De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kohlbrugge ‘verbetert’ het avondmaalsformulier

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kohlbrugge ‘verbetert’ het avondmaalsformulier

Radicale genade staat centraal

6 minuten leestijd

De negentiende-eeuwse theoloog dr. H.F. Kohlbrugge gebruikte in zijn gemeente in het Duitse Elberfeld de liturgische formulieren uit de Pfalz. Vooral het avondmaalsformulier had zijn bijzondere waardering. Waarom bracht hij er vervolgens toch wijzigingen in aan?

Kohlbrugge schreef over het avondmaalsformulier: “Het nachtmaalsformulier van onze Gereformeerde Kerk is met zulk een wijsheid van de Geest opgesteld. Men kan er zodanige kennis van Christus uit putten, en het legt zo volledig bloot wat wij van nature zijn. Het lijkt daarom haast overbodig om daar nog iets aan toe te voegen.”

Opmerkelijk genoeg bracht hij, ondanks zijn lof, toch aanpassingen en toevoegingen aan in het formulier. Toen hij op 11 juni 1848 voor het eerst het heilig avondmaal hield, schreef hij aan zijn vriend Johannes Wichelhaus: “De verbeteringen die ik ook in het avondmaalsformulier heb aangebracht, zijn de gemeente bijzonder goed bekomen.” Volgens een bron wilde hij met deze wijzigingen bepaalde passages vooral verduidelijken en vereenvoudigen.

Artsenij

De eerste ‘verbetering’ die Kohlbrugge aanbrengt, betreft een toevoeging aan het einde van het onderwijzende gedeelte van het formulier. Deze toevoeging volgt direct na de passage waarin wordt benadrukt dat wij niet tot het avondmaal komen “om daarmee te tonen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn. Integendeel, aangezien wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, belijden wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.” In deze zinnen worden twee werelden tegenover elkaar gesteld: die van de farizeeër en die van de tollenaar. Waar “in onszelf” verwijst naar zelfgenoegzaamheid en eigen gerechtigheid, staat “buiten onszelf” voor het zoeken van leven en gerechtigheid in Christus alleen. Op dit punt onderbreekt Kohlbrugge de lezing van het formulier en voegt hij een pastorale en troostvolle aansporing toe, speciaal gericht aan de tollenaar, de zondaar die zich onwaardig acht: “Laten wij dus goed verstaan en eraan vasthouden dat dit sacrament een artsenij is voor zieken en bekommerden, en dat de waardigheid die God van ons vordert, alleen daarin bestaat dat wij ons ongeveinsd zo erkennen zoals wij zijn, over onze zonde smart en droefheid ondervinden en al onze vreugde en lust in Christus hebben.” Met deze woorden richt Kohlbrugge zich tot de aangevochten zondaar, die worstelt met zijn onwaardigheid en juist daardoor dreigt te wankelen.

Verscherping

Na zijn pastorale aansporing voegt Kohlbrugge een tweede wijziging toe, die de toon van de tekst aanmerkelijk verscherpt. Het betreft de passage waarin wordt erkend dat de gelovige nog vele gebreken en zwakheden kent: “Wij erkennen dat wij nog vele zonden en gebreken in onszelf aantreffen, namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben, en ons er niet toe zetten God met zo’n ijver te dienen als wij behoren te doen, maar dagelijks strijd hebben te voeren met de zwakheid van ons geloof en onze verderfelijke begeerten. Ondanks dit alles, omdat wij door de genade van de Heilige Geest van harte bedroefd zijn over zulke gebreken en wij verlangen tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven.”

Kohlbrugge verdiept en verscherpt deze woorden ingrijpend. Waar het formulier spreekt over “vele gebreken”, benoemt hij dit als “het tegendeel van wat Gods wet van ons eist”. Wat daar nog wordt aangeduid als “geen volkomen geloof”, noemt Kohlbrugge ronduit: “geen geloof”. Het “gebrek aan ijver” wordt: “geen ijver”. En waar het formulier nog spreekt over de “zwakheid van ons geloof”, spreekt hij over de “nietigheid van ons geloof”. Zelfs de “begeerte om naar Gods geboden te leven” verandert hij in: “de begeerte om, ondanks ons ongeloof, aan genade vast te houden om naar Gods geboden te leven”.

