De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verjaardagskalender

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verjaardagskalender

Kerstverhaal

11 minuten leestijd

Hij zit niet aan de keukentafel. Zijn twee boterhammen, één met jong belegen kaas en één met hagelslag, gesneden in vier gelijke stukjes, liggen wel op het boerenbont bordje. Links op de placemat, die keurig op twee centimeter parallel aan de rand van de tafel ligt, buigt een banaan mee met de curve van het bord. Rechts staat een glas melk en zes pilletjes gerangschikt van klein naar groot. Net een stilleven. Het stukje kerststol dat ze meegenomen heeft, kan ze maar beter op het aanrecht leggen – misschien eet hij het bij zijn thee om half vier.

Ze ziet het lunchtafereel elke dag, maar normaal zit degene die deze compositie maakt erbij. Dan wacht hij tot hij haar binnen hoort komen. Als ze rond half één haar schoenen bij de voordeur achterlaat en op kousenvoeten de keuken binnenstapt, begint zijn gebed: “Mensenlievend God, Uw naam zij geloofd en gedankt, dat Gij ons met Uw liefdegaven hebt gevoed. Voed ook mijn ziel met het ware brood des levens, versterk mijn hart door Uw genade, opdat ik al mijn krachten moge besteden in Uw dienst, en tot eer van Uw naam leven. Amen.” Het lijkt wel een lied, zo zangerig draagt hij het op. Ze maakt weleens een grapje dat hij God dankt, maar dat zij de boodschappen doet. En o wee als ze iets vergeet of de supermarkt iets niet heeft. Elke dag dat hij melkhagelslag moest eten omdat puur op was, rammelde hij met het pak en keek haar aan. Pas drie weken later hoorde ze niets meer, opgelucht gooide ze het lege pak bij het oud papier. Ze kijkt naar de boterham met vandaag gelukkig pure hagelslag. Die heeft hij klaargemaakt, maar waar is hij dan?

Vlijmscherp

In de woonkamer staat het licht aan, maar hij zit niet in zijn stoel te lezen. Er liggen papieren op tafel, met daarbovenop zijn potlood en een metalen liniaal. Wonderlijk dat hij dat niet opgeruimd heeft, meneer is altijd zo netjes. Als ze naar de salontafel toe loopt, springt ze op omdat ze in iets scherps gestapt is. “Au!” gilt ze. Ze ploft op de bank en kijkt naar de onderkant van haar voet. Daar steekt een donker steentje of stokje uit. Als ze het voorzichtig uit de bal van haar voet trekt, ziet ze dat het de punt van het potlood is. Hij slijpt zijn potlood altijd vlijm scherp. Nu ziet ze dat de punt van het potlood op de salontafel ontbreekt. Het potlood ligt normaal gesproken op de ringband van de verjaardagskalender die op de wc hangt. Misschien is hij van de wc naar de kamer gelopen om het potlood te slijpen? Maar waar is hij nu dan? Hij zal toch niet gevallen zijn?

Binnen een paar seconden staat ze voor de deur van het toilet. Die is niet op slot en ze besluit te kloppen. “Meneer Van As, meneer Van As, gaat het?” Geen antwoord. Ze begint te roepen: “Meneer Van As, gaat het goed met u?!” Als ze weer niets hoort, trekt ze voorzichtig de deur op een kier. Niemand. Opluchting en ongerustheid overspoelen haar tegelijkertijd. Ze kijkt om het hoekje van de eetkamer, die sinds hij de trap niet meer op kan, als slaapkamer dient. Het bed ligt er opgemaakt bij. Zou hij toch naar boven gegaan zijn? Hij is er eigenwijs genoeg voor. Twee weken geleden plukte ze hem nog van het keukentrapje omdat het laatste gordijnhaakje losgeschoten was. Hij kan er niet tegen als iets niet klopt, scheef zit. Dat is nog steeds de wiskundeleraar in hem. Alles moet kloppen. Als een bus. Maar ondertussen klopt hier iets niet.

Doodsteek

Ze loopt de trap op terwijl ze opnieuw zijn naam noemt. Telkens iets harder. Maar de koude kamers boven herbergen hem ook niet. Waar kan ze hem nu nog zoeken? Hij kan met zijn 91 jaar niet meer zelf op pad. Zijn lunch staat klaar. Terug in de woonkamer zakt ze op de bank. Ze dacht hem door en door te kennen. Nadenken, nadenken, waar kan hij zijn? Dan valt haar blik op de kalender die hij blijk baar uit de wc naar de kamer heeft meegenomen. Er is iets doorgestreept. Alles in de maand december is doorgestreept met een kaarsrechte, scherpe lijn. Alsof het lood van het potlood de laatste doodsteek heeft gegeven. Bij één naam heeft de lijn een uithaal aan het einde. Rien Jaspers. Naast de kalender ligt een rouwkaart. Marinus Adriaan Jaspers. Op de leeftijd van 88 jaar in de Heere ont slapen. Zo kun je het ook noemen, denkt ze, maar hij is gewoon dood. Mooier moeten we het niet maken. Morgen zou hij 89 jaar zijn geworden, ziet ze aan zijn geboortedatum, maar dat heeft dit kerstkind niet gehaald.

