De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gebed met verwachting

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gebed met verwachting

4 minuten leestijd

Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus. Filippenzen 1:6

We zeggen soms: ‘Je kunt er alleen nog maar voor bidden.’ Alsof gebed pas het laatste redmiddel is, wanneer alle andere pogingen hebben gefaald. Maar het gebed van Paulus in onze tekst heeft een heel andere toon.

De brief aan de gemeente in Filippi wordt vaak een gemeenschapsbrief genoemd. Dat komt niet alleen doordat de hechte band tussen Paulus en de gemeente overal doorklinkt, maar vooral ook doordat de Filippenzen samen deelhadden aan het Evangelie (1:5).

De directe aanleiding voor deze brief was Paulus’ dank voor de morele en materiële steun die de gemeente hem had gegeven tijdens zijn gevangenschap (vgl. 1:13 en 4:18). Die dankbaarheid en blijdschap voeren de boventoon in de brief, waardoor hij ook wel de vriendelijkste brief van Paulus wordt genoemd.

Maar het is veel meer dan een bedankbriefje. Geleid door de Heilige Geest gebruikt Paulus dit moment om de gemeente te bemoedigen en te vermanen. Hij roept hen op om standvastig te blijven tegenover de druk van een heidense omgeving, en om hun onderlinge eenheid te bewaren en te versterken (zie vooral 1:27-2:4).

Vertrouwen

Na de aanhef gaat Paulus verder met een gebed voor de gemeente. Dat gebed is allesbehalve een slag in de lucht: het is een gebed vol verwachting. Hij zegt: ‘Ik vertrouw erop’. De apostel gebruikt hier hetzelfde werkwoord als in het bekende Romeinen 8:38: ‘Want ik ben ervan overtuigd …’

Het is dus geen vrijblijvend gebed in de trant van: ‘dat is altijd goed om te doen’ of ‘je weet maar nooit of het helpt.’ Nee, Paulus bidt met vaste verwachting, omdat hij weet dat God nooit half werk levert. Wat Hij begint, dat maakt Hij ook af!

En de Heere is al begonnen in Filippi. Lees Handelingen 16 er maar op na: de bekering van Lydia en van de gevangenbewaarder. Door de verkondiging van het Evangelie ontstond er een gemeente. Daar dankt Paulus dan ook allereerst voor.

Schepping

En Paulus dankt Gód voor alles wat Hij in en aan de gemeente heeft gedaan. Bidden met verwachting betekent je richten op God: zien wie Hij is en wat Hij doet. Want: ‘God is in u een goed werk begonnen.’ Onwillekeurig denk ik hierbij aan Gods werk in de schepping. In de Schrift wordt dat ook ‘goed’ genoemd (Gen. 1). In onze tekst gaat het over Gods werk in de herschepping – ook dat is een goed werk. Zoals de schepping tot stand kwam door het spreken van God (vgl. Ps. 33:6,9), zo gebeurt de herschepping door de stem van de Levende in de verkondiging van het Evangelie.

Het was de Heilige Geest die het hart van Lydia opende terwijl Paulus sprak. Daarover heeft de Heere Jezus Zelf gezegd: ‘Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft’ (Joh. 6:29). Het ontstaan, bestaan en voortbestaan van de gemeente is geen mensenwerk. Dat vergeten we gemakkelijk wanneer we spreken over gemeentestichting of over het vormen van een kerkverband. Ook bij alle activiteiten van het winterwerk moeten we dit voor ogen houden: de gemeente is Gods werk! Laten we de Heere daarom danken dat er een gemeente ís; en dat wij erbij mogen horen.

Met verwachting

Paulus bidt met het oog op ‘de dag van Christus’ (1:6,10; 2:16). Wat God begint, maakt Hij ook af. Hij zal het ‘voltooien’. Het gebruikte woord betekent letterlijk: God brengt Zijn werk tot het doel. Dat zal gebeuren op de jongste dag – de dag van Christus’ wederkomst. Gods verbondstrouw is de garantie dat dit werk tot een goed einde komt.

Een christen leeft toekomstgericht: gericht op de dag van Christus. Als ook ons gebed daarop is afgestemd, dan bidden we met verwachting. Want we hoeven onszelf niet zalig te maken. En de gemeente is en hoeft niet óns werk te zijn, maar Gods werk. Immers: ’t Werk der eeuwen, dat Zijn Geest omspant, volvoert Zíjn hand! Daarom belijden we aan het begin van iedere eredienst dat onze hulp in de Naam van de HEERE is, Die niet loslaat het werk dat Zijn hand begon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gebed met verwachting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's