De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onrust en ontspanning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onrust en ontspanning

Ds. M.W. Westerink over ‘Wees dan navolgers’

6 minuten leestijd

Predikant, ouderling of diaken: het ambt is geen functie, maar een roeping. In Wees dan navolgers, het onlangs verschenen deel in de Artios-reeks, staat die roeping centraal. Ds. M.W. Westerink (38), predikant van de Julianakerk in Veenendaal, las het boek. “Als predikant word je voortdurend geconfronteerd met je eigen onmacht.”

‘Wees dan navolgers’ spreekt over de vreze des Heeren als grondhouding. Hoe krijgt die in uw ambt concreet gestalte?

“Als predikant mag ik dienaar van het Woord zijn. De vreze des Heeren probeer ik in praktijk te brengen door bij de voorbereiding op erediensten in eerbied nauwkeurig naar het Woord te luisteren. Vaak lezen we – en met ‘we’ bedoel ik ook mezelf – bij het Bijbellezen zo gehaast over dingen heen. Rust nemen om nauwkeurig te luisteren brengt zo veel prachtige dingen naar boven. Het Woord is een onpeilbare schat.

Naast nauwkeurigheid vraagt de omgang met het Woord ook om gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid om het Woord van God ‘te laten staan’, ook als het Woord mij en de gemeente niet bevalt. Ds. Mensink schrijft dat de HEERE ons in Zijn Woord genadig tegen spreekt. Bediening van Gods Woord kan niet alleen bestaan uit bemoedigende bevestiging, maar houdt ook kritische tegenspraak in. Het is voor een dienaar van het Woord een voortdurende verleiding om deze tegenspraak af te vlakken of te negeren. Het is mijn gebed dat de vreze des Heeren mij hiervan weerhoudt.”

De auteurs stellen dat het ambt geen functie is, maar een roeping. Hoe onderscheidt u in uw ambtswerk het ‘moeten’ van ‘mogen’ en de ‘taak’ van ‘roeping’?

“Op dit moment staat bij mijn ambtswerk het ‘mogen’ veel meer op de voorgrond dan het ‘moeten’. Ik ervaar het als een groot voorrecht om predikant te zijn. De ambtelijke omgang met de Schrift en met kinderen van God helpt mij om op de Heere gericht te blijven. In het boekje wordt veelvuldig gesproken over de moeiten die het ambt van predikant met zich mee kan brengen. Op dit moment ervaar ik dit dus niet zo sterk. Dit zal er mede mee te maken hebben dat we als gezin ons zeer op onze plek voelen in onze gemeente.

Dat ik predikant moest worden heb ik een aantal jaar geleden duidelijk als een roeping ervaren. Ik was er zelf niet opgekomen. Het is wel een uitdaging om dit geroepen zijn blijvend te doorleven. Bij alle praktische dingen die je doet, kan het werk snel vervallen tot louter een taak. In het boekje wordt de suggestie gedaan om als predikant elk jaar een keer het formulier voor de bevestiging van dienaren van het goddelijke Woord te lezen. Dat is een handreiking die ik ter harte neem. Bij mijn bevestigingsdienst in de Julianakerk in Veenendaal, mijn tweede gemeente, heeft het lezen van dit formulier en de verkondiging door ds. Russcher veel indruk op mij gemaakt. Ik werd opnieuw sterk bepaald bij de roeping die ik van Godswege heb gekregen.”

Ambtsdragers moeten een navolgenswaardig leven leiden. Merkt u als predikant dat u kritischer gevolgd wordt door de gemeente?

“Als predikant en als predikantsgezin is het niet onze ervaring dat we op een negatieve manier kritisch bekeken worden door gemeenteleden. Ik heb de indruk dat het cliché van ‘het glazen huis’ meer iets van vroeger is, al zal dit vast per gemeente verschillen.

Natuurlijk sta je als voorganger meer op de voorgrond en wordt er tot op zekere hoogte anders naar je gekeken. Maar ik voel me hierdoor niet belemmerd in mijn doen en laten. Van een dienaar van het Woord mag verwacht worden dat hij in zijn levenswandel gaat in de weg die de Heere wijst. Hierin is echter geen verschil met andere gemeenteleden. Wel kan een zonde van een predikant grotere gevolgen hebben voor de gemeente, dan een zonde van een ander gemeentelid. Onze naam is verbonden aan het heilig Evangelie.”

De auteurs spreken veel over kwetsbaarheid. Waar ervaart u kwetsbaarheid in uw ambt?

“Hierbij moet ik denken aan de onmacht die ik geregeld bij mijn werk ervaar. Onmacht als je het Evangelie probeert te delen met een randkerkelijk iemand, maar het komt niet over. Onmacht bij gesprekken met mensen in psychische nood, bij wie de blijdschap van het Evangelie niet meer doordringt. Als predikant word je eigenlijk voortdurend geconfronteerd met je eigen onmacht. Je wilt van alles, maar je kunt niets. Er zijn geen trucjes waardoor je bereikt wat je wilt. Je kunt een preek nog zo goed voorbereiden, maar het ligt niet in jouw macht om mensen tot geloof te brengen, of in het geloof te versterken. Door de tijd heen ben ik deze onmacht steeds meer gaan ervaren. Dat is heilzaam voor mij geweest. God bouwt Zijn kerk, niet ik. Aan het begin van de preek spreek ik altijd de gemeente aan als ‘gemeente van Christus’. Ik ben dit door de tijd heen ook steeds meer gaan ervaren als een herinnering aan mezelf. De gemeente is niet van mij, maar van Jezus Christus.

Bij deze vraag naar kwetsbaarheid moet ik ook denken aan mijn afscheidsdienst in mijn eerste gemeente in Langerak. Ik zie het als een grote zegen dat ik in deze gemeente als predikant mocht beginnen. Na een goede en zegenrijke afscheidsdienst liep ik over de dijk terug naar huis. Opeens drong de gedachte zich aan me op: dit was het dan. Het is klaar. Je kunt niet terug in de tijd om nog dingen te veranderen. Allerlei vragen besprongen me. Onder meer: is het goed genoeg geweest? Met deze vragen mocht ik de toevlucht nemen tot Jezus Christus.”

Op welke manier heeft deze uitgave u bemoedigd?

Wees dan navolgers is een boekje om niet alleen te lezen, maar ook te herlezen. Het heeft veel te bieden. Een hoofdstuk dat me met name heeft bemoedigd is hoofdstuk 12: ‘Herinner je de handoplegging’, van ds. Verhoeven. De volgende passage uit dit hoofdstuk sprak me in het bijzonder aan: ‘Als je namens Christus komt, komt alles onder de spanning van het laatste oordeel. Er is dan geen enkele reden om te denken dat je werk er niet toe doet. Je begeleidt mensen op hun levensreis, op weg naar de ontmoeting met God.’ De heilzame ernst die uit deze woorden spreekt, is opscherpend en verfrissend. Als dienaar van het Woord doe je niet zomaar wat taakjes in de gemeente. Je mag een gezant zijn namens Christus. Die wetenschap geeft onrust én ontspanning. Onrust vanwege de grote taak die je van God hebt gekregen, gedragen door de ontspannen wetenschap dat het Zijn werk is.”


Serie ‘Wees dan navolgers’

Deze serie bestaat uit vier interviews met een predikant, ouderling, ouderling-kerkrentmeester en een diaken naar aanleiding van het nieuwste Artios-deel Wees dan navolgers. Deze week deel 1.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Onrust en ontspanning

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2026

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's