Christelijk onderwijs
Wie het nog niet wist, weet het nu: artikel 23 gaat over de vrijheid van onderwijs. Dat dit grondwetsartikel een rol zou spelen in de verkiezingscampagne, hadden weinig mensen verwacht. De campagne draaide immers om stikstof, woningbouw, asiel en defensie. En áls onderwijs al ter sprake kwam, dan ging het over mogelijke bezuinigingen – niet over artikel 23.
Toch bleek dat onderwerp een struikelblok. Het kostte het CDA een paar zetels. Bontenbal liep in een slim opgezette val van Nieuwsuur. Dat dit thema überhaupt ter sprake kwam, was volkomen onverwacht – want wat heeft het CDA met reformatorisch onderwijs te maken? Niets. Maar via die omweg kwam artikel 23 ineens in beeld. Het leek erop dat men via het reformatorisch onderwijs een poging deed om artikel 23 open te breken. En toen werd het plotseling spannend.
NRC
NRC (31-10-25) leek niet genoeg te kunnen krijgen van dit voorval.
Negen dagen voor de verkiezingen zit Bontenbal in de televisiestudio naar het filmpje met Morks (homoseksuele leerling op een reformatorische school, AP) te kijken. Presentatrice Mariëlle Tweebeeke vraagt hem daarna om een reactie. De CDA’er houdt een pleidooi voor artikel 23, het grondwetsartikel over de vrijheid van onderwijs. Dat mag volgens hem botsen met artikel 1, over gelijke behandeling. Ruim een half miljoen kijkers horen hem zeggen: “Een leerling kan ook naar een andere school.”
Hij neemt dit keer géén nieuw standpunt in, het CDA heeft artikel 23 altijd verdedigd, Bontenbal licht alleen de christendemocratische filosofie toe. In zijn partij heeft die avond niet iedereen door hoe groot de impact van zijn woorden zou kunnen worden. Bontenbal kan, zo lijkt het daarna, dus toch ook het verkeerde zeggen. Een dag en vele verontwaardigde reacties later, ook van lijsttrekkers van progressieve en liberale partijen, weet het CDA dat het iets moet repareren.
In Vandaag Inside zegt Bontenbal dat hij “baalt” dat zijn “bèta-brein” in Nieuwsuur in actie was gekomen, waardoor hij meteen in de “techniek” was gedoken. Wat hij had “moeten zeggen”, zegt hij, is dat jongeren “die knel zitten” op religieuze scholen daar toch “onbeschadigd” uit moeten komen. “Je moet een veilig klimaat hebben op scholen.” Die boodschap herhaalt hij daarna overal, want hij wordt er overal naar gevraagd.
Veel lijkt het niet meer te helpen. Het CDA zakt meteen weg in de peilingen, naar twintig zetels. Onderzoekers van Ipsos I&O schrijven de daling vooral toe aan Bontenbals uitspraken over artikel 23. Een deel van de mensen die aanvankelijk op het CDA wilden stemmen omdat ze zich konden vinden in het verhaal over fatsoen, lijkt zich nu pas te realiseren waar de C in CDA óók voor staat.
Als Henri Bontenbal na Nieuwsuur Dirk Morks wél had gebeld, dan had hij te horen gekregen dat Morks het bijna helemaal met hem eens is. Het fragmentje dat op tv te zien was, “doet geen recht” aan zijn héle verhaal, zegt hij tegen NRC. Morks is geen tegenstander van artikel 23. “Ik zou dat juist willen onderstrepen.” En Morks vindt óók dat grondrechten mogen botsen. “Ik blijf vinden: scholen mogen hun identiteit uitdragen, ook als dat niet altijd even prettig is.”
Hij vindt dat scholen wel een “veilige basis” moeten zijn, juist voor “kwetsbare jongeren” die met vragen zitten over hun identiteit. Dat Bontenbal had gezegd dat leerlingen ook van school konden wisselen, vindt Morks niet goed. “Het hele punt is dat je, als je met vragen zit op die leeftijd, je er niet over durft uit te spreken. Dan ga je dus niet zeggen dat je naar een andere school wilt.”
