Poëzie
“Egidius, waar ben je toch heen?” Dit lied overbrugt moeiteloos de zeshonderd jaren tussen zijn ontstaan en de tijd waarin wij het lezen. Het gaat over het gemis van een vriend, over hemels geluk en aardse pijn, en over de onafwendbaarheid van de dood.
Want ja, vriendschap is prachtig, en als we ervan genieten, lijkt de dood ver weg. Maar sterven moeten we hoe dan ook. De dichter realiseert het zich des te meer, nu hij zijn Egidius kwijt is en terugkijkt op de tijd die ze samen beleefden. Het samenzijn was geweldig – maar hoe pijnlijk is de scheiding.
Opmerkelijk is dat er in de eerste strofe – dus de regels vier tot acht – geen ‘ik’ wordt gezegd. Het is wij, en jij. Wij: in de terugblik op de vriendschap. Jij: in het perspectief op Egidius die bevorderd is tot hemelse heerlijkheid. Er is alleen een verleden mét Egidius, en een heden zónder hem.
Eenzaamheid
Dan komt het refrein weer terug, en dan raakt het des te meer. “Egidius, waar ben je toch heen? Ik verlang naar je, mijn kameraad. Jij smaakte de dood, liet mij het leven.” Hier spreekt juist alleen maar een ‘ik’ die zijn verdriet uit, zijn verlangen en zijn eenzaamheid.
Want híj moet zijn leven in deze wereld nog voortzetten. Hij is – in de vertaling van Willem Wilmink – “verweven met deze wereld en zijn kwaad”. Vandaar de oproep, die we als protestanten wel kunnen navoelen, maar niet kunnen navolgen: bid voor mij. En ook, speels: hou naast je een plekje voor me vrij daarboven. Want mijn taak op aarde zit er nog niet op, ik moet hier nog een liedje zingen.
Misschien is het wel dit lied, een liedje van verlangen en gemis. Het is geen grootse taak, het gaat om een ‘liedekijn’, dus een klein lied. Maar dat te zingen is wel zijn plicht en zijn roeping, het is iets wat moet. En dichten kon hij! Dit Egidiuslied, zoals het is gaan heten, is niet voor niets het beroemdste lied uit de Middelnederlandse literatuur geworden. Door het thema, door de verwoording, en ook wel door het vernuft ervan. Was het u bijvoorbeeld opgevallen dat het maar twee rijmklanken heeft?
Vraag
En dan, ten slotte, is het refrein er nog een keer. “Egidius, waar ben je toch heen?” Het is een vraag tegen beter weten in: waar ben je toch gebleven, mijn vriend? Je was mijn ‘gheselle’, mijn kameraad, mijn vriend, mijn metgezel, maar nu moet ik het zonder jou doen.
Prachtig is die formulering: “mi lanct na di” – alsof het een natuurkracht is die door hem heen verlangt. Verlangen doet pijn, maar toch willen we niet zonder dit pijnlijke verlangen leven. Het bestaan van de achterblijver voelt schraal en arm, het is haast alsof hij Egidius zijn dood kwalijk neemt. Alsof de anonieme zanger zegt: jij geniet al van de maaltijd en ik heb alleen een korst droog brood om op te sabbelen.
En zo, in deze sublieme verwoording van al die verwarrende gevoelens en gedachten rondom rouw, beroert dit gedicht nog moeiteloos de harten van zijn lezers – ook zeshonderd jaar na dato.
EGIDIUS, WAER BESTU BLEVEN?
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn.
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.
Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn,
Alle vruecht es di ghegheven.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Nu bidt vor mi: ic moet noch sneven
Ende inde weerelt liden pijn.
Verware mijn stede di beneven:
Ic moet noch zinghen een liedekijn.
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Anoniem
(rond 1400)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's