De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van strijdpunt tot fundament van de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van strijdpunt tot fundament van de kerk

De Drie-eenheid belicht in drie concilies

10 minuten leestijd

De Bijbel geeft geen uitgebreide omschrijving van de Drie-eenheid. Toch vormt dit dogma het hart van het christelijk belijden. Hoe is dat zo gekomen? Om dat te begrijpen, moeten we terug naar de concilies van Nicea (325), Constantinopel (381) en Efeze (431).

Allereerst is het belangrijk om ons te realiseren dat wij als gelovigen de Drie-eenheid moeten bezien vanuit verwondering. De unieke eenheid die er is tussen God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest is eigenlijk niet in woorden te vatten. Dit is – voor zover wij mensen dit kunnen overzien – mogelijk ook de reden dat we in het Nieuwe Testament geen uitgebreide theologie vinden over de Drie-eenheid. In het Nieuwe Testament wordt de Drie-eenheid op meerdere momenten helder zichtbaar, zoals bij de doop van Christus in de Jordaan, in Zijn zendings- en doopbevel aan de discipelen en in de brieven van Johannes. Toch vinden we er geen uitgewerkte theologische verklaring van de unieke verbondenheid tussen Vader, Zoon en Heilige Geest.

Apostolicum

In het Apostolicum komt de Drie-eenheid van God voor het eerst als samengevat dogma naar voren. De gelovigen belijden te geloven in God de Vader, Schepper van hemel en aarde, en in Zijn Zoon, Jezus Christus, alsook in de Heilige Geest. In het Apostolicum blijkt al heel duidelijk dat deze drie goddelijke personen als zodanig worden erkend en beleden. Kenners dateren deze geloofsbelijdenis eind eerste of begin tweede eeuw. Een van de vroegst bekende aanzetten voor het Apostolicum is terug te vinden in de geschriften van Ireneüs van Lyon, die rond 200 overleed.

Concilie van Nicea

In 325, tijdens de discussies over de goddelijke natuur van Christus – die toen allerminst door iedereen werd erkend – koos het concilie van Nicea ervoor in de geloofsbelijdenis ondubbelzinnig uit te spreken dat Christus waarachtig God is.

Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.

En in één Heere Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden. Ter wille van ons mensen en van ons behoud is Hij neergedaald uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en is een mens geworden. Hij is ook voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus, heeft geleden, is begraven. Op de derde dag is Hij opgestaan overeenkomstig de Schriften. Hij is opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal in heerlijkheid weerkomen om te oordelen de levenden en de doden. En Zijn Rijk zal geen einde hebben.

En in de Heilige Geest, Die Heere is en levend maakt, Die gesproken heeft door de profeten.

En één heilige, algemene en apostolische kerk.

Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden. Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw. Amen.

Helaas leidde dit er niet toe dat deze belijdenis door iedereen werd overgenomen. Een toch vrij grote groep christenen volgde de idee van Arius, die wel aannam dat Christus de Zoon van God was, maar niet kon geloven dat Hij ook Zelf God was.

De periode van 325 tot 381

In deze periode kwam de discussie over de Drie-eenheid pas echt op gang. De vraag was of Jezus Christus, de Zoon van God en Verlosser, wezensgelijkend of wezensgelijk was aan God de Vader. De volgelingen van Arius wilden uitgaan van een wezensgelijkende overeenkomst tussen God de Vader en Christus en durfden niet te veronderstellen dat Christus wezensgelijk zou kunnen zijn aan God de Vader.

Ambrosius en andere kerkvaders, zoals Hilarius van Poitiers, waren evenwel van mening dat de drie goddelijke personen samen een eenheid vormden. Ze waren hierin heel duidelijk. Hilarius schreef een traktaat dat inging op de Drie-eenheid van God. Dit indrukwekkende standaardwerk zette eigenlijk in de vierde eeuw de toon. Augustinus zou hier zo door geïnspireerd worden, dat hij belangrijke delen eruit nader bekijkt en vervolgens inpast in zijn eigen werk De Trinitate. Hilarius stond sowieso bekend om zijn strijd voor de godheid van Christus. Hij schreef hier niet alleen een boek over, maar liet op kerkvergaderingen ook duidelijk zijn visie horen.