Naast de kalender ligt een schrift open. Meneer Van As heeft de datum van vandaag geschreven, maar er staat niet, net als bij de andere dagen, een nul achter. Als ze terugbladert in het oude ‘neerslagcahier’, zoals hij zelf de titel op de eerste bladzijde schreef, leest ze data in keurige kolommen die al jaren teruggaan met daarachter getallen tussen nul en twintig. Met een enkele uitschieter. Elke dag schrijft hij daarin hoeveel millimeter het geregend heeft. Het is al weken kurkdroog – vandaar alle nullen. Het ontbrekende rondje doet haar beseffen dat hij daar moet zijn, in de tuin, om de regenmeter te controleren. Maar dat doet hij nooit midden op de dag. Razendsnel staat ze op, schiet bij de voordeur haar schoenen aan en haast zich naar de zijkant van het huis waar de glazen regenmeter op een stok staat. Met meneer Van As op het tuinbankje ernaast. Waarom zit hij daar nu? Dat doet hij nooit op deze tijd. Ze gaat naast hem zitten.

“Hebt u het niet koud zo zonder jas, meneer Van As?” vraagt ze terwijl ze zelf rilt in de koude wind die langs het huis trekt.

“Zullen we naar binnen gaan? Ik zag dat uw boterhammen al lekker klaarstaan.”

Hij zegt niets. Beweegt niet. Staart voor zich uit. Als ze zijn blik volgt, komt ze uit bij het zijraam van de volgende twee-onder-een-kap. Kerstlichtjes fonkelen. Een moeder wiegt haar baby tegen haar schouder. Haar ogen zijn dicht, maar haar mond beweegt. Zingt ze voor haar kind?

Mopperpot

Het is een bewolkte dag, alsof december hen berooft van het toch al schaarse licht waar ze zo naar hunkeren. Kan een beetje zon er niet vanaf? Dan moet ze zelf maar het zonnetje in huis zijn. Daarom heeft ze deze baan na twintig jaar administratief werk op een stoffig kantoor toch gekozen? Ze herinnert zich de dag nog goed. Het voelde alsof ze weggeroepen werd. Ze liep naar haar leidinggevende toe en vertelde dat ze haar hart moest volgen. Hij haalde zijn schouders op en zei: “Meld maar even bij personeelszaken.” Ze was niet eens verbaasd. De twee maanden opzegtermijn waren genoeg om een baan in de thuiszorg te vinden. Alle klusjes in huis bij de cliënten gaan haar gemakkelijk af, net als een gezellig praatje bij de koffie. Maar wat je aan moet met een depressieve mopperpot – dat kwam niet aan de orde in de onlinecursus. “Wil je straks de kalender bij het oud papier doen?”, vraagt hij zonder haar aan te kijken. “Maar u bent zo goed in het kaartjes schrijven voor verjaardagen. Dat doen niet veel mensen meer, maar het wordt zo gewaardeerd.”

“De kalender is leeg. Het is klaar.”

“Ik zag de kalender net op tafel liggen, er staan toch veel namen op.”

“Ik heb net de laatste doorgestreept. Alles is opgedroogd. Mijn vrienden- en kennissenkring. De tuin. Zelfs mijn vel.” Hij wrijft over de perkamenten huid van zijn handen. Blauwe lijnen verbinden de bruine en donkerrode onregelmatige vlekken tot ze bij de knokige oorsprong van zijn kromme vingers uitkomen.

“Daar heb ik wel een zalfje voor in mijn tas. Kom, ik help u overeind en dan gaan we lekker de boterhammen eten. Anders drogen die ook nog uit.”

Ze haakt haar arm in de zijne en helpt hem overeind. Samen schuifelen ze naar de achterdeur. Daar valt haar blik op de schakelaar.

“Is deze voor de buitenlichtjes? Zullen we die aanzetten voor wat verlichting op deze donkere dag?” “Die doen het vast niet meer. Die zijn al 1.463 dagen niet aan geweest.”

“Oh, dat weet u wel heel precies. Maar als we het niet proberen, dan…”

“Nee, niet doen”, zegt hij en probeert haar hand tegen te houden. Maar het is te laat en de lichtjes springen aan als een vrolijk lint dat een weg vindt door de dorre tuin.

