De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hunkeren naar de voltooiing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hunkeren naar de voltooiing

5 minuten leestijd

Toen ik dit deel uit de Artios-reeks ter bespreking kreeg, had ik net De magie van het geloof gelezen, de recente publicatie van PKN-scriba dr. Kees van Ekris. Een boek met profetische allure en een uitzonderlijke taalbeheersing. Vooral zijn beschrijving van de iPhone-presentatie in 2007 bleef me bij: een haast religieus ritueel, waarin het geloof in technologie als verlosser van de wereld centraal stond. Volgens Van Ekris een poging om “Gods missers” te herstellen.

Daarna las ik Leven en sterven in het licht van de eeuwigheid, een bundel met acht opstellen over een geheel andere vorm van ‘innovatie’: de hoop op de uiteindelijke vernieuwing door de Schepper en Herschepper van hemel en aarde. Voormalig algemeen secretaris P.J. Vergunst, die de bundel redigeerde, spreekt van “de hunkering naar de voltooiing van de tijd, een heimwee naar waar we zelf niet bij kunnen”. In het spoor van Augustinus duidt prof. dr. H. van den Belt dit als het verlangen van het onrustige hart dat alleen in God tot rust komt.

Na een warm en broederlijk eerbetoon van ds. A.J. Mensink aan de markante dr. A. van Brummelen – een man die nuchter in zijn tijd stond, maar leefde bij de eeuwigheid – volgt een verhelderende bijdrage van prof. dr. M.J. Paul over leven en dood in het Oude Testament. Dr. A. van den Os verkent hetzelfde thema in het Nieuwe Testament.

Niet hetzelfde, wel zelf

Bijzonder boeiend is de bijdrage van dr. G.A. van den Brink over de stervenskunst bij Luther. Tijdgeloof, zo schrijft hij scherp in Luthers geest, is niet “geloof voor een tijd”, maar een geloof dat enkel op déze tijd gericht is, niet op de eeuwigheid. Uit Luthers Sermon von der Bereitung zum Sterben (1519) citeert hij de kern: “Zoek jezelf alleen in Christus en niet in jezelf. Dan zul je jezelf voor eeuwig in Hem vinden.”

Luthers thema stond in een lange traditie. Al sinds Anselmus (1033-1109) was het gebruikelijk een stervende enkele vragen voor te leggen, waaronder: “Gelooft u dat onze Heere Jezus Christus, Gods Zoon, voor u gestorven is en dankt u Hem daarvoor?” In die zogenoemde duistere middeleeuwen zijn tallozen heengegaan met een bevestigend jawoord op deze vraag.

Dr. H. van den Belt schreef het hoofdstuk ‘Waar zijn onze doden?’ Hij wijst er terecht op dat zowel continuïteit als discontinuïteit het hemelleven van de gezaligden kenmerkt. Laat ik het zó weergeven: wij zullen geen anderen zijn, maar wel anders; niet hetzelfde, maar we zijn het wel zelf. Een mooi inzicht.

Ingrijpende medische beslissingen

In het hoofdstuk ‘Prediking en gericht’ refereert ds. M. Goudriaan aan een uitspraak van de onvergetelijke ds. G. Boer, die een valse Woordbediening herkende aan het gegeven dat “het oordeel eruit gesneden wordt”. Boer kende de schrik des Heeren en zweeg daar in zijn prediking niet over. Juist in die spanning wist hij zijn hoorders, rijp en groen, met ernst en bewogenheid tot geloof te roepen. Ds. Goudriaan laat zien dat het gericht zich nu al voltrekt – in de verkondiging zelf. De sleutelmacht! Er loopt, schrijft hij, een rechte lijn van de preekstoel naar de rechterstoel van Christus. “Waar krijgt het Evangelie van de Gekruiste zijn volle glans? Daar waar de ernst van de laatste dingen niet ontbreekt.” Daar zeg ik amen op.

Dr. A.A. Teeuw biedt vervolgens een fijngevoelige bijdrage over ingrijpende medische beslissingen in de laatste levensfase. Deskundig en pastoraal gaat hij in op uiterst gevoelige vragen die zich hier voordoen.

Moderne literatuur

Dr. J. de Jong-Slagman besluit de bundel met een mooi hoofdstuk over visies op sterven en dood in de moderne literatuur – een onderwerp dat haar op het lijf geschreven is. Volgens haar is het eigentijdse denken over de dood doorgaans seculier en confronterend, met slechts enkele uitzonderingen.

Ze illustreert dit met sprekende voorbeelden uit proza en poëzie. Veelzeggend opent ze met een media vita-tekst van J.C. Bloem, verwijzend naar het middeleeuwse lied ‘Midden in het leven zijn wij door de dood omgeven’, en eindigt met een gedicht van Muus Jacobse, die de woorden finaal omkeert: “Midden in de dood zijn wij in het leven.”

Haar toegift spant de kroon: de geliefde berijming van Psalm 68:10, hier in het Duits, zoals zij die ooit meezong in de Neue Kirche van Emden. Voor de volledigheid: het betreft de versie uit de Duitstalige Psalmenbundel van Matthias Jorissen – een bundel die ‘1773’ in ieder opzicht overtreft en ook in Kohlbrugge’s Elberfeldse gemeente werd gebruikt. Het couplet luidt:

Dem Gott, der Lasten auf uns legt,

doch uns mit unsern Lasten trägt ( …)

Er kann, er will, er wird in Not,

vom Tode selbst und durch den Tod,

uns zu dem Leben führen.

Wat kan een pelgrim daarnaar uitzien.

Mystieke heimwee

Hoewel ik dit boekje met genoegen heb gelezen en er veel uit heb opgepikt, heeft het me wel wat verdroten dat de hunkering naar het Vaderhuis – die mystieke heimwee naar de hemel – in de bundel, op het ‘Ten geleide’ van de redacteur na, nauwelijks klinkt. ‘De overdenking van het toekomende leven’ uit Calvijns Institutie (III,9) had daarbij een rijke inspiratiebron kunnen zijn. Kenmerkend is dat Calvijns gebeden bijna steeds eindigen met woorden als: “Totdat wij uiteindelijk (donec tandem) Uw heerlijkheid aanschouwen in het hemelse Koninkrijk, dat Uw eniggeboren Zoon ons heeft verworven door Zijn bloed.”

Vier eeuwen later gaf de zwaar beproefde prof. dr. A.J.Th. Jonker dit verlangen treffend stem: “Als ge het vooruitzicht hebt morgen, ik zeg niet naar een bruiloft, maar naar de Bruiloft te gaan, begint ge dan vandaag niet alvast bruiloftsliederen te zingen, of ten minste te neuriën, met uw werkpak aan, misschien met de ogen vol tranen?” Dát bedoel ik.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Hunkeren naar de voltooiing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's