Milaan

Een nog verdergaande stap was dat hij aan de burgerlijke overheid van Milaan vroeg om Auxentius af te zetten. Deze volgeling van Arius was bisschop van Milaan voordat Ambrosius hier als bisschop benoemd werd. De overheid ontving de brieven van Hilarius die tot het afzetten van Auxentius moesten leiden, maar gaf geen gehoor aan de oproep.

Niet alleen in het Latijn sprekende deel van het Romeinse Rijk was de godheid van Christus een belangrijk theologisch strijdpunt, ook in het oostelijk deel was het een veelbesproken en fel aangevallen dogma. Keizer Theodosius was de mening toegedaan dat de geloofsbelijdenis van Nicea de juiste visie vertegenwoordigde. Om die reden hielp hij de orthodoxe richting om haar standpunten te verdedigen. Maar ook de andere stroom, die Arius volgde, was groot van omvang. De steun van Theodosius voor de orthodoxie werd daarom door de kerkvaders als heel helpend ervaren. Zowel Ambrosius als Gregorius van Nazianze kenden Theodosius persoonlijk en wisten hem dusdanig te motiveren dat hij zijn steun meermalen duidelijk liet blijken.

Concilie van Constantinopel

Het concilie van Constantinopel in 381 bevestigde de geloofsbelijdenis van Nicea uit 325. Daarbij werd een besluit genomen dat de tweede van de fundamentele doctrines van de christelijke kerken voor altijd vastlegde: de leer van de triniteit. Het geloof in de Heilige Geest als gelijkwaardige goddelijke derde Persoon van de in essentie éne God werd in de – in 325 in Nicea vastgestelde – geloofsbelijdenis opgenomen. De Heilige Geest komt volgens de aangevulde tekst voort uit God de Vader en wordt samen met Christus de Zoon als God aanbeden en geëerd. Hierover is later ook een verschil tussen Oost en West opgetreden dat uiteindelijk zou leiden tot het schisma naar aanleiding van het filioque. Met de toevoeging ‘filioque’ (en van de Zoon) wordt aangegeven dat de Geest van de Vader en van de Zoon uitgaat. Dit is in de Oosters-Orthodoxe Kerk nooit aanvaard.

De volledige tekst van de geloofsbelijdenis van Constantinopel, die dus maar op enkele kleine punten aangevuld is, maar verder letterlijk hetzelfde is als de belijdenis van Nicea uit 325, is als volgt:

Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.

En in één Heere Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden. Ter wille van ons mensen en van ons behoud is Hij neergedaald uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en is een mens geworden. Hij is ook voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus, heeft geleden, is begraven. Op de derde dag is Hij opgestaan overeenkomstig de Schriften. Hij is opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal in heerlijkheid weerkomen om te oordelen de levenden en de doden. En Zijn Rijk zal geen einde hebben.

En in de Heilige Geest, Die Heere is en levend maakt, Die van de Vader en de Zoon uitgaat (latere toevoeging, MvW), Die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt,

Die gesproken heeft door de profeten.

En één heilige, algemene en apostolische kerk.

Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden. Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw.

Amen

Concilie van Efeze

Het concilie van Efeze in 431 bevestigde dat Christus in slechts één Persoon volkomen God en volkomen mens is. Er werd verklaard dat er in Christus geen twee personen naast elkaar stonden. De godheid en de mensheid zijn in één Persoon verenigd: de Persoon van het Woord, Zoon van God. Daarom komt de Heilige Maagd Maria de titel Moeder Gods toe; zij is de Moeder van Jezus, Die ook God was (vandaar: Theotokos, degene door wie God ter wereld werd gebracht) en niet de Moeder van de mens Jezus alleen.

Nestorius leerde – conform de Antiocheense opvattingen – dat Maria niet Theotokos was, maar de moeder van de menselijke Jezus, Christotokos. Hij benadrukte de scheiding tussen Jezus’ goddelijke en menselijke kenmerken, zodat er sprake was van twee personen in Christus. Zijn houding lokte het protest uit van Cyrillus, de bisschop van Alexandrië, die van mening was dat Nestorius Jezus in tweeën splitste door een onderscheid te maken tussen zijn twee naturen. Cyrillus stelde dat de menselijke en goddelijke natuur van Jezus samenkwamen als één. Cyrillus volgde hiermee de Alexandrijnse School.