Zijn hand zakt op haar arm. Voorzichtig legt ze haar hand op die van hem.

“Mooi toch?”, fluistert ze en ze kijkt opzij naar hem. Een traan biggelt over zijn gerimpelde wangen. “De laatste keer dat ik ze aanzette, vond ik daarna Ciel op de grond. Dat is vandaag vier jaar en drie dagen geleden – 21 december 2021. Ze had corona doorstaan, maar was zo verzwakt. Ze is nooit meer de oude geworden. Ik heb haar geen gedag meer kunnen zeggen. Had ik haar maar nooit alleen gelaten, maar ze genoot zo van de lichtjes.”

Bundeltje

Er wordt op het raam getikt. Het komt van de overkant. Het is de buurvrouw met een kleine baby in doeken in haar armen. Ze zwaait, wijst naar de lichtjes en haar mond zegt: “Mooi.” Dan opent ze het bundeltje tot het gezichtje van haar kindje zichtbaar wordt en draait het naar het raam. Hij knikt naar haar, keert dan om en stapt dan het huis binnen. De thuishulp loopt even naar het raam toe om de baby te bewonderen. Zo gauw de buurvrouw dat ziet, legt ze haar kind in de box en komt naar de deur. Vanuit het keukenraam ziet hij hen praten, knikken en soms zijn kant op kijken. Hoe vaak zag hij Ciel daar niet met de oude buurvrouw praten. Maar nadat zij overleden was, kwam er een jong stel wonen. Nu hebben ze blijkbaar een kind.

“Nog meer post!”, zegt ze als ze weer binnenstapt en legt een vierkant envelopje op tafel.

Hij wacht tot hij zijn laatste stukje boterham op heeft en met zijn melk alle tabletten doorgeslikt heeft. Dan bekijkt hij het kaartje.

“Emmanuel, heet het mannetje. Dat betekent ‘God met ons’”, vertelt hij haar.

“De God van de boterhammen”, antwoordt ze. “Ook, maar vooral die van het tweede deel van het gebed, van het ware brood des levens.”

“Uh, oké, maar ik moet er iets bij vertellen. Er hoort ook een uitnodiging bij het kaartje. Morgen om half één komt de buurman u ophalen voor kraambezoek en een kerstlunch.”

Hij stopt het kaartje terug in de envelop en kijkt op. “Nee, nee, die mensen hebben net hun eerste kind. Die hebben geen behoefte aan een oude buurman.”

“Ik heb al gezegd dat u komt. Niets meer aan te doen. Morgen is het Kerst en ben ik vrij. U gaat niet de hele dag alleen zitten. De hele familie komt daar, dat wordt vast gezellig. Ze nemen allemaal iets lekkers mee. En een beschuit met muisjes gaat er ook altijd in.”

Hij glimlacht lichtjes.

“We hebben nooit kinderen mogen krijgen, maar Ciel serveerde altijd beschuit met muisjes op kerst ochtend, voor de verjaardag van de Heere, zei ze dan.”

“Voor wie? Nou ja, ziet u wel, dat is een teken dat u morgen gewoon moet gaan.”

Als de afwas klaar is, de was opgevouwen en de twee aardappels in het pannetje water zwemmen, gaat ze naar het volgende adres. In de woonkamer ligt de verjaardagskalender nog. Voordat hij het geboortekaartje op de schoorsteenmantel zet, slijpt hij de punt van zijn potlood en schrijft hij Emmanuel op de regel naast 21 december op de kalender. Als hij de kalender in de wc ophangt, ziet hij druppels op de tegels. Als hij het raampje sluit, hoort hij de regen.


Eline de Boo

Eline de Boo is een christelijk schrijfster, columnist en redacteur bij de Bijbelpodcast Eerst Dit. Ze schrijft romans, korte verhalen, Bijbelstudies, gespreksboeken en columns, waarin thema’s als geloof, relaties, kwetsbaarheid en zingeving op een toegankelijke manier samenkomen. Met oog voor detail en een liefde voor menselijke verhalen weet ze het dagelijks leven te verbinden met diepere geestelijke thema’s. Haar schrijfsels zijn herkenbaar aan een combinatie van eerlijkheid, humor en theologische diepgang. De missionaire motieven in haar werk zijn onmiskenbaar. In haar columns en verhalen nodigt ze de lezer uit tot reflectie en gesprek, en laat ze zien hoe geloof, taal en het dagelijks leven op betekenisvolle wijze samen kunnen komen. Niet zelden maakt Eline ook in haar schrijven een uitstapje naar het buitenland – dat is niet verwonderlijk omdat ze met haar gezin op drie continenten woonde. Op dit moment woont ze in de Verenigde Staten van Amerika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De verjaardagskalender

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's