat moet blijven kloppen in het lichaam der theologie.’ Door wedergeboorte stelt de Heilige Geest iemand in staat het Woord van God te ontvangen.
Vervolgens bespreekt de auteur de bouwstenen van een ‘gezonde theologie’. De CGK staan bekend als de kerk met de drie verbonden, in tegenstelling tot de GKN en de GG, die slechts twee verbonden onderschreven. Zij bestempelden de verbondsvisie van de CGK respectievelijk als ‘te zwaar’ en ‘te licht (…) remonstrants’.
Wat is de visie van de CGK? Eerst richtte God een werkverbond op met Adam als verbondshoofd van de mensen. Na de zondeval sluit God het genadeverbond, waarin God Zichzelf in Christus als Middelaar wegschenkt aan de zondaar. De grond van dit genadeverbond is het verbond der verlossing: ‘die onderhandeling in Gods Drie-enig wezen, waarbij de Vader de Zoon tot Middelaar beschikte (…), terwijl de Heilige Geest het op Zich nam, om naar de wil van de Vader en de Zoon het werk der zaligheid toe te passen’.
Dit toepassend werk van de Heilige Geest behandelt de schrijver onder het kopje: ‘De leer van de zaligheid’. Dat is de soteriologie: de toe-eigening van de genade (verbondsinwilliging) en de verbondsbeleving (bevinding). In zijn boek Schriftkritiek behandelt Van der Meiden achtereenvolgens: de Schrift als het fundament van de ervaring, de Geest als de Auteur van bevinding en het geloof als een middel van ervaring.
De drie hoogleraren verrichtten hun theologische arbeid vooral met het oog op de prediking. Dit blijkt uit het derde deel: ‘Een evenwichtige prediking’. Een gezonde Bijbelse preek dient Schriftuurlijk, Christologisch, bevindelijk en verbondsmatig te zijn.
Ik beveel dit boek van harte aan. Niet omdat deze drie hoogleraren alles zeggen wat voor een ‘gezonde theologie’ in deze tijd nodig is. Zij stellen echter wel op evenwichtige wijze zaken aan de orde die wezenlijk zijn.
Ik onderstreep wat ds. J.C. Maris in 1953 in het jaarboek van de CGK schreef: ‘Zullen wij het ons toebetrouwde pand bewaren en eruit leven, zullen wij de roeping tot profetisch getuigen kunnen vervullen, dan dienen wij goed te weten, waar het om gaat. Wie het verleden niet kent, weet met het heden geen raad en wordt een makkelijke prooi van ondoordachte kritiek, die de breuk der Kerk op het lichtst zoekt te helen, zonder tot de fundamenten af te dalen.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's