De kwestie werd in 430 voorgelegd aan paus Celestinus I. Tijdens een synode in Rome werd Nestorius gevraagd zijn stellingen op te geven. Nestorius was echter overtuigd van zijn gelijk en vroeg de keizer een algemeen concilie bijeen te roepen. Dit gebeurde tegen Pinksteren van 431 te Efeze, een plaats waar juist Maria bijzonder vereerd werd, mogelijk als het moderne alternatief van de in Efeze eeuwenlang gevestigde cultus rond de tempel van Artemis.

Kerk van Maria

Tijdens dit concilie werd in Efeze ook de Kerk van Maria gebouwd. De 155 aanwezige bisschoppen en andere deelnemers waren bijna allemaal oosters. Afrika had op dat moment zeer te lijden onder de Vandalen, Augustinus was kort tevoren overleden, en uit Gallië en Italië waren geen bisschoppen gekomen. Op bevel van de paus was ook Nestorius toegelaten tot het concilie.

Omdat de reis van sommige deelnemers moeilijk was, wachtte men in eerste instantie – onder meer op aandringen van Nestorius – met de opening van de zittingen. De eerste zitting vond op initiatief van Cyrillus plaats op 22 juni 431, ondanks een protestnota van Nestorius met tientallen handtekeningen, omdat patriarch Johannes van Antiochië en de Syrische bisschoppen nog niet waren gearriveerd, en evenmin de pauselijke legaten. De leer van Cyrillus van Alexandrië werd goedgekeurd, Nestorius werd veroordeeld en afgezet. De uitspraken van het concilie van Efeze waren dat in Christus de eenheid van twee naturen voorkomt, menselijk en goddelijk. Maria werd gedefinieerd als de Moeder Gods.

De verlate komst van Johannes van Antiochië en de Syrische bisschoppen op 26 juni leidde daarna nog tot opkomend verzet onder de nestorianen, die korte tijd de keizer voor zich wisten te winnen en Cyrillus en de zijnen wisten te isoleren. Zij organiseerden een eigen concilie en excommuniceerden kwamen ook de afgevaardigden van de paus aan. Zij zetten uiteindelijk hun handtekening onder de veroordeling van Nestorius en gaven blijk het besluit van 22 juni te willen respecteren. Zo werd ten slotte de afzetting van Nestorius algemeen erkend en een nieuwe patriarch van Constantinopel aangesteld. In 433 werden Cyrillus en Johannes door bemiddeling van onder meer de paus en de keizer met elkaar verzoend.

Terugblik

In Nicea (325) kunnen we vaststellen dat de geloofsbelijdenis vanuit het Apostolicum uitgebreid vastgelegd is. In deze confessie komt de Drie-eenheid duidelijk naar voren en staat ook verwoord dat Christus God is, “waarachtig God uit waarachtig God”. In die zin was hier geen twijfel over mogelijk, maar de confessie werd niet door iedereen overgenomen.

Het concilie van Constantinopel bevestigde dus de goddelijkheid van Christus. Tegelijk bevestigde dit concilie echter ook de goddelijkheid van de Heilige Geest. Deze is minder duidelijk in de geloofsbelijdenis van Nicea verwoord, maar daaruit wel zeker af te leiden. Wat over de Heilige Geest gezegd wordt: “Die Heere is en levend maakt, Die van de Vader en de Zoon uitgaat, Die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, Die gesproken heeft door de profeten”, is te interpreteren als dat wat gezegd wordt over de Heilige Geest als God.

Het concilie van Efeze gaat ten slotte over Christus’ beide naturen, over Zijn menselijke en over Zijn goddelijke natuur. Nestorius scheidde deze twee naturen zo scherp dat er twee personen ontstonden. Dit werd door het concilie rechtgezet. Christus had wel twee naturen, een goddelijke en een menselijke natuur, maar Hij bleef één Persoon. Daarmee was de strijd om de triniteit in feite definitief afgerond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Van strijdpunt tot fundament van de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's