“Maar dat het mag botsen,” zegt hij, “dat ben ik ook met Bontenbal eens.”
Eigenlijk was het een storm in een glas water. De persoon om wie het ging, reageerde nuchter en was het grotendeels met Bontenbal eens. Toch sloegen media en kiezers erop aan. Hypergevoelig; alles wat met religie te maken heeft, is verdacht. De C van het CDA lijkt zo diep mogelijk weggestopt te moeten worden om voor de gemiddelde Nederlander acceptabel te blijven. Of het helpt om ‘christelijk’ te vervangen door ‘fatsoenlijk’, betwijfel ik. Het woord fatsoenlijk klinkt nu eenmaal niet erg uitdagend of vernieuwend.
De Nederlandse Grondwet
Vrijheid van onderwijs staat voortdurend onder druk. Vijf jaar geleden schreef jurist en hoogleraar Tom Zwarts een artikel op Denederlandsegrondwet. nl – een initiatief van het Montesquieu Instituut en mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – waarin hij de grens probeert aan te geven tussen godsdienstvrijheid, de vrijheid van onderwijs en het gevaar van discriminatie. Hij schreef dit naar aanleiding van de invoering van het vak burgerschapskunde, maar het is nog steeds actueel.
Maar deze gang van zaken roept ook vragen op. In de eerste plaats blijken de meerderheid van de Kamer en de Inspectie voor het Onderwijs de burgerschapsopdracht seculier te willen invullen. Zo rekent de Inspectie tot de democratische kernwaarden, die centraal staan in het burgerschapsonderwijs, wel gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid en democratische gezindheid, maar niet de grondwettelijke onderwijsvrijheid en de vrijheid van godsdienst. Maar in Nederland kennen we een scheiding van kerk en staat. Die houdt in dat de seculiere levensovertuiging van de meerderheid van de Tweede Kamer en de toezichthouder niet mag verworden tot een 'staatskerk' die ten koste van andere geloofsrichtingen wordt bevoordeeld. In de tweede plaats mag het wetsvoorstel over burgerschapsonderwijs geen verkapt amendement van artikel 23 van de Grondwet inhouden. Niet iedereen is er gerust op dat de minister en de Kamer de grondwettelijke kaders in acht nemen. Daarom heeft een aantal bijzondere scholen de minister gevraagd nog eens duidelijk te maken dat de Grondwet het uitgangspunt vormt voor de in het wetsvoorstel genoemde basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Ten slotte moet onze Grondwet worden toegepast in de context van ons poldermodel, waarin minderheden en meerderheden er met respect voor elkaars opvattingen met argumenten uit moeten zien te komen. De Grondwet is dan ook geen uitnodiging voor een offerfeest voor overtuigingen, zoals Thorbecke terecht stelde. Het bij wet opleggen van waarden aan minderheden past dan ook niet in ons grondwettelijk model.
(…)
Uit de monitor 'Sociale Veiligheid in en om Scholen' uit 2016 blijkt dat het beeld ten aanzien van de sociale veiligheid van lhbt+-leerlingen en leerkrachten op reformatorische scholen niet afwijkt van dat op andere scholen. Het is natuurlijk wel belangrijk om op dit punt de vinger aan de pols te houden. Ten slotte kunnen leerlingen op grond van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind zelf besluiten de school te verlaten als deze onvoldoende respect toont voor hun seksuele gerichtheid. Het is wel belangrijk dat leerlingen vanaf de eerste lesdag actief door de school van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
Kwetsbaar
Wat Bontenbal in Nieuwsuur zei, is precies wat Zwarts al in 2020 schreef. Uit de recente discussies blijkt duidelijk hoe kwetsbaar artikel 23 eigenlijk is – deels ook door het beleid van de bijzondere scholen zelf. Want zijn die scholen nog wel herkenbaar als christelijke scholen? Waar staat de C in het onderwijs nog voor: voor christelijk of voor fatsoenlijk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's