De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Poëzie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Poëzie

4 minuten leestijd

Als het herfst was, ging mijn moeder met de kinderen van mijn broer en zus naar de Leeuwenlaan en het Wilhelminaplantsoen in Terneuzen. De grond was daar bedekt met een dikke laag bladeren, afkomstig van reusachtige platanen en kastanjes. Ze gingen dan ‘met de blaren spelen’, dat wil zeggen: ermee gooien, erin schoppen en zich erin laten vallen. Het was een dolle boel, en ik weet niet wie er het meeste plezier aan beleefde. Voor die kleinkinderen – nu twintigers en dertigers – zijn het onvergetelijke herinneringen geworden.

De vader van de Dordtse dichter C. Buddingh’ (die apostrof hoort bij zijn naam) speelde ook met zijn kinderen. Dit gedicht geeft het weer: hij zat onder de tafel, hij was een leeuw die brullend tevoorschijn sprong om de kinderen te pakken te nemen.

Vermomd als oud vrouwtje

Buddingh’ zelf speelde ‘vosje’ met zijn kinderen: hij vermomde zich als een oud vrouwtje dat bedelde om water en brood, maar dat op het beslissende moment haar ware gedaante toonde; dan bleek het een vos die de kinderen te pakken nam.

Is dit dus een gedicht over spel? Jazeker: je voelt in het gedicht de spanning van de kinderen die wísten dat er ‘leeuw’ en ‘vosje’ gespeeld werd, en toch elke keer weer heerlijk schrokken als de vader zich als dier ontpopte. Je kunt raden hoe de kinderen en de volwassenen ervan genoten.

Levende herinneringen

Maar het gedicht gaat ook over herinnering. Want, zegt de dichter, hoeveel tijd heb ik besteed aan vosje spelen? Vijf uur op heel mijn leven misschien? Dus een honderdste promille? (Ik kon het niet laten om even uit te rekenen hoe oud de dichter moet zijn geweest toen hij dit schreef; 57, volgens mij.) Maar wat zijn deze herinneringen aan ‘leeuw’ en ‘vosje’ nog levend in vergelijking met al het andere wat hij heeft meegemaakt. In vergelijking zelfs met zoiets groots als een wereldoorlog, en al die andere dingen die zo gewichtig leken.

Met ironie zet Buddingh’ het tussen aanhalingstekens: ‘deze tijd, op aarde mij gegeven’. Hoe plechtig klinkt dat, en wat nodigt het uit om ons leven aan grootse dingen te wijden. Maar nee, zegt de dichter: al die dingen zijn morsdood – maar leeuw en vosje leven.

Prioriteiten

In dit gedicht zijn het de enige regels die rijmen: ‘gegeven’ en ‘leven’. En dat het accent in het woord ‘morsdood’ ineens op de eerste lettergreep valt, terwijl de accenten verder vooral op de even lettergrepen vallen, maakt wel duidelijk dat er hier iets belangrijks wordt gezegd. Wat kunnen al die schijnbaar gewichtige dingen die we ondernemen achteraf futiel en nietig lijken, terwijl die paar uurtjes spel bij het belangrijkste horen wat we in ons leven hebben uitgevoerd.

Daarom: dit is een gedicht over spel en over herinnering, dat ons uitnodigt om onze prioriteiten nog eens te overwegen. Wat we ons herinneren, zijn de momenten dat we samen speelden, waarbij dat spel natuurlijk vele vormen aan kan nemen. Terwijl al die uren dat we zeer gewichtige zaken onder handen hadden nauwelijks nog belang lijken te hebben. ‘Morsdood is het. Maar leeuw en vosje leven.’


Leeuw en vosje

Mijn vader kon zo prachtig voor leeuw spelen:

hij zat gehurkt onder de tafel, schoot

er plotseling brullend onderuit en sprong je

door heel de kamer na tot hij je had.

Zelf speelde ik, toen mijn zoons klein waren, meest

voor vosje: ik vermomde me als een oud vrouwtje,

dat om een glaasje water of ’n korst brood

kwam bedelen – en greep ze dan triomfantelijk.

Hoe lang was ’k alles bij elkaar zo bezig?

Vijf uur misschien: één honderdste pro mille

‘van deze tijd op aarde mij gegeven’.

Ik heb een wereldoorlog meegemaakt

en zoveel wat enorm gewichtig leek.

Morsdood is het. Maar leeuw en vosje leven.

C. Buddingh’

(1918 – 1985)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Poëzie

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's