Aardbeving en sociale gerechtigheid
Amos blijkt verrassend actueel
De profeet Amos was een veehouder in Tekoa, in Juda. Hij trad op tijdens de regering van Uzzia in Juda en Jerobeam II in Israël, in de achtste eeuw voor Christus. Met zijn pleidooi voor sociale gerechtigheid is zijn boodschap nog altijd verrassend actueel.
De verwijzing in Amos 1 naar de periode “twee jaar voor de aardbeving” suggereert dat Amos slechts korte tijd als profeet actief was, of dat het boek enkel de boodschap uit die specifieke periode weergeeft. De vermelding van de aardbeving wijst in elk geval op een uitzonderlijke gebeurtenis. Aardbevingen kwamen in Israël wel vaker voor, maar deze schok moet bijzonder krachtig zijn geweest. Archeologische opgravingen in Hazor, Jeruzalem en andere plaatsen tonen namelijk sporen van verwoesting rond 750 voor Christus, waarschijnlijk veroorzaakt door een grote aardbeving.
Ruim twee eeuwen later noemt de profeet Zacharia nog steeds “de aardbeving in de dagen van Uzzia” (Zach. 14:5). Het is waarschijnlijk dat de aardbeving in het opschrift van Amos bewust vermeld wordt als bevestiging van zijn boodschap over het komende oordeel van God. Denk aan 9:1, waar het beven van de drempels aangekondigd wordt, en aan het vervolg (9:5): “De Heere, de HEERE van de legermachten, Die het land aanraakt, zodat het wegsmelt en al zijn inwoners rouw bedrijven, omdat het in zijn geheel stijgen zal als de Nijl, en wegzinken als de rivier van Egypte” (vgl. 8:8). Dan wil de verwijzing naar de aardbeving zoveel zeggen als: Gods woorden komen uit!
Opbouw en inhoud
Na het opschrift en het thema van het boek in de eerste twee verzen, komt het oordeel over de volken en Israël aan de orde (Amos 1-2). Vervolgens klinken aanklachten over de zonden van het uitverkoren volk (Amos 3-6). Die bevatten aankondigingen van het dreigende oordeel en verschillende oproepen tot bekering.
In het deel van de visioenen wordt vervolgens duidelijk dat er van het volk geen bekering meer te verwachten valt (7:1-9:6). Gods oordeel zal daarom definitief over het volk komen. In het slot van het boek keert echter de mogelijkheid van redding terug die eerder in het boek is verwoord (9:7-15). Ondanks het feit dat het uitverkoren volk van God niet beter is dan de volken, zal de Heere de beloften van het verbond toch realiseren. Hij zal Zijn volk herstellen en zegenen in het land, en ook het koningshuis van David weer oprichten.
Brullen van een leeuw
De eerste woorden van Amos in het boek vormen een soort samenvatting van zijn boodschap. De HEERE brult (als een leeuw) uit Sion en verheft Zijn stem vanuit Jeruzalem. Dat spreken heeft tot gevolg dat de weiden van de herders verdrogen en de top van de Karmel verdort. Het zijn tekenen van Gods oordeel over de overtredingen van het volk.
Het brullen van de HEERE is een krachtig beeld van dreiging en oordeel. Daarmee sluit deze tekst aan bij Amos 3:1-8, dat vaak wordt gezien als de roeping van Amos. Want als de leeuw gebruld heeft en de HEERE gesproken heeft, wie zou dan niet profeteren? In datzelfde gedeelte staat ook: “Of komt er kwaad in de stad voor zonder dat de HEERE dat doet?” (3:6).
Daarmee keert Amos de verwachting van de Israëlieten om: zij gingen ervan uit dat God hen als Zijn volk uitsluitend zou zegenen, maar het onheil dat hen treft, komt juist van Hem. De profeet stelt hiermee geen algemene regel op over Gods betrokkenheid bij rampen, maar richt zich specifiek tot het volk van God. De Israëlieten menen dat de Heere met hen is, terwijl zij Hem niet willen dienen of gehoorzamen.
Retorische vragen
Binnen de context van het boek verwijst het onheil naar rampen en de verovering door een vijand. Deze gebeurtenissen treffen het volk niet willekeurig, maar zijn het gevolg van de vervloekingen die verbonden zijn aan het overtreden van het verbond met de Heere (Lev. 26; Deut. 28). Met een reeks retorische vragen laat Amos zien hoe de relatie tussen God en Zijn volk onlosmakelijk verbonden is met Gods oordeel over dat volk. In het dagelijks leven herkennen mensen allerlei oorzaken en gevolgen, maar waarom weigert Israël de verbinding te leggen tussen God en het onheil dat hen treft? Dat vormt de achtergrond van Amos’ profetische optreden. De Heere doet niets zonder Zijn raad te openbaren aan Zijn dienaren, de profeten (3:7). Hij trekt niet zomaar de negatieve consequenties van het verbond, maar kondigt die eerst aan.
Sociale gerechtigheid
Amos geeft een beeld van een rijke, stedelijke elite. Die beschikte soms over meerdere woningen, met ivoor gedecoreerd en ingericht met luxe meubelen (3:12,15; 5:11; 6:4). Deze rijken leefden in weelde, met overvloedige maaltijden en grote hoeveelheden wijn. De profeet schetst een scherpe tegenstelling tussen arm en rijk. Archeologische vondsten bevestigen het beeld van een periode van grote welvaart, waarvan echter slechts een klein deel van de bevolking profiteerde.
Amos laat zien dat het volk vervallen was tot een uiterlijke godsdienst. De voorschriften voor het dienen van God werden nog wel in stand gehouden, maar zonder werkelijk op Hem gericht te zijn. De verkeerde motieven van het volk blijken uit het luid bekendmaken van de eigen offers (4:4-5) en de omgang met de rustdagen die bedoeld waren om God te eren (8:5). Bovendien was de dienst van God verbonden met zondige gebruiken en de cultus van andere goden (5:26).
Recht en gerechtigheid
Kenmerkend voor de profetische verkondiging is dat werkelijke gerichtheid op God vooral tot uiting komt in een rechtvaardige levenswandel (5:21-27; vgl. Micha 6:8). Het zoeken van de Heere betekent niet het brengen van overvloedige offers, maar het laten stromen van recht en gerechtigheid. Het zoeken van Hem is het zoeken naar recht, alleen dan is er leven (5:6,14-15).
De boodschap van Amos wordt vaak samengevat met de term ‘sociale gerechtigheid’. Steeds meer uitleggers, met name buiten de westerse wereld, benadrukken de blijvende betekenis van deze boodschap. Het Nieuwe Testament geeft eveneens aan dat het werkelijk dienen van God bestaat uit een rechtvaardige levenswandel en zorg voor de naaste. Geloven is niet alleen het horen van Gods Woord, maar dat ook gestalte geven in het dagelijks leven (Jak. 1:19-2:26).
Serie
In dit drieluik gaat oudtestamenticus dr. M.J. Paul in op de betekenis van drie profeten: Hosea, Joël en Amos.
Deze week: Amos (slot).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's