Dr. A. de Reuver merkt hierbij op: “Het is duidelijk dat Kohlbrugge op deze manier de armoede van de avondmaalsgast radicaliseert. [...] De gerechtvaardigde blijft zondaar, vleselijk en verkocht onder de zonde. De rechtvaardige stuit bij zichzelf steeds weer op het tegendeel. Hij moet het in volstrekte armoede altijd weer van volstrekte genade hebben.”

Feestmaal

Een opvallend nieuw element dat Kohlbrugge in het avondmaalsformulier opneemt, betreft de woorden van nodiging, die hij invoegt na de opwekking tot deelname. Na het gebed klinken de bekende woorden die onze blik omhoog richten tot Christus, onze Voorspraak, Die aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader zit. Wanneer de gelovige zich op Christus richt, wijkt de twijfel: “Laten wij er niet aan twijfelen dat onze zielen door de werking van de Heilige Geest zó waarachtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en verkwikt worden als wij het heilige brood en de drank tot Zijn gedachtenis ontvangen.” Voordat de bediening plaatsvindt, voegt Kohlbrugge toe: “Thans zal de kerkdienaar, terwijl hij Spreuken 9:1-5 voorleest, de gasten aan de tafel des Heeren nodigen; vervolgens het brood breken en hun toereiken, zeggende: Het brood, dat wij breken, is de gemeenschap aan het lichaam van Christus.”

In Spreuken 9 wordt gesproken over een feestmaal dat is aangericht door de opperste Wijsheid. Haar dienstmeisjes worden eropuit gestuurd om mensen uit te nodigen. Kohlbrugge ziet hierin een diep geestelijk beeld, dat hij doortrekt naar het heilig avondmaal. Voor hem is vers 4 daarbij de kern: “Wie is er onverstandig? Laat hij hierheen afwijken.”

Aan de tafel worden dus juist onverstandigen genodigd. In de Duitse vertaling gebruikt Kohlbrugge het woord Albern, wat iets betekent als eenvoudig, dwaas of onbeduidend. In een preek legt Kohlbrugge uit: “De nodiging tot deze maaltijd geschiedt tot allen die slecht zijn, dat betekent: eenvoudig, argeloos.” Het zijn mensen die “vanwege hun zonden en vervloeking niet weten waar zij anders heen moeten”. Ook deze toevoeging in het formulier weerspiegelt het hart van Kohlbrugges theologie. De nodiging tot degene voor wie niets duidelijk is dan zijn eigen onheiligheid. Hij komt aan de tafel als een onheilige heilige, omdat het Woord van God, Christus Jezus, het enige is wat voor hem geldt.

Geen scheiding

In de zin: “Wij vertrouwen allereerst in ons hart ten volle, dat onze Heere Jezus Christus (…) volgens de beloften die vanaf het begin aan de vaderen in het Oude Testament gedaan zijn”, laat hij bewust de woorden “in het Oude Testament” weg. Dat is geen willekeurige keuze. Kohlbrugge beschouwt de term ‘Oude Testament’ als een oneigenlijke aanduiding voor de heilige boeken van Mozes en de profeten. Hij wijst erop dat Paulus deze benaming nooit gebruikt. Kohlbrugge gebruikt consequent de termen ‘Mozes en de profeten’ en ‘evangelisten en apostelen’ – zonder de scheiding tussen oud en nieuw als twee afzonderlijke testamenten te handhaven. Dit sluit aan bij zijn overtuiging dat het Woord van God één is, van begin tot eind.

Slotgebed

Kohlbrugge sluit het formulier af met de lofprijzing; het daaropvolgende slotgebed laat hij achterwege. Waarom hij daarvoor kiest, is niet met zekerheid te zeggen.

De term ‘verbeteringen’ suggereert dat het oorspronkelijke avondmaalsformulier tekortschiet, maar dat was wat Kohlbrugge betrof zeker niet het geval. Zijn aanpassingen vormen een verdieping en aanscherping vanuit zijn theologische visie. Ze weerspiegelen zijn nadruk op de radicale genade, de geestelijke armoede van de zondaar en de volkomenheid van de eenheid met Christus in het avondmaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kohlbrugge ‘verbetert’ het avondmaalsformulier

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's